De adem van wat voorbij is

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in  ,      2 years ago     529 Views     Leave your thoughts  

Onze tijd op aarde
We hebben allemaal onze eigen tijd op aarde. Ofwel zijn we nu volop aan de gang met ons leven, ofwel is dat al voorbij. De generaties komen en gaan. Van vader en moeder op zoon of dochter. Ze veranderen al sinds mensenheugenis zowat om de 25 jaar. Elke 25 jaar staat nieuw jong geweld klaar om de fakkel over te nemen en een stuk leven voor zich te maken. Het resultaat van al die voorbije generaties noemen we ‘geschiedenis’. Wat is er allemaal geschied in die vele vorige levens? Onze geschiedenis is er een van erg lange adem. De nevel van veel (tien)duizenden jaren. Bijna op het einde van die periode, zowat 1200 jaar geleden, begonnen onze voorouders hun belevenissen hier en daar neer te pennen. Het schrift, perkament, papier, kronieken. Aanvankelijk erg sporadisch maar gaandeweg meer en meer. Twaalf eeuwen geschreven geschiedenis waarin onze vaders en moeders allemaal hun eigen rol hebben gespeeld. Hoeveel van onze voorouders waren dit? Mijn vader, mijn grootvader, mijn overgrootvader, diens vader, grootvader, overgrootvader en diens voorouders hebben elk hun stukje leven, lijden en werk nagelaten. Een kleine rekensom leert je dat jij misschien ergens nummer 50 in de rij bent sinds je stamvader voor het eerst begon te schrijven.

Alles is verleden
Niets fascinerender dan het verleden. Want eigenlijk is alles verleden. Die vorige zin ‘Want eigenlijk is alles verleden’ is op zich al verleden want hier staat al de volgende zin neergeschreven. Gek toch? Er bestaan eigenlijk maar drie periodes in ons leven. Het verleden, het nu en de toekomst. Het ‘nu’ is zo kort dat je er eigenlijk niets over kan schrijven of denken want ‘nu’ is al terug voorbij. En de toekomst? Je weet er niets van. Komt die er of komt die er niet? Je kunt alleen maar fantaseren wat de toekomst je zal brengen. Hopen op goed geluk. Straks stap je het huis uit om te gaan werken of naar school te gaan. Allemaal onvoltooide toekomst die straks mondjesmaat maar vliegensvlug het ‘nu’ wordt om daarna als een schicht voorgoed te verdwijnen in het onmetelijk heelal van ons verleden. Het heden en de toekomst zijn hoegenaamd niet tastbaar. Niet voelbaar en niet ruikbaar. Wat onze zintuigen ruiken, zien, betasten en voelen, mag je onmiddellijk in de lade van het verleden stoppen. De rook van de sigaret, de volle smaken van fruit en groente zijn het gevolg van enige chemie in onze hersenen, maar verdwijnen met elke tel van de tijd achter ons. Eerst biologie van het moment en vervolgens verzwolgen via de ‘terug’ knop van de geschiedenis.

Aan alles ruik je de adem van wat voorbij is
Wat of welk een hemelsbreed verschil maakt het verleden met het ongrijpbare van het heden en de toekomst? Het verleden is voorbij en dat kan je werkelijk aan alles zien Het voetpad waar je op wandelt, werd ooit door iemand aangelegd. De stad waarin we wonen, is er niet zomaar gekomen. Aan alles ruik je, voel je, ervaar je de geest van het verleden. Elk bos, elk huis, elke omheining heeft zijn eigen verleden. Een kasseisteen is ooit uit de steengroeve gehakt? Door wie? Met welk gereedschap? Wanneer? Wie heeft die geplaatst hier in deze straat? Hoeveel volk is er al overheen gelopen? En wie heeft voor al dat volk gezorgd? Het verleden is natuurlijk ook een flink stuk fantasie en daarom eigenlijk vergelijkbaar met de toekomst. Maar het wezenlijk verschil ligt hem in de taal. De geschriften die onze voorouders tijdens hun tijd op aarde toevertrouwden aan het perkament of papier, vertellen over het ontstaan van onze omgeving. Ze vertellen over hun belevenissen. Hun vreugde en verdriet. En hun frustraties. Ze getuigen over dood en geboorte. Over bouwen en over destructie. Over vrede en over oorlog. Over het klimaat en de toestand op aarde. Dankzij die neergepote taal wordt het verleden hierdoor grijpbaar en begrijpelijk voor wie nu leeft.

