Boxley en de abdij Ter Duinen

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       1 year ago     373 Views     Leave your thoughts  

Duinen en Boxley

Hoe en wanneer de Duinenabdij haar bezittingen in Engeland verkocht.

De Duinenabdij bereikte reeds op het einde van de 12de eeuw een zeer hoge bloei. Haar bezittingen in Vlaanderen kon ze moeilijk nog verder uitbreiden, tenzij naar het binnenland toe. Dit viel echter buiten de lijn van haar economische politiek. Haar domein lag vooral in de kustlanden en poldergronden tussen Duinkerke-Nieuwpoort (Westkwartier) en Hulsterambacht (Oostkwartier).

Aan deze oostzijde overschreed zij, in het begin van de 13de eeuw, de Honte om Zuid-Beveland te bereiken. De leidende gedachte van de grote en vooruitstrevende abten van dien tijd schijnt wel geweest te zijn ‘de zee bij te houden’ en een soort thalassocratie te vormen, die in de opbloeiende handelsbeweging mee kon opgaan.

Daarom zagen de abten uit naar overzee, en wel naar het dichtstbijgelegen gebied in Engeland, de graafschappen Kent en Sussex.

De abt Elias van Coxyde (1189-1203) verwierf zo in 1191 het patronaatsrecht van Estchirche, een parochie op Sheppey, een zompig eiland op de monding van de Theems. Het was dus enkel een tiendenrecht, nog geen bezitting: maar de abdij kreeg daardoor wel voet in Engeland. Door aankoop en ontvangen schenkingen weet de Duinenabdij in den loop van de 13de eeuw een ‘Engels domein’ tot stand te brengen.

In 1231 verkrijgt zij het eigendom der cijnsgronden van Estchirche: de Cistercienserabdij van Boxley in Kent bemiddelde die aanwerving bij den aartsbisschop van Kantelberg. Van de Engelse koningen verkrijgt Duinen uitgebreide handelsvoorrechten te land en te water. De bisschop Seffrid (1180-1204) van Chichester, een havenstad op de zuidkust (Sussex), schenkt aan de Vlaamse abdij zijne bijzondere gunst en bescherming.

In het begin van de 14de eeuw omvatten de bezittingen van de Duinenabdij in Engeland:

1. Het patronaatsrecht der parochie Estchirche op Sheppey, met de groote tienden van die parochie;

2. Een hof in eigendom met de daarbij horende rechten en voorrechten te Estchirche;

3. Huizen en akkergrond te Dover.

Al die bezittingen werden gezamenlijk verkocht aan de Cistercienserabdij van Boxley in het begin van de 14de eeuw, te weten onder abt Willem van Hulst (1305-1318).

Een eerste bewijsgrond daarvoor is de kroniek van Carolus De Visch, de geschiedschrijver van de Duinenabdij in de 17de eeuw. Daaruit vernemen we dat abt Willem van Hulst het hof in Engeland met de aanhorige bosgronden verkocht heeft om zijn klooster van zware schulden te ontlasten en wegens het aandringen van sommige overheden.

Volgens W. C. Robinson werd de Duinenabdij, door een besluit van het Generaal Kapittel der Cisterciënserorde, gedwongen haar bezittingen aan de abdij van Boxley over te laten, om deze laatste te vergoeden voor de reis- en onderhoudskosten die sommige van haar monniken, ten dienste van de Orde, moesten dragen.

Het tweede bewijs is de verkoopacte zelf, waarvan, niet het oorspronkelijk opstel, maar de eenigzins verminkte inhoud in den Codex Dunensis bewaard is. Die Codex is, zooals bekend, een Formularium of Rapiarium, ten dienste geweest van een Cisterciënserabdij, waarschijnlijk Duinen of Ter Doest. Stukken van alle aard zijn er in opgenomen, maar onvolledig, besnoeid, met weglating van namen en data. Het kwam er op aan een verzameling aan de hand te hebben met de nodige voorbeelden voor het opstellen van brieven en oorkonden in de kloosterkanselarij.

We laten de tekst van die verkoopakte als bijlage volgen; tussen haakjes stellen we de vermoedelijke aanvulling van leemten.

Het stuk gaat uit van de Cisterciënserabdij Boxley, gelegen in het graafschap Kent, onder het aartsbisdom Kantelberg. Het bevestigt de verkoop van bovengemelde goederen, gestaan en gelegen te Estchirche en te Dover; het verwijst naar een verkoopakte door de Duinenabdij zelf opgesteld.

De naam Estchirche is weggelaten: maar we mogen hem met zekerheid invullen als we de beschrijving van de verkochte bezitting met de vroegere schenkingsacten vergelijken: die vergelijking sluit alle twijfel uit. De naam Boxley is tot Blox … verminkt: maar die aanduiding is voldoende om er met zekerheid Boxley in te lezen.

