De clash op de Casselberg

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       2 years ago     460 Views     Leave your thoughts  

…/…

De dood van Karel de Schone in 1328
Ook de graaf heeft niets meer in de pap te brokken. Zijn situatie wordt uitzichtlozer met de dag. De schade aan zijn kastelen in Wijnendale en in Male is niet te overzien. In Brugge heeft de opperste leiding hem aan de kant geschoven en in Gent is zijn autoriteit ook al niet veel soeps. Lodewijk van Nevers besluit om zich als ‘chevalier du Lys’ terug te trekken naar Frankrijk. Hij vertrouwt het bestuur over Vlaanderen toe aan Gent. Hij vraagt zijn koning om dwingende maatregelen te nemen. Maar op 1 februari van het jaar 1328 is er plots geen koning meer. De ziekelijke Franse koning Karel de Schone is overleden.

Er zijn geen mannelijke Capetingers voorhanden die de troon kunnen opvolgen. Het geslacht stond als sinds 987 met Hugo Capet op de troon in Frankrijk. Als de Franse koning overlijdt, is hij was 34 jaar. Zijn vrouw is in verwachting en het kind wordt verwacht in april. Er bestaat nog geen echo om te bepalen of de toekomstige baby al dan niet van het mannelijk geslacht zal zijn. In afwachting van de geboorte en de wetenschap of er al dan niet een mannelijke troonopvolger zit aan te komen, wordt Filips van Valois door het Franse parlement voorlopig aangesteld als regent. Hij is een neef van de illustere Filips de Schone maar ook verwant met het Engelse hof.

De regent probeert de onderhandelingen die de overleden Franse koning aan het voeren was met de Vlaamse gemeenten, verder te zetten. Maar de situatie tussen het nurkse Vlaanderen en zijn leenheer Frankrijk zit muurvast. Enkel een veldslag tussen de partijen lijkt een uitsluitsel te kunnen brengen. De baby blijkt een meisje te zijn. Volgens de recent aangepaste Salische wet, kunnen de Franse baroenen regent Filips van Valois op 29 mei 1328 uitroepen tot Filips VI van Frankrijk.

De omwisseling van dynastie zal in de kortste tijd leiden naar grote moeilijkheden tussen Frankrijk en Engeland. De opperste leiding van Brugge is de voorbije decennia steeds in nauw contact gebleven met de hoogste niveaus van hun belangrijke handelspartner Engeland. Het voorbije jaar zijn die contacten nog opgedreven, want de situatie tussen Frankrijk en Vlaanderen is zo fragiel, dat een verbond met Engeland zeker geen overbodige luxe is.

Filips van Valois wordt de nieuwe koning
In het voorjaar van 1328 stelt aan delegatieleider Willem de Deken zelf voor aan de Engelse koning om de titel van ‘Koning van Frankrijk’ aan te nemen, zodat Vlaanderen hem zou kunnen erkennen als hun hoogste leenheer. Eigenlijk is het erg leep gezien van de Vlamingen, want de 16-jarige Edward III is zelf kandidaat om Karel de Schone op te volgen als Franse monarch. Vlaanderen trekt dus volop de kaart van de Engelse kandidatuur.

Het snijdt natuurlijk in eigen vel als het Franse parlement hun eigen Filips van Valois kiest. Nu krijgen de Vlamingen natuurlijk te doen met een nieuwe Franse koning die hen vijandig gezind is. Hoe dan ook, de beginperiode van de honderdjarige oorlog tussen Frankrijk en Engeland is aangebroken. Met als inzet de zeggenschap over heel West-Europa! De conservatieve Franse feodale heren bekijken de toestand in Vlaanderen met argwaan. De onrust en het bloedige geweld van de voorbije decennia in hun noordelijke leengebieden, hebben een nieuwe orde geschapen waar geen plaats meer is voor de rechten van de adel of de gilden. Vanuit het volk is er eindelijk een democratisch getint zelfbestuur ontstaan dat zijn tijd ver voorop is.

Vlaanderen ligt zwaar op de maag in Frankrijk. De Franse gemeenten zelf, van Parijs tot Normandië, kijken op naar de zelfverklaarde vrijheid van hun noorderburen. De Franse edelen maken zich terecht bezorgd dat de situatie in Vlaanderen dreigt te escaleren binnen hun eigen Frankrijk. Er moet absoluut gereageerd worden op die woelige en vervelende onderdanen.

Reims 1328: de kroning van Filips van Valois
Er moet een voorbeeldige straf worden opgelegd aan het brutale Vlaamse gepeupel. De Vlamingen moeten voor eens en altijd het zwijgen worden opgelegd. Het is notabene de paus van Avignon zelf die de grote aanstoker is van een militaire actie tegen de Vlamingen. De rebellie van de Vlamingen blokkeert blijkbaar de organisatie van nieuwe kruistochten. Johannes de 22ste is de menner en de ophitser die er bij de Franse koning op aandringt om een strafexpeditie te ondernemen tegen het opstandige Vlaanderen. De intense haat van de Franse gezagsdragers ten overstaan van de Vlaamse volksbeweging wordt van langs om duidelijker. Er wordt besloten om de Vlamingen een lesje te leren. Ze hebben oorlog gevraagd en ze zullen die ook krijgen!

