De miraculeuze kaars van Hemelsdale

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       2 years ago     549 Views     Leave your thoughts  

De miraculeuze kaars van Groeninghe en Hemelsdale
Odiel Slembrouck is nieuwsgierig om te weten wie of wat er vereerd wordt in dat klooster. En wij zijn dat eigenlijk ook wel. Waarschijnlijk een miraculeuze kaars schrijft hij. Carolus de Visch schrijft in zijn kroniek van ‘s Hemelsdale dat mevrouw Christoffelyne de Barbason in het begin van de jaren 1500 de scepter zwaait over zowel het klooster van Groeninghe bij Kortrijk als dat van Hemelsdale in Werken.

Het was deze abdis die ‘de mirakuleuze keerse hier heeft gebrocht, die alsdan in onze kerke is rustende, als wesende een stuk van de keerse van Groeninghe; waerom dat ze oock altyds is ghenaemt geweest de keerse van Groeninghe, door de welke Godt almachtigh oock nogh hedendaeghs dierghelycke miraekelen is doende, als door de keerse van Groeninghe, binnen Kortryck syn gheschiedende.’ ‘Waarschijnlijk zullen die bedevaarten ook iets opgebracht hebben voor het klooster.’ Die kurkdroge opmerking komt van pater Desideratus zelf. Ik kan ze best smaken. De mensen die niet beter weten wat op de mouw spelden om er dan geld uit te kloppen.

Maar hoe halen ze het verdorie in hun hoofd om een kaars te vereren? In Kortrijk beschikken ze al van in de heel vroege middeleeuwen over een verzameling relikwieën dat het daar zeker niet op een mirakel min of meer zal steken. De kazuifel van de heilige Thomas van Canterbury. De schedels van de heilige maagden van Sint-Ursula. Liggen die trouwens niet in de Sint-Maartenskerk in Ieper? Een stukje heilig haar van Christus zelf. En dan inderdaad ook de heilige kaars van Atrecht lees ik.

En zo trekken we naar het Arras van rond 1100 waar Maria in eigen persoon een kaars schenkt aan de ruziënde minstrelen Ythier de Brabant en Norman de Saint-Pol-en-Termis. De kaars blijkt een helende werking te hebben die er voor zorgt dat de mensen van Atrecht verlost geraken van een gruwelijke ziekte, de pest, die de stad al een hele tijd in de ban houdt.

Nog altijd niet opgebrand na 17940 uren
Desideratus weet een aantal details te vertellen. De miraculeuze kaars is inderdaad afkomstig van Atrecht waar ze in 1105 op wonderbaarlijke wijze geschonken wordt door de hemel en in 1130 bezocht en vereerd wordt door onze vriend Bernard van Clairvaux. Waarom zijn we niet verrast dat precies die man achter de truc van de kaars zit. Ze wordt voortaan 13 keer per jaar ontstoken. Telkens voor 2 uur en de afgedropen was wordt gebruikt om er nieuwe kaarsen van te gieten, zoals die van Groeninghe. Als de Franse revolutie aanbreekt in 1789 heeft de kaars als 17.940 uren gebrand en nog is ze niet opgebrand, vertelt hij. Ze groeit voortdurend terug. Ik frons mijn voorhoofd.

Alle kaarsen die ooit gegoten werden uit het moederexemplaar bezitten dezelfde wonderlijke kracht ‘door dewelcke Godt almachtich oock noch hedendaeghs dierghelycke myraekelen is doende’ staat er geschreven in de kroniek van Hemelsdale. Tot zo ver de schone geschiedenis van onze kaars. Ik ga verder in zijn typische wervelende taal. ‘Hetgene we hebben gezien nopens den eigendom en de renten van ‘s Hemelsdale mag ons niet doen denken dat het beheer van al die goederen maar kinderspel was, en dat de brave nonnekens zo maar onbekommerd hun godzalig leventje te leiden hadden, dat de inkomsten zo maar op het vertoon van een handteken in de kas vlogen, en dat de boursiereghe, dus de non die de financies beheerde, die we ons nogal graag voorstellen met haar eeuwigen liefelijken glimlach aan haar winket gezeten, niets anders te doen had dan haar trouwe klienten te bedanken, en voor de rest veel geluk en voorspoed in hun ondernemingen te wensen’. Zo was het dus helemaal niet, schrijft hij.

