De kleine kantjes van de geschiedenis

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       11 months ago     275 Views     Leave your thoughts  

De slaven van de heer
De meeste mensen schoppen het niet tot zelfstandig landbebouwer en blijven slaaf voor de rest van hun leven. De ‘serfs’. Vroeger zijn ze ooit vrij geweest, maar ze bezaten geen grond. Van handel is er geen sprake en daar kunnen ze dus niet van leven. Ze zijn dus wel verplicht om te leven van de opbrengst van andermans grond. De slaven sluiten om deze redenen wel noodgedwongen een contract met de dominus. Ze krijgen hun levensonderhoud van hem en in ruil moeten ze op het land werken en karweien doen voor hun baas. Braine is het voorbeeld van een dergelijke flink uit de kluiten gewassen hoeve waar de Frankische koningen de scepter zwaaien.

Ze verkiezen die veruit boven de mooiste villae van Gallië. De boerderij heeft nog niets mee van het militair uitzicht die kastelen later in de middeleeuwen zullen verkrijgen. Een groot en elegant gebouw is het, ingesloten door portieken met een Romeinse architectuur. Vaak gebouwd in hout, gestileerd en voorzien van kunstwerken. Rond het hoofdgebouw bevinden zich in verspreide volgorde een reeks van bijgebouwen. Hier wonen de officieren van het paleis. Barbaren of mannen met Romeinse roots. En natuurlijk de krijgers en hun leiders die zich naar Germaans gebruik aangeboden hebben om onderdanig te zijn aan hun koning.

Het engagement van vazallen die hun leider trouw blijven en hem militaire bescherming aanbieden. Ik ontwar eveneens nogal wat kleinere gebouwen en hutten. Hier wonen dus de horige families, de slaven van de heer. De mannen en vrouwen oefenen tal van beroepen uit. Van goudsmid tot de productie van wapens. Wevers en leertouwers, arbeiders die borduren met zijde en goud, een serie ambachtslieden die hun dagen vullen zoals bijvoorbeeld de bewerking van wol en vlas. De meeste van die families zijn Gallisch van origine, geboren en getogen op de grond waar ze nu hun ondergeschikte rol spelen. Nadat de Franken zich tijdens een militaire campagne meester van hun land gemaakt hebben, zijn zij als het ware als onderdeel ervan mee verhuisd en gewelddadig verplicht, gekoloniseerd als het ware om naar de pijpen van de Franken te dansen.

Chlotarius, de zoon van Clovis
De imposante Frankische hoeve beschikt naast een uitgebreide bewoning verder ook nog over schuren, stallen, paardenfokkerijen, stoeterijen, schaapstallen en allerhande loodsen en opslagplaatsen. Op zich toont de mansus perfect de standenwereld zoals die ook te zien was in hun vroegere heimat van Germanië. En precies zoals dat het geval is rond de Rijn, treffen we de Frankische herenboerderijen vaak aan bij de rand van wouden of soms centraal verscholen in grote bossen. In zijn intro heeft Gust Thierry een duidelijk beeld geschetst van de Frankische leefwereld die in Vlaanderen en Frankrijk ontstaan is nadat de Germanen zich meester hebben gemaakt van het land.

Het wordt stilaan tijd voor hem om er nu namen op te kleven. Braine is de favoriete stek van Chlotarius, de jongste zoon van Chlodowig, voor ons beter bekend als Clovis. In Frankrijk zal die verder muteren tot de populaire voornaam ‘Louis’.

Gallië is eigenlijk een erg algemeen woord. Er is alsnog geen sprake van een land met vastgelegde en historische grenzen. De oorlogen die deze staatsgrenzen op papier zullen moeten afbakenen dienen nog allemaal gestreden te worden. Mijn Karolingische en Merovingische vorsten beschouwen hun koninkrijk in de jaren 500 eigenlijk nog altijd niet als een staat maar als een domein waar zij toevallig de eigenaar van zijn. Na de dood van de eigenaar wordt het land zonder scrupules of zorgen verdeeld onder de beschikbare zonen zonder dat hierbij rekening gehouden wordt met enige grenzen of geografische beschouwingen.