Reims. 29 mei 1328. Filips van Valois (35) wordt tijdens een plechtigheid in de kathedraal tot ridder geslagen en gezalfd tot officiële koning van Frankrijk. Ook Lodewijk van Nevers is, vergezeld van tachtig Leliaardse edellieden, aanwezig als Pair van Frankrijk en als belangrijkste leenman van het rijk. Wanneer hij opgeroepen wordt om als ‘graaf van Vlaanderen’ het zwaard aan te bieden aan de nieuwe koning, blijft hij zitten en negeert hij tot drie keer de oproep van de wapenheraut. ‘Waarom zou ik hierop antwoorden Monseigneur’ beweert de graaf: ‘Waar is mijn gezag over Vlaanderen gebleven? De burgers van Brugge, Ieper, Poperinge en Cassel hebben me uit hun gebied verdreven.

Er blijft nog nauwelijks Gent over waar ik me durf te vertonen!’ Het zit een verbitterde Lodewijk van Nevers nog steeds erg hoog dat hij op de meest brutale manier als nar werd behandeld tijdens de Kortrijkse Metten. Dat het zijn schuld was, komt niet bij hem op. ‘Het graafschap staat niet meer aan de zijde van de graven van Vlaanderen. Het houdt het bij barbarendom, anarchie en ketterij.’ ‘De Vlamingen zijn erger dan honden en Turken.’ Daarom weigert Nevers het koninklijk zwaard in de stoet te dragen. Tachtig Vlaamse edellieden protesteren met hem tegen de voortdurende smaad van een barbaars volk. De koning van Frankrijk heeft als leenheer de plicht zijn leenman te beschermen, vooral tegen dit gemeen muitend volk.

Het Franse ridderleger van 1328 telt 170 banieren
Volgens de kronieken wordt bij deze gebeurtenis definitief de beslissing genomen om Vlaanderen binnen te vallen. De nieuwe koning zweert op het Heilig Olie die hem koning heeft gemaakt, dat hij niet zal terugkeren naar Parijs vooraleer Lodewijk van Nevers weer zal beschikken over een vredig Vlaanderen. De Franse adel wordt nog voor het einde van juli gedagvaard te Atrecht om er zijn diensten aan de koning te komen bewijzen.

Op 12 juni 1328 spreken de aartsbisschop van Reims en de bisschoppen van Doornik en Terwaan opnieuw het interdict uit over Vlaanderen. De magistraat en de inwoners van Brugge, Ieper en alle opstandige steden en Kasselrijen worden op vraag van koning Filips VI van Valois in één beweging geëxcommuniceerd. Het Franse ridderleger, het telt 170 banieren en dat is beduidend omvangrijker dan dat van 1302, wordt in gereedheid gebracht en zal op 31 juli verzamelen te Arras. Eén van de eersten die zich aansluit bij het leger van de koning is onze Robrecht van Cassel die hiermee zijn onherroepelijke trouw aan de nieuwe koning bewijst.

Hij is en blijft een niet te vertrouwen persoon. De koning neemt trouwens persoonlijk het voortouw in het opzetten van zijn troepen. De baljuws van alle Franse steden krijgen de dwingende opdracht om alle beschikbare leenmannen en achterleenmannen tegen de Vlamingen in het gelid te brengen.

Willem de Deken gaat nog een keer naar Engeland
Het gaat er heel minutieus aan toe bij de voorbereiding. Er wordt niets aan het toeval overgelaten om een scenario zoals dat van Kortrijk 26 jaar geleden te vermijden. Alle noodzakelijke levensmiddelen en krijgsbehoeften worden naar noord-Frankrijk versast. Grote voorraden aan koren, haver, erwten, bonen, koeien, schapen, varkens, wijn, azijn, zout en kaarsen worden bijeengebracht in de steden St.Omaars, Rijsel en Doornik. Zesentwintig baljuws uit de diverse Franse steden, verzamelen het indrukwekkende bedrag van 229.000 Doornikse ponden. Een bedrag dat op vandaag ongetwijfeld enkele miljarden euro zou zijn.

Naast een landleger houdt de koning rekening met een aanval over zee en wordt een Franse vloot in staat van verdediging gesteld. De Fransen sturen ondertussen regeringscommissarissen naar de Vlaamse steden met de vraag zich onherroepelijk te onderwerpen aan het Franse gezag en de regels te respecteren. De aankomende oorlog en de pertinente houding van Filips van Valois zorgen opnieuw voor erg verdeelde gevoelens in Vlaanderen. De gematigde Vlamingen dringen er op aan om in te gaan op de Franse voorstellen. Maar dit keer staan de radicalen sterker in hun schoenen dan 2 jaar geleden. Het komt hier en daar tot opstanden, maar zowat in alle Vlaamse steden worden nieuwe hoofdmannen aangesteld die de revolutie moeten verder zetten.

Alleen de stad Diksmuide vormt een uitzondering: hier komen de gematigden aan zet. Willem de Deken trekt nog een laatste keer naar het Engelse hof. Samen met Clais van Leke, Lieven Utenbroucke en Jan Museconingh proberen ze de Engelse koning ertoe te bewegen om de Vlamingen militair bij te staan. De abten van de Vlaamse abdijen, onder wie die van Ter Duinen, zijn verschrikt voor de dramatische gevolgen van een veldslag tegen Frankrijk en proberen de Franse autoriteiten met vredelievende smeekbrieven te laten afzien van de komende veldslag. Tevergeefs.

