De bizarre septembermaand van 1411

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       1 year ago     412 Views     Leave your thoughts  

Vierentwintig perfect uitgeruste ridders vergezellen Jan zonder Vrees. Hun wapenschilden fonkelen van het goud en zilver die er in verwerkt zijn. Het tornooi wordt trouwens afgerond door een militair defilé van zijn ‘koninklijke’ escorte. De somptueuze feestjes die de graaf van Vlaanderen organiseert voor de magistraten en voor de notabelen van Rijsel, Oudenaarde, Gent, Brussel en Douai gaan natuurlijk over de tongen bij de mensen. Hij smijt werkelijk met geld om zijn volk te plezieren en te charmeren en om de sympathie van zijn Vlaamse onderdanen voor zich te winnen. Als dat maar niet tegen zich keert….

Op 16 juli 1411 komt Jan zonder Vrees naar Vlaanderen
De expliciete vraag of de Vlamingen in het voorjaar van 1411 naar Frankrijk willen optrekken tegen de vijanden van de graaf, blijft niet op zich wachten. Kort na Pasen koopt de stad Ieper voor eeuwig de rechten om taksen te heffen op dranken, levensmiddelen en verbruiksgoederen. Ze betaalt hiervoor 15.000 kronen. Het is een voorbeeld wat er nu aan het gebeuren is. ‘Ende aldus so vercochte myn heere in anderen plaetsen ooc vryhede omme hem der mede te ghehelpene tjeghen zinen vianden.’ Ongelooflijk hoe slim hij is. De steden zijn maar wat blij dat ze weer wat meer zelfstandig kunnen zijn en de graaf kan tezelfdertijd zijn kassa spijzen.

De 16de juli staat Jan zonder Vrees in Brugge waar hij een diner aanbiedt aan de Vlaamse gezagsdragers. De hele zomer door gaat hij Vlaanderen rond op zoek naar hulp van zijn vazallen. ‘Hij bad hemlieden omme helpe ende troost.’ De raad van Vlaanderen en de steden beloven de graaf dat zij zich zullen beraden over een eventuele nieuwe militaire bijstand. Maar mensen vinden is altijd delicaat. De vier beloofden ‘daer up te beradene, ende een ander dachvaert omme te verantwoorden, twelke hemlieden myn heere vriendelike assenteerde, ende elc voer in sine steide, ende vergaderden al haren raet elc int zine.’ Die van Gent komen als eersten met hun beslissing. Ze hebben gedaan wat ze konden, maar ze hebben het gemeen niet kunnen overtuigen om te gaan vechten voor de graaf.

De tactiek van de sluwe hertog werkt perfect
Het antwoord van Brugge, het Vrije en Ieper is voorwaardelijk positief. Als die van Gent meegaan, stappen ze ook mee naar Frankrijk. ‘Die van Ghent willen maar meetrekken tot aan de grens. Zy verantworden up dat zy gherne met myn heere uut trecken zouden toten palen van Vlaendren, maer niet voorder wilden trecken up welke myn heere zeer drouve was, ende bad dat zy hem te goede worden wilden.’ Dat ‘bidden’ van de graaf heeft trouwens meer weg van een dreigement. Hij dreigt met confiscatie van Gentse goederen, waardoor die van Gent nog meer verdeeld worden. De ene partij wil er op uit trekken en de andere niet. De impasse blijft maar aanslepen en dat is helemaal niet naar de zin van Jan zonder Vrees. ‘Myn heere was so verstorbeirt en soude vertrocken hebben in grammenmoede.’

De gezagsdragers in Gent smeken de graaf dat hij nog even in Gent zou blijven en dat ze het gemeen desnoods met geweld zullen verplichten om zich te engageren voor hun graaf. En uiteindelijk zwichten de mensen uit vrees voor represailles van de baljuw en de schepenen. Door de goedkeuring in Gent, staat Vlaanderen opnieuw op dezelfde lijn. De Franse kronieken bevestigen het: ‘als dat zyn voorseide lant van Vlaenderen hem dienen zoude van lieden, van wapenen, serganten ende scotters jeghen den hertoghe van Orleans.’ Het heeft bloed, zweet en tranen gekost. En heel veel dreigementen.