Een haast religieus respect voor het verleden
‘De Kronieken van de Westhoek’ koesteren een diepe nieuwsgierigheid, een haast religieus respect voor de voorgeschiedenis van onze voorvaderen in het zuiden van West-Vlaanderen. Vooral het verleden van onze Westhoek, de streek van Ieper, Poperinge, Veurne, Diksmuide, Nieuwpoort. Maar natuurlijk ook Menen, Wervik en zeker ook de streek van Belle, Cassel, Bergues, Rijsel, St.-Omer en de hele Franse Westhoek die zo veel honderden jaren ons wel en wee heeft gedeeld gedurende onze eigen volksgeschiedenis. Ook de gebeurtenissen in bijvoorbeeld Gent en Brugge komen aan bod omdat die wezenlijk hun impact hebben op onze lokale geschiedenis. En ook op macroniveau, het graafschap Vlaanderen, wordt getuurd naar relevante zaken voor wat betreft het verleden van de Westhoek. De aanpak van de ‘De Kronieken van de Westhoek’ is speciaal. De auteur gaat voortdurend op zoek naar handschriften, boeken, thesissen, beschouwingen, kronieken, wetteksten, archieven, getuigenissen die ooit al dan niet gepubliceerd werden over onze regio. Meestal in het (oud-)Frans of (oud-)Vlaams, of in het Engels en Duits. Overal in onze streek puilen de stedelijke archieven en bibliotheken uit van de kronieken, oude handschriften. Vaak op papier, maar ook vaak gefotografeerd en gereproduceerd op informatiedragers. Ook internet sites zoals Google books, Gallica, Europeana, Persée en ontelbare anderen staan bol van de informatie uit ons aller verleden.

Academische methodologie versus deze kronieken
Laat me meteen duidelijk zijn: ‘De Kronieken van de Westhoek’ zijn er niet op gericht om enkel en alleen historische waarheden te publiceren en zijn daarom in de strikte zin van het woord geen academische plek waar elk feit gestaafd wordt door een reeks van historische bronnen. Je kent dat wel beste lezer: bij elke zin hoort een reeks voetnoten die op hun beurt die fameuze zin moeten staven. Laat het meteen duidelijk zijn: de manier waarop deze kronieken de geschiedenis benaderen is anders. Geen voetnoten, geen teksten die om de haverklap verwijzen naar hun respectieve bronnen. Niet dat die bronnen er niet zijn hoor. Vaak worden die op hetzelfde niveau geplaatst van de tekst zelf en worden de schrijvers ervan zelf op een voetstuk geplaatst. Kijk maar naar Lambin of pastoor Vandermeulen. En even vaak worden bronnen sceptisch benaderd. We willen ons helemaal niet meten met die academisch gevormde historici en deze kronieken mogen vanuit academisch oogpunt absoluut niet beschouwd worden als geschiedenisboeken ‘an sich’. De ‘Kronieken van de Westhoek’ ambiëren een totaal andere aanpak die volledig haaks staat op de traditionele invalshoek waarop ons verleden en onze geschiedenis aangepakt wordt.

Geschiedenis en waarheid
De droge wetenschappelijke aanpak van ons verleden resulteert nu en dan in schitterende boeken die ook aanslaan bij het grote publiek. Maar het tegendeel is natuurlijk ook waar. Hoe dikwijls verdwijnen boeken, waar jaren aan voorbereiding, intensiteit en werk zijn ingekropen, niet in de boekenrekken of in de archieven waar ze achtergelaten worden aan de stilte van de tijd en aan de desinteresse van de maatschappij. En dat is op zijn minst spijtig te noemen. Waarom? Waarom verdwijnen zeker 95% van de geschiedkundige boeken in de vergetelheid van de tijd? De academische zoektocht naar de waarheid eist zo zijn tol. Moeilijk leesbaar, vaak onderbroken door verwijzingen, voetnoten in een drang om vooral historisch correct te blijven, maken geschiedenisboeken vaak saai. De tegenstelling met de flitsende maatschappij die het leven aan een hoog tempo beleeft anno 21e eeuw, kan eigenlijk niet groter zijn!

