De komst van Nikolaas Zannekin

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       2 years ago     499 Views     Leave your thoughts  

Nieuwpoort sluit zich aan bij het leger van Zannekin
Het volk en het stadsbestuur van Brugge hebben al tijdens de winter 1324-1325 onvoorwaardelijk de kant van het Vlaamse verzet gekozen. De graaf reageert koel op die beslissing maar wacht even af om maatregelen te nemen. Die zullen er trouwens pas komen half maart 1325 als hij zijn beslissing van het vorig jaar i.v.m. het Zwin laat annuleren. Veel handelaars en kooplieden hebben ondertussen het woelige Brugge verlaten en laten de stad achter in een toestand van chaos en verwarring.

De populaire Brugse buitenpoorter Nikolaas Zannekin gaat zich weer actief mengen in de strijd van het Westland. De Bruggelingen geven aan Zannekin en Janszone de opdracht om deze keer het totale bestuur in de Kasselrijen aan de kust over te nemen. Als Brugge er in slaagt om de controle over het volledige Westland te verkrijgen, zal het zijn onderhandelingspositie tegenover de graaf van Vlaanderen aanzienlijk kunnen versterken.

Zoals zo dikwijls in het leven, gaat het over macht. Nieuwpoort heeft zich dus aangesloten bij het leger van Zannekin dat nu in drie afdelingen opstoomt richting Duinkerke, het bastion met de gloednieuwe burcht van Robrecht van Cassel. Maar waar bevindt die zich eigenlijk op dit moment? Bij het eerste geweld van 1324 heeft hij zich ‘low profile’ gehouden en ietwat de kat uit de boom gekeken. Hij claimt mee te voelen met het gemeen. Maar hij speelt een dubieuze en gevaarlijke rol.

Na de vergaderingen in Kortrijk en Gent met de graaf en de stadsbesturen, krijgt hij de opdracht om naar Ieper te trekken en van daar uit de gepaste tegenmaatregelen te nemen. Hij krijgt het bevel om de troepen van Zannekin en Janszone met alle mogelijke middelen te bestrijden, de hofstedes plat te branden, de gronden onder water te zetten. Te doden waar nodig.

De aanval op Ieper is verre van evident
De oom van de graaf zit echter met een probleem. Zijn aanhang van ridders is klein en hij heeft het niet onder de markt om aan voldoende voetvolk te geraken. Dat laatste is niet moeilijk te begrijpen. De meeste potentiële soldaten van de Westhoek maken al deel uit van het volksleger van Zannekin. Zijn ridders adviseren hem om de strijd met het verzet niet aan te gaan. Maar Robrecht van Cassel wil niet luisteren naar dat advies en gaat toch in de clinch met het volksleger.

Het is natuurlijk een ongelijke strijd. Eentje die eigenlijk niet wordt gevoerd want het voetvolk van zijn leger loopt al van bij het begin van de schermutselingen over naar de kant van de Zannekin broeders. Er zit er maar één zaak op: zich terugtrekken naar het veilige Sint-Omaars. Duinkerke, Sint-Winoksbergen, Cassel en Belle vallen allemaal in de handen van het verzet. Zijn nieuwe burcht in Duinkerke wordt verwoest en ook de versterkte burcht van Cassel wordt in brand gestoken en vernield. Het volk van Duinkerke en van Bergen-Ambacht schikt zich onder de volksleiders en zweert de eed van de opstandelingen.

Er volgt meer goed nieuws voor Zannekin. De mensen van Cassel en van de Ambachten van Belle hebben besloten om een eigen militie ter beschikking te stellen in dienste van het Vlaamse verzet. De militie is voorzien van ‘hooftmannen’ en van ‘tienmannen’. Ze spreken af dat de nieuwe afdeling van het volksleger hun kamp zal opslaan in Poperinge van waaruit het Ieper zal bewaken. Robrecht van Cassel is ondertussen al teruggekeerd in het versterkte Ieper en wacht op verdere orders van de graaf. De aanval op Ieper is verre van evident voor de opstandelingen. De patriciërs zijn meester in de stad en ze beschikken blijkbaar nog over voldoende macht en autoriteit om de ambachten en het gewone volk rustig te houden. Maar ze nemen toch extra maatregelen om zich te beschermen tegen een vijandige overname van het gemeen.

