De nasleep van Kortrijk 1302

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       1 year ago     488 Views     Leave your thoughts  

De overwinning van het Vlaamse volksleger
Het eenvoudige Vlaamse volksleger heeft het elitaire ridderleger van de Fransen verslagen. Zowat in heel Vlaanderen luiden en jengelen de uitbundige klokken om de overwinning van het volk te vieren. De mensen zijn uitgelaten en opgewonden. Nu gaat alles veranderen in Vlaanderen! Victorie. Victorie. Victorie. De mensen van de Gentse achterbuurten komen geestdriftig op straat met de banieren van Gwijde van Namen en die van Willem van Gulik. Al snel zwelt de massa aan tot een uitbundige feestelijke stoet. Het voelt aan als de bevrijding. De bassen van de trommels en het geschal van de trompetten bezwangeren de Gentse lucht.

De Leliaards worden vertrappeld
Alles wat ruikt naar Leliaards, wordt vertrappeld. De blauwe vlaggen worden verscheurd. De tot op eergisteren machtige Leliaards, verschansen zich of verlaten in paniek de stad. Het is een tijd van brutale en meedogenloze afrekening. De Vlaamsgezinden verwijderen de Leliaardvlaggen en vervangen die door leeuwenvlaggen. Vanaf vandaag is Gent opnieuw op en top een Vlaamse stad. Gent wordt overgedragen in de handen van Gwijde van Namen.

Het zegevierende leger doet op 14 juli zijn uitzinnige intrede in de grootste stad van Vlaanderen: Gent. Het wordt een ongeziene gebeurtenis. De hele bevolking is samen getroept om de met bloed besmeurde wapens van de strijders te aanschouwen. Pieter de Coninck en Jan Borluut worden door de Gentenaars als grote helden onthaald. Ze zorgen voor een nieuw stadsbestuur, deze keer mét inbreng van de ambachten. De Vlaamse prinsen van hun kant, zorgen voor twee gouverneurs die de financiële toestand van de stad moeten zien uit te klaren. Het gevolg van Gwijde van Namen en Willem van Gulik trekt op 23 juli 1302 naar Brugge.

Ze worden er door de Brugse bevolking als helden binnen gehaald. Tijdens een groot feest wordt Jan van Namen, de broer van de nog steeds gevangen Robrecht van Bethune, tot ruwaard van Vlaanderen, de vervanger van de graaf, aangesteld. Iedereen zweert om de strijd tegen de Fransen tot het bittere einde voort te zetten. Tijdens een groots opgezette plechtigheid beloven de prinsen en de Bruggelingen elkaar trouw en bijstand. Ze bekijken zichzelf als één grote familie. Na die plechtige ontvangst in Brugge reizen Gwijde en Jan door naar Rijsel. Zuidwaarts. Richting Frankrijk, het land in shock. In Parijs heerst er algemene consternatie. De smadelijke nederlaag tegen de Vlamingen betekent een affront zonder meer voor de hovaardige Filips de Schone. De klap is als een mokerslag aangekomen.

De Franse nederlaag van 11 juli 1302 komt hard aan
De Franse nederlaag haalt de eer, de status en de roem van de oude adel neer. Ze maakt komaf met de zogezegde dapperheid van de Fransen. De bloem van de ridderschap van de wereld is verslagen en vernederd door haar eigen onderdanen. Verslagen door het, in Franse ogen, laagste volk van de wereld, verslagen door het gemeen: de wevers, volders en andere gewone handwerkers van ambachten en neringen, verslagen door mensen die hoegenaamd niet verondersteld waren om oorlog te kunnen voeren. De Franse elite is vernederd door lieden die door hen geminacht werden vanwege hun lage rang.

Door deze overwinning zijn de inwoners van de Pagus Flandrensis plots zo zelfverzekerd dat één Vlaming te voet met zijn goedendag het aandurft om te strijden tegen twee Franse ridders te paard. Gwijde van Dampierre weet niet wat hij hoort als hij ontboden wordt bij de Franse koning. De Vlamingen hebben de Fransen een les geleerd? Hoezo? Is dit een droom? Hij krijgt de gemeenste verwijten naar het hoofd geslingerd. Ook graaf Robrecht van Bethune moet het ontgelden.

