Coxie aan de monding van Diksmuide

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       1 year ago     506 Views     Leave your thoughts  

Coxie, de monding van de Ics en D’Icsmude
In de 9e eeuw doorboort het westelijke IJzerwater de zandbodem ter hoogte van de Uniebrug te Sint-Joris, met het gevolg dat het zich op de noordoostkant van Nieuwpoort uitspreidt. Het water mengt zich daar met dat van de Onie. Er ontstaat een nieuwe delta die in 840 omschreven wordt als ‘in sinum qui vocatur Isere Porrus’. In 961 wordt dat ‘Isere Portus in finibus Menapum’. Aan de kust, waar de Ics in de zee uitmondt, ligt Koksijde. Vroeger werd deze naam Coxie uitgesproken. Het achtervoegsel ‘ijde’ of ‘ie’, ook bekend bij andere kustgemeenten, betekent ‘aanlegplaats voor zeeschepen’. Coxie Ide is dus een zeehaven, de monding van de Ics.

Te Koksijde is het bestanddeel Ics echter hetzelfde niet meer als te Diksmuide. De ‘I’ is vervangen door een ‘O’. Dit is echter zonder belang, daar de klanken ‘IX’ en ‘OX’ verwisselbaar zijn. Ze zijn trouwens ook verwisselbaar met de klanken ‘EX’, ‘AX’ en ‘UX’. Al deze klanken spruiten immers voort uit de Keltische woordwortel ‘Uisge’ (of ‘llisc’), die de betekenis heeft van ‘water’. Naargelang de omstandigheden is het nu eens de ene klinker, dan weer een andere klinker, die de bovenhand haalt. Er bestaan talrijke soortgelijke benamingen, vooral in Engeland. Van zodra de naam ‘Icius’ – gestript is van zijn Latijns achtervoegsel komen we weer bij het Keltisch terecht. Water. Dumon hoort er een ‘iks’ in en herinnert er ons aan dat de rivier ‘Isis’ te Oxford, daar ook bekend staat als de ‘Ock’ en de ,,Ox’.

De Ics van D’Icsmond via Pervijze naar Doornpanne
En wat te zeggen over het zonderlinge geval van Pervijze. De plaats ligt, in de oude tijden, op de linkeroever van de stroom die in Koksijde uitmondt. De oudste vermelding die wij van deze gemeente bezitten, dagtekent van 103. De benaming, toen in het Latijn geschreven is Paradisus. Af en toe komt deze benaming tevoorschijn tot in 1246 hoewel er in 1120 eveneens sprake is van Parevis. De plaatselijke uitspraak op vandaag is Provisie en Pervisie. Pervizje. Paradisus staat natuurlijk niet voor paradijs.

Maar met de term Portus Icius in ons achterhoofd en met de vele omstandigheden die Portus Icius met de Westhoek linken, mogen we ons toch afvragen of Paradisus het oorspronkelijke Portus Icius niet dekt. Kan het dat Paradisus misschien een verbastering is van Paradisie waarin het woord paard een vroegere poort vervangt? En dan komen we tot Poortisus. De waarheid zit er niet zo heel ver vandaan! Even kijken in het plaatsje Sint-Joris-Peerd bij Nieuwpoort. In 1290 wordt te Nieuwpoort een plaats vermeld die de naam Porteland met zich meedraagt. Deze naam treffen wij nog een keer aan in 1314 als Portland.

Portland is gelegen aan de verste oostkant van Nieuwpoort dat zich vroeger uitstrekt tot tegen Sint-Joris-Peerd. Langs dit Portland wordt omstreeks 1227 de Beveric of de Noordvaart gegraven. Te Sint-Joris-Peerd wordt later over deze vaart een brug aangelegd die in 1548 genoemd wordt de Paersbrugghes. In 1571 is het de Pertsbrigghe. In 1695 wordt de brug zelfs Pootsbruch genoemd.

De brug bij het Portland
De brug lag tegen het Portland, en de verschillende namen die men erop toegepast heeft, blijken alle aan het woord port ontleend te zijn. Dus brengen de woorden Poots, Paers, en Perts, ons eigenlijk steeds terug tot Portsbrug. Hoe eenvoudig is het woord Port niet overgegaan tot peerd of paard? Kunnen we niet spreken van het zelfde fenomeen te Pervijze? Is het woord Port in Portus Icius hier ook overgegaan naar paard? Met het gevolg dat Portus Icius is kunnen overgaan naar Paard-Isie?

En met het verder gevolg dat de schrijver, een monnik die zich in een klooster te Oudenaarde Ename bevindt, de uit 1063 afkomstige Latijnse spelling ‘Paradisus’ te hulp roept om aan de benaming enige zin te geven? Het lijkt logisch voor onze schrijver René Dumon en dat kan meteen ook betekenen dat Caesar mogelijk zijn hoofdkwartier kan opgetrokken hebben redelijk ver van de havenmond te Koksijde. Ter hoogte van Pervijze. Want een portus dient niet noodzakelijk aan de kust gelegen te zijn. Een geschikte plaats langs een bevaarbaar water kan immers ook een portus zijn.

