De abdijen van Mesen en Zonnebeke

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       1 year ago     508 Views     Leave your thoughts  

Het hoofdkwartier van de clan van Rolleghem
De van Rolleghems hebben zowat overal gronden en lenen. Zonnebeke bevindt zich in het hart van hun territorium. Ze bezitten zowat overal macht en invloed. In Ieper bezitten ze het hele noordelijke buitengebied van Ieper. Het ‘Rollegemse’ is een belangrijk leen dat grenst tot aan de oude stadsgrachten van de stad. De plek waar zich anno 2012 de Surmontstraat, de Henri Cartonstraat en de Diksmuidestraat bevinden, is in die tijd eigendom van de familie van Rolleghem.

Wie in en uit de stad moet, wordt verplicht om tolgelden te betalen aan ‘Sint-Princens Rolleghem’. ‘Up de Hanguarchgracht, ol so men gaet ten Rolleweghe’. In Passendale, Beselare en Ledegem hebben ze belangrijke leengoederen. In Zonnebeke bezitten ze de beste landbouwgronden. Sint-Jan, de bossen van Zonnebeke tot aan de voet van Ieper zijn hun eigendom. Gebieden in Ledegem, Reningelst, de Klytte. Gronden ter hoogte van Ardres bij St.-Omer. Hun bloedband met de steenrijke familie Halewin zal trouwens de naam geven aan Halluin bij Menen.

Het Rolleghemse, in het noorden, vóór de Diksmuidepoort gelegen, bestaat uit het ‘Princen-Rolleghem’, dat ten oosten van den Diksmuideweg aan de Goudinegracht ligt en het eigenlijke Rolleghemse, ten westen van de zelfde weg aan de Sceuvelgracht. Door het aanleggen van de versterking van 1214 zullen Princen-Rolleghem en het Rolleghemse deels door de stad ingelijfd worden. Het stadsgedeelte van dit laatste leen heet sindsdien Stede-Rolleghem en beslaat ruim 4 hectare terwijl het overige stuk grond met een oppervlakte van 7,92 hectare ‘St Jans-Rolleghem’ genoemd wordt, omdat het tot St. Jans parochie behoort.

Het heerschip van Rolleghem
Het heerschip van Rolleghem is trouwens op dit moment baas over het machtig geworden Ieper. Diederik (Theobald) van Ieper is benoemd als baljuw voor het leven. Hij is getrouwd met Ramburga. In 1070 wordt hij uit de weg geruimd op bevel van gravin Richilde van Henegouwen. Alles heeft te maken met de machtsoverdracht aan de nieuwe graaf Robrecht de Fries. Zijn weduwe Ramburga hertrouwt met (de Brugse) ridder Fulpold de Loppinis. Het kerkelijk landschap bevindt zich in die jaren in een diepe crisis. De misbruiken die zich vanaf de 9de eeuw op zowat alle niveaus van de kerk van het bisdom van Terwaan voordoen, zijn talrijk.

Een echte plaag is het. De paus wil paal en perk stellen aan die misbruiken en beveelt aan de bisschop van Terwaan om de boel te herstructureren. De invloed van de leken in de kapittels, parochies en kloosters wordt grondig teruggeschroefd. Een team van geestelijken onder leiding van Lambertus, de abt van Sint-Bertijns, zal zich de komende decennia concentreren op de stichting van nieuwe of de regularisatie van bestaande kapittels. De nieuwe stichtingsbeweging krijgt volop de steun van de graaf en zijn voornaamste vazallen. De herstructurering laat zich asap gevoelen met de stichting van het Ieperse kapittel.

De familie van Rolleghem springt op de kar van Terwaan. Is een kapittel in hun eigen streek – midden in de bossen van Zonnebeke – niet ideaal om structuur en controle te brengen in hun eigen heerlijkheden en domeinen? Is een eigen kapittel niet de gedroomde plaats om hun kinderen te laten genieten van een gepast inkomen? De opbrengsten (prebenden) verbonden aan een kanunnikplaats zijn uitermate attractief. En dat ze daarbovenop nog een officieel karakter hebben dank zij kerk en staat is al helemaal meegenomen! En de verzekering van het eeuwige zielenheil is natuurlijk een toemaatje van belang.

