De geboorte van Diksmuide

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       9 months ago     372 Views     Leave your thoughts  

Dicasmutha in de Pagus Iseretius
Diksmuide. Ijzer. Noordzee. Pagus Iseretius. Het oord raakt duizend jaar terug stilaan bekend als ‘Dicasmutha’, ‘Dicasmut’, ‘Dicimuda’, ‘Diquemude’, ‘Disquemue’, ‘Dicimut’. Uiteindelijk wordt het ‘Dixmude’. Pas veel later zullen de mensen spreken over ‘Diksmuide’. Maar daar zijn we nog lang niet aangekomen. In de 10de eeuw is Dicasmutha eigenlijk niet veel meer dan gehucht met een kapel die afhangt van de Sint-Niklaaskerk van Eessen. 31 oktober 1089.

In een oorkonde waarin Robrecht II, de graaf van Vlaanderen, de proost van het Sint-Donaaskapittel in zijn bezittingen bevestigt, staat de naam ‘Dicasmutha’ voor de eerste keer op perkament vermeld: ‘aecclesia de Hesna, cum capellis sibi attinentibus, Dicasmutha et Clarc’. De naam Dicasmutha vindt zijn oorsprong in de periode 940-950. Later in dit verhaal zal duidelijk worden wie de dooppeter is van de naam van Dixmude. Hesna staat hier trouwens voor Esen (Eessen), Clarc voor Klerken.

De plek aan de Ijzermonding is al eerder in beeld gekomen in oude manuscripten van de abdij van Sint Omaars waar aangegeven wordt dat Adalfridus, de heer van Alveringem, zich door Audomarus laat ompraten tot de christelijke leer. Er zijn in de jaren 300 al verwoede pogingen geweest om de Westhoekbevolking te laten afzien van hun heidense en brute levensstijl. Maar een chronisch gebrek aan predikanten zorgt er voor dat de mensen al snel hervallen in de ‘oude doolinge ende afgoderie’. Met de komst van St. Audomarus, de bisschop van Terwaan komt daar in 665 verandering in.

Aan de samenvloeiing van de Ijzer met de Handzamevaart
Waar situeert Dicasmutha zich? Halverwege en iets ten zuiden van de denkbeeldige lijn die Veurne en Torhout met elkaar verbindt. Sinds 270 is de zee diep doorgedrongen in de Westhoek. De burg van Veurne ligt op een beschermende hoogte. Westelijk van Dixmude. Voor de rest slingert de brede en wijdvertakte zeearm van de Ijzer zich door het uitgestrekte Westhoekgebied. Dicasmutha vormt een dijk aan de zuidwestelijke kant van de Ijzer. Een dijk (dic) aan de monding (mude) van de Ijzer: Dicsmude? Het gehucht ontwikkelt zich op de samenvloeiing van de IJzer en de Handzamevaart.

Beide waterlopen vormen, samen met de omliggende broeken die tussen 1000 en 1050 nog eens volledig zullen overstroomd worden, het vlakke land aan de Noordzee. Dixmude kijkt achter zich uit op een poldergebied. Tot het jaar 1100 zal Dixmude afhangen van haar moederparochie Eessen. De meeste geschiedschrijvers houden het bij deze uitleg. In het boek van de Nieuwpoortenaar René Dumon over de geschiedenis van Nieuwpoort staat echter een andere verfrissende uitleg over het ontstaan van de naam van Dixmude. We moeten terug in de geschiedenis. In 54 voor Christus zijn de Romeinen heer en meester geworden in de streek. Dan willen ze ook Engeland inpalmen.

Ze gebruiken de ligging van de Westhoek als uitvalsbasis om hun doelstellingen te realiseren. De Romeinse vloot is geen kattenpis: een armada die bestaat uit 36.000 soldaten, 4000 ruiters. 600 schepen. De schepen worden in lokale scheepswerven gebouwd. Alles duidt op een beduidende graad van bevolking om dergelijke schaal aan te kunnen. Volgens de geschriften van aanvoerder Caesar zelf, ontscheept de reusachtige vloot op 5 of 6 juli van het jaar -54 in ‘Portus Icius’. Er bestaat tot op heden discussie waar precies die Portus Icius zich bevond. Velen menen dat de havens van Bonen (Boulogne), Wissant of Cales in aanmerking komen.

