De heren van Douvie, Beauvoorde & Cortewyle

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       1 month ago     101 Views     Leave your thoughts  

… wat voorafging ……

Douvie. De heerlijkheid van Douvie had voor eerste bezitters de stam van ‘de le Douve’ van wie Sanderus afkomt met de naam van ‘Diederik’ die al in 1202 in de geschriften van Ieper geboekt staat. Op 15 januari 1315 verklaart Jean Robert de Hauring, de heer van St.-Venant dat Philippe de la Douve op zijn heerlijkheid (zowat een derde van het grondgebied van Watou) er het hoog, midden en laag gerecht uitoefent.

Bij een proces, ingespannen in 1724 door Augustinus de Crombrugghe om betaling te bekomen van 300 Parijse ponden betreffende het marktgeld van ene hypotheekakte bij het magistraat van Douvie op datum van de woensdag na Baafsmisse 1285. Hij moest er bewijzen dat zijn leen ‘in immemoriale possessie is van ontfanck van martgeld, deelmakende van den leenhove, heerlychede ende jurisdictie van Armentiers ende daervan wiert gheeclisseert bij cessie van Hellin, heere van Armentiers aen Jenne syne suster ende huysvrouwe van Daniel de le Douve ten overstaan van Ghy, graaf van Vlaanderen.’

Op 24 mei 1406 verkocht Joanne Russin, huisvrouw van David Dane het leen van Douvie en aanhorigheden aan David Bousse voor ‘2 grooten godspenning, 4 frans aalmoes en 36 ponden grooten vlaams voor voorname koopsom.’ Jeanne Russin hield Douvie van haar moeder Marie de Steelande, weduwe van Jacquemart Russin. We hebben nog ontdekt dat dit leen later is overgegaan naar de hoogedelgeboren de Fiens van wie Joanne ‘t Zaedelaers, de vrouw van Josse Braem de erfgename was. Josse Braem had onder zijn afstammelingen jonkheer Philippus Braem, de heer van Douvie aan wie het leen overging. Hij was op zijn beurt de grootvader van Philips de Crombrugghe die op 13 augustus 1567 bekend staat als bezitter van de heerlijkheid van Douvie. Daarna is die meer dan 400 jaar in het bezit van deze laatste familie gebleven.

Cortewyle. De heerlijkheid van Cortewyle was een samentrekking van de heerlijkheiden ‘t Hoflandt, Poolvoorde, ter Stulbrugghe en ‘t heerschap ter Visscherie. Ze was afhankelijk van het leenhof van de heerlijkheid van Dampierre die zich uitstrekte op de parochies van Steenwerck en Niepkerke. Het stamgeslacht Cortewyle had voor wapenschild; ‘d’argent à trois cornes de sable, liées de gueules, cimier une tête de loup d’or’. Onder de regering van Lodewijk van Male, graaf van Vlaanderen, leefte te Watou een zekere Hugo van Cortewyle, ridder en heer van Cortewyle. Hij was getrouwd met Catherine van Halewyn, dochter van Jan. Hij stierf in 1379 en werd met zijn vrouw begraven in de kerk van zijn woonplaats, binnen het koor van O.L.V., onder een blauwe steen die belegd was met koper en versierd met twee beeltenissen. De ene van een man in volle wapenuitrusting en de andere stelde een vrouw voor in groot hofgewaad.

Ze hadden samen volgende kinderen: Hugo van Cortewyle, Jan van Cortewyle gehuwd met Catherine van Paris, Nicolaas van Cortewyle gestorven zonder nalatenschap en Diederik van Cortewyle die de tweede branke vormt. De oudste zoon, Hugo werd heer van Cortewyle en gouverneur van de brug te Waasten. Hij overleed in 1409 en was gehuwd met Ioldande d’Haesebroeck, dochter van Diederik de heer van ‘t Hoflande. Hun vier erfgenamen waren Vincent van Cortewyle, Nicolaes van Cortewyle getrouwd met Jacqueline Vernieuwer, Agnes van Cortewyle, getoruwd met Gilles Ghiselin en Walter van Cortewyle getrouwd met Madeleine van Bambeke. Nicolaes, de oudste werd heer van de heerlijkheid en huwde met Marie de Rustine, gezegd Waterleet, de dochter van Petrus.

