De exploten van Willem van Lo

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in  ,      1 year ago     315 Views     Leave your thoughts  

Na de dood van Karel de Goede, werd zijn erfdeel door drie prinsen betwist. De Vlamingen kozen de zijde van diegene die het meest bereid was om hun vrijheden te beschermen. Deze drie mededingers waren Willem van Lo, markgraaf van Ieper, wiens vader, Philippus van Vlaanderen, zoon was van Robert de Vrieslander; Dirk van de Elzas, zoon van Gertrudis, dochter van de zelfde Robert; en uiteindelijk Arnold van Denemarken, neef van de goede graaf Karel.

Wanneer Karel reeds in het bezit van het bestuur getreden was, had Willem van Lo zijn aanmatigingen door de wapens ondersteund; maar hij was verslagen geweest; deze twist eindigde door een overeenkomst krachtens welke Willem van Lo het markgraafschap van Ieper en nog andere erfgoederen verkreeg.

Wanneer Karel overleden was, deed de markgraaf van Ieper opnieuw zijn rechten gelden. Hij begon met Karel de Goede te wreken al enige van zijn moordenaars vervolgende. Daarna deed hij zich als graaf van Vlaanderen uitroepen. Eerst te Ieper, dan te Aire, te Veurne en te Cassel. Ondertussen had Arnold van Denemarken St-Omer ingenomen. Willem trok tegen hem op, maakte zich meester van de stad, nam Arnold krijgsgevangen en dwong hem van zijn aanmatigingen daar te laten.

Willem meende ook Dirk van de Elzas te onderwerpen, wanneer de koning van Frankrijk, Lodewijk de Dikke, die in zijn hoedanigheijd van leenheer te Brugge gekomen was om de moordenaars van Karel de Goede te straffen, aan deze twist een einde stelde, door op willekeurige manier het graafschap van Vlaanderen te geven aan Willem van Normandië, bijgenaamd met de Korte Dije.

Deze prins werd niet geacht; maar de Franse vorst was hem genegen om dat hij de zuster van de koningin, zijn vrouw getrouwd had. De Vlamingen waren geenszins tevreden met de vorst welke hun opgelegd was geweest. Maar de talrijke legers van Lodewijk de Dikke bedwongen alle pogingen ten voordele van Willem van Lo en van Dirk van de Elzas, die het graafschap van Vlaanderen gewapenderhand wilde innemen.

Lodewijk en Willem met de korte Dye leverde dan een grote veldslag aan de markgraaf van Ieper. De overwinning bleef lange tijd twijfelachtig en begunstigde maar het Frans leger wanneer Willem van Lo krijgsgevangen gemaakt werd door Daniel, de graaf van Dendermonde, die hem bij Willem met de korte Dye bracht.

De koning van Frankrijk stelde voor aan zijn gevangene om vrede te maken indien hij zijne aanmatigingen wilde doen ophouden. Willem zulks geweigerd hebbende, staken de overwinnaars de stad Ieper in brand. Ze dreigden van ook al de andere steden zo te behandelen; maar de prins gaf zich over.

Hij beloofde om zijn mededinger als graaf te erkennen, waarop hij in vrijheid gesteld werd. Het markgraafschap van Ieper en de heerlijkheid van Lo werden hem teruggegeven. Hij hield zich bezig met de ongelukken van de oorlog te herstellen, gaf nieuwe vrijheden aan zijn onderdanen en wachtte de gebeurtenissen af.

Willem, nu meester van Vlaanderen zijnde, maakte zich hatelijk aan zijn inwoners. Hij behandelde zijn onderdanen, verdrukte het volk met belastingen en schafte alle de voorrechten af. Dirk van de Elzas en de markgraaf van Ieper kregen nieuwe hoop. Maar welhaast bood zich eenen derde mededinger aan, te weten Stephanus, van het geslacht van Blois, graaf van Boulogne, neef van de koning van Engeland en door zijn moeder kindskindszoon van Boudewijn van Rijssel.

Hendrik de eerste, koning van Engeland, had hem een vloot gegeven met welke hij Vlaanderen kwam verwoesten. Willem met de korte Dye wrook zich met ook alzo het graafschap van Boulogne te behandelen. Het was dus dat de vorsten de oorlog voerde ten koste der volkeren. Stephanus ondertussen een samenspraak gehad hebbende met Willem van Lo, zijn neef, maakten de twee mededingers een verdrag.

Ze wisten dat Willem met de korte Dye schatten verzamelde en schepen uitrustte om Engeland, waar zijn vader geregeerd had, te gaan heroveren. Van zijn kant, Stephanus, die de naastbestaande bloedvriend was van Hendrik de eerst, betrachtte ook de kroon van Engeland. In deze omstandigheden had hij liever zijn rechten op Vlaanderen aan de markgraaf van Ieper af te staan en dus deze voor vriend te hebben.

Zohaast dit besluit genomen was, trokken Stephanus en Willem samen naar Engeland. Stephanus moest daar aan zijn vriend een leger bezorgen om de graaf van Vlaanderen te gaan verdrijven, en verder moest Willem zich gereed houden om Stephanus te ondersteunen wanneer het ogenblik zou gekomen zijn om de kroon van Engeland te veroveren.

De markgraaf van Ieper werd na enkele tijd gewaar dat Stephanus geen ijdele hoop voedde. Koning Hendrik beminde hem bovenmate; de edelmannen eerden zijne dapperheid en zijn werkzaamheid. Het Engels volk had hem lief om zijn beleefde handelswijze. Hij verborg dus erg goed zijne eerzuchtige gedachten dat zelfs de scherpzinnige vorst die geenszins ontwaardde.