Maar schrijver Dumon heeft zo zijn redenen om aan te nemen dat die haven wel eens Koksijde kan geweest zijn. Vooral het feit dat Caesar aangeeft dat Portus Icius in het land van de Morinen ligt, kan er op wijzen dat hij het gelijk aan zijn kant heeft. En zo komt Dixmude in beeld. In de beginperiode van de Romeinen is er nog geen sprake van de vloedgolf van 270 die de Westhoek voor eeuwen onder water zal zetten. Halverwege tussen Nieuwpoort en Wulpen, aan de Steendam, bewijst de zeer dunne kleilaag in de grond op de vroegere aanwezigheid van een verdwenen waterloop van meer dan 100 meter breed die zich, komende vanuit oostelijke richting enkele kilometer verder in zee zal hebben gestort. De link met de Noordzee gebeurt ter hoogte van de ‘Doornpanne’ tussen Oostduinkerke-Dorp en Koksijde-Bad waar al evenmin sprake is van een kleibodem.

Tussen de Ics en de Icsmond
Als Dixmude in 1089 beschreven wordt als ‘Dicasmutha’ dan kan dit eigenlijk perfect staan voor de term ‘Icsmond’, of de monding van de ‘Ics’. Er gaat een licht branden! Vinden we in ‘ d’ Icsmond’ niet de naam terug van de oorspronkelijke stroom die Dixmude ooit verbond met Koksijde? Namelijk de ‘Ics’? De ‘Ics’ die verder westwaarts van Dixmude bekend staat als de Ijzer? De plaats waar de Ics in de zee uitmondt, ligt dicht bij Koksijde dat door zijn eigen bewoners als ‘Coxie’ wordt uitgesproken.

Een ‘ijde’ staat bekend als een aanlegplaats voor zeeschepen. De Kelten die lang voor de Romeinen de termen ‘IX’, ‘AX’, ‘OX’ en ‘EX’ gebruikten (zie bijvoorbeeld de naam Oxford) om de aanwezigheid van water aan te duiden hebben dus de naam gegeven aan de ‘Ics’. De link tussen Coxie en de Ix wordt meteen duidelijk. De Ics tussen D’ Icsmond en Doornpanne vloeit trouwens voorbij ‘Poortisius’, de poort van de Ics, Portus Icius. Poortisius zal in de loop van de jaren verbastaarderen tot Paardisie, Perdisie om uiteindelijk te belanden bij zijn definitieve naam: Pervijze of in de volksmond genoemd ‘Pervisie’.

De hele waterhuishouding met de Onie en de Ics in de Pagus Iseretius zal na de stormvloeden van 270 grondig door elkaar geschud worden. De Onie en de Ics worden ingepalmd door een beduidende zeearm van de Ijzer die diep in de Westhoek in verschillende zijtakken zal uitmonden. Eén ervan is Dicasmuda die zijn oorsprong aan de monding van de illustere Ics voorgoed kwijt is en waar, met het voortschrijden van de eeuwen, de brede zeearm zich zal terugtrekken naar de Noordzee vele kilometers verder westwaarts. Alleen de Ijzer zal blijven als herinnering. De pagus Iseretius is opgeslorpt door de Pagus Flandrensis.

De Pagus Flandrensis en de Pagus Mempiscus
Zo slorpt de Pagus Flandrensis geleidelijk aan de oude pagus Iseretius op. Deze Pagus Flandrensis is zelf duidelijk afgescheiden van de Pagus Mempiscus, de Pagus Cortracensis en de Pagus Gandensis, het gebied waar Brugge toe behoort. Ook Ardenburg, Oostburg, Lappescura, Oostkerk, Houtava, Lissewega, Meetkerk, Uytkerk, Dudzela, Labbeka, Sarkenghem, Aldenbourg, Clarkhem, Warrhem, Sarrem, Eessena, Keyem en Dicasmutha behoren tot de Pagus Flandrensis. De hele Pagus Flandrensis is één reusachtige aaneenschakeling van bos en woud.

De 6000 hectare bossen (‘in silva Ruhouta’) vormen in zijn totaliteit het koninklijk domein van de Merovingische en later Karolingische vorsten die het gebied hebben overgenomen van de Romeinse bezetter. Stamvader van de Karolingers is Karel Martel die tussen de jaren 700 en 750 zorgt voor veiligheid en stabiliteit in heel Frankenland. Die Karel Martel heeft een kleinzoon die geboren wordt in Huise (niet ver van Zingem en Oudenaarde) in het jaar 751. Adalardus is de zoon van Pepijn de Korte en een neef van de grote Frankische heerser Karel de Grote die er in zal slagen om van West-Europa één groot Frankisch machtsgebied te maken.

