De Menapiërs van Passendale

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       11 months ago     491 Views     Leave your thoughts  

In de bib van de Zonnebeekse heemkring stoot ik op een ringmap barstensvol geschiedenis van Passendale. Allemaal het werk van meester Gabriel Versavel. Een golf van respect overspoelt mijn gedachten als ik die massa aan geschreven en getypte resultaten van meester Versavels research besnuffel en betast. Eigenlijk verdient zijn werk gelezen te worden door het publiek van mijn kronieken van de Westhoek. Vandaar mijn beslissing om af en toe eens een deel van zijn werk op mijn website te plaatsen. Zijn werk. Niet dat van mij, laat dat meteen duidelijk zijn. Hier en daar zal ik eventueel wat inkorten of anders formuleren, maar voor de rest laat ik alle eer en verdienste aan deze illustere Passendalenaar.

Dat geschiedenis mensen fris houdt, heeft Gabriel Versavel aan den lijve kunnen ondervinden. De schrijver werd 105 jaar. Hij stierf in het jaar 2008 als oudste West-Vlaming ooit. De allereerste bewoners van Passendale en omliggende. Gezien de eigenlijke geschiedenis van ons land slechts begint met de Romeinse bezetting onder Julius Caesar, kan er enkel worden voortgegaan op delvingen om de geschiedenis op te maken van hetgeen hier in ons land gebeurde voor de komst van de Romeinen.

Overal, op de hoogten van Moorslede, Beselare, Passendale, Geluveld, enz., werden bewerkte keien gevonden. Het meest rond een wijk gelegen tussen Beselare, Zonnebeke en Geluveld. Aan de Reutel. De navorser heeft die keibewerking betiteld als ‘Reuteliaanse nijverheid.’ Persoonlijk heb ik talrijke bewerkte keien gevonden. Samen met Gerard Mestdagh op zijn hoeve ‘Sperregat’.

Deze keien werden overhandigd aan de heer B.H. Dochy, ere-hoofdinspecteur L.O. De versierde keien uit Passendale droegen aan beide uiteinden enkele cirkelvormige versieringen. Waren deze versieringen producten van onze voorouders? We kunnen moeilijk aannemen dat al die keien zouden aangespoeld zijn. Mogelijk werden de versieringen aangebracht door bewoners van onze streken, temeer de heuvels alleen konden bewoond worden terwijl het omliggende meer in de bedding lag van die verbindingsstroom tussen Leie en kuststroom. Zekerheid hebben we niet.

Rond het begin van de derde ijstijd verdween het tropisch klimaat met de dieren en de planten die eraan verbonden waren. Onze streek werd een onherbergzame woeste streek met brede onstuimige stromen tussen de heuvels. Wanneer wij de heuvels eens nagaan van ‘s Graventafel, Goudberg, Mosselmarkt, Martinegat, Keiberg, dorpskom, enzoverder, met daar tussenin die kronkelende dalen, dan kunnen we ons een idee vormen van die onherbergzaamheid.

De inwoners die dan onze streek zouden kunnen bewoond hebben, zullen gedwongen geweest zijn wegens het koude klimaat en voedselgebrek veiliger oorden op te zoeken. Ze zullen deze vinden dieper weg in het land, in grotten en spelonken. Duizenden jaren later, na de laatste ijstijd (of de Würmijstijd) zullen de afstammelingen van die bergbewoners naar onze streken terug afgezakt zijn.

Pas was de Flandriaanse overstroming geweken en onze streken geraakten opnieuw bebost. En er kwamen al opnieuw mensen zich vestigen in hutten die ze bouwden op de heuvels. Met het verdwijnen van het koud klimaat ruimden de rendieren plaats voor dassen, wolven, wilde paarden, oerossen, herten, vossen en bruine beren. Sparren, berken, linden en hazelaars werden de nieuwe bomen.

Die mensen houwden silexstenen die ze slepen en polijsten. Talrijke snijbijlen werden in de omgeving van Passendale opgedolven. Zo onder andere in Sint-Jan te Ieper. Op de heuvelrij van Westrozebeke, Passendale, Moorslede en vooral te Westrozebeke werden in 1811 silexkeien gevonden van meer dan 70.000 jaar voor Christus.

