Breuk aan de klokken van Dadizele

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       1 month ago     84 Views     Leave your thoughts  

… wat voorafging …

De kerk van Dadizele

Het is te veronderstellen dat er reeds een kerk bestond te Dadizele in 1180 vermits men leest in de gedenkschriften van Jan van Dadizele dat men er alle jaren een jaargetijde deed voor Lambrecht van Dadizele. Deze Lambrecht die leefde omtrent 1180 zal diezelfde kerkdienst gesticht hebben in de kerk van zijn heerlijkheid tot lavenis van zijn ziel.

Het is buiten twijfel dat de kerk bestond in 1245, ermits in dat jaar Margaretha, gravin van Vlaanderen haar de giften schonk die door haar zuster Johanna eerder waren vastgesteld geweest. Het jaargetijde van Willem Martin werd al gedaan in het jaar 1270.

De kerk had herstellingen nodig in 1458. Men besloot om ze volledig te herbouwen. Jan van Dadizele legde de eerste steen van dit gebouw in 1462. In april 1467, net voor Pasen legde diezelfde Jan van Dadizele de eerste steen van de toren die aan de westkant gebouwd werd. Deze kapel was groot. Men ziet er de zuidkapel en de kapel van Sint-Pieter en later het groot koor, het koor van Onze Lieve Vrouw en dat van Sint-Catharina, de altaren van Sint-Pieter, van Sint-Michiel en van Sint-Sebastiaan. Er stond een standbeeld van Sinte-Godelieve.

De kerk werd verwoest en verbrand in 1580 door de Schotten die van de partij van de geuzen waren. Ze werd heropgebouwd in het begin van de volgende eeuw. In 1783 kan men er al (met uitzondering van het groot altaar) de altaren zien van het miraculeurs beeld, de Rozenkrans, het Heilig Kruis en de H. Rochus.

Pastoor Ghyselen deed ook herstellingen aan de kerk: hij verplaatste de doopvont in het jaar 1797. Hij vermeerderde het koor van het heilig Kruis in 1824, bouwde een nieuwe kapel voor Onze Lieve Vrouw in 1827 en plaatste er het klein marmeren altaar welke aan de eerste pilaar van de kerk stond.

De constructie van de praalkerk van Dadizele werd begonnen op 8 september 1857. Ze werd voor de eerste keer voor de godsdienst gebruikt op 1 september 1867. De nieuwe kerk werd gewijd door Mgr. Faict de 8ste september van 1880. Zijn heiligheid Leo XIII heeft ze verheven tot de waardigheid van basiliek op 13 januari 1882.

In de vorige eeuwen behoorde het opperste bestuur en de bijzondere leiding over de kerkgoederen aan de heer van de plaats Dadizele. Hij was in de rekeningen benoemd tot oppertoeziener van de tijdelijke goederen van de kerk. Deze toestand was van die aard dat er daarmee moeilijkheden konden ontstaan. Om deze problemen te voorkomen werd een overeenkomst gesloten op 26 juli 1696, een deal tussen Ferdinandus de Croix, heer van Dadizele en Franciscus De Clercq, pastoor van de parochie. Dat gebeurde door tussenkomst van Mgr. Martin de Ratabon, de bisschop van Ieper. Pastoor Vandermeersch schrijft in zijn kerkboek op de volgende wijze de bijzonderste punten van het akkoord neer:

‘Een contract en akkoord is gemaakt de 26ste juli 1696 tussen mr Ignatius Ferdinandus de Croix, heer van Dadizele en pastoor Frans De Clercq, en geconfirmeerd door zijn hoogwaardigheid Martinus de Ratabon, bisschop van Ieper op de 29ste oktober van 1698. In dit akkoord zijn ze overeengekomen nopens de volgende punten aangeaande het aanstellen van de kapelaan, koster, kerkmeesters, dismeesters, ontvangers van de buitenkerk en ook van die van de baljuw of bedelman van de voorzeide kerk.

Ten eerste dat de heer kapelaan gezamenlijk zal benoemd en aangesteld worden door de heer van Dadizele en de heer pastoor, en in het geval dat ze niet overeenkomen zullen ze alternatieve kandidaten mogen zoeken, de heer van Dadizele zal hierbij de eerste beurt krijgen en de pastoor de tweede en zo verder.

Ten tweede dat de koster, de dismeesters en de ontvangers van de bewuste kerk en ook de baljuw en de bedelman zullen gekozen, benoemd en aangesteld worden door de heer van Dadizele, en dat voor altijd. Deze heer zal dat nochtans niet mogen doen zonder voorafgaandelijk de heer pastoor daarover geïnformeerd en geconsulteerd te hebben en zijn kandidaat op de hoogte moet hebben gesteld over de manieren van leven en de religie van die personen dewelke hij voor de voornoemde functies wil in dienst nemen. De kerkmeesters zullen gezamenlijk gekozen worden door de heer van Dadizele en de heer pastoor net zoals dat hetgeval is met de kapelaans.