De Franse militaire strategie van 1328
De Franse strategie lijkt er in te bestaan om de Vlamingen aan te vallen op twee verschillende fronten. Filips van Valois zal aanvallen vanuit het zuiden terwijl Jan van Namen de Gentenaars vanuit het oosten zal bedreigen. Zo worden de Vlamingen verplicht om hun strijdkrachten op te splitsen. Milities uit de regio’s Ieper en Kortrijk bewaken de zuidelijke invalswegen in Rijsel en het Westland. Ter hoogte van Cassel wordt de weg tussen Sint-Omaars en Ieper door de Vlamingen geblokkeerd. De Bruggelingen bewaken de regio van Doornik en houden een oogje op het nog steeds onbetrouwbare Gent.

De krijgstoestand van de Vlamingen oogt bedenkelijk
De krijgstoestand en de tactiek van de Vlamingen is bedenkelijk. De sterfte onder de beschikbare mannen de voorbije jaren en de gereserveerde houding van de gematigde Vlamingen zorgen er voor dat het aantal manschappen zeker niet aan de hoge kant moet geschat worden. En terwijl de Fransen een massale geconcentreerde aanval plannen, verdelen de Vlaamse hoofdmannen zich in veel te veel eenheden. Daartegenover staan ongetwijfeld gedrilde mannen die perfect zullen uitvoeren wat hun legendarische hoofdmannen Janszone en Zannekin hen zullen opdragen. Maar zal dit voldoende zijn om een Frans leger van dergelijk kaliber te weerstaan?

De komende oorlog is van uitzonderlijk belang voor de kersverse Franse koning. Een kruistocht tegen Vlaanderen! Bij een overwinning kan hij zijn gezag over het heroplevende ridderschap bevestigen. Het zal een harde strijd worden tegen die opstandige Vlamingen. Een nederlaag zal hem met zekerheid zijn kroon kosten en zal meteen een breuk betekenen voor de pas geïnstalleerde Valois-dynastie. Het is meteen duidelijk waarom Filips zo gestructureerd en georganiseerd te werk gaat bij het samenstellen van zijn strijdkrachten. Hij heeft gewoonweg te veel te verliezen als ‘de grote oorlog’ verkeerd afloopt.

17 augustus 1328: het Franse leger komt op gang
Dinsdag 9 augustus 1328. De laatste Henegouwse divisie heeft zich zonet vervoegd bij de rest. Het Franse leger wordt marswaardig bevonden. De volgende dag begint de opmars naar Vlaanderen. Via Etrun gaat het naar de heerweg die Atrecht met Terwaan verbindt. Ter hoogte van Houdain slaan de Fransen op vrijdag de 12de hun legerkamp op over een breedte van 9 km. Het kamp van Houdain ligt perfect centraal tussen Rijsel en Sint-Omaars.

Het blijft koffiedik kijken voor de Vlamingen voor welke richting het vijandelijk leger uiteindelijk zal kiezen. Schijnmanoeuvres en militaire mistgordijnen: van hieruit vertrekt Robrecht van Cassel met 200 gevluchte edelen en patriciërs naar Sint-Omaars om er hun garnizoen te organiseren. Lodewijk van Nevers en Jan van Namen vertrekken naar Rijsel. Het is duidelijk te zien dat enkel de Franse koning de lakens uitdeelt. Het kamp verlegt zich tot bij Bethune. De Vlamingen die de troepenbewegingen nauwkeurig bespioneren, vermoeden dat de Fransen zullen oprukken naar het noordwesten. Inderdaad. Een trip van 13 km brengt het leger naar de abdij van Ham, richting Sint-Omaars.

Hier sluiten zich 600 Doornikse voetknechten aan bij het Franse leger. Rond 17 augustus is het duidelijk geworden. De Fransen zullen Vlaanderen binnenvallen via Sint-Omaars. Ze zullen de Aa oversteken en opstomen naar de Casselberg. Het staat nu vast. De boeren en de ambachtslieden van de zuidelijke Westhoek zullen de eerste schokken moeten opvangen. De manschappen van Veurne-Ambacht, Sint-Winoksbergen, Poperinge, Broekburg, Belle en Cassel staan onder leiding van Nikolaas Zannekin. Het Westhoekleger is zowat 7.000 à 8.000 man sterk. Latere kronieken spreken van 20.000 man en zelfs meer.

Robrecht wordt aangesteld als brandmeester
De Brugse aanvoerder Willem de Deken coördineert de operaties. Hij stuurt versterking in de vorm van ambachtslieden en een honderdtal boogschutters naar de troepen van Zannekin. Ook de afdelingen van Deinze en Kortrijk worden versterkt met mannen uit het noorden van de provincie. Een koerier uit Brugge bezorgt de laatste informatie over de militaire toestand bij de Vlamingen. De Ieperlingen houden de Leie in de gaten en verdedigen Kortrijk. Die van Brugge houden de controle aan de Schelde en bij Doornik. En er zijn versterkingen op komst voor Zannekin. Op 20 augustus arriveert koning Filips van Valois met zijn leger op ongeveer 10 km van Cassel.