Ondertussen verovert de afdeling van Zeger Janszone de steden Torhout, Roeselare en Kortrijk. Er is eigenlijk maar één plek waar het de opstandelingen niet voor de wind gaat: de belegering van het Aardenburgse patriciërshol door de mannen van Lambrecht Bovin, botst op hevige weerstand. Vooral het feit dat veel edelen zich daar verschansen, zorgt voor zware verliezen bij de landmensen.

En de winter speelt natuurlijk ook zijn rol. Maar hoe dan ook, de hele westelijke kant van Vlaanderen, met uitzondering van Ieper en Aardenburg, is veranderd in één Vlaamse volksenclave. In de veroverde gebieden wordt alle macht overgedragen aan het volk. De graaf onderneemt, vanuit zijn residentie in Gent, verwoede pogingen om in Deinze een oostelijke uitbraak van het volk tegen te houden.

Het volksleger van Ratgheer wordt neergeslagen
Hij ziet vertwijfeld toe hoe de burgeroorlog zich verder ontwikkelt. Dit is al lang geen boerenopstand meer. Het volk neemt het land over. Maar wat kan hij er nog aan doen? Op 13 maart 1325 beveelt hij de vernietiging van alle Brugse privileges en vrijheden. De enige Brugse reactie hierop is de melding dat hij straks zijn valiezen zal mogen pakken: ze staan klaar om zijn grafelijk gezag voorgoed omver te werpen.

Maart 1325. Een volksleger van 500 opstandelingen onder leiding van Walter Ratgheer wordt wat later neergeslagen. Maar de Gentenaars aarzelen om de vluchtende boeren achterna te gaan naar Assenede en zijn zeker al niet te vinden om Aardenburg te ontzetten. Een rechtstreekse confrontatie met Brugge is een brug te ver. Het Gentse bestuur ziet een rol weggelegd in overleg en diplomatie. Omdat Ieper nog altijd in handen is van de rebellen, is de macht van de steden in dit conflict zeker nog niet uitgespeeld. Het Gentse bestuur wil kost wat kost de vrede bewaren met zijn eigen wevers en ambachtslieden die natuurlijk ook op apegaten staan om mee te strijden met hun broers in West-Vlaanderen.

Gent praamt de graaf dan ook aan tot voorzichtigheid in de kwestie. De aanvankelijk anarchistische boerenopstand is hoe dan ook uitgemond in een georganiseerde clash tussen de standen. En vooral tegen de graaf en het Franse bewind. Het is tot een status quo gekomen tussen de strijdende partijen. Tijd voor een tijdelijke wapenstilstand en een poging om de zaak te deblokkeren. Graaf Lodewijk van Nevers stelt opnieuw voor om een scheidsgerecht in te stellen waar Gent en Ieper onder leiding van Robrecht van Cassel een uitspraak zullen doen over de situatie. Er wordt alvast beloofd dat niemand zal veroordeeld worden tot de doodstraf.

Ook de in die tijd frequent toegepaste straffen zoals verminking en verbanning, zullen niet worden uitgesproken door de vierschaar, ‘mits het leven, de ledematen en het goed van elkeen ongedeerd bleef’.

Willem de Deken wordt de nieuwe voogd van Brugge
Het beleg van Aardenburg wordt stopgezet. Alle opstandelingen keren naar hun woonplaatsen terug. In de veroverde steden zijn de belangrijkste bestuurspostjes in handen van het volk en van de ambachten. Alles is razendsnel gegaan. De grafelijke regering is lam geslagen. De gouverneur d’Aspremont is opzij gezet. De graaf ziet zich genoodzaakt om een Vlaming aan te stellen als nieuwe gouverneur. Het wordt de Gentenaar Jan van Axel.

