De kleindochter van Robrecht van Bethune

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       2 years ago     955 Views     Leave your thoughts  

Yolande van Cassel wordt geboren in 1326
De handel in Vlaanderen zit ondertussen op een absoluut dieptepunt. De mensen kunnen niet naar de kerk. De situatie is uitzichtloos. De Fransen hebben keihard de macht overgenomen en de burgers bloeden. Karel de Schone eist maatregelen en een rechtzetting. Hij sommeert de besturen van het Westkwartier om aanwezig te zijn op de onderhandelingen die zullen doorgaan in Arques. Einde maart valt het doek. Robrecht van Cassel wordt in zijn functies hersteld.

De opstandelingen worden vrij mild behandeld. Ze moeten een klooster bouwen, de kerk vergoeden voor beschadigingen en 300 Bruggelingen en Kortrijkzanen zien zich verplicht om op bedevaart te trekken. Het slechtste zijn natuurlijk de fikse boetes van 120.000 pond die aan koning en graaf moeten worden afgedokt. De gevangenen worden in vrijheid gesteld en kunnen weer beschikken over hun eigendommen. En er mogen weer zaken gedaan worden met Frankrijk.

Het lijkt er op dat de rust wat aan het terugkeren is in Vlaanderen. Robrecht kan zich eventjes concentreren op zijn gezinsleven. Hij en Johanna trekken zich terug in het kasteel van Alluye-au-Perche, nabij Templeuve en de Pevelenberg. Op 15 september 1326 wordt Yolande geboren. Het meisje luistert naar de naam Yolande, maar zelf houdt ze het later bij Yolant. Ze beseft op dat moment nog niet dat haar leven net zo geagiteerd zal verlopen als dat van haar vader. Er is ook sprake van een zoontje Jan. Het is niet duidelijk of Jan de eerstgeborene is. Wel dat hij een kort leven beschoren is, want het jongentje sterft al in 1332.

In juni 1327 staat graaf Lodewijk het beleid over Sint-Winoksbergen en Nieuwpoort opnieuw af aan Robrecht. Maar een reeks van incidenten verijdelt vooralsnog zijn terugkeer. De relatie tussen die twee is in elk geval optimaal te noemen. Ze hebben elkaar gevonden. Robrecht heeft zijn bekomst gehad van die sympathie voor de volksrebellen die hem alleen maar in de problemen hebben gebracht. Hij kiest resoluut voor een totale loyauteit ten opzichte van zijn graaf.

De gronden van Elverdinge en Vlamertinge
Ieper, het Zaelhof, 11 juni 1327. De graaf nodigt de finefleur van de adel en alle gezagsdragers uit op een Staten-Generaal. De rangen worden gesloten. Neef en oom vegen definitief de spons over een betreurenswaardige periode. Eén van die getuigenissen over de vernieuwde verstandhouding tussen beiden, vinden we terug in een vriendschappelijke transactie betreffende gronden in Elverdinge en Vlamertinge.

Graaf Lodewijk schenkt die gronden in juni 1328 aan zijn oom en spaart bij die gelegenheid de loftrompet niet. Het betreft dezelfde gronden die Robrecht in 1312 schonk aan zijn zuster Mathilde en die na haar kinderloos overlijden in 1328 opnieuw naar de graaf waren teruggekeerd. De gronden zullen in 1380 trouwens nog eens terugkeren naar toekomstige graaf Lodewijk van Male die ze op zijn beurt terug zal afstaan aan zijn bastaardzoon Robert, burggraaf van Ieper.

De vriendschappelijke sfeer tussen de machtshebbers staat in schril contrast met wat er gebeurt in de straat en op het platteland. De vrede van Arques met het engagement van de prinsen en de steden en de goedkeuring van de paus, wordt helemaal niet aanvaard door de Vlamingen. De fiscale druk op handel en welstand zorgt voor een ongeziene opstandigheid bij de gewone man maar ook bij de boeren en de ambachtslieden. Er breken opnieuw rellen uit.

Deze keer zijn niet enkel de rijken de pineut, maar komt de clerus in het vizier. De voortdurende onrust in Brugge steekt het vuur aan de lont in de dorpen en steden van het Westkwartier. Een aantal maatregelen van de bisschop van Senlis gooien olie op het vuur. Die religieuze interventie zorgt er voor dat de priesters in het hele Westkwartier nu kop van jut zijn voor de volkswoede. Het verhaal van Jacobus Peyt, ‘li renoyet de Bergues’ is bekend. Het volk moet trouwens al een hele tijd niet meer weten van hun schoftige graaf Lodewijk.

