1000 jaar geleden in Vlaanderen

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       1 year ago     831 Views     Leave your thoughts  

Elftrudis schenkt Boudewijn vier kinderen
Elftrudis, de echtgenote van Boudewijn, schenkt hem op het einde van de 9de eeuw twee zonen en twee dochters. De oudste zoon draagt de naam Arnulf. De jongste is Adalolf. Hun vader beperkt zich de laatste jaren van zijn leven tot het stabiliseren van zijn gezag binnen de grenzen van zijn vorstendom. Na de aftocht van de Noormannen heeft hij zijn hand gelegd op alle grondeigendommen van de kerk, van de staat en mogelijk ook van de eertijdse grootgrondbezitters.

Daarenboven heeft van rechtswege de eigendom over alle woeste en braakliggende gronden. Dit uitgebreide domein maakt de graaf tot één van de rijkste grondbezitters van heel Frankrijk. Die rijkdom stelt hem in de mogelijkheid om massaal krijgslieden aan te werven. Het is dan ook niet verwonderlijk dat hij het hoofd kan bieden aan de Franse en Duitse koning. Handel en nijverheid zijn snel gaan het heropleven geslagen.

De graaf, als eigenaar van de schorren langs de kust en van de heidegronden, is de grootste wolproducent van Vlaanderen. De hausse van de lakenhandel maakt hem binnen de kortste tijd schatrijk. En dan spreken we nog niet over de tolrechten die hij heft langs wegen, havens en rivieren. De zoon van Judith heeft het ver geschopt in zijn leven. Een belangrijke gebeurtenis in zijn leven doet zich voor in het jaar 911.

Zeer tegen zijn zin sluit de Franse koning Karel een verbond met Rollo, de opperbevelhebber van de Noormannen. Rollo krijgt de toelating om met zijn volk de streken van Normandië te gaan bewonen. Zo ontstaat dicht bij de zuidergrens van Vlaanderen een nieuwe militaire macht. Het zal niet lang duren vooraleer deze macht Vlaanderen zal gaan bedreigen. Boudewijn zelf zal het niet meer meemaken. Hij sterft op 10 september van 918. Hij wordt door Elftrudis begraven in de Sint-Pietersabdij van Gent.

De jonge twintigers Arnulf en Adalolf
Zijn vorstendom wordt verdeeld onder zijn twee zonen. Arnulf krijgt het belangrijkste gebied tussen de Schelde, de zee en de heuvels van Artois: Vlaanderen met andere woorden. Voor de eerste keer wordt de naam van de kustgouw, de bakermat van de macht van de graven, gegeven aan het hele gebied van Arnulf. De jongste, Adalolf, verwerft de Boulonnais en Ternois. Wanneer Arnulf en Adalolf aan de macht komen, staat Noord-Frankrijk aan de vooravond van een vreselijke burgeroorlog die tientallen jaren zal duren.

De buren Herbert II van Vermandois en die van Normandië blijken zeer rumoerig. Ook in Lotharingen, aan de overkant van de Schelde, zijn de burgertwisten schering en inslag. Tegenover Arnulfs vorstendom bevinden zich het woelige graafschap Henegouwen, de graafschappen van de Brabandergouw en meer in het noorden, rond Antwerpen, de Riengouw. Meer in het noorden heersen de graven van West-Friesland of Holland. In het zuiden van Henegouwen zijn de graven van Kamerijk aan de macht. De jonge twintigers Arnulf en Adalolf laten tijdens hun eerste regeringsjaren niet zo veel van hen horen.

Ze dagen pas op in de kronieken van het jaar 925. Die vertellen het verhaal van de strijd van Arnulf tegen de Normandiërs die de zeden van hun voorouders, de Noormannen, blijkbaar nog steeds niet verleerd zijn en op strooptocht trekken door Vlaanderen en Noord-Frankrijk. Samen met de Franse koning Rudolf trekken Arnulf en Adalolf ten strijde tegen hun gevaarlijke buren. Een bittere en harde strijd in en rond de burchten van die tijd.

De Sint-Vaast abdij
Er wordt een grootschalige expeditie gepland tegen Normandië maar het uitbreken van een burgeroorlog in Frankrijk gooit roet in het eten. De Normandiërs profiteren van de situatie en keren de rollen om: het is nu zij die Vlaanderen gaan bestoken. Wanneer ze in 926 Artesië binnenvallen, worden ze door de koning verrast en verslagen. 1100 man verliezen het leven tijdens de eerste oorlog tussen Vlaanderen en Normandië!

Ondertussen heerst er grote verwarring in Frankrijk waar verscheidene heren strijden om de macht. De appel is niet ver van de boom gevallen bij Arnulf. Net zoals zijn vader, begrijpt hij dat er voordeel te halen valt uit het machtsvacuüm bij zijn zuiderburen. In 931 legt hij plots de hand op Mortagne, de tweede vesting van Ostrevant, tussen Doornik en Valencijn. Geen van de oorlogvoerende partijen hoeft er zin in om de Vlaamse graaf tot vijand te maken. Mortagne is nu ook niet zo belangrijk, dus laat iedereen de verovering blauw blauw. Arnulf voelt dat er zaakjes te doen vallen.