‘Zy souden al te velde trecken, omme twelk myn heere de meeste blydscap hadde ende hy trock van Ghent te Brugghe ende bedancte also zeere die van Brugghe ende die van den Vryen, ende daer na so quam hy tYpre, ende bedancte ooc der steide van Ypre ende bad elken dat sy hem haesten zouden al dat sy mochten, want sine vyanden quamen vaste neider omme hem ende den zinen te scadene ende doe waren alomme de banieren inde steiden uute ghesteiken ende wart open oorloghe.’ De Vlamingen bereiden zich voor om met hun graaf ten oorlog te trekken.

De sluwe Jan zonder Vrees
De graaf heeft heel wat tijd verspeeld in Vlaanderen maar is zeker niet onledig gebleven. Het charmeoffensief van de graaf in Vlaanderen staat in schril contrast met wat zijn mannetjes ondertussen uitspoken in Parijs. Haat en paniek zaaien. Wat zal er gebeuren met de arbeiders als iemand van het kamp van Orleans de stad voor zich wint? De mensen worden bang gemaakt. De populariteit van de hertog van Bourgondië wordt opgevijzeld bij het gepeupel en ondertussen bereiken de provocaties tegenover de Armagnacs een hoogtepunt. De ene valstrik volgt de andere. Het gebeurt allemaal achter de schermen en de clan van de Armagnacs verliest zijn kalmte.

En dat is precies wat Jan zonder Vrees wil natuurlijk. Bernard VII van Armagnac en de oude Berry oordelen dat de vrede van Bicêtre geschonden is en rukken de hoofdstad binnen, waar hele benden de binnenstad van Parijs teisteren met geweld, brand en roofpartijen. De tactiek van de hertog van Bourgondië slaagt wonderwel. Het bewijst wat voor een sluw heerschap onze graaf eigenlijk wel is. De koninklijk raad van Frankrijk ziet alleen maar de publieke agressie van de kant van de Armagnacs en nodigt Jan zonder Vrees nu officieel uit om de Franse kroon te verdedigen. Het krijgt notabene de koninklijke toestemming om zijn militaire plannen uit te voeren en verzamelen te blazen voor een grote inval te Parijs. De vijand staat voor de keuze: ofwel in mootjes gehakt worden, ofwel Parijs te ontvluchten en zich ten zuiden van de Loire in veiligheid te brengen.

In de Ieperse kronieken lezen we het eveneens: ‘binnen desen tyd so deide de conighinne van Vrankeryke ende myns heeren partie so bin dat de coninc siec was en dat niement so coene ware dat hy den hertoghe van Bourgoingen te goede werde noch ghewapent quamen binder crone up vyand sconincx te zine.’ 21 augustus 1411. Het Vlaamse leger rukt op naar Douai om het leger van de graaf te gaan vervoegen. Vandaar gaat het naar Bapaumes. Op 1 september van het jaar 1411 staat de hertog van Bourgondië paraat met een leger ‘en armes et à toute puissance’. En dat van zijn broer, de hertog van Brabant, moet amper onderdoen.

De bizarre septembermaand van 1411
Aan het hoofd van de Vlaamse troepen staan Felix de Steenhuyse, de grootbaljuw van Vlaanderen, en Heylaert van Poucke. De troepen vertrekken naar de Somme waar ze de confrontatie zullen aangaan met de troepen van de vijandelijk coalitie. De witte vaandel van de Armagnacs en het Sint-Andreaskruis van de Bourgondiërs zullen binnenkort oog in oog staan met elkaar. Alles lijkt perfect naar wens te gaan voor graaf Jan zonder Vrees. Maar nog voor het einde van de maand september gebeurt er iets vreemd. De duizenden Vlamingen die meestappen in het leger, keren hun kar van de ene dag op de andere en ze trekken vreemd genoeg terug naar hun vaderland.

