Als een mens op pensioen is

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       5 months ago     210 Views     Leave your thoughts  

Als een mens met pensioen is, …….wel, dan schrijft hij verder, precies zoals hij dat vroeger deed als hij nog werkte. De plicht roept. Ik hoor die elke morgen om 5u30… ‘Ivan, aan het werk jongen, niet lui zijn, werken dedjie. ‘

Lees maar wat ik vanmorgen geschreven heb. Neem er gerust de taal- en tikfouten bij, want dat is de eerste lezing. Een  beetje zoals in de kerk. Trouwens, het gaat hier over de kerk. …

De geldende plakkaten van keizer Karel voor wat betreft de religie moeten voortaan heel strikt geïnterpreteerd worden. Alva begint onmiddellijk met een onderzoek en wil te weten komen wie inbreuken gepleegd heeft op deze wetten en vooral naar wie de alternatieve godsdienst heeft ondersteund. ‘De magistraten moesten overal een nauwkeurig onderzoek instellen ten laste van de ministers, consistorianten, beeldenstormers en verdrukkers van de heilige kerk, mitsgaders van al diegenen die zulke mensen ondersteund en bevoordeeld hadden.’ Repressie uit de oude doos. Alva en zijn brigade als Gestapo avant la lettre. Een golf van arrestaties raast over de Nederlanden. Wie ooit kleur bekend heeft en achter het gedoogbeleid van de nieuwe religie gestaan heeft mag er nu zeker van zijn dat hij of zij zal opgepakt worden.

Zelfs wie de heresie niet belet heeft komt in het vizier van de 16de-eeuwse Gestapo. Zels de absolute top van het land heeft prijs. Gewezen gouverneur van Vlaanderen, de graaf van Egmont en de graaf van Hoorne (Filips van Montmorency) worden aangehouden. Het oppakken van Egmont heeft vooral te maken met zijn oorspronkelijke weigering om de Spaanse inquisitie hier in te voeren. Nochtans is er geweten dat hij zich de voorbije maanden wel degelijk heeft ingezet om de vijanden van het katholiek geloof te vervolgen. Zijn gedragsverandering dateert van zijn laatste ontmoeting met de calvinistische edelman Willem van Oranje te Willebroek. Egmont nam er afscheid van Willem met de woorden ‘vaarwel koning zonder land.’ De macabere respons van Willem van Oranje was er wel eens die kon tellen. ‘Vaarwel graaf zonder hoofd’ liet in elk geval niet veel goeds voorspellen voor Egmont.

De repressie spoelt ook richting Westhoek. Procureur-generaal Pieter de Cocq en raadsheer Lievin Snouck worden als regeringscommissarissen van de Raad van Vlaanderen naar onze provincie gestuurd. Ze willen informatie inwinnen ten laste van de heretiekers en van wie hen gesteund heeft. Op 22 september 1567 is Veurne aan de beurt. Op zoek naar bezwarende elementen die wijzen in de richting van de geuzen. Niemand is veilig voor het duo inquisiteurs. Zelfs de magistraten en de officieren worden gescreend. Daarna gaat het richting Hondschote. Hier is er veel werk aan de winkel. Vermoedelijk wel het grootste geuzennest van heel de Nederlanden. Na hun onderzoek ter plekke keren de Cocq en Snouck terug naar Veurne-Ambacht.

Op 4 oktober arriveren ze aan het klooster van Eversam. Ze ontbieden de magistraten van de stad en van de kasselrij om te antwoorden op een reeks van vragen. Wie niet kan komen moet zorgen voor een vertegenwoordiger. Omaer Valcke, de burgemeester van Veurne is vergezeld van schepen Cornelis Weins en pensionaris Pieter Cortewille. Voor de kasselrij tekenen ook drie personaliteiten present: de keurheren Roelant van Zegherscapelle en Joost Weeghsteen samen met griffier Gilles Blomme.

Die van Veurne-stad krijgen daar een bolwassing vanjewelste. Ze hebben zich niet vlijtig van hun plichten gekweten. Waarom hebben ze de geuzen die de kerk van Sint-Denijs vernielden niet opgepakt? De drie hoogwaardigheidsbekleders wentelen zich in excuses. Konden zij daar iets aan doen dat de beeldenstormers in kwestie uit de stad weggevlucht waren? Ja, ze hadden er hun officieren op af gestuurd en die werden op hun beurt gevangen genomen. Alles wordt netjes op papier geschreven en door alle partijen ondertekend. Aan het heel proces-verbaal worden achteraf geen verdere gevolgen aan gegeven.