Als de graaf van Artois sterft in 932, is hij er als de kippen bij om Atrecht en de Sint-Vaastabdij onder zijn hoede te plaatsen. De oorlog is in volle gang en opnieuw gaat iedereen voorbij aan deze annexatie. Wat later volgt Dowaai (Douai), de hoofdstad van Ostrevant en de rest van het graafschap. In 933 sterft Adalolf, de broer van Arnulf. Ondanks het feit dat Adalolf twee zonen heeft. Het zijn nog jonge kinderen maar ze hebben natuurlijk recht op hun erfdeel.

Nonkel Arnulf ziet dat zo niet en pikt ongegeneerd de graafschappen van Boulogne en Ternois in van zijn neven. De rekening hiervoor zal te gepasten tijde gepresenteerd worden. De vergelding volgt nog wel. Vlaanderen heeft bijna zijn natuurlijke grenzen bereikt. Nu rest er Arnulf nog om Montreuil aan de Canche te annexeren. Hij is niet gehaast. Na de dood van zijn eerste echtgenote die hem alleen maar dochters heeft geschonken, treedt hij anno 934 in het huwelijk met Adela, de dochter van de machtige Herbert II van Vermandois. Zijn twee dochters worden uitgehuwelijkt aan de graven Isaac van Kamerijk en Diederik van Holland. De strategie van al die echtverbintenissen is duidelijk. Alles zal zich in de toekomst concentreren op die ene vijand: Normandië!

Het overlijden van de Franse koning Rudolf
De dood van de Franse koning Rudolf in 936 lijkt de plannen van de Vlaamse graaf te gaan dwarsbomen. Rudolf was zelf geen Karolinger maar de Fransen verkiezen hem te laten opvolgen door een wettige Karolingische koning, met name Lodewijk van Overzee, die in Engeland verblijft. Als de jonge prins aanmeert in Boulogne, wordt hij er onder andere door Arnulf enthousiast verwelkomd. Een ontmoeting die de basis vormt van een jarenlange vriendschap tussen beiden en die slechts eenmaal zal verstoord worden.

Lodewijk, de nieuwe Franse koning, heeft Arnulf zeker nodig om zijn gezag in Frankrijk op niveau te houden. Omdat zijn troepen dienen te ontschepen in de haven Boulogne is een goede relatie met Arnulf zeker aan de orde. Lodewijk laat dan ook niet na om Arnulf te bezoeken in Vlaanderen. De zoon van Boudewijn II is ondertussen een bijzonder invloedrijke persoon geworden. In 938 slaagt hij er – samen met zijn schoonvader Herbert van Vermandois – in om een vrede te bereiken tussen de verschillende partijen die vechten om de heerschappij in Noord-Frankrijk. Ondertussen is de langverwachte oorlog met Normandië uitgebroken.

Willem Langzwaard, de markgraaf van Rouen, de zoon van de Noorman Rollo, neemt het initiatief en valt Vlaanderen binnen waar hij de nodige vernielingen aanricht. De Franse koning snelt Arnulf te hulp, laat de Normandiër eerst in de ban van de kerk slaan en trekt ten strijde tegen de markgraaf. Ook de graaf van Vlaanderen schiet in actie: door list en verraad valt het zo gegeerde Montreuil in zijn handen! Montreuil ligt aan de Noordzee, aan de monding van de Canche, de Kwinte. Stroomopwaarts maken uitgebreide moerassen aan beide zijden van de rivier de overtocht voor een leger onmogelijk. Enkel op de plaats van de vesting van Montreuil is de doortocht mogelijk. Montreuil vormt dan ook het sluitstuk aan de zuidergrens van het Vlaamse vorstendom tegenover de noordgrens van Normandië.

Willem Langzwaard en de strijd om Montreuil
Maar de triomf van Arnulf is slechts van korte duur. Herlwin, de graaf van Ponthieu en buitengebonjourd in Montreuil, zoekt hulp bij Willem Langzwaard. Samen heroveren ze Montreuil op een verraste graaf van Vlaanderen. De stad staat meteen onder Normandische invloeden. Arnulf is zwaar ontgoocheld in het gebrek aan steun van de Franse koning en laat zijn bondgenootschap met Lodewijk voor wat het is.

Hij sluit zich aan bij de opstandelingen in Noord-Frankrijk. Het is een ijdele opportunistische zet in de hoop om via een omweg alsnog Montreuil in te lijven. In 942 sluit de koning van Frankrijk vrede met de opstandelingen en blijft het verlies van Montreuil zwaar op de maag van Arnulf liggen. Hij kan deze nederlaag niet verkroppen en besluit zich op laffe wijze te wreken. Hij belegt een samenkomst met Willem Langzwaard op het eiland Picquigny in de monding van de Somme. De nietsvermoedende Langzwaard wordt er door de vazallen van de Vlaamse graaf gewoonweg vermoord.