In Brugge is de ambachtsman Willem de Deken verkozen tot nieuwe voogd van de stad. Hij maakt gebruik van de wapenstilstand om samen met afgevaardigden van Gent en Ieper een contractverlenging tussen Engeland en Vlaanderen af te dwingen van de Engelse koning. Voor de Engelsen is de opstand van de Vlamingen tegen de Fransen natuurlijk een opsteker van formaat. Dus bestaat er natuurlijk de nodige goodwill ten opzichte van Willem de Deken en de zijnen. Het volk heeft natuurlijk zo zijn bedenkingen over dat nieuwe grafelijke scheidsgerecht.

Wie vertrouwt nu nog die Robrecht van Cassel die nooit het achterste van zijn tong laat zien? Zowel de edelen als het gewone volk vermoeden een verborgen agenda bij de voorzitter van de nieuwe rechtbank. De verbittering van het volk is niet verdwenen, en de rijke luizen staan al in aanslag om opnieuw hun rechten op te eisen. Nee nee, er zal niet veel terechtkomen van enige uitspraak.

Hoe dan ook! Het valt dan ook niet te verwonderen dat het vinden van een veilige plek om de rechtbank te organiseren, verre van evident is. Uiteindelijk wordt de abdij ‘Ter Duinen’, aan de oever van de zee, uitgekozen als de plek waar de scheidsrechterlijke vergaderingen zullen doorgaan. Er volgen een reeks zittingen met ongewapende getuigen. Vooral de geplande zitting van 11 juni 1325 beroert de gemoederen. Tijdens deze zitting zullen de ongenadige represaillemaatregelen van de edelen uit 1324 besproken worden. Er zijn al eerdere pogingen geweest om die zitting te laten plaatsvinden maar de volksleiders blijven zware bedreigingen spuien en eisen dat alles moet veranderd worden in hun voordeel.

Het scheidsgerecht van Ter Duinen in 1325
De edelen van hun kant zien het natuurlijk niet zitten om hun machtspositie prijs te geven en werken Robrecht van Cassel tegen. Al is dit laatste natuurlijk amper of zelfs helemaal niet te zien aan de politieke oppervlakte. De graaf volgt de zaken van uit het nabijgelegen Ieper waar hij een strijdkracht van 400 gewapende mannen heeft geconcentreerd. De zenuwen staan er zeer gespannen. In mei komt het binnen de lakenstad tot een oproer tussen het gemeen en de patriciërs, maar de situatie wordt hersteld.

De fameuze zitting van 11 juni, waarbij de klachten zullen onderzocht, loopt af op een sisser. Janszone, Zannekin en hun gewapende aanhang staan rumoerig te wachten op de raadsheren. Maar die sturen hun kat uit angst voor het geweld van de boeren. Dat is natuurlijk wat de kronieken en de geschiedenisboeken laten uitschijnen. Maar er is in die dagen veel meer aan de hand dan angst voor het volk!

Heeft de adel stokken in de wielen gestoken zodat de zitting niet kan doorgaan? In een brief aan de koning van Frankrijk van december 1325 schrijft Robrecht van Cassel dat er op 9 juni 1325 te Waasten een aanslag op zijn leven beraamd werd. Oude Franse kronieken beweren dat het notabene de graaf zelf is, die achter de aanslag op zijn oom zit. Lodewijk van Nevers beschuldigt Robrecht van Cassel van verraad en wil hem op 9 juni laten ombrengen.

Waasten 10 juni: één en ander wordt in scene gezet
Robrecht wordt tijdig gewaarschuwd van de dreigende aanslag en kan zich uit de voeten maken door te vluchten naar zijn kasteel in Nieppe. Het lijkt er echter sterk op dat er zich een ander voorval heeft voorgedaan om te vermijden dat er op 11 juni 1325 een uitspraak zal geveld worden. Jan van Namen en enkele edelen uit zijn entourage bezetten op 9 en 10 juni de weg tussen Ieper en Waasten.