Deze toestand blijft eigenlijk bestaan tot in de tiende eeuw. Eigenaardig genoeg herstelt het grondgebied van het Frankenrijk zich telkens tot één domein, maar dat heeft veel te maken met neven en nonkels die in tweede instantie bereid zijn om hun landerijen weer samen te brengen onder het bestuur van een enige zoon, schuine streep, opvolger. Ik moet daarbij onwillekeurig denken aan een hagedis waarvan de staart na amputatie terug groeit naar zijn oorspronkelijke vorm. Alsof de staat zich vanzelf en na verloop van tijd weer herstelt tot zijn vroegere proporties.

De vergaderingen van de bisschoppen
Braine is dus zonder twijfel het lievelingsverblijf van Chlotarius. Hij is de jongste van de vier zonen van Clovis. Na de dood van zijn drie broers is hij koning van heel Gallië geworden. Chlotarius heeft een geheime kamer laten inrichten in zijn kasteelhoeve. Hier huizen grote koffers voorzien van driedubbele grendels en sloten, volgestouwd met rijkdom, geld, vazen en precieuze juwelen. Hier kan je ook de aktes en documenten terugvinden die zijn koninklijke macht moeten staven. Het is in Braine dat hij de conferenties van zijn bisschoppen laat doorgaan. De wetten van het land zijn enkel geldig indien ze afkomstig zijn van beslissingen van deze synodes en die kunnen enkel opgeroepen worden door de koning in hoogsteigen persoon.

Het is zeker geen slecht idee om even stil te staan bij het bestaan van deze concilies, soms ook wel synoden genoemd. De grote Gallische steden hebben elk hun bisschop. Hun gezamenlijke vergaderingen moeten zorgen voor wet en orde. Vertegenwoordigers van buitenlandse koningen worden er in stijl ontvangen. Het oude parlement als het ware. Chlotarius zit de vergaderingen der vrije mannen van de Frankische natie voor. Achteraf worden er grote festijnen georganiseerd. Everzwijnen en herten worden in hun geheel op brochetten geplaatst en gebraden. Met enig inlevingsvermogen hoor, zie en ruik ik het afdruipen van de vetten op de gulzige vlammen, de rook en de geuren die ze veroorzaken. Het vlees wordt opgediend op tafels van gebroken vaten die overal verspreid staan tot in de uithoeken van de zaal.

Aan maîtresses is er geen gebrek
Chlotarius vult zijn dagen met het bezoeken van zijn diverse domeinen. Zolang hij geen oorlog moet voeren uiteraard. Zijn vijanden zijn hem goed bekend. De Saksen die hun gebied hebben tussen de Weser en de Elbe. De Bretoenen of de Visigoten van Septimanië, ‘Zevenland’, de landstreek van Zuid-Frankrijk met steden zoals Carcassonne, Nîmes en Perpignan. Ik krijg wat details over enkele van die domeinen. Attigny aan de Aisne in de Ardennen, Compiègne, Verberie aan de Oise. Koning Chlotarius gaat er de voorraden controleren en levert zich samen met zijn Frankische vertrouwelingen over aan de geneugtes van de jacht, de visvangst, de zwemkunst en deze van de vrouwen. Aan maîtresses is er geen gebrek. De dochters van zijn slaven staan vrijuit ter beschikking.

Het gebeurt vrij dikwijls dat de mooiste meisjes zich kunnen bevrijden uit hun staat van concubine (bijvrouw) en promotie maken tot echtgenote en koningin. Chlotarius moet zodanig veel keer getrouwd zijn dat mijn schrijver er zowat de tel bij verliest. Zo huwt hij met Ingonde een jong meisje van lage afkomst. ‘Zonder overigens van zijn ongeregelde levenswijze af te zien, die zij als slavin met een uiterste onderwerping duldde, beminde hij haar hartelijk en leefde met haar in de beste eensgezindheid.’ Ik moet er wat om lachen. Ondergeschiktheid, laat me niet lachen, maar ondertussen gaat ze wel op zoek naar een geschikte man voor haar zuster Aregonde. Een dappere en vermogende echtgenoot zodat ze niet langer belachelijk zal gemaakt worden door de inferieure status van haar eigen zus.