Alleen empathie opent het verleden
En er is natuurlijk ook de houding van sommige historici dat geschiedenis alleen weggelegd is voor zij die universitair geschoold zijn en zich daarbij wel eens neerbuigend durven opstellen tegenover amateur-geschiedkundigen. Net zoals gevormde archeologen wel eens een denigrerende houding aannemen tegenover amateurs en hobbyisten die geboeid worden door wat er in de grond steekt en die maar al te graag die archeologen van dienst zouden willen zijn. Maar dat wordt niet of matig geapprecieerd door sommige van die academici. Een diploma geschiedenis of archeologie blijkt een minimumvoorwaarde om enige claims te mogen uitspreken tegenover hun respectieve domeinen. En laat nu net die houding de drijfveer zijn van ‘De Kronieken van de Westhoek’ De auteur, ondertussen flink op weg om een gepensioneerde zestiger te worden, zat ooit ook op de middelbare schoolbanken. Geen sprake van een diploma geschiedenis. Veel erger zelfs: de geschiedenislessen waren in zijn tijd een marteling. Droge feiten uit het hoofd leren. Maar wat leerde je eigenlijk echt over de geschiedenis? Van inleving en enige empathie was geen sprake. Saai. Wie kon toen ooit weten dat geschiedenis zo boeiend kon zijn? Met het ouder worden is ook de interesse gegroeid om meer te weten hoe mijn voorvaderen hebben geleefd tijdens hun eigen leven op krak diezelfde grond op de welke de auteur eventjes mag verblijven.

De claim van de enige waarheid
De claim van de enige en echte waarheid die historici vaak in hun werk leggen is hoe dan ook relatief te noemen. Laat ons even de typische bronvermelding onder de loep nemen. Sommige bronnen zijn natuurlijk voor 100% correct. Het zijn officiële wetteksten, charters, verordeningen, verslagen van wetsvergaderingen die aan het papier werden toevertrouwd op het moment van de feiten zelf. Geschiedkundigen hebben natuurlijk de waarheid aan hun kant als ze zich beroepen op dergelijke bronnen. Maar ook hier kan de waarheid beter met een flinke korrel zout genomen worden. Geschiedenis wordt meestal geschreven door de overwinnaars. Een schoolvoorbeeld hiervan vinden we bij de dood van de beruchte Osama Bin Laden. Heel recent verleden, maar toch een gebeurtenis die nu al in de mist van de tijd is verdwenen en waar we nooit het fijne van zullen weten. Een aantal smerige bladzijden van die dag zijn voorzichtig en efficiënt toegedekt met een of andere mantel die voor de rest van de tijden zal fungeren als officiële waarheid waarvan we zelfs niet weten of die enigszins ruikt naar wat er werkelijk is voorgevallen. Behoed je voor allen die claimen de waarheid in pacht te hebben! Of het nu de waarheid van het heden of die van het verleden is, doet er eigenlijk niets toe. Historici van de 20ste en 21ste eeuw verwijzen in hun bronvermelding vaak naar boeken die collega’s eeuwen voordien hebben neergepend en maken daar dan een waarheid van. De voorbeelden zijn legio, maar een prachtig voorbeeld is Antonius Sanderus (Antoon Sanders), een geschiedkundige die leefde in de eerste decennia van de jaren 1600 en die een schat aan informatie uit ons verleden heeft neergeschreven in zijn ‘Flandria Illustrata’. Maar wat Sanderus schrijft over feiten uit de vroege middeleeuwen, is op zijn beurt gebaseerd op onder andere Dionysius Hardwijn die 100 jaar voordien ook al zijn geschiedkundige werken baseerde op vroegere kronieken. Liegen Sanderus en Hardwijn? Natuurlijk niet, maar alleen kunnen we onmogelijk weten of de dingen die ze geschreven hebben overeenkomen met de waarheid! Oude handschriften zijn hoe dan ook een fantastisch medium om te leren hoe het er vroeger aan toe ging. De leugentjes, de verkeerde voorstellingen van de feiten en de overdrijvingen wisselen af met getuigenissen die misschien al dan niet waar zijn. Ze zijn waardevol en boeiend en bieden een perspectief hoe de wereld er vroeger uitzag. Of althans een deel van die wereld. De voetnoten en verwijzingen van onze historici zijn hardnekkige pogingen om geschiedenisfeiten te staven. Wanneer bronnen uit verscheidene hoeken hetzelfde vertellen, vergroot de kans dat ze dicht bij de waarheid zitten, natuurlijk wel, maar wezenlijk bestaat de enige en grote ‘waarheid’ niet en zijn ze allemaal a priori voor interpretatie vatbaar.

