Beulenwerk in Brugge

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       1 year ago     457 Views     Leave your thoughts  

Woensdag 20 april 1127. (uit het dagboek van Galbert, een Brugse notaris)

De koning verplaatst zich naar Aardenburg om af te rekenen met een andere medeplichtige aan de moord op Karel de Goed. Lambrecht van Aardenburg is een lid van de familie van de Erembalden en werd al een hele tijd geleden opgepakt en weer vrijgelaten nadat een godsoordeel in zijn voordeel was uitgevallen. Dat hij zich nu opnieuw gaat bemoeien in de kwestie van de opvolging van de graaf, is voor Lodewijk een brug te ver. Lambrecht houdt zich een hele tijd verschanst maar sneuvelt dan toch. De rest van zijn bende wordt opgepakt.

Galbert die wat vertroebeld is door het feit dat God Lambrecht de eerste keer voor onschuldig hield, haalt nu toch zijn gram. ‘Zie maar’, zegt hij, ‘God is welgezind omdat de toren van zijn kerk nu vrijgemaakt is en de boeven in de gevangenis opgesloten zitten.’ Het is er aan te zien. Hij laat het lentezonnetje uitbundig schijnen. Het lijkt er op dat de lichtheid van de lucht het goede humeur van Galbert zijn God weerspiegelt. In Brugge zelf zijn de broeders al druk aan het werk geslagen om Sint-Donaas te herstellen. Twee dagen later wordt de graftombe in de klokkentoren afgebroken en wordt het lijk van de graaf er voorzichtig uit verwijderd.

Wierook moet de lijkgeur verjagen
Zeven weken na de moord kan hij eindelijk zorgvuldig en met het nodige respect gewassen en geparfumeerd worden. Dat laatste zal vermoedelijk meer dan nodig zijn. Dat vinden de broeders trouwens ook want het lichaam geeft volgens hen al kwalijke geurtjes af. Een understatement, want even later verklapt Galbert dat ze hun job haast niet kunnen uitvoeren door de grote stank. Terwijl ze het lijk uit de tombe halen, ontsteken de geestelijken grote vuren en wordt er meer dan rijkelijk gesprenkeld en gezwaaid met parfum en wierook om de verschrikkelijke lijkgeur wat te verjagen.

Als Karel van Denemarken enige tijd later in zijn definitieve tombe wordt neergelegd, is er niet langer sprake van geuren en stank. De bisschop en al de charlatans van de clerus bewenen de dode graaf nog een laatste keer. Een mis, een processie en een waslijst van gebeden voor de brave man. God hebbe zijn ziel. En op het einde van de dag wordt boef Benkel opgepakt. De miserabele sukkelaar wordt op een rad geboden en verliest zijn leven tijdens een spectaculaire terechtstelling.

Zaterdag 23 april. Ik citeer Galbert opnieuw letterlijk: ‘de koning en zijn prinsen laten in Brugge een bevelschrift voorlezen dat de burgers naar Ieper en Staden moeten stappen waar ze zich dienen voor te bereiden op een beleg van beide plaatsen.’ Eerst is er op zondag en maandag nog de herinwijding van de kerk van Sint Salvator. De kerk werd eerder verwoest door een brand en tijdens een luisterrijke misviering wordt de kerk opnieuw in gebruik genomen en kan er door Brugge nu ook officieel afscheid genomen van graaf Karel. Ieper moet dus nog even wachten.
Ieper zal nu een belegering ondergaan

De belegering in kwestie heeft alles te maken met de persoon van Willem van Lo. De vijandelijkheden ontvouwen zich al direct op dinsdag 26 april wanneer de koning, graaf Willem Clito en een groot leger beginnen met hun beleg. Hoe zou Ieper er 900 jaar geleden eigenlijk uitzien? Ik worstel met de vraag en moet het antwoord noodgedwongen in handen laten van wat Galbert er over wil prijsgeven. Wat ik wel weet, is dat Ieper op dat moment nog geen echt centrum bezit, maar feitelijk twee bevolkingskernen: één in de Zuudstrate, de huidige Rijselstraat ter hoogte van het kerkgebouw van Sint-Pieters. Hier heerst Willem van Lo. De andere kern vinden we 700 meter verder meer in het westen. Daar waar de meersen zich bevinden en daar zie ik de jonge Sint-Maartenskerk.