We zijn zaterdag 17 december 942. Willem laat een zeer jong zoontje na. De Franse koning Lodewijk die opperleenheer is van Normandië stelt graaf Herlwin van Pontheu aan als nieuwe koninklijk beheerder van Normandië met in het achterhoofd de regio helemaal in zijn macht te brengen. Hij speelt van bij het begin dubbel spel. Eerst wil hij de Normandiërs paaien door Herlwin te laten oprukken tegen de Vlamingen. Als de nederlaag van de Vlamingen echter een feit is, sluit hij weer vrede met Arnulf.

Het fort van Montreuil
Het lijkt complex en het is ook complex! Arnulf profiteert van zijn vriendschap met koning Lodewijk om Herlwin te laten overplaatsen van Normandië naar het graafschap Amiens. De Normandiërs zijn woedend op de Franse koning om zijn voorgewende vijandschap tegen de Vlamingen en komen in opstand. Arnulf is er als de kippen bij om, samen met de koning, de Normandiërs aan te vallen. Na de slag van Dieppe kan de Franse koning opnieuw Normandië in zijn bezit nemen. In 945 smeden de Normandiërs een nieuwe opstand tegen Lodewijk en ze slagen er in om hem gevangen te nemen.

Arnulf doet wat hij kan om zijn vriend vrij te krijgen want hij heeft er alle voordelen bij dat de Franse koning in het zadel blijft. Uiteindelijk zal Lodewijk tegen harde voorwaarden in vrijheid gesteld worden. Ook in 947 wordt er door alle partijen verder oorlog gevoerd. Graaf Arnulf blijft zich echter focussen op dat ene doel: het inlijven van Montreuil bij Vlaanderen. Door een onverwachte toegeving komt hij er uiteindelijk toch aan de macht. De zoon van Boudewijn heeft zijn taak volbracht: het Vlaamse vorstendom heeft zijn natuurlijke grenzen bereikt en zelfs overschreden! De manier waarop hij zijn neven van hun erfdeel heeft beroofd en de laffe moord op Willem Langzwaard werpen natuurlijk een zware smet op de carrière van Arnulf de ‘Grote’.

De graaf heeft Willem Langzwaard vermoord

Het jaar 947. Graaf van Vlaanderen Arnulf heeft er juist de vijandelijke Willem Langzwaard in koelen bloede vermoord. Reden? De macht in Montreuil en een Vlaams grondgebied dat zich moet uitstrekken tot aan de grens van Normandië. We herbeleven de pioniersjaren van Vlaanderen. Graaf Arnulf zorgt tijdens zijn leven eveneens voor een grondige hervorming van de abdijen in zijn territorium. Het begint bij de Gentse Sint-Pietersabdij die eigendom was van zijn vader en waar zijn vader en moeder begraven liggen. Arnulf wil het klooster, dat er sinds de tijd van de Noormannen verarmd en vervallen bij ligt, een nieuw elan geven.

Hij vraagt advies bij Transmarus de bisschop van Doornik. Transmarus is opgezet met de plannen van de graaf en stuurt zijn aartsdiaken Bernacer naar Gent die begint met een zuivering van de kloostergemeenschap. De kanunniken worden voor de keuze gesteld: ofwel leven ze volgens de regels van de Benedictijnen ofwel verlaten ze het klooster. Gerard van Brogne wordt aangesteld als nieuwe abt. De geestelijke zuiverheid en integriteit van de abdij herstelt zienderogen. Nu moet ook nog het stoffelijk bestaan van de kloostergemeenschap gewaarborgd worden. ‘It’s all about the money’. Toen al. Arnulf staat een stuk van zijn gronden af aan de kloosterlingen.

Ook in het klooster van Sint-Baafs te Gent worden er diepgaande hervormingen doorgevoerd. Ik zou wel eens willen weten waarom Arnulf eigenlijk zoveel energie spendeert in die abdijen. Veel van die abdijen zijn zo goed als geruïneerd achtergebleven na de periode van de Noormannen, maar de kloosterlingen waren er al bij al snel teruggekeerd. De abdijen zijn in het bezit van uitgebreide domeinen in Vlaanderen en vormen hoe dan ook een macht in de macht. Bovendien leven de kanunniken in nauw contact met de lokale bevolking op wie ze grote invloed uitoefenen. Dat blijkt als er een grote hervorming in de abdij van Sint-Bertijns wordt doorgevoerd. De machtige abdijen gedragen zich vrij zelfstandig en alleen een radicale verandering in de geesten kan het grafelijk binnen de muren van de vele Vlaamse kloosters ten volle laten gelden.