Ingonde en haar zus Aregonde
Misschien kan haar man de koning Ingonde wel helpen. ‘Dit verzoek wekte de nieuwsgierigheid van de vorst en tegelijk zijn begeerte naar genot.’ De vleselijke lusten die de geile Chlotarius ondervindt ergens rond de jaren 534-535, gutsen nu nog altijd over mijn scherm. Best wakkere geschiedenis, geromantiseerde kronieken die om verdere uitleg vragen en zo ga ik verder met de amoureuze escapades van mijn Frankische vorst Chlotarius. ‘Hij vertrok diezelfde dag naar het landgoed waar Aregonde woonde en een van de handwerken uitoefende die aan de vrouwen opgedragen waren, zoals het weven en verven van wollen stoffen.

Chlotarius vindende dat zij haar zuster op zijn minst in schoonheid evenaarde, nam haar met zich, gaf haar zijn koninklijk vertrek tot verblijf en de naam van vrouw tot titel.’ Achteraf keert hij terug naar Ingonde met de boodschap dat hij geen betere man heeft kunnen vinden voor haar zus Aregonde dan zichzelf. Je moet het maar kunnen zeggen in het leven. Veel meer dan slikken en ja knikken zal Ingonde wel niet hebben kunnen uitkramen hebben vermoed ik. De romantische variante geeft het een andere draai: ‘zonder enige blijk van ontroering te geven of enigszins haar geest van onderwerping te verloochenen, antwoordde Ingonde: mijn heer en meester, doe wat gij goed vindt, zolang zijn dienstmaagd maar niets van zijn genegenheid verliest.’

Ik pluis er Wikipedia even op na. Dubbelchecken, weet je wel. Chlotarius zorgt voor vier officiële mannelijke opvolgers. Van eventuele dochters is er geen sprake. Ingonde is conform de geschiedenisboeken een Duitse prinses maar ik weet ondertussen wel beter. Ze staat genoteerd als de moeder van Charibert (520), Gontran (532) en Sigebert (535). Halfbroer Chilperik, vermoedelijk de jongste, is een kind van Aregonde en wordt geboren in datzelfde jaar 535. Een vijfde halfbroer, Chramm, wordt hier om een of andere voorlopig onbekende reden over het hoofd gezien.

Chilperik krijgt lik op stuk
Zachtzinnig zal het er niet aan toegaan tussen vader Chlotarius en zijn zonen. Dat kan ik alvast uitmaken uit volgende passage: ‘in het jaar 561, na een veldtocht tegen één van zijn zonen, wiens opstand hij strafte door hem samen met zijn vrouw en zijn kinderen te doen verbranden.’ Het gaat hier meteen over de ‘vergeten’ Chramm. Ik begrijp meteen waarom er geen plaats vrij werd gemaakt voor zijn aanwezigheid in onze vaderlandse geschiedenis. ‘Na zijn wraakoefening kwam hij zeer bedaard en met een gerust geweten in zijn huis te Braine terug. Daar maakte hij zich gereed tot de herfstjacht, bij de Franken een soort van plechtigheid.

Door een menigte mannen, paarden en honden gevolgd, begaf de koning zich naar het bos van Cuise, waarvan dat van Compiègne in deze tegenwoordige tijd slechts een gering overblijfsel is. Te midden van die geweldige inspanning, waartegen zijn jaren niet meer bestand waren, kreeg hij de koorts en zich naar zijn naastbij gelegen goed hebbende doen vervoeren, stierf hij aldaar na een regering van vijftig jaren.’ Na zijn dood in 561 eist Chilperik naast de schatkist van zijn vader eveneens het hele Frans-Frankische grondgebied op, het ‘Regnum Francorum’. Maar hij krijgt lik op stuk. Zijn oudere halfbroers krijgen ook hun deel van het grondgebied toegewezen. Chilperik erft uiteindelijk het kleinste stuk: Vlaanderen, de Westhoek, het gebied ten noordwesten van de Somme tot aan Zeeuws-Vlaanderen. Sigebert zal voortaan heersen over de oostelijke gebieden, Austrasië, een soort voorloper van West-Duitsland.