Fuldpold de Loppinis sticht het kapittel van Zonnebeke
Eerst en vooral is er een officiële structuur nodig. Een kapittel. Er wordt in 1072 een deal gesloten met bisschop Drogo van Terwaan. De afspraak wordt schriftelijk bevestigd in een oorkonde gericht aan Fulpold de Loppinis, burggraaf van Ieper. Voor het eerst wordt er effectief neergeschreven dat de parochie Sinnebecche met zijn eigen kerk en priester het recht krijgt om een kapittel op te richten. We spreken over het jaar 1072.

In dat zelfde jaar is er volgens de kronieken sprake van aardbevingen, stormwinden, overstromingen en een grote sterfte onder de vissen. Ramburga heeft uit haar huwelijk met de vermoorde Theobald twee zonen: Theobald en Fromold. De opvolging van het geslacht van Rolleghem verloopt verder via Theobald die vijf zonen nalaat: Fromold, Wulfric, Adam van Passendale, Lambert en Theobald. Het kan geen toeval zijn dat de zonen en kleinzonen de grootste weldoeners zijn om binnen de grenzen van hun kapittel een klooster te stichten. Ze kunnen er alleen maar bij winnen. De nieuw op te richten abdij zal gefinancierd worden dank zij de tienden van de heerlijkheden Beselare en Zonnebeke die overgedragen worden aan het nieuwe kapittel. De proost wordt een machtige grootgrondbezitter met veel pachtboerderijen, uitgestrekte bossen en een massa landerijen in eigendom.

Het nieuwe klooster zelf wordt geïnstalleerd in de onmiddellijke omgeving van de voornaamste heerlijkheid, het huis van de heer van Rolleghem. Er worden 24 gemeten grond (meer dan 10 hectare) vrijgemaakt in het oostelijke uiteinde van het Rumetra woud, vlak bij de open plek, en niet zo ver van het bestaande privékerkje van de Rolleghems van Zonnebeke dat nu de titel krijgt van officiële kapittelkerk. Drie kanunniken onder leiding van de proost betrekken het nieuwe klooster. De proost is trouwens niemand minder dan Fromold van Rolleghem, de broer van de kasteelheer. Er kan nu dag en nacht gebeden worden voor de zielzaligheid van de eigen gegoede familie.

Het bezit van tienden staat voor geld en macht
Proost Fromold houdt er een vriendschappelijke relatie op na met Karel De Goede, de graaf van Vlaanderen, die resideert in Brugge. De invloed van de toonaangevende familie van Rolleghem is duidelijk merkbaar op het beleid. De overdracht van die tienden aan het pas opgerichte kapittel is dan ook wel echt relevant te noemen. Het bezit van tienden staat voor geld. Macht. Het zijn de opbrengsten van de offerande en een belasting op de parochianen van 10% van hun oogst en inkomen.

De totale opbrengst (altare) wordt verdeeld in 3 delen: een derde voor het levensonderhoud van de pastoor, een derde voor het onderhoud van de kerk en de rest is bedoeld als steun voor de armen. De twee derden voor de kerk en de priester worden het ‘bodium’ genoemd. De mensen worden verplicht om hun tienden te betalen aan de kerk die gelegen is binnen de perfect afgebakende grenzen van de parochie. Ook de begrafeniskosten zijn erg belangrijke inkomsten voor de proost. Om in de hemel te raken moet er eerst afgedokt worden.

De van Rolleghems spelen trouwens dezelfde truc op hun uitgebreide grondgebieden van Ardres, in de buurt van St.-Omer, waar ze in dezelfde periode eveneens een bescheiden kapittel oprichten langs de oude Romeinse heirbaan tussen Boulogne en Cassel. In de heuvelachtige bossen langs de rivier de Hem. In diezelfde periode gunt diezelfde bisschop Drogo van Terwaan de oprichting van het kapittel en abdij van Voormezele. Isaac, de heer van Voormezele, heeft ook een succesvolle lobbywerking uitgevoerd.

