De kronieken van Louis Boeteman

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       8 months ago     249 Views     Leave your thoughts  

De Schone Ieperse Histories In de bibliotheek van de Zonnebeekse heemvrienden doe ik een fascinerende ontdekking. Twee dikke boeken met ingebonden kopies van oude Ieperse kronieken. Eigenaardig dat er in het stadsarchief van Ieper hier geen spoor van terug te vinden is. De handschriften dateren van 1789 en werden geschreven door een nobele onbekende.

Een zekere L. Boeteman die zichzelf presenteert als ‘uw ootmoedigen dienaar’ en mij aanspreekt als ‘beminde lezer’. Nog geen uur later zit deze beminde lezer aan zijn computer thuis al op het internet te snuisteren naar wie die Boeteman is.

Veel vind ik niet terug. Het duurt even tot ik plots beet heb in ‘Rond den Heerd’, een leesblad voor alle lieden van 13 april 1872. De schrijver van toen heeft het over de Boetemans van Ieper. Een schalkse tekst die perfect past bij mijn stijl van kroniekschrijven en die ik graag integraal overneem, zei het dan in de spelling van vandaag.

‘De familie Boeteman is al een oude Ieperse familie die in de vroegste tijden daar een naam had en met grote Ieperse families van Ieper in verwantschap trad. Zo was zij onder andere in samenhang met de familie Belle die het ‘Godshuis Belle’ gesticht heeft. Men heeft mij verzekerd dat pastoor Ameloot van Bavikhove dikwijls verteld heeft de volgende verzen gelezen te hebben die op een balk in de Belle gesneden waren:

Als de Boetemans zullen stinken
dan zal onze Belle nog klinken

Een Ieperse medewerker die ik aangeschreven heb om te weten of het waar is, antwoordt mij dat er daar nu niets meer van zulke verzen te zien is. Immers omdat al de balken in de Belle gewit of beplakt zijn en dat er zelfs niemand van iets meer weet. Nochtans dat pastoor Ameloot dit vertelde, blijkt mij volstrekt zeker om diens wil dat ik het uit al te goede bron vernomen heb. Misschien staat er daar wel iets van in pastoor Ameloots nagelaten papieren, maar waar deze naar toe zijn weet ik niet. Wie mij op de weg ervan kan zetten, zal een goed werk doen.

Mijnheer Louis Boeteman was een snuisteraar die achter de historie van zijn geboortestad zocht en niet bang was om zijn vondsten op papier te zetten. Ik heb een van zijn handschriften hier op mijn schrijftafel liggen. Het is getiteld als volgt: ‘De Schone Historiën van Vlaanderen en bezonderlijk der stad Ieper’.

‘Behelzende al dat er gebeurd is sedert het jaar 2000 na de diluvie of de algemene watervloed, of voor Christus’ geboorte tot aan het jaar ons Heren Jezus Christus 1574 in onze hoofdstad van Ieper van West-Vlaanderen met een korte begrijp van de levens van de eerste forestiers waarna vanzelf gekomen zijn de graven van Vlaanderen. Eerste boek. Beschreven en bijeen verzameld door L. Boeteman. Anno 1789.’

Dit werk bevat drie delen onder één nummering. Het begin staat vol ongeloofbare vertellingen die grotendeels getrokken zijn uit Marc van Vaernewyck en andere dergelijke kluchtigaards. En als we wat verder komen in de historie van de graven van Vlaanderen te weten, wordt het handschrift nauwkeuriger, daar de historie van die latere tijden uit betere kronieken genomen is en daarbij beter bekend. Sommige bijzonderheden zelf zijn in die kroniek te vinden die ik tot nu toe elders niet gevonden heb.’

Mijn besluit staat onmiddellijk vast. Wat Louis Boeteman in 1789 in zijn mooiste handschrift met monnikengeduld aan het papier heeft toevertrouwd verdient eigenlijk de volle aandacht van de geschiedenisliefhebbers van mijn tijd. Ik zet mijn Macbook op scherp voor een opdracht die me zeker enkele maanden tijd zal kosten. Ik heb het er maar al te graag voor over.

Wat met zijn oude spelling? Houd ik alles intact of kies ik ervoor om zijn oude taal te redigeren in een beter verstaanbaar Nederlands? Ik twijfel even en neem dan een kloek besluit. Alle woorden die perfect zijn blijven bestaan met verloop van de tijd zal ik aanpassen. De ‘ae’ wordt ‘a’, de ‘uyt’ wordt ‘uit’. ‘Verzaemelt’ verander ik in ‘verzameld’. Als tegenprestatie beloof ik aan Boeteman dat ik de Vlaamse woorden van de achttiende eeuw netjes blijf respecteren als die standgehouden hebben anno 2000: ‘claerigheydt’ vertaal ik in ‘klarigheid’. Van Dale zal het me niet kwalijk nemen dat ik een loopje neem met zijn taal.

