De herkomst van onze dagen

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in  ,      2 years ago     493 Views     Leave your thoughts  

De oude Belgen geloven in de onsterfelijkheid van de ziel. Ze verbranden hun lijken nadat ze ossen en stieren hebben geofferd voor de goden en nadat ze een dodenmaal hebben gehouden. Het effectief verbranden van de lijken gaat door ‘s avonds, ter ere van Pluto, de prins van de duisternis. Van zodra de doden een bepaalde status hebben, worden hun lijken verbrand samen met de hond, het paard en de knecht van de afgestorvene. De stoffelijke resten van de verbrande helden worden onder geroep van vreugdekreten in een prachtig vat gedeponeerd en in een begraafplaats geplaatst. De as van het gewone volk wordt slechts in aarden bussen gedeponeerd. Het veld waar de stoffelijk overschotten worden bewaard, ligt altijd in de nabijheid van een woud en wordt “hel” genoemd. Het zijn de plekken die we anno 2013 in Vlaanderen nog altijd aanduiden met de term “helakker”.

De rechtspraak is een heilige zaak en wordt gesproken door de priesters. De plaats waar recht wordt gesproken, is de maelberg. De rechters vonnissen veel meer volgens de oorspronkelijk gewoonten en zeden dan naar vastgestelde wetten. De straffen worden volgens de aard van de misdaad geregeld. De schelmen worden tijdens hun bestraffing als voorbeeld publiekelijk tentoon gesteld. Zware misdrijven worden met de dood bestraft, maar dat gebeurt vrij zelden. Verraders van het vaderland en overlopers naar de vijand werden opgehangen aan de bomen.

Sommige overtredingen kunnen met paarden of runderen vrijgekocht worden en een deel van de opbrengst dient gebruikt om de beledigden te vergoeden. De rest gaat naar het land. Overspelige echtgenoten, overspel wordt aanzien als een schandelijke misdaad, worden door de rechter bestraft met een verbanning weg van de volksstam. En bij die verbanning komen zweepslagen te pas.

Het jaar is in twee delen onderverdeeld: de winter en de zomer. De winter begint met de nachtevening van september. De kortste dag wordt halfwinter genoemd en dan wordt iedere keer het joel- of keerfeest gevierd. De zomer vangt aan met de nachtevening van maart. De langste dag vieren de oude Belgen met de midzomerfeesten. Die heidense feesten zullen later door de St.-Matheüsdag en de St.-Jansdag vervangen worden. De mensen rekenen niet per jaar, maar per winters en per nachten (ter ere van Pluto, de god van de duisternis). De langste nacht van het jaar wordt de moeder of haviksnacht genoemd. Het jaar is in twaalf maanden verdeeld, de maenlopen en elke maand is toegewijd aan een god. Elke maand heeft dertig dagen, het overschot aan dagen wordt bij de middenzomermaand gevoegd en gebruikt om feest te vieren. Hierbij speelt het Nodfyr een belangrijke rol.

Elke zeven jaar krijgen de oude Belgen een aanvullende week. De verordening van de tijdrekening wordt, net als andere overleveringen, in zang bewaard. De dagtekeningen worden in runische tekens op stokken gesneden. Het aandenken van de tijdrekening van onze voorvaderen is lang tijd in onze “schapers almanak” bewaard gebleven.

De eerste maand volgt op de kortste dag en heet Giuli of Aeftera Geola, of gewoon wolvenmaand. De wolf staat hoog aangeschreven bij de oude Germanen die het dier als de overgang tussen de mensheid en het godendom beschouwen. Een andere naam voor de eerste maand is eveneens Thormonath verwijzend naar de god Thor die de stormwinden onder zijn beheer heeft.

De tweede maand wordt Solmonath genoemd, verwijzend naar de koeken (sollen) die tijdens die maand aan de goden worden geofferd. Andere plechtigheden die de Latijnse schrijvers ons tijdens deze maand hebben leren kennen is onder andere de benaming Sprorcalia, dat later zal evolueren tot sprokkelmaand. De derde maand draagt de naam Rhedmonath van de godin Rheda, eveneens opgedragen aan Thor. Die maand blijft onder het volk de naam Dorre- of Rostemaend dragen.

De vierde maand heet Eostermonath, en verwijst naar de feesten die in die periode ter ere van godin Eostra worden gevierd. De vijfde maand heet Trimilchi. Omdat men in die maand de koeien drie keer per dag begint te melken. Trimilchi wordt in het bijzonder opgedragen aan de godinnen Hertha en Freya die dan ook veel offers in de vorm van kalveren ontvangen. De zesde maand staat bekend onder de naam van Lida. Dat woord betekent voor de oude Belgen “draaien” verwijzend naar het feit dat de zon haar hoogste punt aan de hemel heeft bereikt en zich nu omkeert, draait, om naar de evennachtstreep terug te keren. De zevende maand wordt Mede of Maedmonath genoemd. De wortel van maed vinden we terug in maeijen. Een naamsoorsprong die dan ook rechtstreeks verwijst naar het afmaaien van het gras. Enkele oudheidkundigen beweren dat de zevende maand eveneens de naam Aeftera Lida draagt, wat zoveel betekent als “terugkerende zon”.

De achtste maand draagt bij de oude Belgen de naam van Veodmonath, wat zo veel wil zeggen als de maand waarin de vruchten worden geoogst. Dus de oogstmaand, nauw verwant met het Deense Hoesmaaned. De negende maand wordt Haligmonath (heilige maand) geheten. Tijdens die maand valt het feest van de herfstnachtevening. De tiende maan draagt de naam van haar volgorde, “tiende”, te weten Teotmonath. Een andere naam is Winterfylleth.

De elfde maand heet Blodmonath (offermaand). Blod komt voort van het gotische blotan, wat verwijst naar “bloed laten en offers brengen”. Als we op vandaag nog steeds verwijzen voor de maand november als slachtmaand is dit dan ook rechtstreeks terug te brengen naar die oude term Blodmonath. De laatste maand van het jaar wordt net zoals de eerste Giuli genoemd, met wel dat ene verschil dat het woord Arra er voor geplaatst wordt. Geola wil zeggen “wiel”, een zinnebeeld van de beweging van de aarde en de terugkeer van de zon.

De dagen van de week ontlenen hun naam van de goden die hier aanbeden worden. “Woden’s dag, of woensdag (van Woden). Donderdag: van Thor of donderaer (dat was de heilige dag van de week). Vrijdag verwijst naar Freyrdag van Freyr. Zaterdag: van Seater. Zondag: het feest van de zon. Maandag: het feest van de maan. Dinsdag het feest van Dys, genitief van Dyr. Dag en nacht worden elk in twaalf uren onderverdeeld. Elke tijdsruimte van drie uren heet met schof of getij. De werklieden respecteren trouw deze getij-indeling.

Lees verder op http://www.dekronieken.com/P0001100.html

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>