Crommen-Elst en Scheurpitte

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       6 months ago     236 Views     Leave your thoughts  

wat voorafging ….

Wat er ook van zij; in 1434 behoorde heerlijkheid van Elverdinge-Vlamertinge goed en wel aan Filips de Goede, graaf van Vlaanderen. In mei 1435 schonk hij het gebied aan zijn onwettige zoon Cornelius van Bourgondië voor de duur van zijn leven. Later, door de brieven van 19 februari 1444, breidde hij de schenking uit tot de erfgenamen van Cornelius, verwekt in een wettig huwelijk. Op last van de genoemde graaf van Vlaanderen, hertog van Bourgondië, had de moeder van Cornelius, een zekere Catherina Scaers, gedurende een tijd het bestuur van het gebied van Vlamertinge in handen. Van 1460 tot 1549, gedurende een tijd van 89 jaar, werd de heerlijkheid in pand gegeven en het lijkt ons dat het sedert die periode als afzonderlijk van het domein Elverdinge kan worden beschouwd, door een heerlijkheid met eigen grondgebied te vormen.

Jan de Cerf, ridder en heer van Wintershove, zoon van Jacob en Catharina van den Corenhuuse, werd heer van Vlamertinge in 1605. Hij was gehuwd met Maria van Pollinchove, dochter van Frans, heer van Westouter. Dit wordt bevestigd in een brief, geschreven op 4 januari 1738 door de raad van de Acht Parochies. Daarin stond dat de heerlijkheid van Vlamertinge werd verpand aan Jan de Cerf voor de som van 5000 gulden, door vergunningsbrieven van de aartshertogen Albrecht en Isabella van 1 oktober 1605, geregistreerd op 15 december.

Als gevolg van voorwaarden, gepubliceerd in 1626, betreffende ‘de verhoging en versterking van delen van het domein van Zijne Majesteit in het land en graafschap Vlaanderen’, bleef de heerlijkheid Vlamertinge verpand aan Pieter Immeloot, heer van Leghere, als meestbiedende, voor de som van 35000 gulden, als gevolg van het decreet van 19 maart 1638. Deze som werd betaald aan de ontvanger-generaal Ambrosius Vanoncle, door twee kwitanties, de ene van de 10de, de andere van de 12de juni 1638.

Deze familie de Cerf woonde reeds lang in Vlamertinge, maar enkel tijdens de zomer. M. de Coussemaker bezat in zijn bibliotheek een gebedenboek uit de 15de eeuw, versierd met mooie miniaturen. Op de kaft stond te lezen: ‘Dit bouxken behoort toe Ioncvrauwe Katelina van den Corenhuze, husvrauwe van Ioncheer Iacob de Cherf, wonende tot Ipren ofte tot Vlamertinghe, ende overlede den xxviiij novemer 1572.’

Frans de Cerf, heer van Wintershove, enz.., oudste zoon van Jan, volgde hem op. Hij stierf zonder erfgenamen na te laten, in 1633 tijdens het gevecht van Hamelen, in het hertogdom Brunswick. Hij was cavaleriekapitein in het keizerlijk leger. Karel de Cerf, broer van Frans, was eveneens kapitein. Hij huwde met Maria-Catharina Immeloot, dochter van Pieter, heer van Leghere.

In 1717 vinden we Frans-Jan de Cerf terug, markies van Wintershove, Steene, Haghedoorne, Ryvelhove, Oversdam en erfelijk grootbaljuw van de stad, zaal en kasselrij Ieper, gestorven op 14 april 1729. Hij was gehuwd met Johanna Heinderyckx.

Jan-Frans-Jozef de Cerf, zoon van Frans-Jan de Cerf, eveneens erfelijk groot-baljuw van Ieper (5 augustus 1730), heer van Wintershove, Tryne, Steene, Haghedoorne, enz…, huwde met Françoise-Pelagie de Guines-Bonnières. In het begin van 1697 was deze Jan-Frans de Cerf kolonel van het militair regiment van Vlaanderen, in garnizoen te Landau. Tezelfdertijd was Jan, baron Coppieters, gehuwd met Catharina Immeloot, ook heer en later zijn zoon Ferdinand-Jan-Baptiste.