De hervormingen van Gerard van Brogne
De hervormingen die Gerard van Brogne zowat overal doorvoert, zijn er dus voornamelijk op gericht om het grafelijk gezag te herstellen. Hoe dan ook zijn efficiënt gerunde abdijen een garantie op een goed beheer van de onmetelijke landgoederen van graaf Arnulf. In 941 wordt de hervorming van de Sint-Pietersabdij doorgevoerd. In 944 komt Sint-Bertijns, de machtige abdij van Ternois, aan de beurt.

Op 15 april 944 worden de kloosterlingen die zich niet goedschiks willen onderwerpen aan de regel van de Benedictijnen met geweld uit de abdij verjaagd. De naburige bevolking (zo ook in Poperinge, dat eigendom is van de abdij) toont zich hevig ontstemd en noopt de graaf tot nieuwe onderhandelingen met de verjaagde monniken en hij weet een aantal onder hen te overhalen om verder te gaan onder het rechtstreekse bevel van Gerard van Brogne. Op korte tijd worden verschillende abten versleten aan het hoofd van Sint-Bertijns, tot Hildebrand, een neef van Arnulf, in 950 aan het hoofd komt te staan van het klooster. Onder leiding van deze Hildebrand komt Sint-Bertijns opnieuw tot grote bloei en wordt het klooster een brandpunt van cultuur.

Hildebrand en Gerard van Brogne voeren zijde aan zijde hervormingen door in de resterende abdijen. Uiteindelijk winnen zowel de kerk als de staat aan de doorgevoerde hervormingen van graaf Arnulf van Vlaanderen. Met de dood van koning Lodewijk van Frankrijk in 954 breekt een periode van rust aan. Ook in Vlaanderen is dit het geval. De periode 954 tot 961 betekent een hoogtepunt in de regering van Arnulf. De 60-jarige vorst laat de schaarse opflakkeringen van geweld over aan zijn enige zoon Boudewijn. Hij zelf geniet van zijn triomfen. Boudewijn III huwt in 961 met een Duitse prinses. Mathildis is de dochter van de Saksische hertog. Boudewijn wordt aangesteld als medegraaf van zijn vader. Uit het huwelijk wordt één zoon geboren die genoemd wordt naar zijn grootvader: Arnulf. Het geluk van de oude Arnulf kan niet op: zijn vorstendom kan verder gezet worden in rechtstreekse mannelijke lijn: van vader op zoon en kleinzoon. De toekomst lijkt gegarandeerd.

Graaf Boudewijn sterft aan de pokken
Maar plots gebeurt iets vreselijk. Boudewijn wordt aangetast door de pokken en sterft na enkele dagen, (op 1 januari 962 in het Sint-Bertijnsklooster) aan zijn besmetting. De dood van zijn zoon betekent een mokerslag voor de oude graaf. Zijn kleinzoontje is amper enkele maanden oud terwijl hij zelf kromgebogen rondloopt. Hoe moet het nu verder? De strijd om de macht in Vlaanderen barst los.

In 962 zijn de kinderen van zijn overleden broer Adalolf al lang volwassen. Ze eisen het erfdeel op dat hun oom Arnulf hen heeft afgenomen wanneer hun vader stierf. De oude Arnulf zit met de daver op het lijf uit angst voor die twee neven die nu plots dreigen zijn levenswerk ongedaan te maken. Hij slaat in paniek. Hij is er van overtuigd dat die twee gasten zijn kleinzoon zullen aandoen wat hij hen heeft aangedaan. Uit pure wanhoop laat hij één van hen ombrengen. Hij hoopt zo de andere schrik aan te jagen. Het is een vergeefse poging. De overlevende neef die ook al Arnulf heet, gaat nog harder te keer tegen zijn oom.

De graaf ziet geen andere uitweg om zijn opperleenheer, de Franse koning Lotharius, de zoon van zijn overleden vriend Lodewijk, om hulp te vragen. Hij stelt een deal voor: bij zijn dood zal de Franse koning alle nieuw veroverde gebieden erven in ruil voor de erkenning van zijn kleinzoon als graaf van Vlaanderen in de rest van het vorstendom Vlaanderen. In afwachting zou Lotharius de voogdij uitoefenen op de minderjarige kleinzoon Arnulf II.

Het akkoord wordt getekend in het jaar 962. De Franse koning treedt bovendien op als bemiddelaar tussen de graaf en zijn opspelende neef. Uiteindelijk volgt de toezegging dat die zijn vaderlijk erfdeel, Boulogne en Ternois, zal erven bij de dood van zijn oom. Een neef van Arnulf de Grote wordt aangesteld als voogd van de kleinzoon. De man heet Boudewijn Baldzo. Hij stelt zijn schoonzoon Hilduinus en een zekere Eric aan tot uitvoerders van het testament. Arnolf, graaf van Vlaanderen legt uiteindelijk en definitief het hoofd neer in het jaar 964.

