De heidense bossen

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       7 months ago     302 Views     Leave your thoughts  

De bomen en Wouden bij de oude Kelten en Germanen.

Zoals men weet, hadden onze voorouders hun uitgestrekte wouden, in castum nemus, zoals Tacitus zegt, waar ze hun heiligdommen hadden opgericht en hun offeranden deden. Odin of Wodan en de ondergeschikte godheden werden er aanbeden.

Onder de heidense plechtigheden die zij in de bossen hielden, kwamen de Nimidioe, die het Concilie van Leptinen in 743 verbood. Ondanks dat verbod bleef de eredienst van bomen en wouden nog lang nadien bestaan, zoals bewezen wordt door St. Maarten, bisschop van Tours, door de 22ste canon van het concilie van Tours, de 3de van dit van Auxerre en de 20ste van het concilie van Nantes, enz.

St. Eligius, bisschop van Noyon, St. Cesarus en verscheidene andere heilige schrijvers die zelfs na Karel de Grote leefden, spreken van de gewijde bomen en wouden.

— De Kelten en Germanen waren gewoon om hun doden te begraven in de open plekken van de geheiligde bossen, in de schaduw der eeuwenheugende eiken en reusachtige beuken, waaronder de goden van het vaderland stonden. Dat waren monsterachtige en vormeloze afgodsbeelden, die de reuk van het bloed verkozen boven den geur van de mirrhe.

— Bij de Germanen droegen de boom- en Bosgeesten de naam van Iwidies. Net zoals de Dryaden bij de Grieken werden ze geboren en stierven ze met de boom die ze beschermden.

— De bomen in de heilige wouden van de Kelten mochten nooit afgehouwen en zelfs nooit gesnoeid worden. Het volk geloofde dat de vogels, het wild, de stormen en de bliksem nooit die heiligdommen aanraakten, dat bij de aardbevingen er afgronden opengingen, waaruit slangen kwamen die rond de bomen kronkelden, dat heel het woud uitstraalde van een schitterend licht en de bomen vanzelf bogen en recht kwamen.

Die wouden verborgen in hun schoot gewijde bronnen en men bewaarde er de standaarden van de oorlog. Alleen de druïden was het toegelaten er in te gaan. De geheiligde bossen waren ook onschendbare toevluchtsoorden voor de grootste misdadigers.

— Het was aan den eik, de boom van Thor, dat de Germanen, zowel als de Kelten, een bijzondere eredienst bewezen. De Galliërs geloofden dat de eik de vader was van de mensen en het heiligdom van de opperste godheid, die er in verbleef. De eerbied die ze voor die boom hadden, ging zo ver, dat zij hem niet durfden afkappen, noch hem gebruiken om vuur te maken, zelfs dan niet, als hij van ouderdom neerviel.

— De Galliërs uit de lagere standen die geen menselijke offers konden opdragen (men moest daar rijk voor zijn), hingen geschenken aan de heilige eik, ten einde hun genezing van Esus te bekomen. Die kleine offeranden hechtte men aan den boom, terwijl men Esus of een andere godheid aanriep. Na dit volbracht te hebben, ging men drie, zes, tot negen maal toe rond de eik, en men murmelde intussen een gebed, dat tot dit inzicht bestemd was.

— De eik stond bij de aanbidders van Esus in zo’n hoge achting, dat ze al zijn voortbrengselen voor geschenken van de hemel aanzagen: de eikels van de steeneik, die bijzonder aan Esus toegewijd was, werden beschouwd als een voorbehoedsmiddel tegen de pest, en mannen en vrouwen droegen er met groten eerbied bij zich. De druïden hadden, tijdens het uitoefenen van hun ambt, kronen van eikebladeren op hun hoofd; maar, onder al de voortbrengselen van de eik was er geen, die zo sterk vereerd werd als de mistel of marentak.

Alfried Harou in ‘Ons Volksleven’ uit 1889

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>