Acht walvissen op het strand van Oostende

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       1 year ago     422 Views     Leave your thoughts  

De wonderlijke komeet van 27 september 1384
De regio van de Vier Ambachten krijgt het nu zwaar te verduren van de Franse legers. Daags na de inname van Damme, zwermen de Fransen uiteen in het hele buitengebied ten noorden van de as Gent-Brugge. De mensen zijn zo verrast dat ze niet eens de kans krijgen om te vluchten. Hun schamele bezittingen worden meegenomen en hun huisjes in brand gestoken. De 10de september is de nachtmerrie voorbij en trekt de koning weg naar Doornik. De 27ste september 1384 kijkt het volk van Vlaanderen totaal verbijsterd naar de hemel waar zich een nooit eerder gezien fenomeen afspeelt. Er zoeft een wonderlijke komeet door de lucht.

Zijn kleuren zijn spectaculair; ‘rood, groen, blauw, wit en geel’ staat het geboekstaafd, ‘ende soe was van veele varuwen, roedt, groene, blau, wit ende ghelu’. Is het de winter die in aantocht is, of staat het water hen echt aan de lippen daar in Gent? De stedelingen beseffen dat de koning zich nog altijd in Doornik bevindt en schrijven een nota aan de graaf of er geen mogelijkheid bestaat om een vredesbestand af te sluiten of om er op zijn minst over te praten met zijn koning. De koning is natuurlijk maar wat blij dat hij het oorlogvoeren even opzij kan zetten en keurt het bestand goed, ‘ende warens zeere blyde ende men tracteerde in Dornike zeere langhe, ende met groeter pinen wart hij ghesloten in den advent up Sente Luciendach’, half december 1384 komt er eindelijk wat rust in de gemoederen.

De Fransen bouwen een kasteel in Sluis
Sluis is strategisch van groot belang voor de Fransen. De noordelijke toegang tot Frankrijk. Filips de Stoute geeft in die dagen de opdracht om in de haven van Sluis een kasteel te bouwen. De financiering van het 16 torens tellende bolwerk komt vanuit Frankrijk. De haven zal vanuit het nieuwe kasteel bewaakt worden door Franse soldaten. De Vlamingen worden geweerd. Korte tijd nadat het vredesbestand werd ondertekend, komen hertog Filips van Bourgondië en zijn vrouw Margaretha van Male naar Gent, waar ze in stijl en met alle egards worden ontvangen. Het gravenkoppel zweert bij hoog en bij laag het land van Vlaanderen te beschermen en de wetten van het land te respecteren. De afgevaardigden van Gent zweren op hun beurt om trouwe onderdanen te zijn. Blijkbaar is er geen vuiltje aan de lucht meer te bekennen.

Haveloze bendes nietsnutten zweren door Vlaanderen
In het jaar van Onze Heer 1386 trekken de Franse troepen met man en macht door Vlaanderen. Op weg naar Sluis. Ze plannen een invasie in Engeland, maar de wind op zee zit de hele tijd verkeerd, die bleef ‘altoes staende contrarye’, waardoor de adviseurs van de koning hem aanraden om af te zien van die plannen en om onverwijld terug te keren naar Parijs. De Engelsen staan te popelen om af te rekenen met de Franse indringers en de Fransen op hun beurt zijn woest omdat het Engelse crapuul de ene wandaad na de andere heeft gepleegd op Frans grondgebied. Haveloze bendes Franse en Bretoense nietsnutten, huurlingen, die oorlog voeren om geld en als alibi om onderweg te roven en te stelen, zwerven werkloos rond in de streek tussen Brugge en Sluis. Op zoek naar vertier.

Ze logeren in herbergen te Sluis en te Brugge die zij achteraf met bruut geweld beroven. De reactie van de Brugse bevolking blijft niet uit. ‘Die van Brugghe dat siende, sloughere vele van den Franssoysen ende Bortoenen bedectelyke doot’. De hertog Jan van Berry, oom van de koning en broer van de graaf, wordt het slachtoffer van één van die Brugse represailles. Ter hoogte van de Carmersbrug wordt hij zo hevig aangevallen dat hij alle moeite heeft om zwaar gewond van zijn paard te geraken en zich in veiligheid te begeven in een herberg waar hij drie weken nodig zal hebben om weer enigszins te herstellen. ‘Ende sijn paert was oec zeere ghequetst ende gewondt’.