Nicolaes en zijn Marie kregen vier kinderen: Gilles van Cortewyle, ridder en heer van Reningelst, Steenbeke, ridder van de orde van Jeruzalem, raads- en kamerheer van Filips de Goede. Gilles stierf op 29 maart 1475. Zijn weduwe Maria van Steelandt, dochter van Hellin en van Maria van Eerneghem gezeid Heyns, stierf op 24 juni 1479. Ze liggen beiden begraven in het koor van de kerk te Reningelst voor het hoogaltaar, onder een steen versierd met een koperen plaat met de beeltenissen van hun wapenschild samen met een grafschrift. De overleden Gillis had nog twee broers en een zus: Josse van Cortewyle, Louis van Cortewyle en Isabeau van Cortewyle die getrouwd was met Adrien de Waele.

Na de dood van zijn broer kwam Josse Cortewyle aan het roer van de heerlijkheid. Hij was ridder, heer van Reningelst, Steenbeke, tafelmeester van Charles van Bourgondië, grootbaljuw van de stad en de kasselrij Ieper, enz. Hij trouwde met Isabeau de barones van Landas, vrouwe van Werleyn die na zijn dood zou hertrouwen met Jan de Longueval. Uit het huwelijk van Josse en Isabeau werden ook al vier kinderen geboren: Anna van Cortewyle, vrouw van Reningelst enz en getrouwd met Adriaen deLongueval, Maria van Cortewyle de vrouw van ridder Arthur Habars, Petrus van Cortewyle in huwelijk met Gabrielle Rochebaron en tenslotte Michelle van Cortewyle die getrouwd leefde in Normandië.

Wanneer Josse van Cortewyle precies gestorven is weet ik niet. Hij werd wel opgevolgd door zijn broer Louis die hem in alle mandaten opvolgde en zelf overleed op 11 januari 1504. Hij werd begraven in de kerk van Watou, samen met zijn vrouw Nicole de Caestre. Louis en Nicole kregen 13 kinderen waarvan er 6 op jonge leeftijd overleden. Ik beperk me tot de opvolger Josse van Cortewyle, kapitein en grootbaljuw van de stad Oudenaarde. Hij trouwde met Charlotte van Caernewyck de vrouwe van Borst. Samen hadden ze één erfopvolgster: hun dochter Maria, vrouwe van Cortewyle, Borst en Welhove die trouwde met Chalres van Yedeghem de eerste graaf van Watou.

Beauvoorde. De heerlijkheid van Beauvoorde behoorde oorspronkelijk toe aan het stamhuis de Briarde en was toegevallen aan Margaretha de Latorre, vrouw van Beauvoorde die het in haar testament van 19 mei 1753 schonk aan Bruno Alexander Schynkele, de heer van Montigny. Op de akte ervan staat de heerlijkheid mooi omschreven. Ik citeer even een passage: ‘de heerlijkheid en leenhof van Beauvoorde is geleven in de parochie van Watou. Het belangrijkste fonsier bestaat uit 152 gemeten bos (70 hectare). Beauvoorde paalt aan de zuidkant aan de heerlijkheid van Cortewyle, in het oosten ervan loopt er een dreef naar de heirstraat, westelijk ligt de heerlijkheid van Diksmuide en aan de noordkant loopt de beek die stroomt van Steenvoorde naar Watou.’

Er staat ook wel wat interessante info over de zeggenschap van de nieuwe eigenaar van de heerlijkheid van Beauvoorde: ‘hij mag volledig recht spreken en een vierschaar oprichten en als hoofdbaljuw boetes en verbeurdverklaringen opeisen. Hij heeft de volledige controle over de drank die er in zijn heerlijkheid gedronken en verkocht wordt. Zo heeft hij recht op twee stopen bier per pat. Hij kan straten en huizen binnenvallen en huiszoekingen doen en op alles wat er zijn grondgebied verkocht of verhandeld wordt eist hij een cijns van vijftien schellingen per verkocht pond. Binnen zijn eigendom valt ook het zogenaamde ‘hault Abeel’ in Watou, een stuk land van vier hectare. De heerlijkheid van Beauvoorde heeft daarbij nog andere goederen en honderd achterlenen gelegen in Oostvleteren, Westvleteren, Stavele, Gyverinkhove, Reninge, Pollinkhove, Alveringem, Oeren, Wulveringem, Sint-Jacobskapelle, Steenkerke en Vinkem. De eigenaar van de heerlijkheid Beauvoorde is absoluut geen sukkelaar!

Wordt vervolgd: …..

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>