De heksenmeester van Voormezele

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in  ,      1 year ago     539 Views     Leave your thoughts  

Hoe Hendrik Beun met de duivel Astegory omging en te Ieper levend verbrand werd in 1597

Die zomerse ochtend was er roering rond de Halle van Ieper. ‘t Volk wist het: de mannen van het leenhof van Voormezele zetelden daar in gebannen vierschaar om de tovenaar Hendrik Beun te vonnissen.

Hendrik Beun, de zoon van Jacobs, geboortig van Voormezele, oud omtrent 33 jaar, was ongelukkig getrouwd. Zijn vrouw Mechelyne Bataillie was een toveres. Het was geweten hoe ze een rek koren van 200 lands betoverde ten nadele van Passchier Boudry.

Eens ging Hendrik met vier pond boter uit Voormzele weg en toen hij ermee op de markt van Ieper kwam, had hij er zeven pond ‘bij ongehoorde middelen’. Het was geweten dat zijn vrouw ‘ ‘s nachts naar banketten ging en vergaderingen van de duivel bijwoonde.

Mechelyne werd door de inwoners van haar parochie aangeklaagd en weldra door François Habordijn, luitenant van de baljuw van Vlaanderen, gevangen genomen. Hendrik wierp de schuld daarvan op Jacques Letten, een van de leenmannen van de heerlijkheid en dreigde openlijk zijn pachtgoed in brand te steken. Het ergste was, dat Hendrik de kunst van de toverij van zijn vrouw geleerd had en nu zelf met de duivel en zijn trawanten omging.

Op zekere dag vroeg Hendrik aan Passchier Boudry of hij een tijd zijn merrie mocht hebben om op het land te werken. Passchier weigerde. Enkele dagen later spande Passchier zijn merrie in om naar Waasten te rijden. Hij was amper buiten de parochie of het beest viel stil en Passchier mocht al slaan en sakkeren wat hij wilde; de merrie en wilde geen poot meer verroeren.

‘Mijn ziel! Ze is betoverd’, zei Passchier, eerst mijn partij koren en nu mijn merrie. Hij peinsde seffens op Beun, de man van Mechelyne. En hij ging op zoek…en waarlijk er zat toverij in de reutelbelle van de merrie. Beun werd tekeer gegaan en moest bekennen dat hij de zaken in de belle gestoken had en daarbij wijwater gebruikt had onder het aanroepen van de naam van de vijand van de hel, genaamd Astegory.

Beun werd aangehouden, verder ondervraagd en bekende dat hij met de duivel een verbond gesloten had in de volgende omstandigheden.

Astegory, de vijand van de hel, had hem uitgenodigd naar Bondues bij Roubaix. Beun ging er naartoe. De duivel Astegory was daar niet alleen, maar in het gezelfschap van Calleken Astegorys, zijnde ook al een vijand van der helle, in de gedaante van een vrouw.

Beun en Calleken beloofden elkaar trouw en dronken samen. Calleken kwam mee tot bij de Leie waar Hendrik afscheid van haar heeft genomen met de nodige kussen. Sedert die Walpurgisnacht was Beun ten uiterste familiair met Calleken. Hij moest maar roepen ‘Calleken Astegorys’ en de duivelin was daar gezet, zo vaak hij ook geroepen en gevraagd heeft.

De griffier op de Halle schreef dat al in zijn register en voegde er uitdrukkelijk bij dat al het voorgaande blijkt ‘bij voluntaire en geïtereerde bekentenis’ van de betichte.

Daarenboven werd Beun nog verdacht van diverse vruchten betoverd te hebben en ook diverse mensen en beesten met zijn toverij van levende lijve ter dood zou hebben gebracht.

Dat was meer dan genoeg voor de mannen van leen om met de zaak korte metten te maken. Weldra zagen de mensen voor de Halle de griffier ‘ten breteske’ verschijnen en het vonnis werd bekend gemaakt dat Hendrik Beun levend aan een staak zou moeten verbrand worden en dat zijn lichaam door het vuur zou moeten worden teruggebracht tot pulver en as.

Om één uur in de namiddag stond Beun al op de brandstapel voor de Halle en werd er ‘van levende lijve ter dood gebracht’ in de tegenwoordigheid van de leenmannen van Voormezele.

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>