De burggraven van Ieper

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       1 month ago     181 Views     Leave your thoughts  

Op 4 oktober 1818 schreef de Ieperse dichteres en auteur Lambin een heel interessant artikel over de eerste burggraven van de stad Ieper. Een prima onderwerp voor de ‘Kronieken van de Westhoek!’

‘De eerste burggraaf van Ieper, Raes, de heer van Gaver en Harelbeke, was in de tijd van Boudewijn met de Schone Baard, ‘t is te zeggen in het begin van de 11de eeuw, alom vermaard om zijn dapperheid. Zijn huwelijk met een dochter uit het stamhuis van Cisoing, één van de vier heerschappen van Vlaanderen, voegde niet weinig luister toe aan zijn adellijke afkomst.

Zijn zoon en opvolger Jan, de heer van Gaver was getrouwd met de dochter van de graaf van Aalst. Hij is slachtoffer geweest van de wraakzucht van de wrede Richilde, de weduwe van Boudewijn van Bergen. Hij werd door de ophitsing van haar bloeddorstige raadsmannen (de heren van Mailly en Coucy) samen met verscheidene andere edellieden van Ieper op het einde van het jaar 1070 onthoofd. De afstammelingen van Jan, de heer van Gaver, deelden in zijn ongenade en werden van zijn waardigheid gestript.

Ridder Fulpoldis De Loppins, gesproten uit een adellijk geslacht was in 1073 de burggraaf van Ieper. Hij stichtte samen met zijn gemalin Ramburga het klooster van Zonnebeke, dat naderhand tot abdij verheven werd. Dit godvruchtig echtpaar liet verscheidene kinderen achter van wie enkelen het burggraafschap bezeten hebben. Zoals Theobald I, Wulirijk en Frumold of Fromoldus die in de voetstappen van hun deugdzame ouders het vermelde klooster met diverse weldaden begiftigden.

Alles doet ons geloven dat Wulirijk de eerste is geweest die de bijnaam ‘van Ieper’ aannam en zich gevoegd heeft bij de eerste kruisvaart. Hoe dan ook; Frumold die met zijn vrouw Agnes zekere landerijen schonk aan het Ieperse klooster van Sint-Maarten, kregen verscheidene kinderen. Onder hen vinden we Theobald II en Anselmus die schildknaap was van Dirk van de Elzas is geweest. Ze volgden elkaar op als burggraven van Ieper. Ze hadden ook nog een broer; Wouter die kamerheer geweest is van Filips van de Elzas.

Anselmus heeft tijdens zijn leven grote blijken van trouw aan zijn vorst en heldhaftigheid bewezen. Hij werd bijzonder geacht omwille van zijn genegenheid voor wie zich opofferden voor onze godsdienst. Na Anselmus is het burggraafschap overgegaan aan Willem I, de heer van Lo. Zijn dochter trouwde met Filips van Vlaanderen. Hij volgde zijn schoonvader op in 1096. Uit hun huwelijk ontsproot Willem II, gezeid van Ieper of van Lo, dewelke na de moord op Karel de Goede in 1127 heel het land in rep en roer zette om zichzelf als graaf van Vlaanderen te doen erkennen. Na enkele vruchteloze veldslagen werd hij door Willem van Normandië gedwongen om het graafschap te verlaten. Hij vertrok naar Engeland waar hij zijn diensten aan koning Stefanus heeft bewezen en daarom in het bezit kwam van het graafschap van Kent.

Agnes, de enige dochter en erfgename van Anselmus van Ieper gaf de waardigheid van ‘burggraaf van Ieper’ over aan haar echtgenoot Boudewijn van Belle, de eerste van die naam. Na hem volgde zijn zoon Boudewijn II die met zijn echtgenote Mabilia van Broekburg geen kinderen verwekte en daardoor opgevolgd werd door zijn zuster Mabilia van Belle die dank zij haar huwelijk met Adam, de heer van Wallincourt en heer van Henegouwen het burggraafschap over Ieper in dit huis overbracht.

Na de dood van haar eerste echtgenoot trouwde Mabilia van Belle met Hugo de latere graaf van Rethel die behoorde tot een van de machtigste stamhuizen van Frankrijk. Uit dit huwelijk kwam één zoon tot stand. Dat was Jan, graaf van Rethel die in 1235 trouwde met Maria van Oudenaarde, de dochter van Arnout de heer van Pamel en uit dien hoofde ‘beer’ van Vlaanderen.