Hij wordt voor zes weken opgesloten in de donkerste en kilste cel van het kasteel van Chinon. Er woedt een diepe crisis in Frankrijk. Niet alleen een militaire maar eveneens een financiële. En dan spreken we nog niet over de onrust die her en der de kop opsteekt. De oorlog heeft een diep gat in de begroting geslagen. Er komen nieuwe belastingen. Vele militaire sleutelposities zijn weggevallen door de dood van belangrijke Franse graven. De positie van Vlaanderen in Frankrijk moet herbekeken worden. Een nieuw leger, een nieuwe oorlog lijkt onafwendbaar.

De leiders van de opstand worden beloond
Het gemeen heeft, samen met de adel, gezorgd voor een historische overwinning. De macht van het volk noopt de machtshebbers tot democratische hervormingen. Nieuwe keuren worden geïntroduceerd. Meesters en gezellen zullen voortaan op gelijke voet gesteld worden. Er komt een vast loon voor de arbeiders. De steden krijgen hun vrijheden terug. De leiders van de opstand worden beloond. Pieter de Coninck en zijn zonen worden tot ridder geslagen. De stad Brugge betaalt hen jaarlijks duizenden ponden en stelt hen in de mogelijkheid om in een luxueuze herenwoning te trekken. Ze krijgen een klerk en een knecht ter beschikking.

Ook Jan Breydel en Jan Heem vallen in de prijzen als ze mogen beschikken over een Brugs Leliaardhuis. De Vlamingen beseffen natuurlijk dat één zwaluw de lente niet maakt. Ze hebben één veldslag gewonnen, maar de oorlog is niet voorbij. Integendeel! Waals Vlaanderen is nog steeds in de handen van de Fransen. Voor dat de Franse koning ook maar de kans krijgt om een nieuw leger samen te stellen, moeten de Vlamingen optreden. Ondanks de oproep van koning Filips om zich krachtig te verzetten tegen de Vlamingen, wordt Rijsel op 15 augustus ingenomen. Ook Douai, Bethune en Kassel vallen vrij gemakkelijk in de handen van de Vlamingen.

De grafelijke troepen worden, na vijf jaar Franse bezetting, door het gewone volk als bevrijders binnengehaald. De leeuwenvlaggen wapperen in de wind als erkenning van het Vlaamse grafelijk gezag. Over heel Vlaanderen wordt nu het huis van de Dampierres in ere hersteld. Filips de Schone heeft ondertussen een nieuw leger en een nieuwe opperbevelhebber. De troepen van Guy de Châtillon staan klaar om Vlaanderen binnen te vallen. De Vlamingen zijn echter heel alert en houden de Franse troepenbewegingen nauwkeurig in de gaten. Voorlopig wachten de Franse soldaten ten zuiden van Douai en gebeurt er niets. Een schaakspel.

1303: een nieuwe lente, een nieuwe oorlog
Zowel de Fransen als de Vlamingen aarzelen om opnieuw te vechten met de kans om gezichtsverlies te leiden. Ze brengen allebei een delegatie aan de onderhandelingstafel. De Vlamingen stellen een wapenstilstand voor maar willen Gwijde van Dampierre met zijn zonen Robrecht van Bethune en Willem van Dendermonde bevrijd zien uit hun Franse gevangenis. De Franse koning eist dat hij, en hij alleen, de leenheer wordt van Vlaanderen en dat iedereen die deelgenomen heeft aan de Brugse metten aan het Franse gerecht wordt uitgeleverd en gestraft wordt. De Vlamingen weigeren resoluut in te gaan op de voorstellen van Filips de Schone.

De onderhandelingen lopen af op een sisser. Ondertussen staat de winter voor de deur. De troepen trekken zich tijdelijk terug in afwachting van de volgende zomer. In maart 1303 wordt de burcht van Lessen door de Vlamingen ingenomen. Guy de Châtillon wil de Vlamingen verschalken en verhuist zijn troepen naar Sint-Omaars om van daaruit via het minder zwaar verdedigd kustgebied Vlaanderen binnen te vallen en van daaruit door te trekken naar Ieper en Kortrijk. Een nieuwe lente is het, met een nieuwe oorlog op komst. Filips de Schone heeft tijdens de winter niet stil gezeten. In het voorjaar van 1303 is het Franse leger flink aangedikt.

