Adam van Passendale

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       9 months ago     381 Views     Leave your thoughts  

Wat voorafging

Heerlijkheden – lenen in Passendale

Heel het leenroerig tijdvak berustte vooral op grondgebied en onderworpenheid van bepaalde personen tegenover hun meesters van wie ze de grond in leen kregen. De grote leenheer was de koning van Frankrijk. De graaf van Vlaanderen was zijn leenman. Hij verdeelde zijn grondbezit in heerlijkheden die op hun beurt in nog kleinere lenen verdeeld werden. Deze verdeling werd beschouwd als een soort beloning voor bewezen diensten.

Zo kon een heerlijkheid een grote partij land, maar meestal een uitgestrekt gebied betekenen. Aan het hoofd ervan stond de ‘Heer’ die de alleenheerser was over de mensen die op zijn gebied woonden. Hij bezat er alle bestuurs- en rechtsmacht over. Uit onderstaande tabel kan met vaststellen dat Passendale ook enkele heerlijkheden en lenen telde. Niet altijd was de heer de feitelijke eigenaar van de heerlijkheid, maar door het langdurig gebruik ervan stelde hij zich niettemin aan als de eigenaar ervan. Vandaar de talrijke moeilijkheden en twisten tussen leenheren en leenmannen. We zouden ze nu omschrijven als eigenaars en huurders. Al van in de tijd van de middeleeuwen was elke heerlijkheid verdeeld in;

1. Leengrond. Deze grond werd voor eeuwig afgestaan aan de pachter. Op voorwaarde dat hij de heer als ‘Heer’ zou erkennen en hem bijstaan wanneer hij dat nodig achtte. Zijn grond was erfelijk. Dat wil zeggen dat het leen overging van vader op zoon. Bij gebrek aan zonen ging het leen onverdeeld over aan de oudste dochter. Zo er geen kinderen waren, werd de oudste naastbestaande en oudste mannelijke erfgenaam het leen toegewezen. Leenheer en leenman hadden wederzijdse rechten en plichten. Bij de schenking van het leen diende er een kamerling-geld betaald te worden aan de heer.
2. Cijnsgrond. Dit woord is totaal uit onze woordenschat in Passendale verdwenen, maar was voor 1914 nog in gebruik. Oudere mensen kennen nog de betekenis ervan. Cijnsgrond was grond die in volle eigendom door de heer gegeven werd aan de leenman mits een jaarlijkse betaling van een vaste en onveranderlijke som (een cijns). Diegenen die cijnsgrond gekregen hadden, werden ‘laten’ genoemd. Die cijns bestond meestal in het leveren van zelf gewonnen producten, zoals bijvoorbeeld graan, aardappelen, stro, boter, kaas, melk, vlees, eieren, enz. Er moet zelden betaald worden met muntstukken. Werd de pachtprijs per hectare voor 1914 ook niet uitgedrukt in die zin? Zo bijvoorbeeld 2 zakken tarwe per hectare? Het is mogelijk een overblijfsel uit voorgaande eeuwen. Bij het overlijden van de verbruiker moest de cijnsgrond opnieuw betaald worden door de nieuwe gebruiker.
3. Vrije grond: deze gronden waren vrij van leenplicht, rente en cijns. Na een sterfgeval konden deze grond verdeeld worden onder de erfgenamen. Zo is het gemakkelijk uit te leggen dat deze gronden gedurende eeuwen in de handen van dezelfde families bleven.

Er was een deel van Passendaals grondgebied dat toebehoorde aan de heerlijkheid van Rollegem en Zonnebeke (gelegen rond de Paddebeek) en tot nog andere gemeenten. ‘Onder dese prochie (Passchendaele) sijn geleghen 10 gemeten pointabel onder het ambacht van Rousselaere, ende vijf gemeten onder dheerelichede ende laetscepe van Cleven te Langhemarcq, ‘t welcke onder geen hooftcollege en resorteert, gelijck hier vooren in het artickel der prochie van Langemarck is gheobserveert.’