Daarna begint het verhoor van de gedeputeerden van Veurne-Ambacht. ‘De commissarissen betichtten de wethouders van de kasselrij dat ze de beeldenstorm en de kerkroof in hun streek niet belet en bestraft hadden en dat ze de sermoenen gedoogd hadden. Ze hadden tot overmaat van ramp locaties aangeboden waar de geuzen hun tempels konden bouwen.’ Het drietal antwoordt dat ze inderdaad een en ander niet hebben kunnen beletten en dat het aanwijzen van grond voor de tempels er kwam in opdracht van de graaf van Egmont die ze wel moesten gehoorzamen. De bewijzen van die opdrachten kunnen ze in geval wel op tafel leggen.

De inquisiteurs vertrekken in zeven haasten naar Brussel. Enkele dagen later ontbieden ze een afgevaardigde van de kasselrij om zich daar te komen verdedigen en om antwoord te geven op enkele bijkomende vragen. Meester Jan de Wilde meldt zich op 12 oktober 1567 aan en legt er het schriftelijk bewijs van Egmonts opdracht op tafel. Volgens hem kan er niets verweten worden aan de magistraten van Veurne-Ambacht en zijn stelling wordt door het hof ook gevolgd.

De nauwgezette onderzoeken van de inquisiteurs, nu ook gevolgd door de ijver van de lokale bestuurders zorgen ervoor dat de grond erg heet worden onder de voeten van de aanhangers van het nieuw geloof. Hier blijven wonen is een ‘risque de beauté’ en dus slaan er nogal wat Westhoekers op de vlucht. Ik laat het Pauwel zelf een explikeren: ‘uit de Nederlanden zijn er over de honderdduizend huisgezinnen vertrokken om in andere streken te gaan wonen. En dit om de dood te ontvluchten. Onder dat gezeid getal waren er over de vierhonderd huisgezinnen uit Veurne-Ambacht en nog veel meer uit Hondschote.’

‘Door die straffe vervolging zag men enkel nog katholieke erediensten. Niemand die hen nog kon storen omdat de heretiekers zich niet meer durfden verzetten en vooral omdat de meerderheid gevlucht was naar Frankrijk, Engeland en andere streken. Diegenen die in het land gebleven waren, verscholen zich nu in de bossen of ze hielden hun hoofd veilig onder de maailijn.’ Ondanks de strenge vervolgingen kruipt er toch nog één minister uit zijn schuilplaats. De uitzondering bevestigt de algemene regel. Aan de Walleboom in de parochie van Reninge wordt er af en toe nachtelijk sermoenen gehouden. Niet ver van de Hazewind. Dat is pas durven. Hij stuurt zijn boodschapper rond met tijdstip en plaats van zijn preken en het mag gezegd worden; er komt veel volk op af.

Onder dat volk zullen zich wel klikspanen bevinden. Het duurt in elk geval niet zo lang vooraleer de bestuurders van Veurne-Ambacht op de hoogte gesteld worden van de clandestiene samenkomsten. Ze starten onmiddellijk een onderzoek naar de predikant in kwestie en naar allen die daar aanwezig waren. De minister in kwestie blijft onvindbaar. Wie daar aanwezig geweest is blijft natuurlijk niet lang onbekend. Ze worden allemaal opgepakt, op de markt van Veurne op een schavot tentoongesteld en gegeseld. De loopjongen van de minister, Jan Hertebreker wordt omwille van zijn ongeoorloofde hand- en spandiensten opgeknoopt.

Clandestien, illegaal. Ik heb zopas de kernboodschap meegegeven rond de manier waarop de geuzen hun geloof verder verdedigen. Onder de radar van de inquisitie gebeurt wel een en ander. Ik mag er gerust in zijn. Hier in de Westhoek blijven de calvinisten schriftelijk in contact met de gevluchte familieleden en vrienden die zich nu in het buitenland bevinden. In Engeland volgen ze nauwgezet de toestand in Vlaanderen op. Hier en daar gaan er geheime vergaderingen door en wordt er gekeken hoe de heresie hier opnieuw opgestart en hersteld worden. Iets wat bijzonder moeilijk is. De niet aflatende vervolgingen van Alva zorgen daar wel voor. Zijn repressie zorgt er voor dat de verborgen geuzen uiteindelijk niets meer hebben om van te leven. Hun goederen zijn aangeslagen. Om te overleven beginnen een aantal van hen zich over te geven aan vrijbuiterij.