Adalardus schopt het in 796 tot raadgever van Karel de Grote. Adalardus treedt toe tot de abdij van Corbie bij het Picardische Amiens. Hij wordt er abt. De abdij van Corbie is net zoals de abdij van Sint-Omaars ontsproten aan de kloostergemeenschap van Montreuil. Tijdens zijn leven (verw)erft Adalard de duizenden hectaren bossen in de Westhoek. Ook Dicasmutha behoort nu tot zijn eigendommen. De abt richt overal landbouwkolonies op waar lokale boeren werken aan de ontginning van nieuwe landbouwgronden. In de villa Dicasmutha wordt ongetwijfeld hard gelabeurd bij het terugwinnen van gronden van de Noordzee. Abt Adalardus zal kort voor zijn dood in 827 zijn eigendommen schenken aan de abdij van Corbie.

De oppidum Dicasmuda wordt gebouwd in 958
Na de invallen van de Noormannen enkele decennia later, wordt de bossen van de Pagus Flandrensis, samen met de gronden van Dicasmutha, ongegeneerd overgenomen door de graven van Vlaanderen die zichzelf promoveren tot beschermheren en tot feitelijke abten van de belangrijkste abdijen van het land ten noorden van de heuvels van Picardië. De Noorse aanvallen in de pagus Iseretius zijn zo goed als afgelopen tegen dat het jaar 900 aanbreekt.

Maar de Vlaamse (mede)graaf Boudewijn III beschouwt het in 958 nog steeds als broodnodig om in het gehucht Dicasmutha een beschermende burcht omringd door aarden wallen aan te brengen. We beleven de geboorte van de ‘Oppidum Dicasmuda’. De burcht wordt opgetrokken aan de samenloop van de Ijzer met de Krekelbeek, het verlengde van de Handzamevaart. Anno 2012 verwijst enkel de naam van de Kasteelstraat naar de door wallen omringde burcht die er meer dan 1000 jaar voordien gebouwd werd. Net zoals andere burchten in Vlaanderen, geeft het gebouw bescherming aan de vrije mensen die zich in gilden of ambachten aan het verenigen zijn.

Het gehucht groeit al snel uit tot een stadje. De burgers krijgen er de naam van poorters. De hele kustregio wordt ingepalmd door de schaapsteelt waar vooral de Friezen zich integreren met hun Friese lakens die ze naar heinde en verre exporteren. De havens van Nieuwpoort, Dixmude en Gravelines spelen hierbij een belangrijke rol.

In hetzelfde jaar 958 krijgt Portum Dixmude trouwens van graaf Boudewijn een openbare markt met alle rechten vandien. In de ‘oude jaerboucken’ van Yper staat het zo omschreven: ‘Anno 958 heeft Boudewijn Juniar als vierden graef van Vlaenderen en gedeurende in het leven van sijnen vader Aernout, heeft hij de stad Iper doen vermeerderen en vercieren, aldaer instellende weekelijke markten en gebiede ook jaerlijksche feesten en zommige vrijheden.

Om dat’ er niet veel geld was, ordonneerde te verkoopen bij wisselinge de een waere voor de andere, te weten voor een verken een schaep, fruyt voor kiekens, twee hennen voor eenen gans, twee gansen voor een verken, een schaep voor drie lammekens en drie kalveren voor een koe, het welke eertijds de costume was der Duytsche. Men heeft gestelt deze nieuwe wethouders Raes van Dixmude, Raimond Kokelaers, etc.’. Het jonge Ieper dat aan het begin staat van zijn steile economische opmars stelt dus in 958 een zekere Raes van Dixmude aan als één van zijn wethouders. Het duidt er dus op dat Dixmude op dat moment al beschikt over een adellijke familie met macht en uitstraling die verder gaat zijn eigen muren.

Arnulf de Bevere wordt geboren in het jaar 905
In 964 wordt er voor het eerst gewag gemaakt van een burggraaf in Dixmude. Een baanderheer, een ridder die een aantal leenmannen onder zijn bevel houdt. De burggraaf heet Arnulf De Bevere. Vermoedelijk is hij sinds 940 of mogelijk iets later als burggraaf aangesteld. Het verhaal van Arnulf De Bevere is op zijn minst opzienbarend. Arnulf wordt in het jaar 905 geboren in Bevere bij het Engelse Worcester.

Zijn voorouders regeren in Bevere Manor over het Angelsaksische Mercia, een koninkrijk dat zowat het hele zuidwesten van het hedendaagse Engeland behelst. Bij zijn geboorte is zijn moeder Aethelflaed trouwens koningin van Mercia. Aethelflaed is de dochter van Alfred de Grote, de grote heerser over Groot-Brittannië dat in die tijd omschreven wordt als ‘Bret Waldam’. Arnulf is dus de kleinzoon van de grote heerser Alfred de Grote en de achterkleinzoon van de Engelse koning Ethelwulf.

Dit is een fragment uit deel 2 van ‘De Kronieken van de Westhoek

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>