Ze laten hun graaf stikken met zijn oorlog in Frankrijk. De Franse schrijver begrijpt er niets van. Zijn ze niet betaald door de hertog? Of was er een afspraak dat er slechts een bepaalde termijn zou worden gevochten en is die termijn verstreken? Of hebben de Armagnacs een aantal Vlaamse kapiteins omgekocht? Paul Colin vindt geen enkele zinnige reden. Een blik op de ‘Merkwaerdige gebeurtenissen van Olivier van Dixmude’ laat uitschijnen dat we mogelijk hier wel eens de reden kunnen terugvinden. We gaan dus benieuwd verder op zoek naar wat er echt gebeurd is tijdens deze septembermaand van 1411.

Een leger van 50.000 man trekt op naar de Somme
We leren alvast iets over de omvang van het leger dat via Cambrai optrekt naar de Somme. 30.000 gewapende soldaten, 20.000 man voetvolk, 4.000 wagens, duizenden paarden. Op zowat 25 km ten zuiden van Péronne wacht een eerste uitdaging in het zwaar versterkte Ham aan de Somme waar dagenlang hevig gevochten wordt en waar aan weerszijden grote verliezen te betreuren vallen. De Vlamingen laten zich in positieve zin opmerken. Maar hier blijkt inderdaad wat loos te zijn. ‘Ooc worden van de Vlaminghen doot ghescooten een deel by den welken zy zo verhit worden dat sonder ordenanche van haren capitaine, zy der steide up worden ende wonnen.’

Het zijn de woedende Vlamingen dus die zonder opdracht van hun kapitein de laatste obstakels die de stad beschermen kunnen afbreken en nu klaar staan om een doorbraak forceren. Nog even doorduwen en Ham valt in de handen van de Vlamingen. Maar de graaf ziet dat anders en geeft de heer van Roubaix de opdracht het beleg op te breken en om tijdens de nachtelijke uren verder te trekken. Ham is voor hem niet belangrijk. Parijs wel. De Vlamingen weigeren het bevel te aanvaarden. ‘Myn heere van Roubays quam van myns heeren weghe hemlieden bevelende of te treckene tot sanderdaechs nuchtens, twelke zy harde noode deden, ende zeiker sy hadden de poorte ghewonnen hadde men by ordonanchen hemlieden ghevolcht.’

Ze negeren de bevelen van die van Roubaix en gaan de hele nacht verder met het bestoken en beschieten van het stadje. Als klap op de vuurpijl zijn het dan nog de Brabanders die er van profiteren om de stad in te nemen door de openingen die de Vlamingen in de stadsmuren hebben aangebracht. ‘Ende was de steide ghewonnen den 2n dach in Septembre.’

De Vlamingen zijn allesbehalve gedisciplineerd
Die van Vlaanderen hebben blijkbaar een probleem met het opvolgen van orders. Er bevindt zich veel voorraad en proviand in Ham en de graaf heeft zijn troepen gevraagd om enkel te roven en te plunderen. De stad mag worden afgebroken maar in geen geval in brand gestoken worden om te vermijden dat kostbare goederen zouden verloren gaan. De Fransen en de Vlamingen van het grafelijk leger vechten onder elkaar om het meest te kunnen plunderen. Een zootje ongeregeld is het. ‘Maer de Vlamingen behielden den roof ende dreivent met fortsen duere by den wlken men seide dat de Waels van moede tvier staken in de steide alomme dat tgoed verbernen souden.’

De ruzie zorgt er voor dat de stad nu toch volledig afbrandt, ‘omme twelke myn heere zeere gram was, ende also gramme als menne noyt sach, omme dat aldus de steide verbornen was, maer hy ne conste niet weiten wiet ghedaen hadde.’ Na wat er gebeurd is, proberen de Vlamingen weer op een goed blaadje te komen bij de graaf en veroveren ze stad na stad in de Vermendois. Roye, Péronne, ‘Sannin up de reviere dOyse.’ Uiteindelijk komt het grote leger in de buurt van Montdidier waar het vijandelijk leger zich massaal heeft samen getroept om het pleit te beslechten hier in de weilanden ten noorden van de stad.