En dan nog iets. Fabel of waarheid is vaak moeilijk te achterhalen. Maar Louis Boeteman biedt toch wel assistentie. Hier en daar verwijst hij in zijn Ieperse kronieken naar levende personages die op het moment van de lokale gebeurtenissen op andere plekken in de wereld aan hun traject bezig zijn. Het lijkt me een leuke bezigheid om meteen het eerstencommuniezieltje van mijn schrijver onder de loep te nemen. Mijn opzoekingen plaats ik voor het gemak van mijn lezers in het rood. Soms plaats ik ook andere van mijn commentaren in het rood. Genoeg introductie echter, ik neem de ganzenveer in mijn rechterhand en begin te schrijven aan ‘De Schone Histories van Ieper’.

Beminde lezer, het zal u aangenaam wezen om de oudheid van de historie van Ieper te lezen om de verandering van de oude tijden te weten, wat er al is voorgevallen die de stad van Ieper al heeft moeten doorstaan, zodat ik deze al verzameld heb om daarvan een fraai boek te beschrijven dat ik zelf nauwkeurig en uit verscheidene auteurs mijn werk heb beschreven in drie boekdelen, waarmee heb ik de eer te wezen, beminde lezer, uw ootmoedige dienaar Louis Boeteman, Ieper, de eerste januari 1789.

Inleiding

Het zal naar mijn goeddunken niet ongerijmd noch buitensporig wezen, tot meerdere klarigheid van onze Ieperse beschrijving, dat ik eerst en vooral zal voorstellen wanneer en door wie deze Nederlanden eerst bewoond zijn geweest. Door wie en wanneer de eerste steden van Europa zijn gebouwd geweest, welke taal onze eerste voorouders in deze landen hebben gesproken, om aldus een goed en geloofbaar fundament te vinden in de eerste opgang van onze befaamde en niet min doorluchtige stad van Ieper die lang voor Christus’ tijden haar eerste beginsel heeft ontvangen.

Marcus van Vaernewyck, de vermaarde historieschrijver die getuigt dat Japhet, de derde zoon van Noë genaamd werd onze vader, omdat hij allereerst in het westen heeft bewoond en door zijn nakomelingen vermenigvuldigd, sprekende de Hebreeuwse taal, van dewelke onze taal door mengeling van andere volkeren is voortgekomen. Deze Japhet, zoon van Noë, kwam het westen ingevaren honderd en één jaar na de diluvie of de algemene watervloed.

De Schone Ieperse Historiën

Beginnende van het jaar 2000 na de diluvie of de algemene watervloed of voor Christus’ geboorte tot het jaar ons heren Jezus Christus.

Nota: Jezus Christus werd volgens deze kalender geboren in het jaar 4005 na de watervloed, een tijdstip dat aangepast werd naar het jaar 1 in de nieuwe tijdrekening. Louis Boeteman gebruikt de oude tijdrekening tot aan de geboorte van Christus en schakelt daarna over naar de nieuwe kalender. Voor een goed begrip zal ik naast de oude jaartallen de nieuwe jaren plaatsen. Anno 302 wordt dus Anno 302 (-3703), zijnde dus 3703 jaar voor de geboorte van Jezus Christus, uiteraard in de veronderstelling dat die man ooit geboren werd en geen verzinsel is van een gelijkaardige kluchtigaard zoals beschreven in mijn inleiding.

Anno 302 (-3703) na de diluvie. De eerste stad van Europa was Trier, die getimmerd was van de machtige prins genaamd Trebata, zoon van Ninus, de koning van Assirië en Babylonië.

Anno 1980 (-2025) zijnde het jaar van de wereld of voor Christus’ geboorte, heeft een machtige prins, met name Bavo rechtsweer van Priamus de laatste koning van de Trojanen, ziende dat heel het land van Troye door het leger van de Grieken hoe langer hoe meer teniet ging met alle schatten en rijkdommen vergezelschapt zijnde, van vier machtige hertogen, achterlatende hun eigen land en heerschappij, afgevaren in de zee met een groot deel schepen, gevuld van mannen, vrouwen en kinderen, alhier in het land eerst aangekomen.

Anno 1988 (-2017) heeft de gezegde Bavo met de koning Priamus gefondeerd en gesticht, die grote en machtige stad van Belgis, zo genaamd om een tempel van de afgod Bel die aldaar aanbeden werd, gebouwd op dezelfde plaats waar nu Bavay staat, gelegen in Henegouwen. En naar de naam van deze stad Belgis zijn al deze landen Gallia Belgica genoemd geweest en naderhand zijn al de steden van Vlaanderen, Artois, Brabant, Henegouwen en elders door de koningen van dat volkrijk Belgis, eerst gesticht en gefondeerd geweest.