Er komt veel bij kijken. Het aantal rechtzaken om achterstallige pachten te recupereren is niet te tellen. Die moeten tijd, geld en energie hebben gevergd. Het cartularium puilt uit van de gevallen waarbij Dom Benedictus Colaert, de biechtvader van Hemelsdale in de bres moet springen om het klooster weer in het bezit te stellen van ‘verdonkerde’ renten. Het telkens weer hebben moeten verdedigen van hun eigendommen moet de nonnen veel kommer, zorg en slameur bezorgd hebben.

1488: het klooster centraal in de miserie
Na een korte passage bij de biechtvaders van het klooster komt Desideratus terecht bij de lijst van de abdissen die het klooster hebben bestuurd. Na Maria van Harelbeke zien we een zekere Agatha de revue passeren die na haar dood in 1334 opgevolgd wordt door Catharina van Aerdenburg. In 1351 volgt Mathilde Vastoel. Maria de Cortracto die trouwens zorgt voor nieuwe gronden in Lampernisse en Steenkerke staat aan het roer tussen 1360 en 1390 en zal net zoals al haar voorgangers in de kapittelzaal begraven worden. In de jaren 1400 zien we opeenvolgend Anna van Isendycke, Paschasia Scranens en vooral Daniela de Monte (zeg maar Van den Berghe) werken aan de verrijking van het klooster.

Catharina Smols of Mols wordt de tiende abdis en zij wordt in 1455 opgevolgd door Amelberga Brandins, maar die houdt het niet lang vol. De nieuwe abdis, Petronella Mattheus weet vanaf 1482 het klooster met vaste hand te besturen beweert Desideratus. Het moeten verwarrende jaren geweest zijn. De Bruggelingen stellen vast dat de Duitse bezetters van Diksmuide voortdurend naar het Brugse Vrije trekken en daar veel schade berokkenen aan de bevolking. In 1488 willen ze daar punt en paal aan stellen en het Nieuwpoort en Diksmuide betaald zetten. Ze vallen, onder de leiding van Joris Picavet, beide steden aan met de bedoeling om die ‘ten gronde af te breken’.

Vooraf willen ze afrekenen met de Duitse bezetters die zich verschuilen in het kasteel van Handzame. De belegering sleept een hele week aan. Nadat het kasteel geplunderd is, trekken de Bruggelingen nu naar Esen en Werken waar ze hun kamp opslaan in een kasteel, een soort versterking bij Ter Gote aan de Handzamevaart vlakbij de Steenstraat en het klooster. Hier worden ze geconfronteerd met een reeks dagelijkse uitvallen van de Diksmuidse bezetters. De Bruggelingen willen natuurlijk Diksmuide zelf belegeren maar de winterregens en het hoog water zetten de broeken nu al maanden onder water, waardoor de Bruggelingen zich af en toe zelfs nog verder moeten terugtrekken.

De onrust zal jaren aanhouden. Met Hemelsdale centraal in de miserie. De lokale bevolking en de zusters krijgen heel wat te verduren. Plundering, diefstal, brandstichting, gevangenneming, maar Petronella weet stand te houden. Na een bestuur van bijna 20 jaar komt ze zachtjes in de Heer te ontslapen op 5 januari van het jaar 1501. Er staan nieuwe tijden voor de deur. Maar voorlopig sluiten we de nis van deze boeiende hap streekgeschiedenis.

Dit is een fragment van boek 2 van De Kronieken van de Westhoek – lees ook op http://www.westhoek.net/P1450100.htm