Galbert heeft het over een gevecht tussen twee legers. De lokale Willem strijdt er aan één van de stadspoorten op kop van 300 ridders zijn strijd tegen de manschappen van de graaf van Normandië. Aan de Rijselpoort! In een ander deel van de stad, aan de westelijke zijde, sluiten de ‘slechte’ inwoners ondertussen een pact met de koning. Ik kan er met de beste wil van de wereld niet bij waarom dit voor Galbert nu zomaar de slechte inwoners zijn. Vermoedelijk heeft hij het over de inwoners van de latere Sint-Maartensparochie die de rol van Willem van Lo in dit debacle van die gravenkwestie maar bedenkelijk vinden en zijn mogelijke betrokkenheid bij die moord op graaf Karel maar zus en zo vinden.

God verandert plots van kamp
Zo krijgt de Fransman het gemakkelijk om binnen de stadswallen te geraken. De mensen die er wonen in hun eenvoudige houten huisjes zijn er slachtoffers van. Luid schreeuwend bezondigen de binnenvallende manschappen zich aan brandstichting en leven ze zich uit aan plunderingen. Willem van Lo probeert tevergeefs iets te doen aan die brutaliteiten. Hij beseft op dat moment niet eens dat zijn burcht ondertussen al overgeleverd is aan de vijand en dat er verraad in het spel zit. De Ieperling houdt niet lang stand.

Hij wordt gevangen genomen en als krijgsgevangene weggevoerd naar Rijsel. Ik krijg nu toch een woordje uitleg rond die zogezegde ‘slechte’ Ieperlingen. Na de dood van Karel werd Willem van Lo plotsklaps benaderd door een deel volk die in hem de toekomstige graaf zag. Kapelaans, tijdelijk aangestelde officieren en nogal wat personeel van het huis van de graaf. Ook de bevolking van Veurne, de achterban van de Erembalden stond achter hem. Samen met Willem van Lo kunnen ze de vijand best de baas. De slechteriken zullen niet anders gekunnen hebben dan hem als hun wettelijke meester te aanvaarden. Tot God plots blijkbaar hun zijde kiest. ‘Il frappe les esprits des méchans’, schrijft Galbert, want op het moment dat ze dreigen vermorzeld te worden door Willem en zijn Veurnenaars, worden de rollen nu omgedraaid. En worden de slechteriken nu plots de goeden in de ogen van Galbert en zijn Bruggelingen.

Nu burggraaf Willem van Lo gevangen zit, besluiten de Ieperlingen om eens een bezoekje te brengen aan al zijn sympathisanten. Ze vallen allesbehalve zachtzinnig binnen in hun domeinen, woningen en landerijen. Staal en vuur zijn nu het lot voor de vijand. En de vendetta beperkt zich niet tot brandstichting en moord. Ze verliezen nu al hun eigendommen. Die worden in eerste instantie aangeslagen door de koning, want uiteindelijk is hij de hoofdleenheer van alles wat er in Vlaanderen aan gronden beschikbaar is.

Bosschaert wordt in Rijsel geradbraakt
God zet zo zijn oorlog verder tegen de samenzweerders die samen met Willem van Lo hun hand gelegd hebben op hun goede graaf. Alles wat Willem ooit bezat, is nu eigendom van de nieuwe graaf Willem Clito. Zijn persoonlijke ridders worden opgepakt en uit Vlaanderen verjaagd. De Bruggelingen hebben gedaan wat van hen verwacht werd. Ze keren onder luid gejuich en in het bezit van een rijke buit terug naar Brugge.

De afrekening is nog altijd niet compleet. Dinsdag 1 mei zijn we. In Brugge krijgen ze het nieuws dat Bosschaert opgepakt is in Rijsel. Ze hebben hem ginder aan een rad vastgeketend. Hij heeft het nog een dag en een nacht uitgehouden tot hij zijn pijp heeft uitgeblazen na een doorgedreven marteling die alleen de eerlozen moeten ondergaan. ‘Een keer sterven is feitelijk niet genoeg’, weet Galbert me te vertellen. ‘Voor alles wat hij op zijn kerfstok heeft, zou hij best meerdere keren hebben mogen sterven. Wie heeft de man niet allemaal laten ophangen, vermoorden en onthoofden?’