We zijn aangekomen op 20 september van het jaar 1411. De orders van de graaf zijn formeel: er moet gewacht worden tot die van Orleans zelf aanvallen. Maar na enkele dagen is er nog niets gebeurd. En dat maakt de Vlamingen meer dan ongeduldig. Er is hier in de streek nog zo veel te roven en te plunderen en buit te maken en ze moeten hier ergens in het niemandsland wachten op een leger dat maar niet opduikt.

De Vlaamse soldaten willen er de brui aan geven
‘Ende de Vlaminghen ghemeenlike beghonsten zeere te murmurerene.’ Er zijn grote geruchten ontstaan dat er zich in het leger van de graaf verraders bevinden en bovendien hebben ze afgesproken met hun graaf dat ze zich 40 dagen ter beschikking zouden houden voor hem. Een termijn die nu verstreken is. Bovendien is de soldij nog niet betaald. Onder impuls van de Gentenaars trekken ze naar Jan zonder Vrees en vragen de mannen of ze mogen terugkeren naar hun thuisland.

De hertog van Bourgondië smeekt de Vlamingen met de handen ten hemel om toch zeker nog acht dagen te blijven. ‘Myn heere van Bourgoingen quam an die van Ghent zeere biddende hemlieden daer noch acht daghen te blivene, up welke die van Ghent riepen ‘Heere ghy hebt verraders by y, ende wy zouden zyn vercocht ende ghy verraden, ende certein wy ne willen hier niet langher bliven, ende doe hoorde men menighen voys roupen velle tenten, te Vlaendren waer, te Vlaendren waert.’ De Franse kroniekschrijver vertelt hetzelfde verhaal. In het oude Frans van Monstrelet, komen we te weten dat de onderhandelingen zowat de hele dag duren.

Van de ene tent naar andere en terug. De gevraagde acht dagen worden smekend teruggebracht naar vier dagen. ‘Het kan toch niet dat zijn keurleger zich terugtrekt op het moment van de waarheid.’ ‘Net op het ogenblik dat de veldslag zal beginnen kunnen jullie Vlamingen toch niet jullie schop afkuisen?’ Maar de Vlamingen leggen deze smeekbedes naast zich neer en laten een radeloze graaf achter en trekken er rovend en brandend op uit. De voorsteden van Montdidier zullen het wel geweten hebben.

Op 6 oktober 1411 zijn ze terug van hun avontuur
Het komt er nu op aan voor Jan zonder Vrees om zich terug te trekken en de schade te beperken. De trompetten geven het signaal voor de aftocht, maar daar komen de vijandelijke troepen al aan. De tijd ontbreekt om de tenten af te breken en de karren te laden. Die van Orleans beleven een mooie dag als ze met 200 gewapende soldaten binnenvallen in het kamp van de Bourgondiërs en er een rijkelijke buit zo maar op hun weg vinden.

De terugkeer van de Vlamingen gebeurt op de meeste chaotische manier. Vooral omdat het onderling niet botert natuurlijk. Er is grote onenigheid ontstaan omtrent de marsvolgorde tussen die van Ieper en het Vrije. Maar ook de moeilijke beslissing die moest genomen worden tijdens de zomermaanden om wel of niet mee te strijden met de graaf, een beslissing die nu gevolgd werd door een algemene terugtrekking, wordt van langs alle kanten gecontesteerd. Op hun terugkeer moeten een reeks Franse steden het ontgelden.

Tussen die van Ieper en van Rijsel gaat het er vijandig en bijwijlen hardhandig aan toe. De gemoederen in Vlaanderen zijn verhit. En ze zijn allemaal in het bezit van hun oorlogswapens. Ongetwijfeld wordt er flink aan de fles gezeten. Een al te gevaarlijke cocktail. Hebben we hier te maken met hooligans? De eeuwige tweestrijd tussen voor of tegen de graaf, en voor of tegen de steden, staat plots weer op scherp.

