De dramatische slag van Cassel

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       8 months ago     303 Views     Leave your thoughts  

De slag bij Cassel

23 augustus 1328 In de winter van 1323 braken hier in onze gewesten vrij erge onlusten uit. Eerst in het Brugse Vrij en onmiddellijk daarop in de streek van Veurne en Bergues. Het was niet uit ellende dat de Vlamingen naar de wapens grepen. Het was een opstand van vrije kloeke boeren, van kleine eigenaars, van pachters en zelfs van eenvoudige landarbeiders.

Die opstand was gericht tegen de adel, tegen het ridderschap, tegen de grote abdijen en tegen al de rijken die onze landslieden verdrukten en hun eindeloze tienden en lasten deden betalen, en hun rechten miszegden. Het was een sociale strijd.

Nicolaas Zannekin was de leider. Hij was zeker geen noodlijdende. Hij bezat te Lampernisse 38 gemeten land en de meeste van zijn volgelingen waren kleine landbezitters. Het werd een lange bittere strijd en beide kanten waren even wreed.

De koning van Frankrijk, Philips van Valois, vastbesloten het oproer van de Vlaamse boeren te smoren, riep in juni 1328 zijn leger bijeen. Hij viel de Vlamingen langs het zuiden aan terwijl de graaf van Vlaanderen, Lodewijk van Nevers met zijn edellieden en met de Gentenaren langs het oosten oprukte.

De Bruggelingen waren aldus gedwongen hun stad te beschermen en konden dan ook niet meehelpen. Het waren de mannen van Veurne-Ambacht, Bergen-Ambacht, Broekburg, Cassel en Belle die de koninklijke legers moesten tegenhouden.

Zij stelden zich op onder leiding van Zannekin langs de Casselberg en vormden daar een oninneembare vesting. De Fransen wisten dat de stelling van de Vlamingen niet stormenderhand kon worden ingenomen. Ze vielen dan ook niet aan en wachtten af.

Intussen gingen ze de omliggende dorpen plunderen en in brand steken om de Vlamingen uit te dagen. De 23ste augustus 1328 was een snikhete dag. De Vlamingen, verstikt van de hitte en versmacht van de dorst besloten er een einde aan te maken.

In drie groepen stormden ze plots en onverwacht op de Fransen af die op het warmste uur van de dag in hun tenten schuilden voor de brandende zonnestralen.

Eerst geraakten de Fransen in paniek, toen zij zelf ongewapend de aanstormende Vlamingen zagen oprukken naar de tent van de koning. Het plan van Zannekin had wellicht kunnen slagen, maar op het kritieke ogenblik kon Robrecht van Cassel die juist met een gewapend betaljon terugkwam van een strooptocht en brandstichtingen, de Vlamingen in de rug en in de flank begon aan te vallen.

Ook graaf Willem van Henegouwen kwam met zijn korps toegesneld. Hierdoor kregen de Fransen de tijd om van hun verschot te bekomen en zich te wapenen. Ondanks de overmoed van de Vlamingen was de overmacht van de Fransen veel te groot.

Zannekin en zijn mannen werden omsingeld maar stelden zich onmiddellijk in kringvormige slagorde. De Fransen lieten daarom de Vlamingen langs de zijde van de heuvel ontsnappen om aldus hun gelederen te verspreiden. De Franse krijgslist slaagde en de Vlamingen werden overrompeld. Het werd een ongehoord en nooit gezien bloedbad.

Volgens de opgemaakte inventaris zouden er 3.185 mannen gevallen zijn en slechts 676 vluchtelingen overgebleven. Het juist aantal slachtoffers zal onbekend blijven en ligt natuurlijk veel hoger dan die 3.185 want dat zijn immers allemaal gekende namen. Maar ook toen bestond er zoiets als een onbekend soldaat.

Naargelang de geschiedkundige bron verschilt het aantal gesneuvelden. Chronicon comitum Flandrensium geeft 9.000 doden. Procurator 10.000, Le Muiset 12.000, Le Bel 15.000 en Les Croniques de Saint-Denys geeft het hoogste aantal, namelijk 19.800 slachtoffers.

Volgens een brief van de koning van Frankrijk waren er 11.547 gesneuvelden en het totaal van de verslagenen en de vluchtelingen werd gerekend op 19.800 man. Voor onze gemeenten werd de slag van Cassel een enorme ramp, een zeer pijnlijke slag.

De gemeente Beveren verloor 80 mannen, Leisele 70, Stavele 52, Roesbrugge-Haringe 42, Krombeke 30 en Proeven 22.

Al de goederen van hen die in Cassel tegen de koning hadden gestreden werden in beslag genomen. Te Beveren werden aldus 360 gemeten land aangeslagen (een gemet is 0,45 hectare). Te Stavele was dat 317 gemeten, te Leisele 281, te Roesbrugge 323, te Krombeke 370 en te Proven 132 gemeten. Daarbij werden zware belastingen geheven.

In 1331 trok ridder Jan van Stavele, burggraaf van Veurne en de heer van Stavele samen met de baljuw van Veurne in naam van de stad en de kasselrij van Veurne naar Parijs om de Franse koning te smeken de belastingen te willen verminderen.

R. Lansweert in ‘De Ijzerbode’ van 1971

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>