Achter eiers met de reutelare

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       1 year ago     359 Views     Leave your thoughts  

Op de eerste januari, gingen we rond bij onze naaste vrienden om te strynen: Er waren strynen, soort van droge wafels aangeboden, met een teusche kaffee en de jongens kregen een stuk geld van hun peter of meter, achter dat ze hun nieuwjaarsbrief gelezen hadden. Driekoningdag, de gewoonte van rond te gaan met drie mannen die een ster dragen en die vergezeld zijn van een accordeonist is maar in Belle gebleven, maar er zijn koeken gebakken waarin een boon verborgen is.

Die die de boon vindt in zijn deel is Koning of Koningin en, ontvangt twee vergulde papieren kronen : een voor de koningin. die hij wil kiezen als het een man is en voor de koning als het een vrouw is. En de ene kroont de andere zonder te vergeten enige goede poentjes te geven.

De Witte Donderdag gaan de misdienders rond met een reutelaar om eiers te vragen. De Goede Vrijdag, de mensen steken een takje busseboom op de kruisbeelden en de boeren planten zo een takje op de hoeken van ieder van hun velden. Allerheiligen, van achter de vespers af tot aan de weie, ieder uur, en tien minuten, lang, hoorde men de klokken luiden (beiaarden zeiden de mensen) en Allerzielen van het Angelus voort tot aan de mis voor de overledenen luidden de klokken nog tien minuten per uur.

Op de vooravond van Sint-Maertens, de gewoonte een stoet op te richten bestaat hier nog, maar men ziet geen uitgeholde bieten. (beuterapen) meer. De kinders trekken doorheen de straten met papieren kleurrijke lampions achter enige muzikanten vergezeld door mannen van de brandweer (pompiers) die fakkels dragen. Sinte-Katarina is nog sterk gevierd in de streek. De meisjes houden een wedstrijd voor diegene die de schoonste hoed zullen gemaakt hebben en brengen de avond door al zingend en dansend.

Sint-Niklaas is nog vereerd en de kinderen zetten hun schoenen in de schoorsteen waarin de ouders geschenken leggen voor hun jongens en ook follaerts (Koekebrood met een hoofd aan ieder einde). De vooravond van Sint-Elooi, de boerenzoons en de boerenknapen kwamen op het kerkplein en op de markt en mieken groot lawaai, met hun klachoren.

Dan gingen ze in de herbergen om een potje te kaarten, Met veel belangstelling luisterde Bert naar al die gewoonten en gebruiken. En de tijd was gekomen van te eten. Mijn vrouw had een koufshoofd gereed gedaan. Mijn makker had dat nog nooit gegeten. Toch vond hij dat het zeer lekker was en ‘t smiek hem goed (= smaakte). Voor onze vrienden die gelijk Bert niet weten van zulk een gerecht wil ik laten weten dat koufshoofd moet gekokt zijn in water (natuurlijk) met wettels, porret, selderij, een ajuin waarin grefnagels gestoken zijn, zout, gelijk men boelli gereed maakt. Te eten warm met een “vinaigrette saus” gemaakt van olie en azijn, peper, zout, sjalotten en persyn fyn gesneden. We speelden nog een belote voor naar bed te gaan.

Uit het Frans-Vlaams jaarboekje van Heemkring Bachten de Kupe van 1971 – Joseph Tillie Steenvoorde –