Ten derde dat de geschenken, audities en het afsluiten van de rekeningen zowel van de kerkfabriek als van de kerk en de armen van de parochie onder de verantwoordelijkheid vallen van de heer van Dadizele, hij wordt aangesteld als superintendant van de tijdelijke goederen van de kerk en as beheerder over de armen en voor de heer pastoor in zijn kwaliteit als geestelijke..

Wat de administratie van de kerk en de disgoederen betreft, die wordt voor eeuwigen dage uitgevoerd door de heer van Dadizele samen met de heer pastoor, de heer als primarus director en de heer pastoor als secundarius. Ze hebben beiden het rechty om ordonnantie te verlenen aan de ontvangers van de kerk als van de dis. Desondanks zullen alle verpachtingen, uitgaven van renten en andere kerkzaken of betreffende de dis en de rekeningen van dieren uitgevoerd worden door de heer van Dadizele of zijn gedeputeerden. Die gedeputeerde is momenteel de heer Jacques Holvoet, griffier van Dadizele….

De klokken van de kerk
Het vrolijk geluid van de klokken heeft niet alleen de feestdagen verblijd maar ook de voornaamste omstandigheden van het leven, het doopsel, de eerste communie, het huwelijk, het jubelfeest, soms hebben ze veel tranen doen vloeien. Het valt dan ook niet te verwonderen dat eenieder zoveel verkleefdheid voelt voor de klokken van zijn geboorteplaats. Men kan zo gemakkelijk begrijpen dat de inwoners van Dadizele zoveel milde zorgen gebruikt hebben voor het bezitten en het hergieten van hun drie klokken.

In 1669 bezat de kerk van Dadizele drie klokken die 6365 ponden wogen. De grote was in 1637 gegegoten en de middelste en de kleinere in 1622. Op de grote klok stond volgende inscriptie genoteerd: ‘deze klok is gegoten ter eren en gebruik van Onze Lieve Vrouw van Dadizele ten tijde van jonkheer Martinus de Croix, heer van Dadizele, Wallemotte etc… en ten tijde van de heer Pieter Sarlotes pastoor en de heer François Vander Meulen, kapelaan en Laurens Van den Weeghe de koster, ze werd “Salvator’ genoemd. Amen 1637.’

Op de middelgrote klok stond geschreven: ‘Deze klok is gegoten ter ere en gebruik van de kerk van Onze Lieve Vrouw van Dadizele in het jaar des heren 1622 ten tijde van jonkheer Martin de Croix, heer van Dadizele en Wallemotte etc en van de heer Pieter Middelen Basselier, formeel in de heilig godheid en pastoor van de parochie van Dadizele’. Op de kleine stond geëtst: ‘Martinus is mijn naam. Deze klok is gegoten op gebruik van de kerk van Dadizele in het jaar des heren 1622 ten tijde van diezelfde personen.’

Men moest de drie klokken hergieten in 1670. Toussaint Cambron, klokgieter te Rijsel werd met dit werk belast. De drie klokken worden samen 7969 pond, de grote 3600 pond en de anderen 2593 en 1786. Ze droegen de wapens van Martinus de Croix, de heer van Dadizele en een Frans opschrift met onderstaande vertaling. Op de grootste: ‘Ik ben Maria genoemd door mijnheer Martinus de Croix, ridderheer van Dadizele, Blauwentorre, Wallemote enz, burgnoot van Vlaanderen en vrouw Isabella de Schoore, zijn gezellin in 1670. Mijnheer meester Franciscus Bouxsioen, pastoor van deze plaats en deken van chistenheid.’ Op de middelste stond het volgende vermeld: ‘Ik ben genoemd Catharina door edele vrouwe Catharina de Croix, vrouw van Kemmel en Ignatius Ferdinandus de Croix, heer van Devaecker in 1670. De kleinste werd Elisabeth genoemd en verwees naar de edele juffrouw Elisabeth de Bommare en naar Pieter de Croix, de heer van Nederbeke.

Dadizele hadc in die tijd dus drie klokken en een schel die voor de vroegmis van de zondag geluid werden. In 1680 braken twee van de klokken die het akkoord maakten en men besloot ze te hergieten. Dit op verzoek van pastoor Franciscus. Men kwam overeen om een akkoord van vier klokken te doen gieten. Mattheus Chappuis, klokgieter van Kortrijk, nam het op zich om dit werk te verrichten voor de som van 436 gulden. Op voorwaarde dat men het metaal leverde. Ongelukkiglijk kon de veirde klok niet gegoten worden door een gebrek aan metaal en brak de grootste klok nog tijdens datzelfde jaar. Ze werd het jaar daarop hergoten en men gaf haar hetzelfde opschrift als voordien met uitzondering van het jaartal.

Hoe het verder afloopt met de Dadizeelse klokken leren jullie in een volgend hoofdstuk…

Uit ‘Geschiedenis van Dadizele en van zijn miraculeus beeld’ geschreven door pastoor Alphonsus-Maria Coulon in 1889.

 

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>