Brandstichting in Eversam

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       6 months ago     220 Views     Leave your thoughts  

Even een kleine update over mijn ‘Kronieken van de Westhoek’. Op 21 maart begon ik aan ‘De Geuzentijd van Veurne’ op basis van de lokale jaarboeken van die tijd. Heel erg boeiende geschiedenis. Zo boeiend dat ik er nog altijd niet vertrokken ben. Vijf weken schrijven hebben me al 56 bladzijden tekst opgeleverd en nog altijd is het einde niet in zicht. Maar daar stoor ik me allerminst aan. Wat ik wel wens te doen, is af en toe een update te plaatsen ten behoeve van mijn lezers en volgers. Iets wat ik uiteraard graag en met plezier doe. Onderstaande tekst (in het blauw) heb ik trouwens nog vanmorgen geschreven. Een voorproefje om van te smullen.

Ik heb nog altijd ideeën en projecten in overschot. Zo ben ik al enkele weken onderweg om mijn bestaande kronieken in een nieuw jasje te stoppen en onder een nieuwe noemer te brengen. Ik heb trouwens al een voorlopige werknaam voor de nieuwe serie: ‘De Rode Reeks’. Om al die duizenden bladzijden te verwerken zal ik daar nog ongetwijfeld nog veel maanden energie moeten aan besteden. Niet erg. Dus ik blijf heel erg actief bezig.

Ik blijf het trouwens erg fijn vinden dat het aantal bezoekers van mijn websites voortdurend blijft toenemen. Zo kreeg ik gisteren 146 verschillende gasten op bezoek. En als ik de stand van vandaag eens bekijk zie ik dat er al 28 vrienden de weg gevonden hebben naar De Kronieken van de Westhoek. En het is nog niet eens 9 uur.

Nog een prettige zondag en een fijn 1-mei weekend.

Ivan

…en dan nu een stukje tekst uit 1579….

 

Ik stap even naar Eversam waar enkele kloosterlingen achtergebleven zijn om hun abdij toch min of meer te kunnen vrijwaren van al te veel vernielingen. Ze doen dat discreet, houden dagelijks hun gewone kerkelijke diensten en leven zuinig van de opbrengst van het land. Blijkbaar moet dat niet naar de zin zijn van de geuzen die absoluut niet willen hebben dat er ergens op het platteland nog katholieke diensten gedaan worden. Op 4 juni 1579 stuurt de hoogbaljuw van Ieper er een pak volk naartoe. ‘Als die mannen dat gesticht helemaal geroofd en de religieuzen mishandeld hadden, lieten ze het klooster en de kerk over ten prooi aan het vuur.’

Of het nu Ieperlingen zelf zijn of huurlingen uit het Iepers garnizoen kom ik niet te weten. Ze houden zich in elk geval allerminst in. ‘Van daar trok de bende ter prochie van Noordschote waar de priester af en toe ook nog eens de Roomse godsdienst uitoefende, tot het gerief van zijn parochianen. Na al de meubelen van deze geestelijke geroofd te hebben namen ze ook alles mee uit de kerk zelf waarop ze die in brand stoken en helemaal naar de verdoemenis hielpen.’

Het magistraat wordt op de hoogte gebracht van de brandstichtingen. Daarbij vangen ze op dat er nog meer van dat op komst is. Ze willen wel eens weten wie daar achter zit. Hoogbaljuw de Loueuse en keurheer Joos de Dois gaan poolshoogte nemen bij hun collega’s in Ieper. Wie heeft hier de opdracht toe gegeven om zo baldadig te werk te gaan? ‘De Ieperse magistraat was oprecht beschaamd voor de lelijke en goddeloze daden die zijn volk bedreven had en verontschuldigde zich uitvoerig ervoor. Waarop de gezanten hem vermaanden dat hij zijn volk moest verbieden om nog zulke onbetamelijke zaken te doen en zijn mensen beter in tucht moest houden.’

Er gaan ook klachten richting het Hof maar die blijven zonder gevolg. Dergelijke voorvallen blijken zowat overal in Vlaanderen schering en inslag te zijn. Er zal wel geen enkel klooster zijn die in deze periode ongeschonden zal blijven. Voor de religieuzen van Eversam betekent de verwoesting van hun kloostergebouwen het einde van de rit. Ze zien zich verplicht om naar katholieke steden te verhuizen waar ze met de meeste moeite van de wereld aan de kost kunnen geraken.

Ik hoop voor die van Eversam dat ze hun keuze niet hebben laten vallen op Brugge. Want dan zouden ze gegarandeerd van de regen in de drop stappen. In juli 1579 ontstaat er grote heibel tussen de katholieken en de geuzen. ‘Eerstgenoemden konden niet langer de moedwilligheden van de geuzen verdragen en probeerden de bijstand te krijgen van de malcontenten. Maar nog voor die in Brugge konden geraken kregen de geuzen al de assistentie van het leger van de Staten welke dan in Torhout gelegerd lag onder het bevel van mijnheer De la Noue. Dat betekende meteen dat de Brugse katholieken moesten wijken. De openbare uitoefening van de katholieke religie werd door de calvinisten nu belet en een menigte priesters werden uit de stad gejaagd.’