Jan van Namen stuurt in maart een delegatie naar Edward I van Engeland om te onderhandelen over een mogelijke alliantie tussen Engeland en Vlaanderen en over een bundeling van de militaire krachten tegen aartsvijand Frankrijk. De timing zit verkeerd. Door de aanslepende oorlog tegen de Schotten kan Edward geen bijkomende krachten ter beschikking stellen zoals de Vlamingen het vragen. Het enige dat de Engelsen uiteindelijk willen, is het openhouden van de handel met Vlaanderen. Het verzoek om een partnerschap loopt af op een sisser. Vlaanderen mag de Engelse hulp weer eens op de buik schrijven.

1303: de Vlaamse slordigheid te Arques
Wat ze niet beseffen, is dat Edward simultaan vredesonderhandelingen voert met Filips de Schone. De Franse koning aanvaardt gretig de uitgestoken hand van de Engelsen die het bestuur van Aquitanië opnieuw toevertrouwt aan Edward. De laatste voorbereidselen van het huwelijk tussen de dochter van Filips de Schone en de Engelse kroonprins worden getroffen. Het komt tot een eerste Frans-Vlaams treffen bij Arques en bij Sint-Omaars. Op Witte Donderdag dringt Willem van Gulik met een legermacht van 5.000 man de streek van Artois binnen. Zijn leger bestaat uit vijf afdelingen: in het rood geklede Ieperlingen, groepen van Sint-Winoksbergen, Kassel en Veurne-Ambacht. De Vlamingen nemen Arques in en steken het in brand. De Fransen trekken zich terug binnen de beschermende muren van Sint-Omaars.

De Vlamingen komen gevaarlijk dichtbij, maar de vijf divisies sluiten niet nauw genoeg aan bij elkaar. De Franse ridders, 1.300 in totaal, profiteren van de Vlaamse slordigheid en slagen er in enkele Vlaamse afdelingen te omsingelen. Het komt tot een zwaar treffen waarbij de Fransen de Vlaamse voorraden kunnen bemachtigen. Voor dat de andere Vlamingen ook maar kunnen tussenkomen, worden de twee divisies van Sint-Winoksbergen onverbiddelijk vernietigd. Het resterende leger van Willem van Gulik kan pas, als het al te laat is, de echte slag met de Fransen aangaan. De slag duurt uren. De Vlamingen slagen er met veel moeite in om de Fransen te verdrijven en terug te dringen tot binnen de stadsmuren van Sint-Omaars.

Aan Vlaamse kant zijn er door de slordigheid van van Gulik ongeveer 1.000 soldaten gesneuveld. De Fransen hebben 300 man verloren. De Vlamingen mogen de slag dan wel gewonnen hebben, maar het is gebeurd met onnodig bloedverlies. Er wordt besloten om de belegering van Sint-Omaars op te breken. Ondertussen dreigen de Avesnes, de Waalse aartsvijanden van de Dampierres, dat ze Vlaanderen vanuit Zeeland zullen binnen vallen. Gwijde van Namen die nu kan beschikken over een krachtig leger, ruikt zijn kansen om het graafschap Zeeland opnieuw in te nemen.

23 april 1303: de Vlaamse vloot vertrekt van Sluis
De aanval van Gwijde van Namen op Zeeland zal de druk op Brugge wat doen afnemen en de inname van de streek in het noorden zal trouwens de periferie van de stad in ruime mate kunnen uitbreiden. Onder luid klokkengeluid vaart de Vlaamse vloot op 23 april 1303 uit de haven van Sluis. Het is een indrukwekkend schouwspel. Om en bij de 150 schepen met ongeveer 5.500 soldaten vertrekken naar Zeeland. Ze zullen in Vlissingen opgewacht worden door het imposante leger onder leiding van Willem van Avesnes, de zoon van graaf Jan van Henegouwen. Gwijde van Namen stuurt zijn vloot echter naar Veere en verplicht zo zijn opponent van plaats te verhuizen.