De weg die Robrecht van Cassel dient te nemen om naar Ter Duinen te reizen. Er wordt een dreigende aanslag tegen de burggraaf van Duinkerke in scene gezet die Robrecht laat vrezen voor zijn persoonlijke veiligheid. Dat is uiteindelijk de ware reden waarom hij naar Nieppe trekt in plaats van naar die gevaarlijke zitting bij de rechtbank aan de Noordzee. Het voorval in Waasten is niet minder dan een staatsgreep van de edelen.

Er valt zo veel te verliezen voor het gegoede volk, dat het maar beter is om dat scheidsgerecht te gaan boycotten. Op 9 juni 1325 slagen de steden Gent en Ieper er in onder andere om de burggraven van Dendermonde Nevele, Kortrijk en Rupelmonde, als nauwste samenwerkers van de graaf, te laten benoemen om samen met de raad van Vlaanderen het bestuur in handen te nemen. Het komt er op neer dat Robrecht van Cassel de autoriteit over Vlaanderen kwijtspeelt.

Met het verdwijnen van Robrecht halen de edelen een dubbelslag binnen: ze nemen de macht opnieuw in handen over Vlaanderen en ze voorkomen eventueel erg nefaste uitspraken daar in Ter Duinen. Alles is weer eens beslist boven de hoofden van het gewone volk. De situatie is eigenlijk absurd. Het volk neemt de regio over en tijdens de onderhandelingen die daar op volgen, verdelen de heren doodleuk de postjes die in hen feite niet eens toebehoren.

De zes Brugse onderhandelaars reizen naar Kortrijk
Op 11 juni 1325 dienen de hoofdmannen met hun gewapende aanhang zich dus aan in Ter Duinen. Ze zijn benieuwd naar de uitspraak. Zullen de edelen gestraft worden? Maar de scheidsrechters dienen zich zoals bekend niet aan. Er komt geen uitspraak. Het volk is razend en teleurgesteld omdat het zich opnieuw in de luren heeft laten leggen. Het geweld barst los. De strijd begint opnieuw.

Een escalatie die hardnekkiger en wreder is dan ooit tevoren! De graaf verblijft op 11 juni nog altijd in Ieper. Maar het wordt warm onder zijn voeten. Met het opnieuw uitbreken van het volksgeweld in het Westland, acht hij het raadzaam om zich terug te trekken. De milities van het volk hebben hun strijdposities opnieuw ingenomen en Zannekin bewaakt Ieper nauwgezet. De graaf, zijn 400 ridders, en de pas aangestelde raadsheren, kiezen het zekere voor het onzekere en vluchten in de vroege morgen van 13 juni 1325 alvast naar Kortrijk.

Vanuit Kortrijk kan hij zich in geval van nood nog steeds terugplooien op Gent. De snelheid waarmee de opstandelingen opnieuw hun posities hebben ingenomen, laat vermoeden dat ze natuurlijk wantrouwig stonden tegenover het al dan niet doorgaan van de zitting van de rechtbank en de bizarre gevolgen van een eventuele uitspraak. Ze beschikken natuurlijk over een goed georganiseerd strijdplan dat op 11 juni vrijwel onmiddellijk ten uitvoer wordt gebracht.

Het volgende punt op hun agenda is het veroveren van het strategische Kortrijk. Op 12 juni reizen 6 Brugse onderhandelaars naar Kortrijk in een poging het Kortrijkse gemeen te laten aansluiten bij de revolutie. De houding van de Kortrijkzanen is in die dagen niet zo agressief tegenover de adel en de graaf. De graaf treft bij zijn aankomst die onderhandelaars die aan het proberen zijn om verder de poten onder zijn stoel af te zagen. Hij zet de zes gevangen.

De Kortrijkse Metten van 1325
Als de Bruggelingen vernemen dat hun kompanen in een Kortrijkse cel zitten, breekt er opnieuw hevig geweld uit. Het geprovoceerde volksleger van 5.000 textielarbeiders en ambachtslieden van alle slag en soort rukt, onder leiding van Thomas Danckaert, van volder Jan van den Driessche en van makelaar Claikin de Deken, op naar Kortrijk om hun collega’s te bevrijden en de laffe graaf mores te leren.