Margriet, de zuster van Mabilia van Belle erfde na de dood van haar neef Jan (graaf van Rethel) het burggraafschap van Ieper. Ze huwde met Boudewijn van Komen, burggraaf van Ariën, een figuur van hoog aanzien uit een geslacht van strijdbare en milde voorouders. Ook Margriet stond bekend om haar mildheid. Hun dochter Margriet van Ariën volgende hen op als nieuwe burggravin van Ieper. Ze trouwde rond 1255 met Jan D’Aubigny, de zoon van Filips die opperzeevoogd was van de koning van Engeland. Zijn voorouders hadden al eeuwen lang behoord tot de voornaamste edelen van Vlaanderen.

In 1327 ging het burggraafschap over op het stamhuis van Oultre, gezeid van Pollaere. Dat gebeurde door het huwelijk van Johanna D’Aubigny, de vrouw van Rethel en dochter van Jan van Rethel met Gerard van Oultre, ridder en heer van Zandbergen wiens stamhuis ook al bekend stond omwille van zijn trouw en heldhaftigheid. Hun oudste zoon Jan volgde hen op en na hem kwam Boudewijn van Oultre, de heer van Elverdinge die ook de naam ‘van Welden’ gevoerd heeft.

Uit het huwelijk van Boudewijn met Anastasia van Moorslede werd onder andere een dochter geboren, met name Anastasia die later met haar echtgenoot Edward, de heer van Poucques het burggraafschap uitoefenden. Hun zoon, Jan, ridder en heer van Poucques trouwde met de dochter van de heer van Praet, een afstammeling van Lodewijk een natuurlijke zoon van graaf Lodewijk III die in de slag van Nicopolis gesneuveld was.

Roeland van Poucques, de zoon van Jan, verkocht het burggraafschap van Ieper aan Willem Hugonu I, ridder en heer van Saillant die trouwde met Louise De Laye wiens marmeren graf nog in 1814 in de Ieperse hoofdkerk te zien was. Door het rampzalig lot van de heer van Saillant ging dit burggraafschap over aan zijn erfgenamen. Onder hen bevond zich Claudia de Saillant, vrouw van Middelburg die het overbracht naar het stamhuis van De Harnes. Dat gebeurde wanneer ze trouwde met Marten, de heer van Bettencourt. Uit dit huwelijk werd één dochter geboren; Marie en haar zoon Philips D’Oignies liet het burggraafschap van Ieper over aan zijn eigen dochter Margriet.

In 1565 trouwde Margriet met Richard, de heer van Merode die het burggraafschap in dit adellijk geslacht bracht. En daar is het gebleven tot in de tijd van Margriet-Isabelle De Merode. Die trouwde in het begin van de 17de eeuw met Philips Lamorald, de graaf van Izegem waarop hun zeggenschap over Ieper overging naar het stamhuis van Villain-le-Gand.

Balthazar-Philips Villain-le-Gand, prins van Masmines erfde na de dood van zijn moeder het burggraafschap en stelde het over aan zijn oudste zoon Jan-Alphonse wiens moeder voortkwam uit het Spaanse huis van Henriquez-de-Sarmiento-de Salvaliera. Jan-Alphonse trouwde met de dochter van Lodewijk, de hertog van Crevant-D’Humières maarschalk van Frankrijk. Ze verwekten samen een zoon, Lodewijk die burggraaf van Ieper werd en de stamnaam van De Gand-De Merode-De Montmorency aannam.

Elisabeth-Pauline De Gand-De Merode-De Montmorency, prinses van Izegem en nicht van Lodewijk erfde na hem het burggraafschap nadat haar voorgangers kinderloos stierven. Elisabeth-Pauline trouwde met Lodewijk De Brancas, de hertog van Lauraguais uit de Languedoc een telg uit een van de treffelijkste geslachten van Napels. Ze bracht het burggraafschap over in het stamhuis van Brancas-De Lauraguais. De burggravin is één van de beklaaglijkste slachtoffers geweest van de Franse Revolutie.

Haar oudste dochter Louise-Antoinette-Pauline-Candide-Joseph-Felicitas De Brancas, gravin van Lauraguais was de laatste die het burggraafschap van Ieper heeft bekleed. Ze trouwde met Lodewijk-Engelbert, soeverein-hertog van Arenberg en ze kregen verscheidene kinderen zoals onder meer Prosper-Lodewijk, Pauline-Charlotte-Iris die aan de regerende prins van Schwarzenberg uitgehuwelijkt werd.

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>