De polemiek van de voorbije 10 jaar lijkt weer al eens te eindigen op een brutale catharsis. ‘Die van Brugghe trecken onder leiding van Lieven de Scuetelaere duer Roesselaere, ende die van den Vryen scieden elc int zine ende trocken den naesten wech thuuswaert. Die van Brugghe trocken voort sanderdaechs ende quamen voor de steide van Brugghe.’ Daar zijn ze dan. Op 6 oktober 1411 zijn ze terug van hun Frans avontuur met de graaf. ‘Ende ze ghinghen staen bachten der Magdeleene Sint-Andries waert over up den Dixmude wech.’

Het Calfvel moet vernietigd worden!
Blijkbaar ligt het feit dat ze nog niet vergoed werden voor hun prestaties zwaar op hun maag. En dat moet het graafsgezinde stadsbestuur met al hun belastingen nu volop ontgelden. Ze sturen een delegatie met een eisenpakket naar de schepenen. Als het stadsbestuur wil dat ze de stad binnenkomen, moeten eerst en vooral de taksen op het graan worden opgeheven. En het is evident dat ze hun maandgeld zullen krijgen voor hun trip naar Frankrijk. En natuurlijk willen ze het Calfvel vernietigd zien. Het document waarop ‘den zevensten penninc van al de revenuwen van der steide’ werd opgeëist door de graaf. Ook het verbod om de banieren te gebruiken, willen ze ongedaan gemaakt zien. Met al zijn eisen en belastingen en ‘pointingen brochten zy ooc voort, daer meide de stede van Brugghe al te nienten ghinc ende tland van Vlaendren ooc groote scade nam.’

Lieven de Scuetelaere, Jan Hoste en Jan Broloos
Vooral de Brugse burgemeester Boudewijn de Vos en zijn schepenen zijn kop van jut. Ze hebben de stad op een valse manier bestuurd en hebben de stad en haar inwoners veel kwaad aangedaan. De milities weigeren hun wapens in te leveren. De magistraten en de ambtenaren die meezeulden met Jan zonder Vrees, moeten gestraft worden voor het opleggen van die schandalige belastingen en ontzet worden uit hun functies. We bevinden ons midden in een conflict waarbij al de Brugse ambachten het volledig herstel van hun vrijheden en privileges eisen. Er wordt deze keer hard op tafel geslagen.

De stad moet weer volledig autonoom bestuurd worden door haar inwoners en niet afhangen van de graaf van Vlaanderen of van graafsgezinden die de boel belazeren. De adellijke heren zijn opgeschrikt door het eensgezinde standpunt van de ambachten en vooral door de zeer agressieve taal die gesproken wordt. Jan, de heer van Uutkerke, Robert van de Cappelle en zijn broer Jan proberen te onderhandelen en de gemoederen tot bedaren te brengen. Maar de opstandelingen beseffen dat ze zich deze keer in een ideale positie bevinden om hun gram te halen.

Ze weigeren elke toegeving en tonen zich dermate bedreigend voor de rijke burgerij en de adel zodat de graaf zich genoodzaakt ziet om zijn 15-jarige zoon Filips de Goede, de hertog van Charolais, naar Brugge te sturen en te zwichten voor het opstandige Brugge. Lieven de Scuetelaere en zijn luitenanten Jan Hoste en Jan Broloos halen op 11 oktober hun slag thuis. Het gehate Calfvel mag worden vernietigd, de soldaten krijgen allemaal twee maand soldij in plaats van één en er komt een korting op de belastingen. Het fameuze Calfvel wordt in het bijzijn van de verzamelde milities en de dekens van de 52 ambachten ostentatief in stukken gescheurd.

Die van Brugge lijken eindelijk gepaaid
En dan volgt de plechtige intrede in het centrum van Brugge. De Brugse troepen, met in hun zog de contingenten van Sluis, Blankenberge, Oostende, Torhout, Oudenburg, Oostburg, Aardenburg, Muide en Munikerede, krijgen een warm onthaal wanneer ze voor het belfort marcheren. De enthousiaste en uitgelaten menigte onthaalt hen als bevrijders van het land. Het valt heel erg op dat de raadslieden van de graaf pertinent zij aan zij staan met het stadsbestuur als de muiters op de grote markt worden verwelkomd. Het lijkt er op dat ze de incidenten van de voorbije weken in hun ogen maar van secundaire aard zijn geweest.