De tabloids van de geschiedenis
Er bestaan geen camera’s en er is geen sprake van fotografie in de middeleeuwen. Cartografie en schilderkunst beginnen in de 16de eeuw stilaan hun taak in te vullen en maken gissingen hoe ons landschap en onze steden er vroeger uitzagen. Hun giswerk loopt synchroon met de werken van de geschiedschrijvers van die tijd die zich al dan niet baseren op vroegere handschriften, maar zich voor hetzelfde geld schuldig maken aan zuivere verzinsels om de goedgemeente van hun tijd te plezieren of te animeren. Maar feitelijk zijn ze vaak niet meer of minder dan de tabloids van hun tijd die enkel op zoek zijn naar sensatie, aandacht en geldgewin. Neem nu al die geschriften die het hebben over mirakels. Mensen die uit de dood verrijzen, martelaren die buitenaardse zaken uit hun hoed toveren. De monniken en geestelijken uit hun tijd, zullen wel de nodige opdrachten gekregen hebben om de mensen klein en onderdanig te houden. Wisten mijn voorouders 1000 jaar geleden veel dat mirakels niet bestonden? Dat ze als domme koebeesten gemanipuleerd werden? Het gesjacher met waarheden en valse illusies is er een van alle tijden. Kijk maar naar de propaganda en de indoctrinatie van de Nazi’s tussen de beide wereldoorlogen van de 20ste eeuw waarbij het Duitse volk met de ogen dicht om de tuin werd geleid. De ‘elk zijn waarheid’ is er beslist een van alle tijden. Die vaststelling op zich is voldoende om een portie gezond wantrouwen te koesteren tegenover elke waarheidsclaim op zich.

Het stof van het verleden
Wat weten wij, mensen van het heden, nu eigenlijk over dat eindeloos verleden? Globaal gesproken luidt het antwoord: ‘weinig of niets’. Enkele algemeenheden. Nog wat vage overblijfselen uit onze schooltijd. We zijn al blij dat we de namen van enkele koningen en keizers kunnen tevoorschijn toveren. Enkele data en jaartallen, de belangrijkste kunstrichtingen en de bouwwerken en schilderijen die ermee gepaard gingen. We weten dat de Romeinen hier geweest zijn en dan de Franken. Iets over het Stenen Tijdperk en de Oude Belgen. Dat de Middeleeuwen er waren met hun Guldensporenslag. De oorlogen van 14-18 en 40-45 met de landing in Normandië en de bevrijding in 1945. De landing op de maan. De oorlog in Vietnam en in Korea ligt misschien nog net in het vizier van ons geheugen. Maar hier houdt het op voor zowat iedereen uit onze omgeving. Maar weten wij hoe onze 49 vaders en moeders leefden, werkten en woonden? Wat ze meemaakten in hun leven, hoe dat leven er uitzag? De kleur van hun maatschappij is simpelweg vergeten. De geur en de smaken van wat ze meemaakten zijn voorgoed verdwenen in de atmosfeer. Ondanks de tienduizenden historische werken, tabloids en handschriften die zich nochtans in onze directe omgeving bevinden, weten we eigenlijk zo goed als niets van onze voorouders. Is dat eigenlijk niet spijtig? Hebben de tientallen generaties voor ons maar zo weinig indruk gemaakt op de tijd? De spinnenwebben en het stof van ongeveer een half miljoen vervlogen dagen bedekken ons gemeenschappelijk verleden en maken het wazig en onduidelijk voor ons, mensen van de 21e eeuw. Het lijkt er op dat het monnikenwerk van zoveel bezielde geschiedschrijvers en historici een maat voor niets is geweest. Tienduizenden boekwerken, het resultaat van hun nijvere arbeid, al dan niet in fraai leder verpakt, staan ergens te vergaan en te verkommeren in één of ander verlaten bibliotheekrek. De getuigenissen van ons verleden staan er zo goed als onaangeroerd en net zo vergeten bij als de onderwerpen waarover ze zouden kunnen vertellen. Maar dat doen ze niet meer. Verdomd spijtig toch?

Deze tekst komt uit de inleiding van deel 1 van De Kronieken van de Westhoek – u kan ook verder lezen op http://www.westhoek.net/P000001.htm

Tags

, , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>