Het is trouwens wel merkwaardig dat bisschop Drogo gelijkaardige oorkonden geeft aan Ardres, Voormezele en Zonnebeke. Het gloednieuwe kapittel van Zonnebeke begint aan een steile opmars. Alles verloopt ongetwijfeld zoals gepland bij de stichting. Eén van de zonen van Theobald is priester. Lambertus (Lambrecht) wordt in 1087 aangesteld als kanunnik van het bisdom Noyon-Doornik die de lakens uitdeelt in de parochies Geluveld, Passendale, Zandvoorde en Hollebeke.

In 1113 wordt het nog gortiger
Ondertussen wisselen zijn broers Fromold en Wulfric elkaar af als burggraven in het machtige Ieper. Ook hier wint het Sint-Maartenskapittel voortdurend aan macht en invloed. In datzelfde jaar schenkt de bisschop van Lambertus het altare van Beselare aan het kapittel van Zonnebeke. In 1093 volgen de schenkingen van het altare van Roeselare en de heerlijkheid van Oostnieuwkerke. Het lijkt duidelijk dat Lambertus van Rolleghem bij al deze transacties nogal wat in de pap te brokken heeft. Anno 1096 promoveert kanunnik Lambertus tot aartsdiaken van het bisdom Doornik.

Vanaf 1110 bevestigt paus Paschalis Lambertus eveneens tot proost van het kapittel van zijn thuisbasis van Zonnebeke. Hij wordt er met andere woorden baas en grootgrondbezitter over de uitgestrekte gebieden die hij zich zelf liet schenken. In 1113 wordt het nog gortiger als hij het schopt tot bisschop van het bisdom Doornik. Amper één jaar later bevestigt hij de schenking van het altare Passendale aan het kapittel van Zonnebeke. Broer Adam is niet enkel de bezitter van de Passendaalse gronden. Hij zwaait ook de scepter over gronden in Roeselare en Ieper. Ook die worden versast naar de moederholding; ‘het kapittel van Zonnebeke’.

De transacties en de eigendommen van de holding worden ten persoonlijken titel bevestigd door niemand minder van graaf van Vlaanderen Boudewijn. Het is duidelijk dat éénzelfde familie al eeuwenlang de plak zwaait en zal blijven zwaaien over de hele regio tussen Ieper en Roeselare. Met de komst van het kapittel is er echter één zaak veranderd: de eigendommen zijn ditmaal officieel bevestigd door kerk en staat. De taksen en tienden op alle opbrengsten in de regio worden nu officieel naar de familie van Rolleghem gekanaliseerd. Onder het voorwendsel van het christelijk geloof en onder druk van de eeuwige verdoemenis in de hel.

De stichting van het Zonnebeekse kapittel in 1072
De heerlijkheid (en het kapittel) van Zonnebeke beschikt voortaan over een eigen rechtspraak en strekt zich uit over de ‘prochien van Sonnebeke, Becelaere, Langhemarcq, Zillebeke, Leinceele, Passchendaele, Nieukercke, Ghelevelt, Hooghelede, Gheyts en daerontrent mitsghaeders in Nederwaestene’. De stichting van het kapittel in 1072 en de bouw van een klooster in de bossen van Zonnebeke worden gevolgd door de stichting van een vrouwenklooster dat gebouwd zal worden in het zuidwestelijke uiteinde van de Rumetra.

In 1112 wordt de opstart van ‘een eiland van eenzaamheid’ bekend gemaakt; ‘Ego Joannes D.G. Morinorum epsicopus, notum esse volo quod ecclesiolam illam in solitudine nemoris quod Rumetra vocabatur, etc…’ De abdij van de Nonnenbossen, ‘Beata Maria de Buscho’, is geboren. De stichting van vrouwenabdijen is een vrij recent fenomeen in het Vlaamse landschap. De vrouwenkloosters schieten in het begin van de 12de eeuw als paddenstoelen uit de grond. De broers van Rolleghem hebben ongetwijfeld één of meerdere zussen. De geschiedenis brengt hierover geen uitsluitsel. Maar het is zeer plausibel dat de stichting van het klooster van de Nonnenbossen rechtstreeks verband houdt met de aanwezigheid van adellijke dames ten huize van het geslacht Rolleghem.