Boudewijn Baldzo doet een nieuw graafschap ontstaan
De dood van de grijsaard betekent meteen het sein voor een algemene anarchie binnen Vlaanderenland. De krachtige hand die iedereen in toom hield, is verdwenen. Het lijkt er op dat iedereen ten volle wil genieten van een nieuwe zelfstandigheid. De edellieden gaan op hun domeinen heerlijke rechten uitoefenen die voordien enkel aan de graaf toekwamen. De leengebieden die ze in gebruik kregen van de graaf, gaan ze beschouwen als hun eigendom.

De kerken en abdijen die niet langer kunnen rekenen op hun beschermheer worden voor een groot deel van hun bezittingen beroofd door de mensen in hun omgeving. Op een hoger plan is het nog erger gesteld. De dichte verwanten van de kleine Arnulf beginnen grote delen van het vorstendom in te palmen. De zogezegde beschermer van de wees, Boudewijn Baldzo, zorgt voor de komst van een nieuw graafschap, dat van Kortrijk. Dirk, de oom van de kleine markgraaf wordt graaf van Gent en van Waas.

De maatregelen die de oude graaf had getroffen hebben niettemin toch enig effect. Koning Lotharius rukt in 965 met zijn leger door tot aan de Leie. De Vlaamse edellieden die in de waan leven dat ze baas zijn in eigen huis, bieden weerstand maar lijden het onderspit tegen hun Franse opperleenheer. Lotharius speelt het spel correct: hij laat het vorstendom intact, hij beschermt de kleine Arnulf en beheert het domein Vlaanderen in afwachting van diens volwassenheid. De zaken blijven onveranderd tot in 976.

Kleinzoon Arnulf II is geen al te groot licht
Kleinzoon Arnulf II blijkt een niet al te groot licht te zijn. Hij staat al sinds 954 onder de bescherming van de Franse koning Lotharius. Ondertussen evolueert de vriendschappelijke relatie tussen Frankrijk en Duitsland geleidelijk aan tot een diepe vijandschap. Lotharius kan het zich niet langer permitteren om zijn troepen ter beschikking te stellen voor zijn zwakke Vlaamse leenheer. Bovendien vreest de Franse koning dat de Vlaamse adel wel eens de kant zou kiezen van de Duitse keizer. Het is voor Lotharius dan ook het beste om Arnulf voldoende gezag te geven zodat hij Vlaanderen zo zelfstandig mogelijk zal kunnen leiden.

In 976 eindigt zijn speciale ondersteuning en moet Vlaanderen voortaan zijn eigen boontjes doppen. Ondertussen zit de Duitse keizer niet stil. Langs de rechteroever van de Schelde worden op verscheidene plaatsen burchten gebouwd en versterkte grenszones aangelegd. Valencijn, Ename, en veel andere, met Antwerpen als hoofdvesting. De Duitse keizer speelt het strategisch niet slecht: aan het hoofd van de marke van Ename plaatst hij graaf Godfried van Verdun als bevelhebber. Die is notabene de stiefvader van graaf Arnulf. De Duitse interesse in het Vlaamse gebied van Arnulf is zonneklaar.

Zijn grootvader zou de twee genadeloos tegenover elkaar hebben uitgespeeld maar de jonge Arnulf is hier de man niet voor. Hij is al lang dik tevreden met wat er van zijn graafschap is overgebleven. Het leven dobbert verder. In de streek van Boulogne gaat zich een groep Scandinaviërs vestigen vaar waaruit het graafschap Guines zich ontwikkelt. Het graafschap Boulogne-Ternois valt uiteen. De voogd van Arnulf, Boudewijn Baldzo, is al een hele tijd gestorven. Kortrijk is nu in handen van een zekere Eilbodo. Het noordelijk deel van Vlaanderen behoort nu al tot het vorstendom van de graaf van West-Friesland. En Arnulf II laat het allemaal maar betijen. Arnulf treedt in het huwelijk met een niet zo jonge Italiaanse vorstin Rosela die hem een zoon schenkt: Boudewijn. Hijzelf sterft in 988 op 26-jarige leeftijd. Vlaanderen gaat opnieuw van start met een kind als graaf. Zal het vorstendom dit overleven?

Hugo Capet laat zijn oog vallen op Vlaanderen
Aanvankelijk ziet het er zeker niet goed uit! De invloedrijke en machtige graaf van West-Friesland probeert via de Franse koning het hele grondgebied te verwerven. Koning Lotharius is al een tijdje gestorven en ook diens zoon geniet al van de eeuwige rust. Na hem is Hugo Capet op de Franse troon gekomen. De nieuwe Franse koning is de erfgenaam van een verarmd adellijk geslacht dat al veel robbertjes heeft gevochten met Arnulf I en door diens toedoen veel van zijn grondgebied heeft verspeeld. Hugo Capet laat al vlug zijn oog laat vallen op het grondgebied van het vorstendom Vlaanderen.