Op 25 april gaan enkele duizenden Vlamingen aan land waar de slag begint. Het gaat er hevig aan toe, maar de Vlamingen slagen er in om de Zeelanders te omsingelen maar door een dom misverstand van Gwijde laten ze de tegenstander de dans ontspringen. De gehavende troepen van Willem van Avesnes vluchten naar Middelburg waar ze zich binnen de stadsmuren verschansen. Uiteindelijk geeft de graaf van Henegouwen zich op 6 mei gewonnen. Walcheren is weer in het bezit van Vlaanderen. Maar de strijd om Zeeland is nog niet voorbij. Er is een nieuw leger op komst en ook de Vlamingen sturen aanvullende troepen naar Zierikzee, waar de poorters bereid zijn om hun huid duur te verkopen aan de Vlaamse strijders. Uiteindelijk komt het tot een overeenkomst tussen beide partijen. Gwijde van Namen krijgt Zeeland met uitzondering van Zierikzee. Er wordt afgesproken dat er een normale handel mag gedreven worden tussen Holland en Zeeland.

De nieuwe veldslag van 10 juli 1303
De Vlaamse veldtocht tegen Holland eindigt dus op een succes. De noordergrens is afgedicht. Nu kunnen ze zich exclusief concentreren op de zuidergrens met Frankrijk! De Franse koning zit met kopzorgen. Hij kan zijn troepen amper betalen. De manschappen die gelegerd liggen in Arras, zijn het wachten op hun soldij beu en gaan aan het muiten en plunderen. De Vlamingen zijn maar al te goed op de hoogte van de financiële problemen van de Franse koning en dat stimuleert hun zelfvertrouwen. Ze weten dat de Franse edelen niet zo happig zijn op een nieuwe ontmoeting met de Vlamingen.

De Vlamingen zijn de vijandelijke plundertochten in de grensstreek spuugzat en besluiten om een nieuw leger samen te stellen. Begin juli 1303 verzamelt het leger van Filips de Chieti, Gwijde van Namen en Willem van Gulik in Kassel. Van Kassel trekken ze naar de streek van Arques. Een eerste slag ter hoogte van de Aa eindigt in beduidend bloedverlies aan beide kanten. De Franse troepen onder leiding van Châtillon besluiten om zich niet te laten opsluiten in Sint-Omaars en zich te positioneren achter de beschermende bedding van de Aa. Op 10 juli 1303, zo goed als één jaar na de desastreuze Guldensporenslag, dreigt opnieuw een zware veldslag voor de Fransen.

Aanvankelijk is het erg onduidelijk of de Fransen het risico willen nemen. Hun smadelijke nederlaag in Kortrijk, ligt iedereen nog vers in het geheugen. De ene wil vechten, de andere aarzelt. Wat te doen? Tot hun stomme verbazing stellen de Vlamingen vast dat het Franse leger zich terugtrekt. Eerst trekken ze nog geordend naar Terwaan, maar bij het naderen van het Vlaamse leger, verandert die geordende terugtrekking in een chaotische vlucht. De Fransmannen zijn doodsbang voor de Vlamingen! Het Vlaamse leger rukt op naar Sint-Omaars maar ze besluiten de stad niet te belegeren. Ze trekken door naar de bisschopsstad Terwaan dat ze na een korte schermutseling innemen. De stad wordt in brand gestoken, de bisschoppelijke kerk gaat in de vlammen op. Achteraf zal deze Vlaamse terreur in het illustere heiligdom van de katholieke kerk een flater van formaat blijken. Van Terwaan gaat het naar Aire-sur-la-Lys en naar Bethune.

Er komt een wapenstilstand tot aan Sinksen 1304
Een hele week lang teisteren en plunderen de Vlamingen de Franse dorpen in het noorden van Frankrijk. Alles moet er aan geloven, de prachtigste buitenverblijven van de adel, hun kastelen en hun oogsten. De Vlamingen slepen alles mee naar Vlaanderen. Ondertussen blijft het wachten op enige reactie van Filips de Schone. Waar blijft die toch? Waarom reageert hij niet op de beledigende plunderingen van de Vlamingen op zijn eigen grondgebied. Waar is het fiere Frankrijk van vroeger gebleven? Op 16 augustus wordt er voor het eerst gepraat over een mogelijke wapenstilstand tussen Frankrijk en Vlaanderen.