Anno 1992 (-2013) heeft de gezegde Bavo, koning van Belgis, diverse prinsen naar deze gewesten gezonden om steden en sterkten te stichten om aldus hun heerschappij te vergroten, te versterken tegen alle vijandelijke aanstoten. En om al de landen, die woest en verwilderd lagen en die alleen bewoond waren van wilde dieren die in de dichte en ondoordringbare bossen hun schuilplaatsen hielden, bruikbaar te maken voor het bewonen van mensen en deze landen tot vruchtbaarheid te brengen.

Een van de gezonden prinsen, genaamd Morinus, stichtte de vermaarde stad van Troanen, in het Latijn genaamd ‘Terra Vana’ naar welke naam van deze prins Morinus al deze gewesten tot aan de zee toe, de inwoners lange tijd werden Morinen genoemd en in die stad van Terouanen die zo groot en machtis is geweest, ja zelfs naderhand tot bisdom is verheven geworden, en is nu tegenwoordig zo vergaan en vervallen dat er nauwelijks nog iets van te vinden is. Dat is trouwens de reden waarom een poëet het volgende over Terouanen schrijft: in het machtig Terouanen daar ziet men nauwelijks een boerenhut staan.

Anno 2000 (-2005) is geschied de allereerste fondatie van onze drielidmatige hoofdstad van Ieper van West-Vlaanderen door de edele en manhaftige prins uit het beroemd geslacht van de Trojanen genoemd Yperborus, naar hier gezonden door de koning van Belgis om deze stad te bouwen. Deze prins deed de stad Ieper bouwen langs een waterloop of kleine rivier die van het zuiden beginnende, voortliep naar het noorden en zo bekwaam was om de inwoners van water te spijzen.

Deze stad deed hij rondom besluiten met zeer hoge stenen muren en vestingen en ingesloten met zeven poorten, voerende de namen van de zeven planeten, te weten de poorten van Saturnus, Jupiter, Mars, Sol, Venus, Mercurius en Luna. De eerste inwoners van Ieper waren landslieden van Yperborus, die met hem meegekomen waren uit Troje naar Belgis en hier voor Ieper hun woonplaats stelden. Door deze Yperborus, eerste fondateur van deze stad, heeft die de naam van ‘Yper’ ontvangen van dewelke ook de rivier het Ieperken naderhand zo genoemd werd omdat deze haar water in Ieper bracht.

Deze rivier die door de stad loopt en gediend heeft tot aanlokking van de eerste inwoners heeft haar eerste oorsprong van de Kemmelberg, maar ze wordt gespijsd van de twee vijvers, de ene nu genaamd Zillebeke en de andere Dikkebus, die daar ofwel door de diluvie of door andere overstromingen van water die onze landen landen dikwijls ondergaan hebben zijn voortgekomen, want deze landen waren dan vol meersen, grachten, valleien en diepten. Deze twee vijvers zijn gestadig vol water onderhouden geweest, zowel door de regen als andere invloeiende beken, deze twee vijvers door haar natuurlijke loop overstroomd geweest, hebben zich gevormd tot een beek die van Kemmel afdaalt en die in een samenloop door de lege landen de richting van de stad Ieper hebben genomen.

En zo samen in deze stad verzameld heeft de rivier het Ieperke zich binnen de stad verdeeld in twee stromen die ter hoogte van de Elverdingestraat weer in elkander verenigd worden loopt de rivier aan de noorden de stad weer buiten en lost zijn water door de vaart van Nieuwpoort in de zee.

De eerste taal van de Ieperse inwoners was gebroken Grieks want het meestendeel van de vluchtelingen waren uit het verwoest en verbrand Troje, maar om hun taal te schrijven gebruikten ze rechte Griekse letters. Men aanbad alhier de God Mars, Mercurius, Minerva, Pluto en meer andere goden en godinnen.

Anno 2028 (-1977) werd binnen Ieper een grote tempel gebouwd ter ere van de afgod Apollo die men meent gestaan te hebben waar nu Sint-Pieters kerke staat.

Anno 2039 (-1966) bevindt men dat de dracht van de vrouwen aldus in gewoonte was, te weten met een korte robe tot een weinig onder de knieën, staande aan beide zijden open, zodat men door de wind of andere voorvallen hun dijen bloot zag, gaande zonder kousen, alleenelijk met sandalen aan de voeten. Een gouden ketting die van hun hals tot op de borsten hing met daar een gouden medaille. Aan de armen die zij tot aan de elleboog bloot droegen, versierd met brancheletten, op hun hoofd versierd met parels en diamanten tussen hun haar gevlochten.