De dood van Arnulf II lijkt hem een ideaal ogenblik om zijn ambities kracht bij te zetten. Waarom zou hij niet in het huwelijk treden met diens rijpe weduwe en het voogdijschap over de jonge Boudewijn IV niet uitoefenen? Wie weet kan hij het hele grondgebied van Vlaanderen erven? De Franse koning speelt het slim. De Vlamingen weten al dat de Franse koning de minderjarige Vlaamse graaf zal beschermen tot aan zijn meerderjarigheid. Capet belooft de gebieden van Artois, Ostrevant en Pontheu terug te schenken aan de weduwe Rosela zodat het oude graafschap van Arnulf I hersteld zou worden.

Het voorstel wordt in dank aanvaard. Merci. Hugo Capet en Rosela treden rond het jaar 990 in het huwelijk. De graaf van West-Friesland krijgt op zijn expliciete vraag om Vlaanderen te verkrijgen een volmondige nul op het rekest. Vlaanderen lijkt ontsnapt aan een ramp. Maar zal het kunnen weerstaan aan de invloed van de machtige Franse kroon? Maar het huwelijk tussen de jonge Capet en de oudere Rosela loopt al snel op de klippen. Rosela wordt buitengegooid door haar echtgenoot. De huwelijksbreuk blijft niet zonder politieke gevolgen. De Franse koning legt onrechtmatig de hand op alle eigendommen van zijn ex-vrouw. De Vlamingen kiezen natuurlijk de partij van hun vorstin. Ze sluiten een alliantie met de Odo, de graaf van Chartres, die in oorlog is met Hugo Capet. Het is niet duidelijk hoe die oorlog afloopt.

Het grafelijk gezag staat op een dieptepunt
Er volgt een akkoord. Artois en Ostrevant komen terug bij Vlaanderen terwijl Pontheu met Montreuil naar de Franse kroon terugkeren. Rosela trekt zich terug bij haar zoon in Vlaanderen waar ze op 15 december 1003 overlijdt. Ze wordt begraven in de Sint-Pietersabdij naast haar echtgenoot Arnulf de Tweede. De jonge Boudewijn IV is ondertussen ouder geworden. De jonge man blijkt al snel over de durf en de assertiviteit van enkele van zijn roemrijke voorvaderen te beschikken. Hij beslist al heel vroeg voor zichzelf dat de grafelijke invloed in Vlaanderen weer zal moeten hersteld worden.

Het ziet er inderdaad allemaal niet zo goed uit. Het grafelijk gezag is tot op een dieptepunt gezakt. De graven van Gent, Kortrijk en Boulogne zijn zo goed als zelfstandig. Alleen in een klein deel van zijn rijk is hij werkelijk meester. Deze situatie moet en zal veranderen! Het is niet bekend of het ingrijpen van de nieuwe graaf zich baseert op diplomatie of op geweld. Vermoedelijk zal het wel een combinatie van beiden zijn geweest. Al vrij snel wordt Eilbodo, de heerser van de Kortrijkse gouw, van zijn onwettig eigendom verjaagd. In West-Friesland is er een machtsvacuüm ontstaan na de dood van de graaf daar.

Er is wel een minderjarige opvolger, maar in afwachting van diens machtsperiode aarzelt Boudewijn helemaal niet om de noordoostelijke graafschappen van zijn vorstendom, Gent en Waas weer rechtstreeks aan zijn gezag te onderwerpen. Overal doorheen Vlaanderen organiseert Boudewijn zich om zijn gezag beter te laten gelden. Terwijl hij de opstandige graven aan zijn gezag onderwerpt kijkt de jonge Boudewijn al eens over de grenzen. Bestaan er mogelijkheden om het Vlaamse grondgebied uit te breiden? De graaf denkt inderdaad zoals zijn voorvaderen. Maar ja, die leefden in een tijd waarin een labiel Frans regime een twijfelachtige macht had op Noord-Frankrijk. Die tijden zijn echter sterk veranderd.

De Schelde wordt altijd maar belangrijker
Er heerst nu rust en stabiliteit in Noord-Frankrijk. Hugo Capet mag dan niet al te machtig zijn, maar hij heerst niettemin met gezag over zijn territorium. Neen, er vallen niet veel opportuniteiten te rapen aan de zuidelijke grens van Vlaanderen. In het oosten liggen de zaken duidelijk anders. Er zijn signalen dat de voornaamste graven uit die streek steeds minder het keizerlijk gezag van de Duitsers kunnen verdragen.

Voorbeelden hiervan zijn de graven van Leuven en die van Henegouwen. Het Duits gezag wordt uitgeoefend door de bisschoppen die de grafelijke rechten uitoefenen over uitgestrekte gebieden. De Lotharingse graven beginnen zich stilaan te keren tegen deze bisschoppen met de bedoeling een deel van het bisschoppelijk vorstendom terug te winnen. De uitbreiding van Vlaanderen naar het oosten toe is natuurlijk niet evident want de versterkte zones aan de rechteroever van de Schelde vormen niet te onderschatten hinderpalen. Boudewijn IV krijgt meer en meer de ambitie om die hinderpalen uit de weg te ruimen. Aan de westelijke kant van de Schelde laat hij op zijn beurt vestingen bouwen. Zo komen er vestingen in Gent, Oudenaarde en Doornik. De Schelde wordt steeds belangrijker.

