De betoverde herberg

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       8 months ago     254 Views     Leave your thoughts  

Daar was eens een man, en die man ging op reis. Als hij nu al lang gereisd had, kwam hij s’avonds geheel laat aan een herberg, en hij vroeg om daar te overnachten.

De vrouw zei hem: ‘Ik zou wel graag hebben dat gij hier blijft; maar het spijt mij, dat het niet zijn en kan: al mijn bedden zijn beslapen, en daar en is maar één meer over, dat in een kamer staat , waar het alle nachten erg spookt. Durft gij daar slapen, gij moogt, en gij moet er mij niets voor geven.’

‘Ik wil wel’, zei de man; ‘maar ik zou toch niet graag vóór twaalf uren in mijn bed gaan. Wilt gij mij ’t een of ’t ander geven, om mij bezig te houden, dan ben ik tevreden. Ik heb van den avond nog niet gegeten; wilt gij mij daar laten koeken bakken?’

‘Koeken bakken!’, zei de vrouw, daar voor heb ik geen meel in huis; maar wilt gij pap koken, ik zal u kernen en melk geven.’

‘Ja’ , zei de man, ’t is ook al goed.’, en de vrouw maakte vuur in de kamer, hing er den ijzeren pot met melk over; goot er de kernen in, en de man zette er zich bij. Nadat de vrouw hem een kaars gegeven had, wenste zij hem de goede nacht en ging weg; en de man roerde zijn pap op zijn gemak.

Die kookte nog niet, of hij zag een zwarte kat aan de deur. ‘Hola!’ zei de vent, ‘zij komen al af: poes, poes, kom poezeke, kom!’

‘Miauw’, zei de kat en ze kwam zich aan den haard zetten, en keek naar de man met vlammende ogen, dan naar het vuur, en dan naar de ketel. Ze was maar een minuuje neergezeten, of daar kwam een tweede kat.

Hij riep die ook, en ze zette zich bij de andere. Een beetje daarna kwam er een derde, en zo wel tot zes.

‘Ho! ho!’, zei de man, ‘de hoop begint wat groot te worden!’

‘Ja’, zei er ene; ‘en wij gaan hier wat dansen, om u de tijd te verdrijven. Wilt gij meedansen?’ ‘Neen, neen’, zei de man, ‘dans maar op, ik zal ondertussen in mijn pap roeren.’

‘Daar kwamen er nog bij, en als ze er al waren, begonnen zij te miauwen, te dansen en te zingen; ‘poot aan poot, staart aan staart, katjes laat ons dansen.’

‘In ’t begin moest de man daarom lachen; maar op eens brandde zijn pap aan en liep over‚ om dat hij vergeten had van te roeren. Hij was daarom zo kwaad, dat hij ineens een hele pollepel over de katten smeet, die allemaal verdwenen.

De man at dan en als het twaalf uur geslagen was, ging hij slapen, en hoorde niets meer den hele nacht. ‘s Anderdaags ’s morgens stond hij op en vertelde zijn geval aan de vrouw , die daar zo tevreden van was dat zij hem toeliet van er nog een nacht te blijven; maar de man wierd niets meer gewaar en hij ging weg.

Als hij weg was, hoorde men zeggen, dat er wel zes buurvrouwen verbrand waren; en zo waren de toveressen gekend, die nimmer durfden terug komen, om nog te spoken.

Adolf Vandevelde in ‘Wodana’ – ‘Nederduitse oudheidskunde’ van 1843

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>