De welwillendheid van de graafsgezinden levert vooral het bewijs van een zeldzaam moment van wijsheid van graaf Jan zonder Vrees. Wat zich in Brugge afspeelt in die weken, blijft natuurlijk niet onopgemerkt. ‘Als van Ghent ende die van Ypre ende van den Vryen saghe dat die van Brugghe ghepayt waren, trocken zy by mynen heere van Charolais’, en krijgen ze gelijkaardige toezeggingen. De graaf heeft de scheve situatie in Vlaanderen weten recht te zetten en kan zich nu weer toespitsen op het eitje dat hij nog te pellen heeft met de clan van de Armagnacs en die van Orleans. Ondanks de noodgedwongen terugtrekking aan de Somme en de troebelen in Vlaanderen, toont Jan zonder Vrees zich een godverdomse lepe vos.

Alle middelen om oorlog te voeren, zijn welkom. Hij speelt zonder meer een vuile oorlog. Meer bepaald binnen de stad van Parijs, maakt hij gebruik van het gemeen om de stad volledig te destabiliseren. Een smerige volksmilitie met demagogische krachten zaait volop terreur onder de mensen. Die staat natuurlijk onder de bescherming van Jan zonder Vrees die natuurlijk wel voelt dat hij hier zijn voordeel bij kan doen.

De burgeroorlog van de Parijse beenhouwers
Het zijn de ambachtslieden van de beenhouwers die de militie bevolken. Onder leiding van een zekere beenhouwer Legoix ontketent de bende een regelrechte burgeroorlog in de straten van de hoofdstad. Wat zich afspeelt komt neer op bloedige terreur op alles en iedereen die meezeult met die van Orleans. De situatie in de laatste week van september oogde erg kritiek voor die van Bourgondië. Maar hij heeft blijk gegeven van een bijzondere koelbloedigheid. Zelfs zijn eigen achterban adviseert hem om op te geven en te onderhandelen met de tegenstrevers, maar hij blijft koppig volhouden.

Einde september is de hertog al lang terug op zijn pootjes gevallen. Op 2 oktober neemt hij in Bapaume contact met Engelse afgezanten, de graaf van Arundel en andere ambassadeurs van de koning van Engeland die natuurlijk sterk geïnteresseerd zijn in de poging tot staatsgreep van Jan zonder Vrees. De hertog krijgt de bijstand van 1.200 Engelse huurlingen om zijn strijd verder te zetten. Dat de hertog van Bourgondië op zo’n korte tijd een verloren gewaande situatie kan doen omslaan in een militair voordeel, komt aan als een volslagen verrassing in Frankrijk.

Nog voor zijn troepen Parijs bereiken, zijn de aanhangers van Orleans en Armagnac al danig murw gemaakt door de hardhandige beenhouwers, en zijn ze de stad uitgevlucht. Na een nachtelijke rit dringt de hertog aan het hoofd van zijn 1.200 huurlingen, zonder enige vorm van tegenstand, de stad Parijs binnen. Op 23 oktober 1411 neemt hij de teugels van de stad en van Frankrijk resoluut in handen.

Jan Biese en Jan van Oudenaerde worden verbannen
In Brugge is de putsch van de ambachten verre van afgelopen. Wie meende ‘mense met soetheden te hebbene ghepayt, nemaer zine lietent also niet lyden.’ De dekens van de ambachten komen naar de Burg en willen dat de baljuw, de schout en de schepenen die de Bruggelingen zo de duivel hebben aangedaan, nu plaats zullen ruimen voor figuren van betrouwbaarder allooi. ‘Zy hadden nemmermeer maninghe van hemlieden te ontfanghen.’