De gelovige mensen prijzen hun Heer en God dat Bosschaert zijn lot heeft mogen ondergaan en dat Hij hem nu uit zijn wereld en zijn hemel gekieperd heeft. Er kan nu eindelijk een betere tijd aanbreken. Het weer en de charme van de meimaand zorgen er voor de rest wel voor dat de ellende van de voorbije wintermaanden plaats maakt voor een beter leven. De koning vertrekt naar Gent. Van daar gaat hij naar Oudenaarde waar de graaf van Bergen gezorgd heeft voor de nodige ravage. Die is er gekomen nadat Willem Clito de stad heeft aangevallen en de handlangers van de graaf van Bergen opgejaagd heeft tot aan de stenen toren van de stad. Tijdens de onvermijdelijke brandstichtingen zouden zeker 300 vluchtelingen levend verbrand zijn in de lokale kerk.

Beulenwerk in Brugge
De 4de en de 5de mei komen koning en graaf terug naar Brugge. Weer al eens met de nodige bombarie en processies. Het altaar, de gebeden en de offerande maken achteraf plaats voor de terugkeer naar het huis van graaf Karel dat nu officieel in het bezit gesteld wordt van zijn opvolger. In en rond de Burg is er ondertussen een grote massa volk samengetroept. De mensen zullen eindelijk te weten komen wat de plannen zijn voor wat betreft hun Robrecht en al de gevangenen.

Een beslissing is blijkbaar nakend want de koning en zijn edelen hebben zich al afgezonderd en bespreken nu het lot van de rebellen. De vonnissen zullen onmiddellijk worden uitgevoerd. Het is best lang wachten. Eerst is Wilfried Knop aan de beurt. De broer van proost Bertulf wordt via een wirwar van gangen tot aan de toren van de Burg gebracht. Zijn handen worden vastgebonden op de rug. Het enige wat hij nu nog kan gadeslaan is de plek waar zijn hoofd straks zal neersmakken en hij de dood zal vinden.

Een hemd en een korte broek zijn zijn enig overgebleven kleding. Zonder veel pardon wordt hij nu onthoofd. Zijn gebroken en verbrijzeld lichaam zorgt nog voor enkele verdwaasde momenten van leven tot dat de dood zijn werk doet. Deze publieke terechtstelling is zowat de grootste schande die zijn familie kan ondergaan. Niemand zal ooit nog een traan laten om Wilfried Knop. Ridder Wouter is nu aan de beurt, de zoon van Lambrecht van Aardenburg. Zijn handen zijn niet achteraan vastgebonden, maar op zijn buik. ‘Mag ik tenminste nog de tijd krijgen voor een laatste gebed?’ Wouter smeekt het aan de ridders van de koning die staan te popelen om aan hun wrede werk te beginnen. Er komt even wat genade. ‘Bid dan tot uw God’, roepen ze hem toe en er zal best wat medelijden in het spel zitten. Compassie met die jongeman met zijn elegant figuur, maar elegant of niet, ook hij vindt korte tijd na zijn gebed de dood en hij maakt daarmee plaats voor de volgende die nu zijn beurt zal krijgen.

Ridder Eric verliest er zijn hoofd bij
Eric is zijn naam. Ridder Eric verliest er ook zijn hoofd bij. Letterlijk natuurlijk. Het is vreemd om zien, staat er geschreven. Zijn hoofdeloze lichaam strompelt nog van de treden van een houten opstapje terwijl het zich nog in een onmogelijke houding dwingt om toch maar een kruisteken te kunnen maken. Er zijn nogal wat vrouwen die Eric even willen aanraken, ik weet niet waarom. Een van de ridders van de graaf voorkomt dat door een zware steen in hun midden te gooien.

