De betoverde karn

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       2 weeks ago     121 Views     Leave your thoughts  

Rond de jaren 1590-1600 waren de landlieden van Brugge en omstreken deerlijk geplaagd – of plaagden ze zichzelf – met ‘toverij’ die ze, aan alle kanten, in huis en stal meenden te ontdekken.

Hun beesten, koeien en paarden, vrouw en kinderen en zijzelf waren, van zodra er iets niet in de haak was, betoverd en daarom moesten ze bijgevolg onttoverd worden.

Er ontbraken dan ook geen lieden die hun brood wilden verdienen met alles te genezen ‘waarover een kwade mond geademd had’. Zelfs als hun koeien nog onaangetast bleven, dan vreesden de mensen nog altijd de melktoverij die onder diverse gedaanten de zuivel bedreigde, zo ondermeer de betovering van de karn.

De Brugse wetheren spaarden tijd noch moeite om al die toverij te onderzoeken. Een landman vertelt zo in september 1596 voor schepen Claeisman het verloop van de onttovering van zijn karn:

‘Mathys Strynck, 54 jaar, doende landnering, zegt bij eed hoe zijn zuivel acht jaar geleden onttoverd werd omdat zijn boter en melk toen stonken. Zo hebben landbouwer Berthelmeeus Warnier en zijn echtgenote aan een zekere Michiel Smit van Damme gevraagd of hij hen kon helpen. Toen is hij langsgekomen om de karn te onttoveren. Eerst en vooral heeft hij een schoon vuur aangelegd en daar een nieuwe aarden pot bovengehangen gevuld met die betoverde melk. Hij voegde daar een onbekend aantal naalden aan toe, die hijzelf gezocht had. Alles werd geroerd en vermengd met een dood mensenbeen. Dat been had hij gepikt op het kerkhof van Sinte-Anna, het was een been van een arme dode mens.

Men zegt dat de melk wel twee handpalmen hoog steeg in de pot, zonder evenwel niet over te lopen. En dan is Michiel Smit op zijn knieën gevallen en begon hij iets af te lezen van een stuk papier. Hij las de inhoud ervan vier keer voor, iedere keer vanuit een andere kant langs het vuur, zijnde ‘de vier hoeken van de wereld’ zoals hij die omschreef.

Berthelmeeus Warnier wilde graag weten welke taal hij sprak maar hij kon ze niet verstaan. Het laatste woord was telkens ‘grammaton’, beweerde hij. Hij vertelde dat Smit een rond park, een soort omheining rond het vuur maakte, met kalk waar hij dan in de ronde stapte, zwaaiend met een kruisbeeld en dat hij aan elke hoek rond het vuur twee letters schreef in kalk, vermoedelijk Griekse letters, ze waren in elk geval onbekend voor de Warniers.

Daarna plaatste Michiel Smit de karn binnen de cirkel en gaf hij de opdracht aan mevrouw Warnier om zonder de kring te verlaten nu haar melk te karnen en goede boter te maken. Hij beweerde dat de boter weer van goede kwaliteit zou zijn.

Michiel gaf ook de opdracht dat ze in de koeienstal een aarden pot moesten plaatsen en dat men daarin elke dag zijn gevoeg moest doen en er daar dan enkele lepels melk moest bijgieten, zeggende dat de karn die de toveres betoverd had niet zo zou stinken als die pot met uitwerpselen en melk.

Smit beweerde bij hoog en bij laag aan de vrouw van Berthelmeeus Warnier dat ze de toveres zou ontmoeten de volgende morgen in de Kruisstraat, niet ver van de Roostraat, dat daar een zekere vrouwspersoon woonde die hij al een hele tijd van toveren verdacht. Ze noemde Barbele Van Wype, en was getrouwd geweest met Zoos Ryequaert maar die had haar laten zitten voor een ander wijf in Brabant.

Michiel Smit vertelde aan mevrouw Warnier dat als Barbele haar goeiedag zou zeggen, ze haar dan vrijelijk mocht slaan op haar ‘bakhuis’ terwijl ze haar naam moest noemen als schuldige toveres. Haar moeder stond trouwens berucht van om te gaan met toverpraktijken.

Biekorf 1931 – Uit het rijksarchief van Brugge – Crimbouck der stad Brugge (1594-1607)

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>