Tegen het begin van de eerste eeuw na Christus is de Pax Romana in onze gewesten een realiteit geworden en heeft de bevolking zich aan de nieuwe situatie aangepast. Vanuit Terwanen wordt toezicht uitgeoefend over orde en veiligheid bij de bevolking, maar er is ook ruimte voor enig zelfbestuur voor de stadsbesturen die dat wensen. Zo bijvoorbeeld dat van Nieuwpoort. Gemeenten met zelfbestuur worden door de Romeinen ‘vicus’ genoemd. Een college of een ‘comitia’ kiest de magistraten en de gemeenteraad en vaardigt de lokale bestuursreglementen uit.

Onder de kleilagen van Oostduinkerke
De gemeenteraad, de ‘ordo decurionum’ staat de magistraten bij in het dagelijks bestuur. De magistratuur bestaat uit twee ‘duoviri’, die tezelfdertijd burgemeester en vrederechter zijn. Met daarbij twee quaestoren, ontvangers en twee aedielen, politiechefs, die belast worden met het toezicht over gebouwen, markten, wegen, maten en gewichten. En met het handhaven van de openbare orde. Zo gaat het ook in de vicus Nieuwpoort die in deze tijd bekend staat onder de naam Coed dat in het Latijn dus als Cuete wordt vertaald. Door het feit dat de Romeinen de status van vicus geven aan Nieuwpoort, wordt er dan ook gesproken van de stad van Nieuwpoort, de stad Coed. Cuetewyc.

De verovering van Engeland door de Romeinen in -43 is van groot belang voor Coed en de Oniehaven. Vanaf die tijd functioneert Coed als toevoer- en bevoorradingshaven voor de Romeinse militairen in hun nieuw gewonnen overzees gebied. Koopwaar, wapens en goederen worden via de Seine en via de Onie naar Coed aangevoerd. Bonen (nu Boulogne), Wissant, Kales, Grevelingen en Koksijde beschikken niet over een achterliggende waterverbinding en zo verhuist het zwaartepunt van de logistiek naar het Nieuwpoort van toen: Cuetewyc. De Romeinse beschaving heeft grote invloed op de welstand aan de Westkust. Dat merk je zo. En de massa aan vondsten liegt er niet om. De ruw afgewerkte potten en vazen, nog in gebruik voor de Romeinse tijden, ruimen al in de eerste eeuw na Christus plaats voor fijnere producten afkomstig van allerlei exotische plaatsen.

Een grote variatie van rijke Samiaanse vazen afgewerkt in de beste werkhuizen van Duitsland en Frankrijk, en later de nog fijnere Castor vazen uit Engeland, vinden vlotjes kopers in onze streek. Onder de kleilagen van Oostduinkerke, Westende, Slijpe, Gistel, Mannekesvere, Snaaskerke, Rattevalle, Sint-Pieterskapelle, Leffinge, Schore, Zevekote, en vooral in Steendam bij Nieuwpoort vinden we huisgerei terug. In Steendam worden er zelfs sporen gevonden van een centrale verwarmingsinstallatie die ooit gevoed werd door die steenkool afkomstig van Newcastle.

Kostbare Engelse Castor vazen
De dure Engelse Castor vazen zijn in Frans-Vlaanderen nagenoeg onbekend. En dat staaft de bewering van Dumon dat de Oniehaven een uniek afzetgebied biedt aan de Engelse fabrikanten, die ze op geen andere plek kunnen terug vinden aan de Noord-Franse kusten. Naast uitmuntende waterverbindingen bestaat er eveneens een duurzame landverbinding naar het West-Vlaamse binnenland. De Romeinen verbeteren de landwegen en ze leggen een netwerk aan van grote wegen.

Eén ervan met het eindpunt in het strategisch gelegen Oudenburg, stroomopwaarts aan diezelfde Onierivier. Oudenburg heeft een schitterende ligging, pal op de weg die door de Rijnschepen wordt gevolgd. De Nieuwpoortse kooplieden kunnen al snel vlugge reizen ondernemen via Oudenburg. Weldra ontstaan er langs de Romeinse heerwegen tal van ‘stationes’ en ‘tabernae’, zeg maar de baanrestaurants en tankstations die we op vandaag kennen langs onze autosnelwegen. De progressieve en stabiele invloeden van het Romeins bestuur zorgen lange tijd voor vrede en welvaart. De handel bloeit, de scheepvaart floreert?