De vestiging van de oudste inwoners van onze gewesten hangt nauw samen met de bodemgesteldheid. De bewoners waren geen zwervers maar mogen aanzien worden als voorlopers van onze landbouwers, omdat ze niet alleen leefden van de jacht en de visvangst maar ook al graangewassen teelden en paarden, koeien, varkens, geiten en schapen hielden.

Ons land werd bezet door de Kelten die uit verschillende volksstammen bestonden, waaronder de Menapiërs en de Morinen die de kuststreek bewoonden. Passendale behoorde toe aan de Menapiërs. Deze stonden bekend als knappe landbouwers die de aarde dwongen om voedsel te leveren voor zichzelf en voor hun dieren. Deze volksstam verbleef het eerst aan de monding van de Rijn en de Schelde en zakte later af naar onze streek en veroverde nieuwe gebieden naarmate de noodzaak zich voordeed. Volgens geleerden komt de naam Menapiër van Mijn = zeearm en buur of gebuur, dus bewoners van de streek van de zeearmen.

Gezien, door een charter van 25 juni 822, vedrleend door keizer Lodewijk de Goede, Roeselare bekend staat als behorende tot het land van de Menapiërs, mogen we er bijna van overtuigd zijn dat ook Passendale daartoe behoorde. Het land van de Menapiërs behelsde vijf kleine kantons. Het eigenlijk genoemde Mempiscus van Poperinge waartoe Passendale behoorde. In 850 bezat de abdij van Poperinge hier al eigendommen. Daarnaast waren er het Thoraltanus of dat van Torhout, dat van Gent; het pagus Cortracensis of Kortrijkse gouw en het pagus Tornacensis of Doornikse gouw.

De naam Morinen zou afkomstig zijn van het Keltisch Mori:zee, dus bewoners van de zee. De streek moet dunbevolkt geweest zijn, want Plinius en Strabon, allebei Romeinse schrijvers, betitelden de barre noorderstreek als het ‘uiteinde van de mensheid’. Denkelijk bedoelden ze de streek nog meer noordwaarts gelegen dan Passendale.

Uit de geschiedenis weten we dat Julius Caesar tegen half augustus van het jaar 56 voor Christus na een veldslag van één jaar reeds veel volksstammen van Gallië overmeesterd had. Daar waren onder andere de kustbewoners van Armorica (Bretagne) welke hulp gekregen hadden van de Menapiërs en de Morinen.

Ondanks de wetenschap dat het reeds augustus was, wilde Julius Caesar, deels uit wraak en deels uit hoogmoed, nog voor de winter het land van de Morinen en onze gewesten overmeesteren. Maar hij had buiten de waard gerekend. Waar die ontmoeting tussen de Romeinen en de Menapiërs/Morinen heeft plaatsgevonden werd door geen enkele geschiedkundige met juistheid vastgelegd.

Volgens Franse geschiedschrijvers vond die slag plaats ofwel bij de bossen van Nieppe (Frans-Vlaanderen, ofwel bij de Casselberg ofwel op de heuvels van Kemmel, Scherpenberg, Rodeberg en Zwarteberg. Volgens het werk van V. Gantier; ‘Conquête de la Belgique par J. Caesar’, die een zeer goed gedocumenteerde studie gemaakt heeft van de veldslagen in Gallië en vooral in België, had de slag als volgt plaats;

Een eerste Romeins leger vertrok uit de omgeving van Montreuil waar nagenoeg het land van de Morinen begon, zakte af via Hazebrouck en Ieper naar Roeselare en mogelijk ook over Passendale. De streek van Roeselare, de Mandelvallei, de oostkant van Passendale inbegrepen, vormde een zeer moerassige strek die begrens was door wouden. Vanuit hun haast ondoordringbare schuilplaatsen drongen de Morinen en de Menapiërs het legerkamp van de Romeinen te Roeselare binnen.

Wordt vervolgd – ga naar pagina http://www.dekroniekenvandewesthoek.be/?p=5347

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>