De medestanders van de graaf slaan aan het panikeren als ze vernemen dat de woeste Bruggelingen uit zijn op hun vel. Ze zijn dan ook flink in de minderheid tegen het reusachtige leger dat op hen afkomt. Kortrijk is in gevaar! Ze komen op het dwaze idee om de voorgeborchten aan de noordelijke buitenzijde van de stad, aan de overkant van de Leie, in brand te steken. Zo goed als alle huizen zijn in die tijd gebouwd in hout. En er staat die dag een flukse noordenwind. En midden in de zomer staat alles sowieso al kurkdroog. Heel Overleie brandt binnen de kortste tijd als een fakkel.

Het vuur rukt op naar de binnenstad van Kortrijk waar de graaf de zes Bruggelingen in een wagen laat opsluiten en probeert weg te geraken uit de brandende, gensterende en rokende stad. Het volk van Kortrijk is woedend om die smerige ondermaatse brandstichting in hun stad. En als ze dan nog vaststellen dat ze aan hun lot worden overgelaten en de graaf op de vlucht slaat, slaan de stoppen bij de Kortrijkzanen helemaal door. De hel breekt los. Een losgebroken apocalyptische stad is tot het ergste in staat. Ze storten zich met vol geweld op de aanhang van de graaf die wanhopig probeert zich een weg te banen door de smalle straatjes van de stad.

Opstand in Kortrijk
Iedereen vecht. Mannen, vrouwen, kinderen. Ze vallen de graaf en zijn aanhang aan met groot geschreeuw. Ze zijn waanzinnig omdat ze zo ongenadig aan het vuur zijn overgeleverd. Ze doden zonder genade, zonder er over na te denken. Paarden en ridders moeten er aan geloven. Huisraad wordt door de ramen gegooid om de uitwegen voor de ruiters te barricaderen. En dan luiden de stormklokken en stroomt een voorpost van gewapende Brugse ambachtslieden de stadspoorten binnen.

Na 23 jaar is Kortrijk opnieuw het toneel van een heuse slag tussen de Klauwaards en de Leliaards. Er volgt een slachting waarbij de heren van Veurne, Dendermonde en Nevele gedood worden. Er vallen massaal burgerslachtoffers te betreuren. Vrouwen en kinderen sterven in het barbaarse geweld. Wat niet voor mogelijkheid gehouden werd, gebeurt alsnog: de graaf, hij wou vluchten naar Frankrijk, valt in handen van het verzet en wordt met enkele van zijn getrouwen gevangen gezet.

Jan van Namen wordt gewond tijdens de aanval en kan zich via de Rijselse poort ternauwernood redden uit het verwoeste Kortrijk. Hij is niet aan zijn eerste ontsnappingstruc toe. De Henegouwse graaf slaat op de vlucht naar Doornik en slaat alarm bij het Franse hof. De Bruggelingen hadden zich verwacht aan een vijandelijk onthaal bij de Kortrijkse bevolking. Maar ze worden er op 20 juni 1325 als echte volkshelden en ‘beleders’ van de stad ontvangen. De gevangen graaf wordt overgedragen. Lodewijk zal worden overgebracht naar Brugge. Hij vraagt de opstandelingen om zijn medewerkers mee te krijgen, maar hier botst hij op een ferm ‘njet’ van de teleurgestelde en verbijsterde bevolking.

Minstens veertien getrouwen worden voor de ogen van de graaf op een gruwelijke manier ter dood gebracht. Onder hen zien we Robrecht van Saemslacht, de leermeester van de graaf. Maar ook Jan van Verrières, de burggraaf van Rupelmonde en Boudewijn van Zegerscapelle ondergaan hun wrede lot. Allen worden geradbraakt en op beestachtige manier verminkt. De verminkte lichamen betekenen voor de Kortrijkzanen en de Bruggelingen de dood van de feodaliteit. Symbolischer kan het niet.