Anno 2367 (-1638) verdronk binnen Ieper in de rivier ‘t Ieperken de heer Consilius, burgemeester van de stad, wiens dood lichaam volgens de gewoonte van het land verbrand werd. En zijn huisvrouw Lilia met haar twee dienstmaarten en een knecht sprongen in het vuur en lieten zee mee verbranden om te betonen hun droefheid en liefde tot de dode die ze in zijn leven zeer bemind hadden dat zij met zijn dood lichaam zich uit liefde lieten mee verbranden.

Anno 2438 (-1567) werd binnen Ieper een zeer grote en magnifieke tempel gebouwd ter ere van de godin Minerva, godin van de wetenschappen. Deze tempel werd gebouwd op de zelfde plek waar nu het zaalhof staat, waar de afgodische priesters hun afgodsdienst deden.

Anno 2756 (-1249) ordonneerde Quintus Martellinus alsdan burgemeester van Ieper dat voortaan allen die begeerden te trouwen deze volgende weeten moesten volbrengen. Te weten dat de bruidegom voor zijn bruid moest betalen, die rijk waren drie gouden penningen en die van minder condities drie zilveren penningen, tot sieraad van de tempel van Apollo. En dat de bruidegom met zijn bruid elk versierd met een krans van bloemen, vergezeld van vader, moeder en ander maagschap en vrienden, vanuit het huis van de bruid, tussen het spelen van snaren en andere instrumenten langs de straten van de stad moesten gaan tot in de tempel van Apollo en er moesten zweren om haar man trouw te blijven en de bruidegom moest beloven om zijn bruid nooit te verlaten, tenzij met kennis van de burgemeester. En dat de wettelijke reden, daar zijnde na de bezwering, werd het huwelijk door de afgodenpriesters met toestemming van de ouders gesloten.

Nota: een man mocht hebben verscheidene vrouwen, maar de vrouwen mochten maar hebben één man.

Anno 2890 (-1115) was er binnen Ieper een vrouw die gebaard heeft twee kinderen die zijdelings rug aan rug gegroeid waren. Het ene was een knechtje en het ander een meisje. Ze hebben blijven leven tesamen tot omtrent de 15 jaren. Het was een wonder om zien. Als de ene voortging, moest de ander achterwaarts mee gaan.Ze waren allebei schoon en wel volmaakt van lichaam, beiden wel ter tale. Het knechtje is ‘s morgens gestorven en het meisje ‘s avonds op dezelfde dag. De ouders hebben na hun dood, ter nagedachtenis, op de markt een marmeren pilaar doen oprichten waar hun afbeelding in marmer van boven zeer kunstig opgesteld staat.

Anno 2899 (-1106) was ere binnen Ieper een grauwzame moordenaar gevangen die binnen de stad lange tijd herberg had gehouden, in de herberg die ‘Bacchus dans’ genoemd werd. Deze had meer dan 30 vrouwspersonen die daar op verschillende tijden gelogeerd hadden hier opgesloten op een heimelijke voute, zijn wil daarmee gedaan, zijnde dag en nacht naakt vastgebonden met een ijzeren ketting. Ten einde sneed hij hun de borsten af en de armen en de benen. Ten laatste sneed hij hun de hals af en verborg al die geschonden lichamen in een donkere en verborgen diepe kelder.

Hij werd betrapt bij een voorval waarbij zijn huis in brand kwam te staan terwijl hij bezig was met een vrouw te vermoorden. Men vond al die dode vrouwspersonen in zijn kelder. Hij werd scherpelijk gekerkerd en veroordeeld om levend gebraden te worden op de markt.

Anno 3010 (-995) heeft het zeer grauwzaam gedonderd en gebliksemd, zo dat door de bliksem binnen Ieper omtrent de 42 huizen en omtrent de zeven mannen, negentien vrouwen en negen kinderen zijn verbrand geweest.

Anno 3268 (-737) werd Ieper belegerd door een grote bende landstropers, die machtig van volk zijnde, veel sterkten en kastelen hadden geplunderd en beroofd. Al het volk van Ieper stond in de wapens en beschermden hun stad, maar al die buiten de stad woonden, vrouwen en mannen werden van de vijanden aan bomen opgehangen. Maar de koning van Belgis zond een legeroverste met 28 duizend ruiters om Ieper te ontzetten, die de vijanden van de stad hebben verdreven en in stukken hebben geslagen, gevangen en een groot deel om hals hebben gebracht. De stad, verlost zijnde van de vijanden, zo zag men menige landslieden aan bomen hangen, onder andere werd een vrouw gevonden hangende aan een boom, zonder kleren, die nog leefde, en dewelke afgedaan zijnde en wel bezorgd werd, nog is blijven leven. Ze is gestorven oud zijnde 128 jaren.

..

Wordt vervolgd ….. alle vervolgafleveringen zullen in de toekomst geplaatst worden onder de categorie ‘De Schone Histories van Ieper’ en zullen daar vlot terug te vinden zijn…

Lees verder 

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>