Beata Maria de Buscho wordt in 1113 plechtig ingewijd
De inspiratie is niet ver te zoeken. In de achtertuin van Zonnebeke, ten oosten van het eigen grondgebied Zandvoorde is er in de heerlijkheid van Mesen die zowat de hele zuidkant van Ieper in eigendom heeft (Mesen, Wijtschate, Voormezele, Zillebeke, Kemmel, ..) als sinds 1050 een Benedictinessenklooster gesticht door Adela, de echtgenote van Boudewijn, de graaf van Vlaanderen. Het vrouwenklooster is een exclusieve bedoening waar enkel plaats is voor adellijke dames. De hoogste adel van de streek – met inbegrip van de graaf en gravin – zorgen voor voldoende sponsoring. Adela staat er zelf aan het hoofd en regeert er als een prinses over de club.

Vanaf 1079 krijgt ze trouwens de volledige rechtspraak en burgerlijke bevoegdheid over de imposante heerlijkheid van Mesen. De weelderige bossen tussen het Hooghe en de heerlijkheid van Zonnebeke strekken zich uit als een doolhof van tientallen vierkante kilometer. Er wordt beslist om het nieuwe en exclusieve vrouwenklooster mét kerk te bouwen middenin het woud. Ter hoogte van de plek die de mensen nu ‘De Westhoek’ noemen. Goed bereikbaar vanuit Ieper via de Beaurewartstraete (de Bellewaerdestraat) en de Zandberg. Niet ver van de Oude Borneweg (nu de Waterstraat), de Frezenbergstraat en parallel met de Oude-Kortrijkstraat. ‘Er gaan nonnen wonen in onze bossen’!! De mensen spreken al snel over de ‘Nonnenbossen’. Officiële middeleeuwse documenten omschrijven de cella als ‘de Onze-Lieve-Vrouwe-abdij van Nonnenbossche’.

In 1113 worden kerk en klooster plechtig ingewijd. Het schoon volk is er massaal aanwezig. Niemand minder dan Jan van Waasten, de bisschop van Terwaan leidt de openingsceremonie. De hele ‘état-major’ is natuurlijk ook van de partij. Lambertus, de Zonnebekenaar en aartsdiaken van het bisdom Doornik en zijn broer Fromold, de burggraaf van Ieper, zitten op de eerste rij. Net zoals de proosten van de kapittels van Voormezele en Ieper (Abbold en Gerardus). De eerste kerk van 1112 zal trouwens in 1197 vervangen worden door een groter exemplaar. Beata Maria de Buscho krijgt van bij de start de heerlijkheid Zonnebeke in haar bezit. Er is sprake van een onvoorwaardelijke overdracht van het kapittel naar het adellijke vrouwenklooster.

Ik kreeg van een sympathisant wat kaartmateriaal over de locatie waar vroeg de abdij van Mesen gebouwd stond. Twee kaarten van de kadastrale atlas P.C. Popp, omstreeks 1850,
-Mesen, met de locatie van de vroegere abdij – later Koninklijk Instituut (1776), bemerk de oude kern.
-Mesen, Popp, stadsuitbreiding toen noodzakelijk en erezaak werd om een groot marktplein met de Slijpstraat en Ketelstraat (tot de Steenstraat = Romeinse weg) aan te leggen, de nummers op de Popp-kaart zijn kadastrale nummers in tegenstelling de atlas van de buurtwegen zijn volgnummers naar een index achteraan het boek.
-Mesen, atlas buurtwegen, plaats waar véél edele heren en dames kwamen en daaraan vandaag niks meer van over blijft.

.

Met veel dank aan Guy Menu voor zijn bijdrage!

mesen1

mesen2

mesen3