4.000 ridders en een massale meute van voetvolk slaan hun kamp op bij het Ruwhoutbos ter hoogte van de Schoudebroekvijver. De Vlamingen van het Westland houden de stad Cassel bezet en houden van op de heuvel nauwgezet de vijandelijke bewegingen in de gaten. Drie dagen lang blijven de legers elkaar in het oog houden. Er gebeurt voorlopig niets. Voor de Fransen lijkt het er op dat het een moeilijke onderneming zal worden om de berg op te stormen en de Vlamingen te verslaan. Er zal met een list moeten gewerkt. De Vlamingen moeten naar de open vlakte gelokt worden. Robrecht van Cassel krijgt de opdracht om voor de ogen van de Vlamingen goed zichtbare vernielingen uit te voeren op het vlakke land tussen beide legers. Zijn eigen land in brand steken!

Hij wordt door Filips van Valois benoemd tot guastatores (brandmeester). Het is de koning zelf die zonder enige vorm van respect voor de waardigheid van het geslacht van de Dampierres, Robrecht van Cassel aanstelt als brandmeester. Hijzelf moet en zal zijn vruchtbare geboortegrond tot onbruikbare verbrande aarde verschroeien. Graaf Robrecht van Kassei, half edelman, half boer, de man die jarenlang de Vlaamse gemeenten tegen Frankrijk heeft opgestookt, betaalt nu zelf de tol van zijn dubbelzinnige houding. De titel van brandmeester past bij zijn vizier: hij moet nu maar eens voorgoed bewijzen dat hij aan de kant van de koning staat en er niet meer aan denkt om alsnog over te lopen naar de Vlaamse kant, waar hij ooit de scepter zwaaide. De ridderlijke eer van de Dampierres wordt erdoor voorgoed geblameerd.

Hoog bovenaan de 173 meter hoge Casselberg
De brandmeester en zijn groep van 200 ‘branders’, zullen de Vlaamse dorpen, schuren, huizen en boerderijen in de nabijheid van Cassel in brand steken. De Franse brandstichters hebben het natuurlijk gemakkelijk. In de streek van Sint-Winoksbergen is er over een breedte van 15km geen levende ziel meer te vinden. De Vlamingen reageren niet op de provocatie van die smerige en valse guastatores. Ze blijven netjes en gedisciplineerd op hun posities terwijl ze verbijsterd kijken naar de talrijke brandhaarden.

Een lichte zuiderbries zorgt er voor dat het vuur vrij spel krijgt in het zomerdorre land rond de Casselberg. De Dampierres zijn laag gevallen: ze verschroeien de vruchtbare grond die zo vele jaren hun geldkoffers heeft gevuld. Sint-Bartolomeüsdag. Op 23 augustus 1328 schuift het Franse leger op tot over de Peenebeek vlakbij de Casselberg. De Fransen hebben hun lesje geleerd met de Groeningebeek. Deze keer zorgen ze er voor dat ze zich strategisch opstellen voorbij en over het water.

Tussen de formaties is er nu nog een afstand van anderhalve kilometer. De eerste beperkte schermutselingen vinden her en der al plaats. Het ridderleger dat klaar staat om de Vlamingen te bekampen is één vierde groter dan het leger dat ooit in 1302 het onderspit moest delven aan de Groeningebeek. 9.650 ruiters nu. 7.400 ruiters toen. Er waren destijds 40.000 man voetvolk. Hier aan de voet van de Casselberg staan 50.000 voetgangers klaar.

Het plan van Zannekin is dat een een durver
Hoog boven op de 173 meter hoge Casselberg wapperen de witte, met rood kruis geweven banieren van het leger van Zannekin. De tweelingheuvels vormen een schijnbaar oninneembare vesting. De stadspoorten zijn beschilderd met hanenafbeeldingen. Sommigen beweren dat het een reusachtige strooien haan is. Het spotten met de tegenstander. Provoceren met de tekst ‘Quand ce coq chanté aura, Le Roy Cassel conquettera’.

Van hieruit zien de zenuwachtige Vlamingen de silhouetten van Sint-Omaars, Sint-Winoksbergen, Poperinge en Haezebroek. De goedendags, de met ijzer beslagen knotsen, staan in aanslag. Er is geen plaats voorzien voor schilden, die alleen maar de bewegingsvrijheid van de krijgers zullen hinderen. De troepen van Zannekin lijken natuurlijk niet gek om de Fransen te bestrijden op de open flanken van de Casselberg. Maar er wordt wel gedacht aan strategische uitvallen. Waarom zouden ze in afwachting van de aangekondigde versterkingen uit het Brugse Vrije geen verrassingsaanval uitvoeren op het Franse kamp en meer bepaald op de tent waar de Franse koning zich bevindt?

Het doden of gevangen nemen van Filips van Valois zou een enorme dreun geven aan de vijand. Het is een stoutmoedige gedachte. Het plan van Zannekin is het plan van een durver. Een krijgsman in hart en ziel. Maar niet dat van een militaire strateeg. Wil hij zelf te graag de grote leider zijn van de Vlamingen? De Brugse versterkingen zijn al in Diksmuide aanbeland en zullen zich binnen de kortste tijd aanmelden op de Casselberg.