Met Filips van Valois komen er grote veranderingen
En de dood van Karel de Schone op 1 februari 1327 zal beslist ook wel zijn invloed hebben op de groeiende instabiliteit in Vlaanderen. Het volk van Brugge, het Brugse Vrije, Ieper, het Westkwartier en heel West-Vlaanderen moet het allemaal niet meer weten en verjaagt de gezagsdragers en iedereen die in de verste verte iets te maken heeft met koning of graaf. Wat de mensen zich onmogelijk kunnen realiseren, is het feit dat de dood van de Franse koning de aanleiding is voor het aantreden van het geslacht Valois.

Op 29 mei 1328 wordt de zeer zelfbewuste Filips van Valois gekroond tot nieuwe koning van Frankrijk en dat zullen de Vlamingen geweten hebben. Tijdens die ceremonie doet Lodewijk van Nevers zijn beklag over de godverdomse rebellen die hem uit Brugge, Ieper, Poperinge, Cassel en het Westkwartier hebben gegooid. Daar en op die dag in Reims worden grootse militaire plannen gesmeed om nu eens en voorgoed af te rekenen met de Vlaamse agonie.

De slag op de Casselberg wordt een bittere dag in de geschiedenis van de Westhoek. Maar laat ons even dieper ingaan op de rol die onze Robert van ‘t Westkwartier zal spelen in het debacle van Cassel. Terwijl het verzamelen geblazen is voor allen die ook maar een spoor van blauw bloed in de aderen hebben, concentreert de kersverse koning zich op Robrecht van Cassel. Filips van Valois beseft dat die man opnieuw een ernstig obstakel kan vormen als hij zich opnieuw zou engageren voor de Vlamingen.

Hij besluit om de dure eden die Robrecht gezworen heeft aan het Franse leenheerschap nu wel eens in de praktijk mogen worden omgezet. De heer van Cassel wordt naar Parijs ontboden waar hij aangesteld wordt als één van de bevelhebbers van het Franse leger dat zich aan het klaarstomen is voor een inval in Vlaanderen.

23 augustus 1328: Robrecht verbrandt zijn Vlaamse ziel
Robrecht aanvaardt zijn opdracht, zweert nog een keer zijn trouw aan de koning en vertrekt met 200 kruisboogschutters naar de Vlaamse grenzen in de buurt van St.-Omer. Hij vertrouwt de zorgen over Terwael toe aan Wouter van Meetkerke. De volgende weken stromen de legers toe in de regio rond Cassel. Daar, binnen de beschermende muren, hoog bovenop de Casselberg, wachten duizenden Vlamingen om de strijd aan te gaan.

Op 20 augustus komt koning Filips van Valois in hoogsteigen persoon zijn legers als opperbevelhebber vervoegen. 21 augustus 1328. Op de zondag na O.L.V.-Hemelvaart is de tijd rijp om te gaan vechten. Noem het maar een broedermoord. De vijand van Robrecht van Cassel is zijn eigen Vlaamse volk met wie hij de voorbije decennia wel en wee heeft gedeeld. Hij heeft het onmiskenbaar voorgevoelen dat hij zal sneuvelen in de komende strijd en laat zijn testament opstellen.

Op dinsdag 23 augustus verbrandt Robrecht van Cassel niet alleen zowat het hele buitengebied van Sint-Winoksbergen, huizen en rijpe oogsten incluis, maar ook definitief zijn Vlaamse ziel. Mensen van alle soort en slag kijken verbijsterd toe hoe hun meester het aandurft om de hele regio, zijn eigen land notabene, in lichterlaaie te zetten. De daaropvolgende veldslag, de overmoed van Nikolaas Zannekin en de drieste steun van Robrecht aan zijn koning, zorgen voor vele duizenden doden.

De cijfers van het aantal slachtoffers lopen uiteen van 6000 tot 20.000 naargelang de bronnen. Het enige relevante cijfer wordt gevonden in de lijst van 3.192 Vlaamse gesneuvelden. Allen met naam, toenaam, woonplaats en beroep. Allen mannen uit de Westhoek en het Westkwartier…

De tijd van vergelding is aangebroken
Na de gewonnen veldslag, rukken de Franse soldaten op naar de streek van Veurne, Sint-Winoksbergen, Grevelingen en al die buitengebieden van maritiem Vlaanderen. Nikolaas, de abt van ter Duinen, werpt zich aan de voeten van Filips van Valois, en vraagt om genade en vooral om de mensen te sparen. Robrecht van Cassel doet hetzelfde. Dank zij zijn meer dan actieve bijdrage aan de Franse prestigeoverwinning, heeft hij redenen van spreken en meer moreel gezag dan ooit voordien op de juiste niveaus van de Franse monarchie.