In Veurne zit het evenmin goed. Ook hier de nodige moedwilligheden van de geuzen ten opzichte van de geestelijken en goede katholieken. Ook hier beletten ze de vrije uitoefening van het katholicisme. De kerk van Sinte-Walburga wordt op slot gedaan. Vooral na de roofpartij die de soldaten van het garnizoen er hebben uitgevoerd. Ze werden hier trouwens toe opgestookt door enkele van de voornaamste burgers van de stad zelf die zelf door de ‘geuzerie’ besmet zijn. En ook de consistorianten van de gereformeerde religie zitten achter de aanval op de kerk. De soldaten beperken zich trouwens niet enkel tot een raid op Sinte-Walburga. Achteraf gaan ze zich ook focussen op de woningen van de geestelijken zelf waar ze alles ontvreemden wat ze vinden zonder dat hun kapitein de heer le Noir hen ook maar een strobreed in weg legt.

De katholieke schepenen van Brugge en Veurne gaan natuurlijk op hun achterpoten staan. Ze gaan zoals verwacht klagen bij de vier leden van de Raad van Vlaanderen. Hun kerken moeten absoluut weer open gaan en de ‘religionsvrede’ dient in stand gehouden te worden. Maar ze blijven op hun honger zitten. De schepenen moeten het stellen met enkele nietszeggende antwoorden en wat povere troost die ervoor zorgen dat de steun van de Vlaamse katholieken voor de Raad van Vlaanderen nu gaat omslaan in een hevige nijd. Als het zo zit met de voortdurende repressie van hun geloof dan zouden de Vlaamse provincies zich net als de Walen beter opnieuw aansluiten onder het gezag en de gehoorzaamheid van de koning. Willem van Oranje kan de ‘fucking’ pot op.

Voorlopig zijn dat echter nog dagdromen en gaat het van kwaad naar erger voor de katholieken in Vlaanderen. Het garnizoen van kapitein De la Noue slaagt er tijdens de zomermaanden van 1579 in om de malcontenten te verjagen uit Menen, Waasten en het kasteel van Beselare. De mensen van Veurne-Ambacht blijven ondertussen hun brandschattingen betalen en hun geld wordt gebruikt om de bezetting van Sint-Omer in stand te houden. Dat leidt natuurlijk tot heel schizofrene situaties. De katholieken van Veurne staan zoals ik zopas heb uitgelegd feitelijk aan de zijde van de malcontenten maar zolang de Westhoek onder de dominantie van de geuzen blijft moeten ze wel de vuile oorlogspraktijken van hun zogezegde vrienden ondergaan.

Het verlies van Menen dwingt de malcontenten om een nieuw bolwerk te veroveren. ‘Ze wensten een sterkte in deze streek te bekomen zodat ze de inwoners van Veurne, Bergen, Nieuwpoort en Diksmuide konden dwingen om hun grote garnizoenen te onderhouden en om hen te pramen nog meer contributies te betalen. Daarom kwam Valentin de Pardieu, de heer van la Motte en gouverneur van Grevelingen in het begin van september 1579 aan het hoofd van een leger van achtduizend man naar Roesbrugge. Hij gaf opdracht om er een verschansde versterking te bouwen, op de plaats waar vroeger het oude kasteel had gestaan.’

Terwijl de malcontenten druk bezig zijn om zich in te graven in Roesbrugge positioneert het garnizoen van de staatsgezinden onder het bevel van De la Noue zich ter hoogte van Lo en omgeving. Ze verschansen zich daar in de hoop om de koningsgezinden te beletten om hun aanvallen uit te voeren op Veurne, Nieuwpoort of Diksmuide. Twee vijandelijke legers op pakweg vijftien kilometer van elkaar. In het hart van de Westhoek. Ik houd mijn hart vast voor de landlieden. Veel goed moet ik niet verwachten. Mijn vrees wordt direct bewaarheid: ‘het volk van die twee legers liep dagelijks tegen elkander uit. De ene partij net zo goed als de andere zorgde telkens weer voor groot alarm. Ze liepen nog meer uit om buit te zoeken bij de landlieden van de parochies. Zowel bij die van de zuidkant van de Ijzer als bij de mensen van de Houtlandse parochies aan het noorden van deze rivier. Hun koeien, paarden en andere goederen ontnamen ze waardoor de bevolking zich genoodzaakt zag om het overblijvend vee en hun eigendommen naar de parochies van het Bloote te zenden.’

‘En hoewel de dorpen van die streek door hun ligging tussen vaarten en waterplassen over een zekere natuurlijke veiligheid beschikten, lieten hun inwoners niet na om al de doorgangen te bezetten met sterke wachten. Ze wierpen daarbij al de bruggen af om te beletten dat de Fransen die in Lo lagen niet over de vaarten zouden trekken. De landlieden kregen daarbij de hulp van het magistraat. Het water in de kasselrij stond erg laag en daarom gaven ze het bevel om de sluizen van Nieuwpoort enkele getijden lang open te zetten zodat het zeewater vrijuit zou kunnen vloeien en zo de vaarten hoog van stroom zouden houden.’

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>