Waarom wacht Nikolaas Zannekin niet op die extra troepen? Net zoals bij de vorige militaire confrontatie op de Pevelenberg, is het op 23 augustus 1328 opnieuw bijzonder heet. De hitte zindert over het land en over het reusachtige leger dat daar bivakkeert tegen de Schoudehoekvijver in het Ruwhoutbos. Speren en bogen liggen wanordelijk dooreen.

De uitbraak van de troepen van Zannekin
Het lijkt er op dat veel manschappen hun roes aan het uitslapen zijn. De eerste ruiterijafdeling is net terug van hun smerige brandoperatie. Paarden en ruiters staan of liggen in hun zweet. Ze snakken naar een koele bries en naar wat verfrissende drank. De rook van het smeulende hinterland en de hitte verlammen de vlakte. De Franse ridders suffen er op rond. Enkel het voetvolk blijft present. Het lijkt een ideaal moment om een verrassingsaanval uit te voeren. Zannekin wacht nog tot 17u maar besluit het er dan op te wagen.

De Fransen houden hun vespers. Hier en nu zal hij zijn slag slaan. De krijger en de durver halen het op de strateeg. Drie Vlaamse legerdivisies stormen van de Casselberg naar beneden. Drie colonnes Veurne-Ambachters stormen de hooggelegen stad Cassel uit: één onder leiding van Zannekin, een tweede o.l.v. Jan Craye, zijn neef, een derde onder bevel van Veurnenaar Jacob de Deckere. Eén van de colonnes is er op voorzien om de weg open te houden om terug te keren op de heuvel. Een tweede dient als afleidingsmanoeuvre. Ze vallen met luid geschreeuw de linkerflank aan waar de Henegouwers in aanslag staan.

Het Vlaams leger geraakt omsingeld
De hoofdcolonne met Zannekin aan het hoofd, profiteert van de verwarring om zonder veel lawaai toe te slaan op de strategische plek naar keuze. Daar waar de blauwwitte banieren van de koning wapperen. De siësta van de Fransen brengt hen binnen de kortste tijd in de onmiddellijke nabijheid van de koninklijke tent. Tussen Zannekin en Filips is de afstand nog één kruisboogscheut. Tweehonderd meter.

Het voetvolk van de Fransen is volkomen overrompeld door de drieste en verraderlijke aanval van de Vlamingen en roept al uit dat alles verloren is voor de Fransen. Maar veel dichter geraken de Vlamingen niet. Niet dichter bij de koninklijke tent en ook de aanval op de linkerflank mislukt. De manschappen onder leiding van Robrecht van Cassel, slagen er in om de Vlaamse opmars tot staan te brengen. Robrecht van Cassel bewijst hier zijn steun aan zijn koning. Het gaat er hevig en moordend aan toe.

En tot overmaat van ramp blijkt de aanval op de Henegouwers ook al geen succes en wordt de achterhoede die de weg terug moet openhouden zelf door de Fransen in de tang gezet. Van terugkeren is geen sprake meer. Het Vlaamse leger is rond 18u volledig omsingeld door de aansnellende Franse soldaten. Er wordt in dichte drommen gestreden. De strijd duurt uren. De Vlamingen strijden voor wat ze waard zijn en de Fransen kunnen alleen maar vaststellen dat ze er op die manier niet zullen in slagen om Zannekin op de knieën te krijgen. Het is nu aan de Fransen om een krijgslist te verzinnen.

Nikolaas Zannekin sneuvelt in de strijd
Tot verbazing van de Vlamingen openen de Fransen hun rangen richting Casselberg. De soldaten van Zannekin veronderstellen dat die opening alles te maken heeft met het oprukken van hun eigen achterhoede en willen zich aansluiten bij de op komst zijnde troepen. De succesvolle krijgsopstelling van de Vlamingen verandert in een ordeloze massa vechtende bende waar de Fransen het nu wel gemakkelijk hebben om hun numeriek overwicht uit te spelen.

De kroonopstelling van de Vlamingen is verbroken. De Vlamingen vormen nu een gemakkelijke prooi voor de Franse ruiterij. De kerels van de Westhoek worden vertrappeld en afgeslacht onder de hoeven van de Franse paarden. Ze worden in de pan gehakt. Nikolaas Zannekin sneuvelt samen met zijn manschappen. Achteraf zal men zijn totaal verhakkeld en onkennelijk lichaam terugvinden in de berg van gesneuvelde mannen.

De Vlamingen worden in de pan gehakt
De graaf van Henegouwen stuurt zijn legerafdeling naar de stad Cassel boven op de heuvel. Duizenden Vlamingen worden op de helling en in de stad vermorzeld en gedood. De banieren van Zannekin ruimen in de kortste tijd plaats voor de gehate blauwe lelievlaggen. Cassel, avond 23 augustus 1328. De door de Vlamingen zo verfoeide Leliaardvlaggen wapperen, op het tempo van de zomerwind, hier hoog boven de stadsmuren van de stad. Alles wat zich binnen die muren bevindt, staat nog voor de nacht gevallen is, in lichterlaaie.