Hij slaagt er in om het leed van de bevolking enigszins te verzachten. De vernietiging van de Vlaamse strijd in Cassel maakt een bruusk einde aan zes jaar rebellie. De tijd van vergelding is aangebroken. Boetes worden uitgedeeld. Eigendommen worden aangeslagen. Vonnissen worden geveld. Alle dorpen en steden in het Westkwartier betalen de tol voor hun weerspannigheid. Koninklijk commissaris Robrecht van Cassel toont zich erg actief in dit proces.

Hij heeft er alle belangen bij want Filips van Valois heeft beslist dat van alle aangeslagen goederen er één derde zijn richting uitkomt. De rest wordt verdeeld tussen de graaf en de koning. Robrecht stelt Jan Dellebeke en Jan Palstre aan om overal in zijn Westkwartier de inbeslagleggingen te organiseren. Iedere familie waarvan de man iets te maken heeft met de slag van Cassel, wordt beroofd van zijn eigendommen. De vergelding gaat door zowat het hele najaar van 1328. Met daarnaast de massale onderwerping aan de Franse troon. Het volk moet door het stof voor de graaf en voor Robrecht van Cassel.

Yolant van Cassel is een doorslag van haar vader
1329. Robrecht is pas 54, maar toch breken zijn laatste levensjaren aan. De diffuse jaren van anarchie en een leven vol wisselende strijd en gekeerde kansen laten hun sporen na op zijn lijf en ziel. Zijn voorouders hebben het lang getrokken, maar Robrecht is een oude man voor zijn tijd. Hij concentreert zich op de ontelbare beleidsdaden uit die periode en op zijn familie. Maar hij kwijnt weg. Zijn prachtige buitengebieden in het Westkwartier lachen hem niet langer toe.

Misschien wegen de verbijsterende herinneringen aan onrecht en verkeerde beslissingen op zijn ziel. Zijn hele leven lang is hij voor niets teruggedeinsd. Een rode draad van corruptie, verraad, machtswellust, willekeur, afrekening en moord. De zieke Robrecht van Cassel overlijdt te Waasten tijdens één van de eerste junidagen van het jaar 1331. Hij is 56 geworden en laat twee jonge kinderen na.

Zijn weduwe Johanna van Bretagne laat een zwartmarmeren grafsteen bouwen in de abdij van Waasten. Daar wordt hij begraven. Op zijn grafsteen staat te lezen: ‘Chy gist Mons. Robert de Flandre, sire de Cassel, filz du comte Robert, jadis comte de Flandre, qui trespassa l’an 1331, le jour de la Trinité, et luy fist faire cette sépulture Madame Jehenne, aisnée fille au duc de Bretaigne; priez pour l’ame de ly’.

In diezelfde periode sterft ook de andere verrader van het Vlaamse volk; zijn oom Jan van Namen. Robrechts zoontje Jan sterft in 1332 en dat maakt de 7-jarige Yolant tot zijn enige erfgename. Op veertien (in 1338) trouwt ze met Hendrik IV, de Bourgondische graaf van Bar met wie ze twee zonen krijgt. Yolande wordt weduwe op 20-jarige leeftijd. Het is dan al duidelijk dat ze een doorslag is van haar illustere vader: een door- en doorslecht karakter dat zich manifesteert in machtswellust, moord, arrogantie: Yolande de Verschrikkelijke.

Ze ontketent de volgende decennia oorlogen, steekt ongegeneerd dorpen in brand, laat onderhandelaars en geestelijken vermoorden. De rijkeluisdochter verbrast de eigendommen van haar vader en drijft het zo ver dat ze een veroordeling oploopt als ze valse munten in omloop brengt. Meer schulden dan geld. Een woedende, maniakale, onhandelbare moeder die zelf niet aarzelt om haar kinderen in de gevangenis te gooien. Op het einde van haar leven volgt de ultieme vernedering als ze zelf achter de tralies belandt. De beruchte Yolande van Cassel sterft uiteindelijk in haar vaders zo geliefde Niepebossen op 12 december 1395.

Dit is een fragment uit deel 3 van ‘De Kronieken van de Westhoek – lees meer op http://www.westhoek.net/P1331100.htm