Filips probeert tijd te winnen. Een tijd die hij nodig heeft om de nodige fondsen bij elkaar te krijgen. De graaf van Savoie onderhandelt met Filips de Chieti. De koning zelf laat zich niet zien, ook niet bij zijn troepen. Zijn troepen morren en houden zich onledig met plundertochten in de streek van Rijsel. Ze trekken naar Amiens om te klagen dat ze nog steeds hun soldij niet hebben ontvangen. De bevelhebbers van het leger sturen een memorandum naar Filips dat er geen sprake is van oorlog zolang ze niet vergoed worden voor hun prestaties. Op 20 september 1303 sluiten de onderhandelaars van Filips de Chieti en de graaf van Savoie een akkoord.

Er komt een wapenstilstand tot Sinksen 1304, tot de 17de mei. Er blijft echter een handelsverbod bestaan tegenover Vlaanderen. Een onderdeel van de wapenstilstand is voor de Vlamingen emotioneel ontzettend belangrijk! Gwijde van Dampierre, die ondertussen 77 jaar is geworden, en zijn zoon Willem van Dendermonde komen tijdelijk vrij na een gevangenschap van 3 jaar. Hun vrijlating beperkt zich tot de duur van de wapenstilstand. Robrecht van Bethune blijft in de cel. De borg die de Vlamingen moeten bieden om hun graaf vrij te krijgen, is niet min.

Vlaanderen wordt nu bestuurd vanuit Rijsel
De vrijlating kost veel inspanningen maar uiteindelijk kan Gwijde op 14 december 1303 zijn kasteel ten noorden van Parijs verlaten. Het wordt een ontroerend weerzien met de Vlamingen. Op 8 januari trekt de fel verzwakte graaf onder luid trompetgeschal de stad Brugge binnen. De oude graaf stelt Filips de Chieti officieel aan als landvoogd in afwachting van de vrijlating van zijn zoon graaf Robrecht van Bethune. Tijdens de eerste weken na zijn vrijlating krijgt hij de trieste boodschap dat zijn dochtertje Filippina na 9 jaar gevangenschap in haar Franse verblijf is overleden. Vlaanderen wordt nu vanuit Rijsel bestuurd door Filips de Chieti.

Jan van Namen en Gwijde van Namen controleren respectievelijk Gent en Brugge. Ieper wordt bestuurd voor Willem van Gulik. Op 29 november 1303, nog voor de vrijlating van Gwijde van Dampierre, lopen de potjes weer over in Ieper. Een meute van ontevreden ambachtslieden valt het stadhuis binnen. Schepen en raadsheren worden uit de ramen van de lakenhalle gegooid en vermoord. Filips de Chieti wordt er bij geroepen en aanhoort de klachten. De ambachten zijn de financiële mistoestanden van hun stadsbestuur méér dan moe en eisen financiële compensaties aan een aantal superrijke poorters.

Filips gaat in op de eisen van de Ieperse ambachtslieden en verordent een meer rechtvaardige verdeling van de middelen. Op 15 januari 1304 ondertekent hij een wet waarbij in heel Vlaanderen doodslag ten strengste verboden wordt en bestraft zal worden met terechtstelling van de moordenaar. Tezelfdertijd legt hij de rechtspraak in de handen van het stadsbestuur. Maar er komt voorlopig geen rust in de stad. De mannen van de lakenindustrie hebben tijdens de eerste maanden van 1304 het roer in handen genomen en dicteren de wet. Het is zij die de belastingen bepalen.

De lynchpartij van 29 november 1303
Ze eisen buitensporige belastingen en schadevergoedingen voor de misbruiken uit het verleden. Een zuivere dictatuur is het. Ze doen zich te goed aan spijzen en drank die ze aftroggelen van de rijkere burgers. Pas begin april grijpt Filips de Chieti in. Omdat het stadsbestuur geen vat krijgt op de ambachtslieden, sticht hij een nieuw rechtsorgaan waarbij schepenen van Gent, Brugge, Rijsel en Douai de mistoestanden in Ieper moeten uitklaren. Het toont aan hoe indrukwekkend de macht van de steden ontwikkeld is, als de landvoogd noodgedwongen de uitvoering van wetten in de handen van de grootste Vlaamse steden moet leggen!

