De eierpuf

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in  ,      10 months ago     769 Views     Leave your thoughts  

Het ei in de volksgeneeskunde

Bij het oplopen van brandwonden legde men de lies (eipel) van onder eierschaal over de brandwonde en daarmee bekwam men een natuurlijke pleister, welke afschermde tegen het binnendringen van stof en bacterieën. Een liesei is een ei zonder schaal.

Om maagzuur te temmen en diarree te stoppen, fijn gewreven eierschalen innemen. Wanneer de maag oprispt heeft men de eierpuf. Een middel daartegen: met je nekje in de mestput laten indelven. Bij ademhalingsstoornissen een ei op azijn, waarin de schaal enige tijd opgelost is gebruiken.
Voor een zwak lichaamsgestel: een geklutst ei in warm bier of warme wijn doen en uitdrinken; om de eierpunch te vervolledigen, voegde men citroensap en rum er aan toe.

Bij borstvalling (hoesten), de dorren (dooiers) van twee eieren gedurende vijf minuten kloppen en ondertussen twee soeplepels zeem, twee soeplepels olijfolie zonder onderbreking al slaande bijvoegen. Tegen uitteren en bloedspuwen; een ei in ‘canari-suiker- doen en ‘s morgens innemen. Eieren beschermen eveneens tegen adderbeten.

Hoofdpijn bij een kind geneest wanneer men het ei op Goede Vrijdag gelegd, onder het hoofdkussen deponeert. Voor branderigheid (in stukken gaan) van de huid bij het kind, twaalf eieren koken en het eiwit (het witte) wegnemen, de dorre laten koken tot er olie van komst en de zieke plaatsen ermee instrijken. Tegen reeuw (doodsgeur): twee eieren onder het bed van de dode leggen.

Tegen tandpijn: ‘een mol, ter pulvere ghebrant met witte van eie gheminghet thant ende tanscijn daer mede gehwreven hevet lasenescap verdreven’ (Jacob van Maerlant). De zere tand aanstrijken met een ei, dat men in een boomholte wegstopt en toemetst met leem.

De eieren die niet gespoord zijn door de haan, verdreven bij de vrouwen de hardnekkigste onvruchtbaarheid. Het ei van een paasei met vooral het eivlies bevordert de mannelijke potentie.

Hij ziet er zo geel uit als een eierdooier. Hij heeft een zweer de grootte van een ei.

Volksgeloof

De schaal van eieren werd gebruikt voor orakels en in de geluksmagie. In de lege eierdoppen kan zich een heks verstoppen. Eierschalen brachten zegen over dier en erf. Met een Goede Vrijdagei op zak kon men in de Paasmis de heksen herkennen.

Opdat de vissers in hun slaap van de kokkemare (mare of nachtmerrie) bevrijd zouden zijn, wierpen zij geplette eierschalen in zee. Ze moesten verbrijzeld zijn anders zouden de heksen, duivel of kwelgeesten deze als vaartuigen gebruiken om aan boord te komen en pogen het schip te doen kapseizen.

Wanneer men een ei gegeten had, moest men de dop fijn stampen om zich tegen de boze geesten te beschermen. De ledige eierschalen dienden verbrijzeld omdat de toverheksen er een klis van je haar zouden kunnen insteken en je alzo betoveren. Een ei stukslaan en in kokend water werpen. Het eiwit zal stollen en de vorm krijgen van een dier, wat de dood betekent, een ster betekent geluk, een kruis brengt lijden en een man rijkdom.

De Sint-Jorisvasten was een vasten van zeven dagen. De eerste dag, zeven eieren eten, de tweede zes, de derde vijf, de vierde vier, de vijfde drie, de zesde twee en de zevende één. Men onderhield de Sint-Jorisvasten om te weten te komen wanneer men ging sterven. Op het einde van die vasten zal een engel uit de hemel komen en je sterfdag bekend maken.

Bij het beeld van Sint-Antonius met een zwijntje offerde men eieren. Bij de geboorte van hun kinderen kregen de ouders een beschilderd ei als symbool van geluk. Men liet gekleurde eieren zegenen in de kerk, om uit te delen aan kinderen, knechten, buren en vrienden.

Bruidjes ontvingen bij hun huwelijk een gelukskrans van eieren. In de antieke graven vond men een ei dat de overledene vergezelde naar het hiernamaals. In het metselwerk van een huis werd een ei ingewerkt om het huis en de bewoners te beschermen. De pastoor en de koster ontvingen eieren met het doel hennen te beschermen tijdens het jaar.

De pastoor kreeg eieren op Pasen van de moeders opdat hun kinderen met de plechtige communie vooraan zouden zitten.

Door zijn kritiek heeft Erasmus het ei gelegd dat Luther heeft uitgebroed. Wat Erasmus plantte, bewaterde Luther en de duivel gaf de groei.

In een hospitum voor pelgrims zaten drie geestelijken op een late avond samen en moesten nog eten. Er was slechts één ei beschikbaar. De priester nam een mes en sloeg de kop van het ei af al zeggend ‘Epheta’ (ga open). Op zijn beurt nam de Franciscaner pater het onthoofde ei in zijn handen, nam het zoutvat en strooide er wat zout in, en hij sprak ;’neem tot u het zout van de wijsheid’. Tenslotte was het aan de Jezuïet die zei; ‘en treedt dan binnen in de vreugde des Heren.’

Uit ‘Die Chronycke Bachten de Kupe’ van de regionale heemkring Bachten de Kupe uit 1997