Jan-Karel-Augustin de Harchies, ridder, later markies en heer van Drinkham, kapitein in het regiment van Rohan-Rochefort, weduwnaar in een eerste huwelijk van Margareta-Françoise de Moucheron, was heer in 1769 door zijn huwelijk met Johanna-Charlotte de Cerf. In 1782 had Johanna-Charlotte de titel van vrouw van Vlamertinghe (na de dood van haar echtgenoot). Gedurende haar leven werd haar enige zoon, de heer Lodewijk-Frans-Gabriel-Jozef, markies de Harchies, in het bezit gesteld van het domein van Vlamertinge, als voorschot op zijn erfenis, door een akte die aangenomen werd te Château-Thierry op 3 juli 1785. Hij was gezamenlijk heer met Philippe-Joseph-Antoine de Coullemont de Waterleet, heer van Tupigny, Leghere, enz..

Leenrecht, rapporten, volkstellingen
De administratieve zaken van de heerlijkheid werden beheerd door de schepenen van de parochie onder voorzitterschap van de baljuw. De heer van Vlamertinge bezat hoger, middelbaar en lager gerecht. De terechtstellingsplaats was het ‘Galgheveldt’. Hij bezat het recht om bomen te planten langs de baan van Ieper naar Poperinge, op het grondgebied van deze heerlijkheid. Dit recht werd bevestigd door een akte van algemene bekendheid, afgeleverd door de magistraat van de parochie.

Het markizaat van Wintershove, met zijn kasteel en landerijen en de heerlijkheid van de Leghere vielen onder de heerlijkheid van Vlamertinge. We hebben reeds vroeger gemeld dat dit domein werd opgemeten in 1449. De opmetingsakte bestaat nog en is als volgt getiteld: ‘Dit zyn de landscult die men schuldich es mynen heren van Bourgoignen, grave van Vlaendren, ter cause van zyne eerscepie van Elverdinghe ende Vlamerdinghe, ghemeten by me Welin van Nieukerke, ghezworen landmetere, int jaer MCCCCXLIX’.

Uit dit document, dat te lang is om hier integraal af te drukken, staat nog een hoofdstuk onder de titel ‘Dit syn de landen in Vlamerdinghen in schelycx dat hier voren staet.’ Het bevat de achtereenvolgende vergrotingen van het domein sedert het begin van de 15de eeuw. Een ander stuk bevat een volkstelling van het leen van Elverdinghe-Vlamertinghe. Wegens haar topografische details is dit document zeer interessant.

Zo staat er het volgende te lezen: ‘Kasteel: alvooren den syngel, synde het foncier der heerlichede van Wyntershove alwaer het casteel op staet met den boomgaert ende mersch van oosten ende hovenier ende boomgaert van westen…behoorende toe en gebruikt door mher François-Jan de Cerf, marckgrave van Wyntershove, heere van Vlamertynghe, Steene, etc. Hy gebruikte daerby noch een leen ‘ghenaemd het Wulvebilgen’, zynde een partie zaeiland, toebehoorende aen den disch van Vlamertinghe.’

Op het grondgebied van Vlamertinge waren enclaves gelegen. Het waren gebieden, toebehorende aan het kapittel van Sint-Pieter te Rijsel, gemeenzaam als de ‘Heerlykheid van de Capittels’ aangeduid of eenvoudig als ‘De Kapittels’. Ze vormden met gelijkaardige eigendommen te Kemmel, een domein van ongeveer 220 hectaren. Er waren ook nog andere enclaves.

Crommen-Elst: een deel was afhankelijk van de Zaal van Ieper, de rest (ongeveer 400 ha) vormde een afzonderlijke heerlijke jurisdictie. Deze behoorde in 1525 toe aan Antoon Vander Gracht en vormde de elfde verenigde branche van de Acht Parochies, waar verder sprake zal over zijn. De Crommen-Elst bevatte het gehele westelijk deel van de nu bestaande gemeente tussen de Lombaertbeek en de grens met Ieper.

De heerlijkheid van Scheurpitte: ze was 5 gemeten groot en afhankelijk van de heerlijkheid van de Clyte, ook ‘Het Hof ter Clyte’ genoemd. (Reningelst). Op 10 mei 1752 kocht Guillaume-François-Bertin de Langhe het van Eléonora-Johanna Pontet d’Aubers (Douai), weduwe van Nicolas Spannut, ontvanger van de Zaal en Kasselrij van Ieper, en echtgenote van Gerard Bonten op het ogenblik van de verkoop.

De Drie Torren van de familie Immeloot.

De heerlijkheid van ‘de Leghere’ van de familie Immeloot..

Uit ‘Histoire de Vlamertinghe en Flandre’ van Emile Vanden Bussche van 1880, vertaald door Frans Lignel in juli 1983 Vlamertinge in vervlogen dagen – lees hier het vervolg –

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>