Immers de akte zegt dat de aankopende abdij tot dezelfde Orde als de Duinenabdij behoort, dus tot de Cisterciënserorde: hetgene voor Boxley verwezenlijkt is. Boxley ligt daarenboven in het graafschap Kent en onder het aartsbisdom Kantelberg waar de verkochte goederen gelegen zijn.

Het bleek reeds, hierboven dat Duinen vroeger met de abdij van Boxley in betrekking was, er door geholpen werd voor het aanwerven van grondeigendom te Estchirche. Boxley was voor Duinen de dichstbijgelegen zusterabdij over zee. Daarenboven is Boxley gesticht door een Vlaams edelman, de beruchte Willem van Lo, alias William van Ieper, die in den loop van de 12de eeuw, onder koning Stephen van Blois, in den Engelse burgeroorlog een schitterende rol speelde en tot beloning van zijn verdiensten graaf van Kent werd. Zo hebben de ligging en geschiedenis samengewerkt om betrekkingen tusschen die Vlaamse en Engelse zusterabdijen te doen ontstaan.

Meer nog; de abdij van Boxley had heel vroeg bezittingen te Dover, die in 1189 door koning Richard Lionhearted bevestigd werden. Op die manier moet de aankoop van de eigendommen van de Duinenabdij te Dover een gewenste uitbreiding geweest zijn voor het domein van de Engelse abdij.

Vast en zeker is bijgevolg dat de Duinenabdij, welke redenen van economische of politieke aard haar daartoe ook mogen bewogen hebben, in de jaren 1305-1318 door die verkoop van de aangeworven rechten en bezittingen, voorgoed aan de vroeger ontworpen overzeese uitbreiding vaarwel heeft gezegd.

Sedertdien spreekt geen enkele oorkonde noch welkdanig archiefstuk van de Duinenabdij van goederen of beheer van goederen in Engeland. De hierbijgaande verkoopakte uit de Codex Dunensis is het laatste bescheid dat van die bezittingen gewag maakt.

Ook van Engelse zijde wordt de Duinenabdij sedertdien nooit meer vermeld: In 1535 liet koning Hendrik VIII een lijst van alle kerk- en kloostergoederen in zijn rijk opstellen. Op die lijst staat, onder de rubriek van het graafschap Kent, maar één Cistercienserabdi j vermeld: Boxley ( 15).

Het is enkel in ‘t begin der 17° eeuw dat de namen Estchirche en Sheppey weer opduiken in de Duinenabdij, niet in oorkonden, maar wel in de letterkunde, namelijk in de hagiografische legende van den geheimzinnige Thomas Dunensis die onder de Engelse kerkvervolging van de 16de eeuw als martelaar zou gestorven zijn.

In een andere bijdrage hopen we te handelen over het ontstaan en de ontwikkeling van deze moderne heiligenlegende. We wilden echter vooraf bewezen hebben dat van de bezittingen van de Duinenabdij in Engeland, en in het bijzonder op het eiland Sheppey, na het jaar 1318, niets meer overbleef.

A. VIAENE in ‘Annalaes de la société d’émulation de Bruges’ van 1930

BIJLAGE.

Abt en monniken van de Cisterciënserabdij van Boxley, in het graafschap Kent (Engeland) bekennen van de Duinenabdij, behorende tot de Cisterciënserorde en gelegen onder het bisdom Terwaan, de goederen afgekocht te hebben welke de laatstgemelde abdij bezat in de parochie Estchirche (eiland Sheppey) en te Dover, alle gelegen onder het bisdom Kantelberg.

1305-1318.

Universis presentes litteras inspecturis frater [X ….. .] dictus ahbas, totusque etc. [conventus ecclesie de Boxley in agro Cantiano, Cisterciensis ordinis, archiepiscopatus Cantuariensis, salutem in Domino.i Universitati Vestre significamus quod, cum venerabiles et religiosi viri abbas et conventus de Dunis nostri ordinis, Morinensis dyocesis, haherent et possiderent in parrochia de… [Estchirche] quamdam curtim cum terris, redditibus, possessionibus, teneamentis et iuribus quihuscumque spectantibus ad eamdem curtem; domos mansos in Dovernia cum pertinentiis suis et iuribus; item ius patronatus in predicta parrochia et maiores decimas currentes in parrochia supradicta, que omnia sita sunt in archiepiscopatu Cantuariensi et in propria dyocesi archiepiscopi supradicti, predicti abbas et conventus de Dunis, uti sibi et monasterio suo commodiora et utiliora prospicerent et magis in posterum profutura, nobis abbati et conventui de Blox … [= Boxley] supradictis prefatam curtim suam, terras, redditus et possessiones, teneamenta omnia et iura spectantia ad eandem, domos et mansus etiam sitos in Dovornia cum pertinentiis suis, iuribus omnibus et teneamentis, vendiderunt, tradiderunt et ex causa venditionis deliberaverunt, ac nobis, monasterii nostri nomine, se vendidisse et ex causa venditionis deliherasse recognoverunt, prout in litteris suis inde confectis [plenius continetur].

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>