Koning Filips van Valois trekt zich terug in zijn tent die zo goed als intact is gebleven. Vlakbij het dorp Hardifort. Maar niet zonder vooraf een groot ‘Te Deum’ op te dragen. De koning is zichtbaar verrukt met deze grote, zeg maar haast miraculeuze overwinning op de Vlamingen. Bij toortslicht beveelt hij zijn manschappen niet te eten of te drinken zonder vooraf de heer God te bedanken. Hij stuurt een koerier om het Franse parlement en de bewoners van Parijs er van op de hoogte te brengen dat hij en hij alleen weer de heerser is over zijn erfgoed Vlaanderen. Hoeveel mannen zijn er gesneuveld op tijdens die enkele uren van strijd?

De diverse kronieken geven een aantal aan tussen de 10.000 en de 20.000 doden. Eigenaardig genoeg is er over het aantal Franse slachtoffers geen cijfer voorhanden. De enige betrouwbare bron is een document waar de verbeurdverklaringen van 3.185 Vlaamse opstandelingen met naam en toenaam vermeld staan, samen met hun woonplaats. Ook wijlen Nikolaas Zannekin bevindt zich op die lijst.

3185 Westhoekmannen sterven op enkele uren tijd
Drieduizend honderdvijfentachtig (3.185) mensen uit de Westhoek die gedood worden in een tijdstip van amper enkele uren tijd. Nooit of te nooit zal een oorlog in onze regio op zulke korte tijd zoveel van onze mensen uit het leven wegrukken. Ook de grote wereldoorlogen die pas binnen pakweg 600 jaar zullen plaatsvinden, zullen gelukkig geen zulke dramatische verliezen van eigen mensen veroorzaken. Wie zijn ze, die 3185 Westhoekers?

De inventaris van de gesneuvelden spreekt letterlijk boekdelen. De slag van Cassel was er één van alle bevolkingslagen van de Westhoek. De lijst maakt geen melding van de gesneuvelden uit de Kasselrijen Ieper, Belle, Broekburg, Cassel en Duinkerke. In de gemeenten Alveringem, Isenberge, Beveren en Leisele alleen al is er sprake van 250 doden. Veel onder hen zijn boeren met een hofstede of mensen met een eigen woning.

Al de boeren van de streek moeten hebben deelgenomen aan de strijd. Het is zeer de vraag hoeveel onder hen het hebben gered. Uit de ellenlange lijst halen we als uiting van respect voor ons verleden volgende details naar voor in verband met gesneuvelde volksgenoten. Filip Kinbles van Alveringem, 20 ha eigendom. Diederik van Polinkhove, 28 ha in Polinkhove. Jan Rijkaard van Reningen, 21 ha. Jan Aerembout van Haringen, 19 ha. Stasen Lauwaerd van Eggewaartskapelle, 28 ha. Willem Lauwaerd, 28 ha. Boudewijn de Witte van Kaaskerke, 19 ha. Jan Lauwer van Krombeke, 21 ha. Jakemyn Swaks van Lampernisse, 25 ha. Nikolaas en Gillis de Raedt van Lampernisse samen 51 ha. Rijkaerd Blauvoet van Pervyse, 23 ha. Willem Tastevort van Vinkem, 23 ha. Jakemon de Peyere van Renteke (Arnike), 23 ha. Nikolaas Joris van Winnezele, 19 ha. Jan van Bambeke, 1 huis, 2 schuren, 2 stallen, 1 wagenhuis, 1 molen en veel land. Jan en Roeland van der Eiste van Bambeke, 21 ha. Hendrik van Moere van Wormhout, 4 huizen, 4 schuren, 2 stallen en 23 ha land. Jan van de Borre, ergens uit het Casselse, 55 ha op verschillende plaatsen in grote partijen verspreid.

De lijst van de 3185 gesneuvelden
De weerslag van de verloren slag is dramatisch voor de overgebleven families. Alle gronden en goederen van elk die aan de slag heeft deelgenomen, worden verbeurd verklaard. Have en goed wordt scrupuleus in kaart gebracht door Franse schatters en zonder pardon aangeslagen door de Franse kroon. Eén derde van de gronden wordt tijdens oktober 1327 door Filips van Valois geschonken aan Robrecht van Cassel. Ook graaf Lodewijk verwerft één derde van de aangeslagen landerijen.

De lijst van gesneuvelden per dorp is impressionant. Op 23 augustus 1328 verliest een hele generatie jonge gezonde mannen het leven. 119 gesneuvelden van Veurne. 76 van Adinkerke. 37 van Wulveringem. 77 van Alveringem. 24 van Isenberge. 80 van Beveren. 70 van Leisele. 17 van Zuidschote. 43 van Lo. 28 van Wulpen. 36 van Boitshoeke. 48 van Pollinkhove. 30 van Westvleteren. 52 van Stavele. 18 van Oostkerke. 16 van Sint-Rijkers. 16 van Ramskapelle. 31 van Stuivekenskerke. 33 van Koksijde. 53 van Reninge. 42 van Haringe. 18 van Oost-Duinkerke. 3 van Zoetenaaie. 21 van Gyverinkhove. 17 van Eggewaartskapelle. 4 van Noordschote. 24 van Hoogstade. 8 van Elverdinge. 17 van Avekapelle. 22 van Proven. 26 van Kaaskerke. 31 van Bulskamp. 33 van Oostvleteren. 30 van Krombeke. 41 van Houthem. 47 van Lampernisse. 52 van Pervijze en Sinte-Katerine. 12 van Nieuwkapelle. 25 van Vinkem. 21 van Poperinge. 12 van ‘s Heerenwillemskapelle. 12 van St. Jacobskapelle. 11 van Oudekapelle. 74 van Watou. 74 van Steenkerke. 174 van Nieuwpoort. 14 van Nieuweride. De lijst gaat tergend door met de slachtoffers van de vele dorpen in de Kasselrijen Cassel, Bergen, Duinkerke,….