Het is verboden om dichterbij te komen. Galbert heeft het over de agonie van de stervende man. Zijn doodstrijd, zijn zielsangst tot de laatste snik. Achtentwintig terechtstellingen op rij. In die tijd maken ze er toch korte metten mee. Enkelen proberen nog te maken dat ze weg zijn en schreeuwen hun onschuld uit. Hun lot ligt echter vast. Ze hebben zich verbonden met de verraders en zullen eveneens onthoofd worden. Vrijdag 6 mei. De koning zet zich op weg naar Frankrijk. Robrecht junior zal hem als gevangene vergezellen. Hier in Brugge is zijn leven ten minste gespaard gebleven. De burgers zien de jongeling met gemengde gevoelens vertrekken.

Er wordt gehuild en gelamenteerd dat het geen naam heeft. Ze zien hem allemaal zo graag maar er is niemand die de karavaan nog verder durft te volgen. Robrecht ziet hun verdriet. Hij roept. ‘Jullie kunnen mijn leven onmogelijk redden, misschien kunnen jullie bidden tot God dat hij medelijden heeft met mijn ziel.’ Ik sta versteld hoe ver de brainwashing van het christelijke geloof toch gegaan is bij mijn voorouders. Ik zie heus niemand van mijn leeftijdgenoten in de 21ste eeuw die zelf nog zouden vragen om te bidden voor het welzijn van de eigen ziel.

Gronden als onderpand voor een eeuwig leven
Enkele honderden meter verderop wordt er halt gehouden. De koning zal de losgelaten benen van Robrecht opnieuw laten vastknopen aan de buik van zijn paard. Als signaal kan dat best tellen. Willem Clito zwaait nog een laatste keer naar Lodewijk en keert dan terug naar de Burg van Brugge. De volgende dag schenkt deken Helias de zilveren vaas en de gouden beker met dito deksel terug aan de nieuwe graaf. Die had hij eerder in ontvangst genomen van de vluchtende Bertulf. Helias speelt voor vermoorde onschuld. Een deel van de zo gezochte schat komt dan toch boven water.

De deal tussen Bertulf en Helias werd blootgelegd dank zij de loslippigheid van Robrecht junior tijdens een geseling vlak voor zijn vertrek uit Brugge. De Bruggelingen kijken met gefronste wenkbrauwen naar de gespeelde onschuld van hun deken. Hoe kon hij nu deze geschenken afkomstig van de plunderingen ten huize van de graaf aanvaarden? God zegt het toch zelf: ‘Ge zult niets aanraken dat bezoedeld is’! ‘Ja maar ja’, weerlegt Helias, ‘ik heb die vazen gekregen als geschenk voor de kerk van Sint-Donaas en die waren bestemd als tegenprestatie voor de zielzaligheid van proost Bertulf’.

Dat zwaaien met gronden en eigendommen als onderpand voor een eeuwig en gelukkig leven na de dood zit er effectief wel diep ingebakken in die tijd van onze geschiedenis. Puur technisch kan er deken Helias niets aangewreven worden, maar de grote massa Bruggelingen denkt er toch het zijne van. Ik krijg een overzicht van de penitentie die Bosschaert, Isaak en de anderen moesten ondergaan vlak voor hun foltering en terechtstelling. Het erkennen van hun zonden om te beginnen en daarna het smeken om genade. Dat waren de voornaamste ingrediënten. Je weet wel: de twee Weesgegroetjes die wij moesten bidden na de traditionele biecht tijdens onze jeugdjaren. Maar dan wel een meer uitgebreide variante.

Hun lijken worden op de velden gedumpt
Bij Bosschaert drijven ze het ver. Zijn handen waarmee hij de graaf heeft vermoord, worden afgehakt terwijl hij nog aan het bidden was. Ze zijn allemaal eerst nog in de ban van de kerk geslagen voor dat hun terechtstellingen zouden plaatsvinden. De excommunicatie is zowat de strengste straf die een vierschaar kan uitspreken. Want nu kunnen de geestelijken niets meer aanvangen met hun lijken. Ze mogen de kerk niet meer in, een begrafenis is uitgesloten en hun lijken worden noodgedwongen op de kruispunten en in de velden gedumpt.

Uit Deel 5 van De Kronieken van de Westhoek 

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>