Er wordt vooral geroofd op de Noordzee. De koopmansschepen bevatten veel waarde en de buitgemaakte goederen zorgen er voor een versterking van het verzet tegen Alva en de kerk. Wie in het land gebleven is houdt zich op in de bossen. Om te overleven moeten de vrijbuiters te lande reizigers overvallen en bestelen. De ‘wilde geuzen’ worden deze bosgeuzen weleens genoemd. ‘Omdat ze bij nachte door het land liepen en zich ’s nachts gingen in de bossen gingen verschuilen.’

Het gaat er crimineel aan toe. ‘De wilde geuzen deden wonderlijk groot kwaad hier in onze gewesten. Ze ontnamen aan de kerken alles wat ze maar konden. Ze deden de oorlog aan de pastoors en de geestelijke personen. Al bij al waren ze zeer wreedaardig ten opzichte diegenen die ze verdachten van hen verklikt te hebben. Het zou te veel tijd in beslag nemen om al hun daden afzonderlijk te verhalen. Maar ik zal alleen maar hebben over de allerwreedste daden die ze hier in onze kasselrij en de dichts bijgelegen parochies hebben uitgericht.’

Pauwel Heinderyck is van plan om in de details te treden en dat vind ik meer dan prima. Voor mij betekenen de finesse van zijn verhalen absoluut de pepers en de tabasco in de saus van onze verleden. Pikante geschiedenis. ‘De leider van een bende wilde geuzen was genaamd Jacob van Heule. Geboren in Brugge uit een zeer edel geslacht. Op 28 november 1567 is deze bendeleider naar de bossen van Sint-Soxtus te Houtkerke getrokken. Hij is er met zijn kompanen binnengedrongen in de woning van een pastoor. Die van Diederik Bentin. En nadat ze zowat alles gestolen hadden wat er te vinden was, gaven ze de arme geestelijke een pak slaag, sneden hem een oor af, trokken zijn kleren uit en liet hem daar naakt en bloedend voor dood achter.’

‘De geuzen deden dit uit wraak omdat hij enige heretiekers had laten vervolgen. Ondanks de vreselijke marteling die deze pastoor had moeten doorstaan was zijn ijver om hen te vervolgen niet verminderd. Zo zijn de bosgeuzen op de laatste dag van december van hetzelfde jaar nog maar eens binnengevallen in zijn pastorie. Op het lijf gevallen is beter omschreven. Ze hebben hem de handen en de voeten afgehakt en nadat ze zijn lichaam bovendien nog met eenentwintig andere wonden doorboord hadden, lieten ze hem badend in het bloed liggen. Een half uur later is de man overleden en hij werd door de deken van Poperinge, bij een grote toeloop van volk op de 2de januari 1568 begraven.’

‘Onder de impuls van eerder vernoemde Jacob van Heule, samen met minister Jan Michiels en Jan Camerlynck zakte een bende wilde geuzen tijdens een nacht af naar Spanjaardsdale bij Poperinge. Ze wilden er de stadsgevangenis openbreken en de hier opgesloten geuzen bevrijden. De bende wilde tezelfdertijd de kerken en de huizen van de rijkste inwoners plunderen. Hun voornemen ging per slot van rekening niet door omdat enkele van hun bende die aan de raid zouden deelnemen niet op de afgesproken plaatsen aanwezig bleken te zijn.’

‘Omdat hun geplande aanslagen niet konden doorgaan hebben de wilde geuzen rond middernacht dan maar de weg naar Reningelst ingeslagen. Zo arriveerden ze aan herberg het Nachtegaelken waar ze hun kleren hebben gedroogd. Ze waren allemaal doornat door de plenzende regen. Hier in deze staminee kwam een spion hen vertellen dat de pastoor van Reningelst thuis was. Daarom zijn er vijf of zes bendeleden bij dageraad in de kerk geklommen. De rest, zeg maar veertig pan, ging op zoek naar de woningen van de pastoor en zijn kapelanen. De pastoor was bezig met het lezen van zijn getijden toen hij door zijn moordenaars werd vastgegrepen. Zijn twee kapelanen werden dadelijk tot bij hem gesleept.’

‘Ondertussen waren de geuzen de kerk binnengedrongen en daar kieperden ze nu de beelden op de grond, ze pikten de ornamenten, kelken en ciborie. Als dat allemaal was afgelopen, leidden ze de priesters mee. Op weg naar Loker, Dranouter, Kemmel, Nieuwkerke en Niepkerke, rovende al de kerken van de parochies in kwestie….

wordt vervolgd (ik begin er morgenvroeg aan)..

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>