De lijst van honderden gedode Brugse ambachtslieden is al even veelbetekenend. Een aantal afdelingen is er in geslaagd om de dans te ontspringen. Een deel van de Nieuwpoortse divisie kan ontsnappen. 284 van de 458 mannen kunnen zich redden.

Wat staat er Vlaanderen nu te wachten?
Na de slag willen wraakzuchtige legerleiders het hele kustland in brand steken en iedereen doden die ze op hun weg vinden. Vrouwen en kinderen incluis. Filips gaat niet in op dit voorstel omdat hij ook wel weet dat niet iedereen in Vlaanderen het eens was met de rebellie tegen zijn rijk. Hij ziet meer gave in de onderwerping van de steden en Kasselrijen die wel degelijk tegen hun graaf in opstand zijn gekomen.

De verpletterende nederlaag is als een mokerslag aangekomen bij de Vlamingen. Het volk is ontredderd. Verslagen en onthutst. Wat staat er Vlaanderen nu te wachten? Daags na de slag onderwerpt Duinkerke zich aan de koning, maar toch wordt de stad voor een groot deel in brand gestoken. Twee dagen later, op 26 augustus van 1328, houden Veurne, Nieuwpoort en Lombardsijde het voor bekeken. Ze staken de strijd. De mare van de nederlaag en de vele doden uit zoveel Westhoekfamilies heeft een desastreuze uitwerking op de mensen. Ze zijn precies van het lam Gods geslagen. Ook Reninge, Elverdinge, Vlamertinge, Noordschote en Woesten geven zich over aan de Fransen.

Willem de Deken zoekt wanhopig een uitweg
De legerleiding in Brugge probeert een uitweg te zoeken en de beschikbare krachten te reorganiseren. Willem de Deken heeft het niet onder de markt om na deze nederlaag, zijn eigen autoriteit te bewaren in zijn Brugge. Hij reist te paard naar Diksmuide. De strijdkrachten van Filips van Valois rukken verder richting Ieper. Op 27 augustus is de koning opgerukt tot de regio Poperinge. Via Eeke, Westouter en Berten. Poperinge onderwerpt zich aan de koning. Het Franse leger last een pauze in van enkele dagen om wat rust te bieden aan de soldaten en om de gewonden te verzorgen. Filips van Valois roept graaf Lodewijk van Nevers bij zich.

Volgens de Franse kronieken adviseert hij zijn ‘beau cousin’ om voorzichtiger en menselijker om te gaan met de Vlamingen zodat hij minder te maken zal krijgen met rebellie. En er volgt vooral de dreiging dat het de laatste keer is dat hij Vlaanderen ‘in vrede’ aanbiedt aan zijn vazal. In het geval hij dit ooit nog eens moet doen, zal dit alleen nog maar in zijn eigen voordeel zijn en niet langer in dienst van Lodewijk. Lodewijk van Nevers slaat de woorden van de koning in de wind. Hij denkt er het zijne van. De teruggekeerde graaf denkt maar aan één zaak: wraak. Hij wil zich ongenadig wreken op die vuile Vlamingen. Willem de Deken doet vergeefse pogingen om het parlement samen te roepen in Diksmuide. Er worden brieven verstuurd naar Sint-Winoksbergen, Poperinge en Ieper. Maar Poperinge is al gevallen en de Ieperlingen laten weten dat de Fransen al veel te dicht genaderd zijn en dat het veel te laat is om ook maar enige weerstand te kunnen organiseren.

Op 7 september 1328 valt het doek over Ieper
Inderdaad! Op 1 september 1328 staan de Fransen aan de poorten van Ieper dat met zijn omwalde buitenvesten een reusachtig bastion geworden is. De Ieperse schepenen zien het zinloze van hun strijd in en openen de poorten van de stad om bloedverlies van de stedelingen te voorkomen. Tweeduizend Fransen onder leiding van Gauchez de Châtillon proberen de stad binnen te komen. Maar ze krijgen in die eerste dagen te maken met hevig verzet van het gewone volk en de wevers die het niet eens zijn dat hun schepenen de deur wagenwijd hebben gezet voor hun aartsvijanden.

De vuile patriciërs hebben het hen weer gelapt. Het verzet van de Ieperlingen wordt georganiseerd door de pastoor van Sint-Michiels. Op 7 september 1328 valt het doek over Ieper. De soldaten onderdrukken op meest bloedige wijze de opstand van de wevers. De priester van Sint-Michiels bekoopt zijn verzet met zijn leven als zijn woning gebarricadeerd wordt en hij levend verbrand wordt. De Ieperlingen worden verplicht hun wapenuitrustingen in te leveren. De Fransen gooien de alarmklok uit het belfort en stellen Jan van Belle aan als kapitein van de stad. Ze geven het bevel om de vestingen af te breken en de grachten te vullen.