De graaf ligt vastgebonden op een boerenkar
Lodewijk van Nevers zelf ligt hier machteloos en eerloos vastgebonden op een boerenkar. ‘Zie hem liggen op enkele bundels stro.’ De grafelijke nietsnut wordt met een zotskap op zijn hoofd aan zijn volk getoond. Zijn gemenen, lijfeigenen, vrijen en de ‘strontboeren’ zingen vol sarcasme hun spotlied over de ‘Kerels van Vlaanderen’: ‘Si souden die Kaereln hangen!’

Ieper staat alleen tegen de troepen van Zannekin
Stevig vastgebonden op het kleinste paardje dat men in en rond Kortrijk heeft kunnen vinden, wordt de graaf de stad uitgeleid. Van nabij bewaakt door de Westhoekse Kerels en onder het gejouw en geschreeuw van het volk. De kruisweg van de hoge adellijke heer zal tot in het hart van Brugge worden voortgezet. Zo eindigen de Kortrijkse Metten onder de bittere schaterlach van een volk dat een ogenblik zijn graaf als een slaaf heeft gezien.

En ook in Brugge worden een aantal graafsgezinden op dezelfde manier gelyncht. De gevolgen van de gebeurtenissen in Kortrijk zijn duidelijk: het volk heeft (met hulp van een deel achtergebleven Bruggelingen) de macht overgenomen in het stadsbestuur. De voornaamste verbindingsweg tussen Frankrijk en Gent is nu ter hoogte van Kortrijk volledig geblokkeerd. Enkele tijd later zullen de Bruggelingen zich ook meester maken van het kasteel van Helkijn aan de Schelde en snijden zij ook de belangrijkste waterverbindingen tussen Gent en Frankrijk af.

Een navenant gevolg van de onverwachte gevangenneming van de graaf en de overmeestering van Kortrijk is natuurlijk dat Ieper nu moederziel alleen achterblijft tegen de Veurne-Ambachters van Nikolaas Zannekin. De Ieperse patriciërs hebben al vernomen wat er zich in Kortrijk heeft afgespeeld en kiezen het zekere voor het onzekere: het hazenpad! Er is dus ook nauwelijks sprake van verweer als Zannekin de stad aanvalt en binnentrekt. Hij wordt er op 25 juni geestdriftig ontvangen. Het gemeen neemt meteen het roer over in de lakenstad.

De situatie is grondig gekeerd in Vlaanderen
De komst van Zannekin zorgt voor een opmerkelijke innovatie in Ieper. Het eeuwenoude centrum van de stad is al eeuwen ommuurd. Binnen deze omwalling leven de rijke lui. Het gegoede volk. De textielactiviteit van de stad is letterlijk uit zijn voegen gebarsten. En dat kan met best letterlijk nemen, want vele tienduizenden volders, textielarbeiders, ververs allerhande, leven in het omvangrijke buitengebied. Aan de onbeschermde buitenkant van de Ieperse stadsmuren. Brielen. Sint-Michiels. St.-Jan, St.-Kruis. De gewezen tempelgebieden.

De Ieperse ambachtslieden zijn in hoge mate bezorgd dat hun werklieden verplicht zijn te wonen in dat onbeschermde buitengebied en halen Zannekin over de brug om de poorten en versterkingen van het oude stadsgedeelte weg te halen en te verplaatsen aan de buitenkant van ‘suburbs’. Er wordt meteen begonnen met de bouw van een stevige ringmuur met een lengte die meerdere kilometers moet bedragen. De ‘uterste vesten’ worden voorzien van 9 nagelnieuwe stadspoorten. In dit Ieperse bolwerk concentreert Zannekin zijn strategische aanwezigheid in de Westhoek, de achtertuin van het vijandelijke Frankrijk. De situatie is grondig gekeerd in Vlaanderen.

Dit is een fragment uit deel 3 van De Kronieken van de Westhoek – lees verder op http://www.westhoek.net/P1322001.htm

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>