Niet alleen militair maar zo goed als alle handelsverkeer van het zuiden naar het noorden van het graafschap gebeurt via de Schelde. Het koren uit Artesië en de wol voor de Gentse lakenindustrie worden via deze imposante stroom aangevoerd, net zoals een aanzienlijk deel van de Vlaamse groothandelsproducten. Het risico dat de Duitsers deze stroom vanuit het oosten blokkeren stijgt met de dag.

De bouw van die burchten is er dan ook vooral op gericht om die dreigende blokkade af te wenden. En vooral de ligging van Gent, na Atrecht, de voornaamste stad van Vlaanderen, baart de graaf zorgen. Gent is aan de oostelijke kant van het vorstendom gelegen en zou in geval van oorlog amper te verdedigen zijn. De bevoorrading van graan komt voor een belangrijk deel uit de rijke graanstreek in de gouw van Aalst. De sterk toenemende bevolking in Gent vergt meer en meer graanvoorraden van de graanzolder van het Land van Aalst, dat voor alle duidelijkheid gelegen is in het Duitse keizerrijk.

De imperialistische trekjes van Boudewijn
En natuurlijk heeft Boudewijn de imperialistische trekjes geërfd van zijn voorouders. Als hij de kans krijgt om aan de oostelijke kant van de Schelde een gebied te verwerven ter grootte van zijn bezit aan de Westelijke kant, waarom zou hij dan nog twijfelen? In 995 worden de eerste pogingen van Boudewijn vastgesteld. Als de bisschop van Kamerijk sterft, dringt Boudewijn er op aan bij de keizer om Azelinus, een onwettige zoon van zijn vader, aan te stellen tot diens opvolger. Het plan mislukt.

Rond het jaar 1000 begint de strijd voor Lotharingen pas voorgoed. Als keizer Otto III in 1002 sterft is het al volle bak oorlog tussen Boudewijn van Vlaanderen en Arnulf, de keizerlijke markgraaf van Valencijn. In 1006 sluit de graaf van Vlaanderen een bondgenootschap met graaf Lambrecht van Leuven waardoor de keizersgezinden uit die streek verhinderd kunnen worden om tussen te komen in Valencijn. Hierdoor kan Boudewijn zich meester maken van Valencijn. Die verovering zorgt voor een schokgolf. Niet alleen bij de Duitse keizer maar al evenzeer bij de Franse koning. De machtsstatus van Boudewijn baart hen beiden zorgen. Ze besluiten een bondgenootschap te sluiten tegen de imperialistische Vlaamse graaf. Ook de hertog van Normandië sluit zich aan bij dit bondgenootschap.

In 1006 staat een machtig leger bij Valencijn
In september van het jaar 1006 daagt een reusachtig leger op voor de vestingen van Valencijn waar Boudewijn zich heeft verschanst. Maar de graaf verdedigt zich uitstekend. Als de winter aanbreekt kunnen de vijandelijke troepen niets anders doen dan hun beleg op te breken en onverrichterzake naar huis terug te keren. Boudewijn profiteert van die aftocht om lelijk huis te houden in de kerk van Kamerijk en haar bezittingen op vreselijke manier te verwoesten. De Duitse keizer die al in het verlies van Valencijn aan het berusten was, vindt de agressiviteit van de Vlamingen maar al te grof en wijzigt zijn plannen om Polen binnen te vallen.

Hij besluit zijn pijlen te richten op de aanmatigende graaf van Vlaanderen. Ter hoogte van Aken wordt een imposante strijdkracht geconcentreerd. Begin 1007 begint de mars op Vlaanderen. Via Luik, Leuven en Brussel bereikt het Duitse leger de Scheldegrens waar de Vlaamse strijdkracht de Duitsers in verspreide slagorde opwacht. Een afdeling slaagt er in om een eind verder stroomopwaarts de Schelde over te steken en voert een verrassingsaanval uit op de Vlamingen die zich noodgedwongen moeten terugtrekken van hun verdedigingsposities aan de Schelde. Het keizerlijk heir dringt nu binnen in heel Vlaanderen.

Het land wordt op onbeschrijfelijke wijze verwoest en geplunderd. Op 19 augustus 1007 bereiken de Duitsers Gent. Boudewijn begrijpt het nutteloze van zijn verzet en onderwerpt zich aan keizer Hendrik II. Hij moet natuurlijk de streek van Valencijn teruggeven aan de Duitsers. Maar wat Boudewijn in zijn kop heeft, heeft hij niet in zijn gat! In 1012 mislukt een nieuwe poging om zijn oom Azelinus te laten installeren als bisschop van Kamerijk. Maar deze keer speelt Boudewijn het slimmer: hij probeert de vriendschap te winnen van de nieuwe bisschop. Deze houding wordt erg op prijs gesteld door Hendrik II van wie het gezag zelf aan het wankelen is door een opstand van zijn edelen in Lotharingen.