Veel Ieperlingen worden verbannen of worden veroordeeld tot het betalen van fikse boetes. Ondertussen komen de Gentenaars uit hun blauwe schulp. Deinze, dat tot op het laatste aan de zijde van de opstandelingen is blijven staan, wordt door de Gentenaars onder de voet gelopen en in brand gestoken. De regio van Maldegem wordt afgezet en er worden voorbereidingen getroffen om Brugge aan te vallen. Willem de Deken beseft dat zijn milities nu vanuit twee richtingen in de tang worden genomen. Hij ziet geen uitweg meer.

Willem van der Stove neemt het roer over in Brugge
Op 5 september geeft Diksmuide zich over. Op 8 september besluiten ook de Bruggelingen om de strijd te staken. De volgende dag wordt er een nieuw stadsbestuur verkozen dat zich rept naar een tentenkamp nabij Ieper om zich te onderwerpen aan grote baas Filips van Valois. De nieuwe wind in Brugge komt van de rijke adellijke grootgrondbezitter Willem van der Stove. Deze onvervalste patriciër neemt het roer over als stadsvoogd. Er wachten harde tijden voor de Brugse ambachtslieden en het werkvolk. De schepenen die aanstuurden op een onafhankelijk Vlaanderen worden opgepakt en opgesloten in het ‘Ghiselhuus’, de halle op de Burg.

Overal in Vlaanderen worden honderden opstandelingen terechtgesteld of voor eeuwig uit Vlaanderen verbannen. Willem de Deken weet aanvankelijk te ontkomen naar Brabant maar wordt alsnog door de Fransen opgepakt en naar Parijs gevoerd. Hij wordt er twee dagen gemarteld op de pijnbank. Op 24 december 1328 wordt hij terechtgesteld. Zijn handen worden afgehakt. Hij wordt op een wissen mat door de straten van Parijs gesleept en uiteindelijk aan een galg in Montfaucon opgehangen. Zeger Janszone van Bredene, de compagnon van Nikolaas Zannekin, wordt pas in februari 1329 gevat in Oostende wanneer hij probeert om een nieuwe opstand te ontketenen.

Zijn opstand mislukt na verraad van enkele Brugse patriciërs. Hij wordt geketend en ontkleed op een brandwagen door de straten gevoerd terwijl hij met een gloeiend ijzer wordt bewerkt en daarbij over zijn hele lichaam brandwonden oploopt. Zijn ledematen worden stuk voor stuk gebroken. De wakkere en dappere verzetsstrijder Zeger Janszone sterft op 2 februari na verschrikkelijk lijden. Geradbraakt en onthoofd. Zijn ontzielde lichaam wordt aan de galg opgehangen.

1700 gijzelaars worden aan Frankrijk uitgeleverd
De ooit zo machtige stadsklerk en priester Pieter van Sinnebeke, vlucht naar Utrecht en komt er uiteindelijk terecht in de gevangenis van een bisschop. Wat er tussen de vlucht en de gevangenis heeft afgespeeld, oogt niet zo fraai. Er bestaan geschriften over zijn verraad aan de eigen idealen. Vooral als hij zich verlaagt door als verklikker op te treden voor de graaf en daarmee gewezen medestrijders de zak in draait.

Op 28 november 1329 geeft paus Johannes XXII de opdracht om hem te bestraffen omdat hij andere geestelijken tot opstand heeft opgezet. Hij wordt tegen de betaling van losgeld uitgeleverd aan de graaf van Vlaanderen. Het laatste spoor van de ‘magistrum Petrum Flamingi de Brugiis’ leidt ons naar het Châtelet in Parijs. Zelfs de doden worden niet met rust gelaten. Het stoffelijk overschot van de vorige zomer vermoorde Jacob Peyt wordt op bevel van de bisschop van Terwaan opgegraven en als aartsketter verbrand. Het lijk van de dode ketter wordt tot as verpulverd. Graaf Lodewijk van Nevers heeft de Vlamingen opnieuw in zijn macht en vertrappelt ze zonder genade. 1700 gijzelaars van alle rangen en standen uit Brugge en Ieper worden als gijzelaars uitgeleverd aan de koning. Ze vertrekken op 17 september.

Zij zullen als borg dienen voor de onderwerping van hun landgenoten. Duizenden Bruggelingen worden te Damme opgeknoopt, veel ambachtslieden van Ieper worden gedecimeerd. Vrijheidsstrijder Lambrecht Bovyn en veel anderen worden geradbraakt. Ontelbare burgers worden verbannen. De goederen van allen die gestreden hebben in Cassel zijn al lang verbeurd. De steden zijn beroofd van hun keuren en voorrechten en worden doodgeslagen met ontzaglijke boeten. De stadsgrachten moeten gedempt zijn voor Pasen van 1329. Er staat een periode van jarenlange repressie voor de deur van Vlaanderen.

Dit fragment maakt deel uit van deel 3 van ‘De Kronieken van de Westhoek’. Het hele hoofdstuk kan je ook lezen op http://www.westhoek.net/P1328001.htm

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>