Het nieuw bestuursorgaan gaat op zoek naar de schuldigen van de lynchpartij van 29 november 1303. Op 4 mei 1304 worden 43 Ieperlingen beschuldigd van moord. Ze zullen worden geradbraakt en vooraf door de straten van Ieper naar het rad worden gesleept. De meeste van de beschuldigden zijn er ondertussen van onder gemuisd maar uiteindelijk zullen 27 Ieperse poorters hun opstandigheid met de dood bekopen. De onterecht geïnde belastingen worden in beslag genomen en teruggegeven aan de rechtmatige eigenaars. Elke ambacht moet één leider naar voor schuiven die voortaan zijn ambacht zal vertegenwoordigen.

Er komt een nieuw stadsbestuur van 13 man, samengesteld uit de 6 schepenen die de moordpartij hebben overleefd aangevuld met vertegenwoordigers van de ambachten. Het zal uiteindelijk duren tot 21 juli voor de rust enigszins zal terugkeren in de stad Ieper. Ondertussen is Filips de Schone van een belangrijke kwelduivel verlost. Met de dood van paus Bonifatius en met de komst van zijn opvolger Benedictus IX krijgt hij er plots een vriend bij. Op het verzoek van de Franse koning, veroordeelt de nieuwe kerkleider op 28 maart 1304 de Vlaamse vernieling van Terwaan.

In maart 1304 wordt er serieus slag geleverd
Er wordt een interdict uitgeroepen over de Vlaamse legers. Bovendien krijgt Filips de toelating om de volgende drie jaar belastingen te heffen op de Franse geestelijkheid. Iets wat onder het beleid van zijn voorganger Bonifatius taboe was en had geleid tot grote ruzies tussen Frankrijk en het Vaticaan. Geldgebrek had er voor gezorgd dat het militair beleid van Filips de Schone sinds 11 juli 1302 maar povertjes is geweest. Het volk mort om de wapenstilstand die hun vorst noodgedwongen diende af te sluiten met die brutale Vlamingen. Maar, verlost van zijn kwelduivel Bonifatius, kan Filips zich weer volop concentreren op zijn binnenlands beleid.

Dank zij de steun van de geestelijkheid slaagt hij er tijdens 1304 in om driekwart miljoen pond aan inkomsten binnen te halen. Een absoluut record tijdens zijn hele regeerperiode. Geld doet zoals altijd wonderen! De Engelse koning belooft 20 oorlogsschepen aan Frankrijk en verbiedt opnieuw de export van Engelse wol naar Vlaanderen. Alle Vlaamse kooplieden worden verzocht het Engelse grondgebied te verlaten. Frankrijk heractiveert zijn diplomatieke inspanningen in Spanje, Italië en Duitsland. Ondertussen laat hij de onderhandelingen met de Vlamingen aanslepen en dient Gwijde van Dampierre zich opnieuw aan te bieden aan de poorten van zijn Franse gevangenis.

Terwijl de Vlaamse legerleiding met de Fransen onderhandelt over een eventueel vredesverdrag, breekt de alliantie in Zeeland, en is er weer druk ontstaan vanuit Holland dat Vlaanderen wil inpalmen. Het vredesverdrag met Holland wordt door de Vlamingen eenzijdig opgezegd. Een indrukwekkende Vlaamse vloot stoomt op naar de Hollandse wateren. In maart 1304 wordt er serieus slag geleverd. De Avesnes krijgen een pak rammel van de Vlamingen en Zeeland valt opnieuw in Vlaamse handen. Het bericht van de Vlaamse overwinning bereikt Brugge tijdens de Goede Week van 1304. We schrijven 29 maart 1304. De Vlaamse troepen trekken verder om de inwoners van Holland aan hun gezag te onderwerpen.

Dit is een fragment uit deel 2 van De Kronieken van de Westhoek

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>