De geboorte van Boudewijn van Rijsel
Hij hoopt dat de Vlaamse graaf zijn macht zou ondersteunen en overlaadt hem plots met presentjes. Zo schenkt hij Walcheren met de bijhorende Zeeuwse eilanden en uit eilanden bestaande streek van de Vier Ambachten aan Boudewijn IV. Kort daarop, in 1015, maakt de graaf gebruik van de dood van Arnulf van Valencijn om deze stad opnieuw te bezetten. En deze keer gebeurt dat ongestoord. Boudewijn heeft dan toch vaste voet gekregen aan de andere kant van de Schelde. Over de jaren daarna is er vrij weinig geweten. Er is in elk geval een verzwakking in Boudewijns machtspositie waar te nemen want in 1019-1020 is hij al weer in oorlog tegen zowel de Duitse keizer als tegen de Franse koning.

In 1019 komt de Franse koning Sint-Omaars belegeren en in 1020 rukken de Duitsers binnen te Gent. Over de afloop van beide gebeurtenissen is niets bekend. Boudewijn is ondertussen wel tot het inzicht gekomen dat hij zijn Lotharingse politiek enkel ongestoord verder kan verder zetten door een bondgenootschap aan te gaan met de Franse kroon. Uit zijn huwelijk met Otgiva van Luxemburg heeft hij één zoon, Boudewijn, die later Boudewijn van Rijsel zal worden genoemd. Het komt tot een verloving tussen Boudewijn van Rijsel en Adela de dochter van koning Robrecht van Frankrijk.

Deze verbintenis tussen het koninklijk huis van Frankrijk en de grafelijke dynastie van Vlaanderen zal leiden tot een hele eeuw vrede tussen Frankrijk en Vlaanderen! Als de Duitse keizer in 1023 sterft, breekt er een burgeroorlog uit in Lotharingen. Boudewijn probeert te profiteren van de situatie maar het oproer kan hem al met al weinig tastbaar voordeel opleveren. Het kan niet altijd kermis zijn. Eén van zijn ambities, de streek van Kamerijk inlijven, wordt niet waargemaakt.

De mark van Ename
Op andere gebieden heeft hij voorlopig meer geluk. Een aantal graafschappen langs de middenloop van de Schelde worden, via gearrangeerde huwelijken, samengevoegd bij de versterkte mark van Ename. De mark van Ename komt in de handen van Reinier V, de graaf van Henegouwen, die dus meester wordt van de hele streek ten oosten van de Schelde. Het hele gebied blijft natuurlijk onder het gezag van de Duitse keizer, maar nu kan Boudewijn zich tenminste concentreren op één vijand: de graaf van Henegouwen. In 1033 vallen de Vlamingen de grote burcht van Ename aan en steken die in brand.

Ze blijven, ondanks de tussenkomst van de keizer, aan de winnende hand. In het jaar 1040 zijn de Vlamingen meester geworden over het hele gebied tussen Schelde en Dender. Een gezag dat door de Duitse keizer wordt erkend. Boudewijn IV is er in geslaagd het zwakke bestuur van zijn vader om te draaien tot een beleid met strategisch inzicht. De uitvoering van zijn plannen om de zuidelijke kant van Vlaanderen te stabiliseren en zich te concentreren op een gebiedsuitbreiding naar het oosten toe is prima geslaagd. En verder naar het oosten liggen nog gebieden waar de machtsposities aan het wankelen zijn.

De indeling van Vlaanderen in kasselrijen
Tijdens zijn bewind zorgt Boudewijn voor een grondige reorganisatie van de grafelijke macht in zijn vorstendom. Waar bij zijn voorouders een reeks van graven en ondergraven in elke gouw zelfstandig konden opereren, is zijn gezag bijzonder dominant geworden. Het is opvallend dat tijdens zijn legislatuur de term ‘gouw’ in onbruik geraakt en vervangen worden door de territoriale term ‘kasselrij’ waar aan het hoofd een burggraaf wordt geïnstalleerd. De indeling van Vlaanderen in kasselrijen zal blijven bestaan tot in de 18de eeuw. Aan het hoofd van elke kasselrij staat een burggraaf die vertegenwoordiger is voor de graaf in het hele ambtsgebied.

Hij spreekt recht, zorgt voor het aanvoeren van troepen, doet vrede heersen, beschermt kerken en abdijen in naam van de graaf en zorgt voor de uitvoering van de grafelijke bevelen. De graaf is de grootste grondeigenaar van Vlaanderen. Hij bezit overal uitgestrekte landerijen en boerderijen. Er is een hele administratie van doen om dat domein voor hem te beheren. Het personeel dat de administratie verricht, wordt gekozen uit de geestelijkheid, meer bepaald de clerus van de kapellen en abdijen.

Dit is een fragment uit deel 1 van De Kronieken van de Westhoek

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>