Maar de geviseerden weigeren op te stappen en dat leidt tot grote ongeregeldheden in de binnenstad. Enkele notoire Bruggelingen zien zich verplicht om zich naar Gent begeven om de zoon van de graaf en de kanselier van de Raad van Vlaanderen om een oplossing te helpen zoeken voor het conflict. En dan toch. ‘Den derden dach van Novembre so was daer ghebannen Jan Biese ende Jan van Oudenaerde, elc zesse jaer uuten lande van Vlaendren up haer hooft van tansemente, ende Jan Reiffin ende Jan de Veltere elc drie jaer van onprofitelic in de steide te sine.’ Het is een verbanning ‘op haer hooft’ en dat komt er op neer dat ze als ze binnen de termijn van de verbanning toch opgemerkt worden in Brugge, ze onthoofd zullen worden.

De ambachten hebben eindelijk hun zin gekregen, ‘ende aldus vielt deisen de welke lettel gheclaecht waren binder stede van Brugghe noch binden lande van Vlaendre.’ In Frankrijk heeft koning Charles VI de opdracht gegeven aan Jan zonder Vrees om de stal uit te mesten en af te rekenen met alle samenzweerders. En die laat zich niet pramen, overal worden de Armagnacs als loslopend wild opgejaagd en zelfs paus Urbanus V mengt zich in de debatten door de banvloek uit te spreken over de Armagnacs. De hertog van Bourgondië laat de, voor deze speciale gelegenheid in het Frans vertaalde, excommunicatiebulle in elke kerk van Frankrijk voorlezen.

Een tijdelijk bestand in de meimaand van 1412
Op 12 januari 1412 heeft hij zijn politieke autonomie helemaal hersteld. Overal doorheen de Franse provincies wordt afgerekend met die van Orleans en met de Armagnacs. En dat leidt tot ongehoorde uitspattingen van alle soort en slag: aanslagen, moorden, brandstichting, plunderingen, en zinloze vernielingen. Wie kan, vlucht ten zuiden van de Loire, waar het veilig is. In Parijs begint het leven stilaan weer zijn gewone gangetje te gaan. Er is nu niemand meer die de leiderspositie van Jan zonder Vrees in vraag stelt. De nieuwe sterke man kan zich nu uitleven in een reeks van decadente feesten.

Dat de zoon van beenhouwer Legoix gesneuveld is en dat dit de gemoederen van de beenhouwers diep beroert, lijkt een fait-divers te zijn voor de hertog. Terwijl zowat heel Frankrijk doorspekt is van afrekeningen en geweld, en die van Engeland willens nillens daarbij betrokken zijn, geeft onze kroniekschrijver aan dat de koning van Engeland een brief schrijft ‘an tland van Vlaendren, de welke inhilt dat hy begherde te weitene of Vlaendren den vrede houden wilde die met hem ghemaect was in 1407.’ En dat op een moment dat notabene de graaf van Vlaanderen voortdurende vijandelijkheden uitvoert op de Engelse provincies in Frankrijk.

De Engelsen proberen vuurtje te stoken tussen de Vlamingen en hun graaf. Zoveel is zeker. De Engelse bode vertrekt nog diezelfde dag met een antwoord naar zijn koning, inhoudende dat ‘zy meenden de vreide thoudene ende die niet by hemlieden te breikene in gheenre manieren.’ Op de vraag of de Vlamingen nog bereid zijn om opnieuw te vechten in Frankrijk, wordt niet geantwoord. Rond de meimaand van 1412, was ‘den pays ghemaect tusschen myn heere van Bourgoingen ende Orliens.’

Maar die vrede is van korte duur nadat Jan zonder Vrees een medestander van die van Orleans laat liquideren en de hertog van Orleans woedend wegtrekt uit Parijs. ‘Ende de hertoghe van Berry hadde ooc gherne uute ghetrect, maer hy ne mochte, tcommun begonste zeere roeren ende machtich worden, ende specialike de vleeschauwers van Parys.’

Dis is een fragment uit deel 4 van De Kronieken van de Westhoek

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>