Van Tongeren in het westen tot Thuringen in het oosten en een flink stuk verder dan de Rijn. Ten zuiden van Reims en Parijs worden west en oost verdeeld tussen Haribert en Gontran. Haribert krijgt de westerzijde die zich uitstrekt tot aan de Pyreneeën en Gontran de regio Bourgondië eindigend aan de Middellandse zee. De verdeling zal al direct zorgen voor conflicten tussen de broers. In 562 breekt er een oorlog uit tussen Chilperik en Sigebert en probeert eerstgenoemde weer in het bezit te komen van de regio Reims.

Haribert, Gontran, Chilperik en Sigibert
Dit is kort gezegd de stand van zaken na de dood van Chlotarius, op mijn manier geschreven, mijn kroniekschrijver staat echter te trappelen om het wel zelf te vertellen. Ik laat hem dan ook graag aan het woord. De ‘petite histoire’ heeft bij mij altijd zijn rechten. ‘Zijn vier zonen Haribert, Gontran, Chilperik en Sigebert volgden vaders lijkstatie tot aan Soissons, psalmen zingende en waskaarsen in de hand houdende.’ De kat zal nu wel gauw op de koord springen.

‘Nauwelijks waren de plechtigheden van de begrafenis afgelopen of de derde van de vier broers, Chilperik, vertrok in allerijl naar Braine en dwong de bewaarders van dat koninklijk goed om hem de sleutels van die schatkamer te geven en zo over al de schatten door zijn vader verzameld te kunnen beschikken.’ ‘Hij begon nu een gedeelte van deze schatten aan de opperhoofden der benden en aan de krijgslieden uit te delen die ofwel te Braine of in de nabijheid hun woningen hadden. Allen zwoeren hem trouw, hun handen in de zijne leggende, begroetten hem juichend met de titel van koning en beloofden hem overal te volgen waar hij hen zou leiden.’

De kleine kantjes van de geschiedenis
Dat is nu eens een brok geschiedenis waar ik geen barst van afwist. Jullie toch ook niet? De kinderjaren van mijn streek hebben heus wel wat meer voorgesteld dan de oude Belgen, de Romeinen die dan gevolgd werden door de Franken. Het bloedvergieten en de kleine kantjes hebben er in ruime mate deel van uitgemaakt. Parijs, Vlaanderen, Gallië zoals ik ze allemaal nog nooit bekeken had. ‘Toen, zich aan hun hoofd stellende, trok hij recht op Parijs aan, het oude verblijf van zijn grootvader Clovis en later van zijn overleden oom Childebert. Misschien, zo dat Chilperik, dat het bezit van de stad eertijds door de veroveraar van Gallië bewoond hem enige voorrang zou geven.

Misschien beoogde hij daarmee niets anders dan zich het koninklijk paleis toe te eigenen, welke gebouwen en tuinen zich langs een aanzienlijk gedeelte van de linkeroever van de Seine uitstrekten.’ ‘Chilperik kwam zonder tegenstand te ontmoeten binnen Parijs en huisvestte zijn krijgslieden in de torens die de bruggen verdedigden van deze stad, welke toen door de Seine omringd was. Maar de drie andere broers, die overrompeling vernomen hebbende, verenigden zich tegen hem, die zich zelve een deel wilde kiezen uit de vaderlijke erfenis, en trokken met een grote overmacht en grote dagmarsen naar Parijs.’ ‘Chilperik durfde hen het hoofd niet bieden, en van zijn ondernemingen afziende, onderwierp hij zich aan de kans van een met onderlinge goedkeuring gemaakte verdeling. Die verdeling van heel Gallië en van een aanzienlijk deel van Germanië geschiedde door een loting, net zoals die al eens een halve eeuw geleden had plaats gevonden tussen de zonen van Clovis.’

Dit is een voorproever van boek 6 van De Kronieken van de Westhoek (verschijnt voorjaar 2017)