In het kasteelarchief van Rumbeke staat het volgende geschreven; ‘vernieuwinghe van de wetten der heerlijckheden van den hove te Passchendaele. Schaeghe ende helminghe, hun beteeckenende binnen de prochien van Passchendaele, Moorslede ende Oostnieuwkerke. 1 september 1761.’ Met daarbij de volgende bijzondere lenen in Passendale; Ammansch, Ter Beke, Bentack, Bentackere, Braeme, Braemsweekin, Broodseinde, Brouckhof, Caes, Casserieleen, Ceuninck, Coilliebrieveken, Craenevelt, Diestthiende, Dulverik-Dulverikvelt, Engels veld, Graventafel, heerlijkheid van den Heyde, Heerthiende, hof van Passendale, Hooghen Stocke, Houdenhove-Oudenhove, Ingelschen Meersch, Kerselaar, Ketelaarsleen, Lansvindere, Laverette, Letuwe, Loonisvijver, Maelfaets thiende, Meshaeck, Meulewal, Mierhul, Milleboome, Munsterleen, Nachtegaalleen, Oostthiende, Oudehove-Houdenhove, Passchendaelemeulen, Pilterie, Potteghemsgoed, Roosebeke, Rozeveld, Scage, Teernick, Teerling, Tenderie, Vaes, Vanheyde, Veldgat, Veldegoet, Velthof, Vogelaere, Vosken, Wallemolen, Witte Leen.

Als bijzondere heerlijkheden staan volgende namen neergeschreven: Acket-Acquets, Brouckhof, Cleen Boesinghe, Cleven, Couchy, Cruysse, Dulverik-veld, Ghesworenschap, Guysen, Ter Heyde, Helminghe, Knekenburg, Letuwe, Pasquendaele, Percheval vander Woesteyne, Scage, Tenderie, Van Heyde, Vleinck Ambacht, Zwijnlande.

In 1110 schenkt Adam van Passendale, aan zijn broer Lambertus de proost van de abdij van Zonnebeke, een akkerland te Passendale. Hij doet dat voor zijn zielelafenis en deze van zijn familieleden. 188 roeden bos dicht bij de Paddebeek met een kleine hofstede van zowat 3 hectare. Lambertus die ondertussen zelf bisschop is geworden erkent en bekrachtigt de gift van de goederen gelegen te Roeselare, Passendale en Ieper, gedaan door zijn broer Adam van Passendale.

‘In de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Ik Lambertus, bij de genade Gods bisschop van Doornik ‘Noviomensium’ wil bekend maken, zowel aan de komende geslachten als aan degene die nu leven; dat Adam, de zoon van Teobald, burggraaf van Ieper, voor het heil van zijn ziel en die van zijn voorgangers en ook van alle overleden gelovigen, aan de kerk van de H. Maria, Moeder Gods, op het landgoed van Zinnebeek genaamd, in mijn tegenwoordigheid, in de bedoelde periode proost van de kerk, in tegenwoordigheid van erkende, kerkelijke en wereldlijke hoogwaardigheidsbekleders met de bedoeling dat zij hiervan getuigen zouden zijn, een stuk land gegevens bij Roslar dat 82 schepsels haver levert; bij Pascandala echter een stuk land, bestemd tot gebruik van de kanunniken van voornoemde kerk, de rest voor de armen om uit te delen op zijn verjaardag en op de verjaardag van zijn vader. Ook twee ‘mansurae’ bij Ieper heeft hij aan diezelfde kerk geschonken. Opdat nu deze schenking duurzaam zou blijven en rechtsgeldig, bevestigen wij die met de afdruk van onze zegel. Diegene die inbreuk hierop zou maken, zal in de ban van de kerk geslagen worden. Opgemaakt in het jaar 1114 van de menswording van de Heer’

Adam van Passendale, kastelein van Ieper en Belle, en Mabille zijn vrouw, schenken aan de abdij van Zonnebeke het tiend van een grond gelegen te Beselare: ‘Ik, Adam, kastelein van Ieper en Belle en de heer van Wallencourt, en Mabilla, mijn echtgenote, willen bekend maken, zowel voor onze tijdgenoten als aan diegenen die na ons komen, dat wij voor het heil van de zielen van degenen die ons zijn voorgegaan, aan de kerk van de Gelukzalige Maria te Zinnebeek als gift geschonken hebben 2 schoven van een tiende van het nieuw ontgonnen land te Beselare, waar ons domein gelegen is, uitgezonderd het gedeelte van het tiende naar het oosten toe dat ligt over de Huele en dat Henricus, de zoon van Segardus van Paskendale volgens het feodale recht van ons in leen heeft. Opdat deze schenking van ons onaangetast zou blijven en de kerk het voornoemde tiende voor altijd in vrede zou bezitten, bevestigen wij onze oorkonde door er onze zegels aan te bevestigen en door de handtekeningen der aanwezige mannen. Het zegel van Balduinus, van Maria van Oudenborgh, van Wambertus van Rosbecka, van Balduinus van Heke; van Lammekijn van Rosbecka van Dochus, van Galterius van Verlus en van Otto van Hardoie. Opgemaakt te Beselare in de maand december 1209.’

lees het vervolg hier

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>