Jan van Waes, de parochiepriester van Sint-Walburga
Gent 1387. Er worden nieuwe muntstukken boven de doopvont gehouden. Een nieuwe munt voor Vlaanderen. Zilveren penningen waar de wapenen van Brabant en Vlaanderen in geslagen zijn en die bekend worden als ‘Roesbekers’. In hetzelfde jaar 1387 dwingt de graaf zijn land van Vlaanderen om de paus van Rome te droppen in het voordeel van de paus van Avignon. De pausenkwestie ligt al jaren gevoelig in Vlaanderen en ook nu weer laat de maatregel van Filips de Stoute de bevolking niet onberoerd. Priesters, religieuzen en geestelijken van beide geslachten kuisen hun schop af en gaan wonen in het land van Keulen, naar Luik, in Utrecht of Brabant of op andere plekken waar Urbanus, de paus van Rome, wel gerespecteerd wordt als kerkelijke leider. Jan van Waes, de parochiepriester van het Brugse Sint-Walburga, predikt er op los.

‘De Clementinen sijn vermalendijt’ en hij trekt naar Luik. Pastoor Jacob van Oostburg en de Brugse Chartreuzen trekken ook al weg uit het graafschap Vlaanderen. Filips de Stoute pakt de dissidentie in Brugge bijzonder hardhandig aan. Bruggeling Pieter van Roeselare wordt opgepakt, naar Rijsel gevoerd en er onthoofd wegens zijn opruiende taal in het voordeel van paus Urbanus. En hij is niet de enige. Verschillende eerlijke poorters van Brugge worden vanwege hun geloofsovertuiging uit de stad verbannen. Het valt niet te verbazen dat de bevolking van de stad bijzonder geïrriteerd en rumoerig reageert op de grafelijke maatregelen. In Gent is de situatie vrij identiek. Ook zij willen hun paus zo maar niet laten vallen omdat hun prins dat eist. Nogal wat Brugse gelovigen zakken tijdens de vasten af naar Gent om er te biecht te gaan en om er de heilige sacramenten toegediend te krijgen.

Acht walvissen spoelen aan te Oostende
31 augustus 1389. Wever Vander Stelle en zijn gezelschap hebben uitgekiend dat de heren van de wet die avond zullen vergaderen met de commissarissen van de prins. De stadsrekeningen zullen er worden voorgelegd en de wetgeving voor het volgend jaar dient goedgekeurd. Het lijkt voor de mannen een interessant tijdstip om binnen te vallen, vooral in de wetenschap dat ze de steun hebben van één van de raadsleden in de vergadering. Maar het plan pakt anders uit dan verwacht. Wouter Vander Stake en tonnenmaker, ‘cupere’, Pieter van Sijsele plegen verraad waardoor Pieter Vander Stelle wordt opgepakt en er letterlijk zijn hoofd bij verliest. Tussen 1389 en 1395 hebben de kronieken het uitgebreid over politieke ontwikkelingen in en rond diverse Europese slagvelden. Over de Turken, de Sarazijnen en de Hongaren en over de heldhaftige daden van de zoon van de graaf daar in Hongarije.

Die Jan van Bourgondië is blijkbaar niet de eerste de beste. En in 1395 is er sprake van een grote aflatencampagne in Rome. ‘T groete afflaet a pena et a culpa’. Vrijstelling van schuld en straf in ruil voor geld en toevallig of niet is er sprake van grote sterfte ‘al Neederlandt dore’. In 1403 krijgt Oostende het bezoek van acht flinke walvissen. Ze spoelen aan tijdens de nacht van Sint-Brixius, 12 november dus, we gaan uiteindelijk toch nog de heiligenkalender leren kennen. Daar liggen de kolossen op het zand. De inwoners kijken ongetwijfeld hun ogen uit naar het schouwspel dat zich afspeelt daar aan de kustlijn. Ze noteren nauwgezet wat ze zien. Tussen ‘der mule ende den steerte’ meten ze 23 meter. Hun neusgaten zijn zo groot dat een mensenvuist er zijn plaats in vindt. De beesten hebben een muil als ‘eenen ingelsschen vullesacke’, wat dat laatste ook moge betekenen.

In hun buik vinden de Oostendenaars bij elk van de walvissen zowat 24 ton smout. Om ze in stukken te hakken, moeten ze de dieren met ladders beklimmen en in de opengesneden buik van de dieren staan 16 à 17 mannen te scheppen en te snijden om al het kostbaar smout te recupereren. ‘Sy schiepen ende goten ‘t in tonnen die in der visschen buyke by hemlieden stonden, ende nochtan en letten sy d’een om den anderen niet haer werc te doene, sy stonden in deser visschen buyc en wrochten dat smoudt ute, als of sy ghestaen hadden up eenen schoenen saelvloer, verscheeden d’een van den anderen’. Het ongeziene spektakel zorgt voor een kort rijmdicht dat we u niet willen onthouden;

‘Oostende weet dat bij Brixte Nachte

gevangen waren Walvissen Achte’

Dit is een fragment uit deel 4 van De Kronieken van de Westhoek

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>