De twee vrienden waren slechts eeige dagen te Londen en Willem van Lo begroette reeds stillekens de graaf van Boulogne met de titel van koning van Engeland. Om dit gezeg te verwezenlijken wilde Stephanus de dood van de koning, zijn weldoener, afwachten. Hij had ook spoedige onderstand noodig en rekende hiervoor op de markgraaf van Ieper en zijne dappere Vlamingen. Die verkreeg voor zijn vriend een goede vloot, op welke Willem inscheepte om de Normandiër te gaan bevechten.

Maar gedurende zijne korte afwezigheijd was de toestand van zaken in België wel veranderd. Gent, Brugge, Rijsel en nog andere steden, de dwingelandij van Willem niet meer kunnende verdragen, hadden voor hem hun poorten gesloten en, met belofte van onderstand, Dirk van de Elzas aangemoedigd om tegen hem te oorlogen.

Dirk had een leger te been gebracht en was ondersteund geweest door Yvaan, graaf van Aalst, en Daniel, graaf van Dendermonde, die de vijanden van Willem geworden waren. De helft van het land was ook opgestaan. Men had de Normandiër te St-Omer verslagen. Een andere veldslag was bij Aalst geleverd geweest: Dirk, gedwongen van te wijken, was in Aalst gevlucht met de graven van Aalst en van Dendermonde.

Willem, geholpen door het leger van Godefridus, hertog van Brabant, komt aan de poorten van de stad en daagt hem om om zich over te geven. Als antwoord werpt een boogschutter van Aalst met name Nicasius hem een zwaar schot toe welke de graaf in zijn schouder kwetste; de arm ontvlamde en Willem van Normandië stierf na verloop van vijf dagen, na 18 maanden onrustig geregeerd te hebben.

Dirk van de Elzas was als graaf van Vlaanderen uitgeroepen wanneer de markgraaf van Ieper wilde ontschepen. Te Damme verdreven zijnde, ontwaarde hij welhaast dat zijn zaak verloren was; hij keerde dan naar Engeland terug waar de oude koning hem door bedieningen en rijkdommen troostte (1129).

Het overige van de levensloop van Willem van Lo wijkt af van onze geschiedenis. Niettemin behoren de krijgsdaden van deze held aan onze jaarboeken, want hij was een Belg; wij zullen ze hier bondig beschrijven. De oude koning van Engeland stierf in 1135. Stephanus deed zich te Londen koning verklaren en werd door de aartsbisschop van Canterburry gezalfd niettegenstaande Mathilde, dochter van de overleden koning, die weinige partijgangers had. Om zijn troon te bevestigen, gaf Stephanus een grondwet en schafte een menigte van misbruiken af.

Hij maakte een verbond met Lodewijk de Jonge, koning van Frankrijk, en deed zijn zoon tot hertog van Normandië verklaren. Nochtans stelden de grote heren van het rijk zich tegen de vrijheden van het volk; ze verschansten hun kastelen, deden munten slaan en wilde onafhankelijkheid van hun heerlijkheden en gebieden.

Stephanus, die hen ook vele voorrechten toegestaan had, handelde niet matig in deze omstandigheden. Hij herriep zelfs hetgeen hij toegestaan had. Aanstonds barstte de oorlog uit, de ontevredenen gingen de partij van Mathilde vermeerderen. David, koning van Schotland, trok in Engeland om de rechten van de prinses zijn nicht gewapenderhand te ondersteunen.

Stephanus gaf het bevel van zijn leger aan de dappere en ervaren Willem van Lo, die drie maal de Schotten versloeg en hun dwong van met Stephanus vrede te maken. Maar Robert van Glocester, onechte zoon van de overleden koning, kwam op zijn beurt met een talrijk leger om Mathilde te verdedigen.

In een grote veldslag te Lincoln kreeg Stephanus, die zelf het bevel van zijn leger opgenomen had, de nederlaag. Hij werd krijgsgevangen genomen en te Gloucester in een gevangenis opgesloten. De hovelingen van Stephanus dit vernomen hebbende, verlieten hun vorst en begaven zich bij Mathilde.

Maar Willem van Lo de overblijfselen van zijn leger opnieuw verzameld hebbende, trok moedig op tegen Robert, vocht als held, en behaalde de zegepraal; Robert werd zelfs gevangen genomen. De Vlaming begon dan Mathilde te Winchester te belegeren. De prinses vrezende van in zijn handen te vallen, stelde voor om Robert van Gloucester tegen de koning Stephanus uit te wisselen.

Dit voorstel werd aanvaard en de prins beklom opnieuw zijn troon. Om de bewezen diensten van de Belgische krijgsman te vergelden, schonk hij hem de provincie van Kent. Maar wanneer in 1154 Hendrik II, zoon van Mathilde, Stephanus opgevolgd was, keerde Willem van Lo, die blind geworden was naar Vlaanderen terug.

Hij verzoende zich met Dirk van de Elzas, en leefde nog tien jaren in zijn kasteel van Lo, gelegen op het grondgebied van Veurne. Het einde van deze geschiedenis, zoals geschiedschrijver Meyer het verhaalt, is droevig. Deze schrijver zegt dat Willem van Lo met een jong kind in het land teruggekeerd was.

Dirk van de Elzas, al hem de toelating gevende om weer in Vlaanderen te mogen wonen, vroeg zijn jonge zoon als gijzelaar. Het kind werd in het hof van Dirk gebracht, waar men hem de ogen uitstak om dat het later niet gevaarlijker zou geworden hebben als zijn vader. Meyer zegt nog dat het arm kind stierf bij gevolg van deze mishandelingen.

Uit ‘Militaire jaerboeken der Belgen’ van Armand Neut uit 1836