Er wordt op grote schaal zout ontgonnen langs de kust. Er worden schapen en varkens gekweekt. Het zout, de wol, en de hammen worden naar verre streken verzonden. Ons volk leeft een goed leven. De enige stoornissen die het leven van de kustbevolking aantasten, zijn de sporadische invallen van zeerovers, de Chauken, die plaats vinden tussen de jaren 172 en 174. Maar algemeen gezien beheerst de Pax Romana op een erg positieve manier het leven van de mensen. Rond het midden van de derde eeuw begint het tij echter grondig te keren.

Het centraal gezag van de Romeinen begint te verzwakken
Stilaan verzwakt het centraal gezag van de Romeinen. Vreemde volkeren vallen de grenzen aan van het ooit zo sterke Romeinse rijk. En tot overmaat van ramp krijgt onze kustbevolking af te rekenen met een reeks omvangrijke overstromingen. Al rond 240 zien de Romeinen zich genoodzaakt hun vlootstation te Arentsburg, tussen Maas en Rijn, te ontruimen. En dat betekent meteen het einde van de Classis Germanica in onze streek.

Het betekent hoe dan ook een zware tegenslag voor Nieuwpoort. De ooit zo veilige vaarroute is nu onderhevig geworden aan de aanvallen van hordes vreemde benden. Vanaf 287 wordt de situatie nog slechter als zeerovers ook de westkust beginnen aan te vallen. Saksische roversboten, aangelokt door de hier heersende weelde, varen overnacht stil en onopgemerkt de kusthavens binnen, ontschepen hun volk op een beloftevolle plek en vallen er alleenstaande hoeves of villa’s aan, waarna ze met de gestolen buit, net zo stil en onopgemerkt als ze gekomen waren, weer via de zee vertrekken. Het lijkt een geval van homejacking uit de 21e eeuw. Met de tijd worden de zeerovers driester. Ze komen vaker en in groter getale. Soms hele vloten en zelfs overdag. Dorpen langs de Gallische en Engelse kusten worden aangerand en uitgeroeid.

Pas rond 296 worden er eindelijk afdoende maatregelen genomen tegen het Saksisch gevaar. Er worden versterkte vestingen gebouwd in het zuidoosten van Engeland en langs de kust van Vlaanderen en Frankrijk komen er drie forten. Zo krijgt onze kust stilaan de naam van ‘Litus Saxonicum’ toegewezen. Van de drie gebouwde forten liggen er vermoedelijk twee langs de Vlaamse kust. De derde post ligt bij Kales in het plaatsje Marck. Een eerste Vlaamse vesting, bemand door 1000 soldaten is Portus Aepatiacus die onder het bevel staat van een generaal van de provincie Belgica Secunda.

Het marinestation Grannona
Daarnaast bestaat er eveneens een marinestation dat gelegen is langs de Litus Saxonicum op een plaats met de naam Grannona. Ook hier worden ongeveer duizend marinesoldaten gekazerneerd. Beide forten staan onder het opperbevel van de prefectus van Gallië. Langs de Engelse kusten worden er negen forten gebouwd met hun hoofdkwartier in Rutopia, Richborough, aan de monding van de Thames. Het blijkt overduidelijk dat het grootste Saksiche gevaar uit het oosten komt.

De Saksers, weldra in hun rooftochten gevolgd door de Franken, komen uit de richting van de Vlaamse kust. Aan onze oostkust beschikken de rovers over een overvloed aan verspreide eilanden die een ideale uitvalsbasis vormen voor hun rooftochten langs de kusten van Engeland. Het is voor de Romeinen van groot belang de rovers in bedwang te houden, hun de weg naar Engeland af te snijden en tevens ook onze eigen kust en ons eigen binnenland tegen hun drieste rooftochten te beschermen.

De scheepvaart tussen Engeland en het vasteland, via de Onie, moet tot elke prijs vrij blijven. De verbinding met Oudenburg, eindpunt van een nieuw wegennet, mag onder geen enkel beding onderbroken worden. Portus Aepatiacus en Grannona liggen ongetwijfeld aan de Vlaamse kust. Eerstgenoemde is waarschijnlijk Oudenburg waar men later trouwens de overblijfselen zal opgraven van het voormalige fort. Grannona, het marinestation van de Romeinen, situeert zich aan de zeemonding van de Onie.

Waar anders kan de bescherming gegarandeerd worden aan de schepen die vanaf de zee de weg kiezen van de binnenwateren van Gallië? Naamtechnisch is het opmerkelijk dat het bestanddeel ‘Ona’ in Grannona overeenstemt met onze Onie. Kan het woord Onie niet het resterende deel zijn van de langere naam die werd gebruikt in de Romeinse tijd? Is het niet goed mogelijk zijn dat de naam Grannona na de Romeinse tijd tot Groane zal samengevoegd worden?

Dit is een uittreksel uit deel 1 van De Kronieken van de Westhoek

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>