De Noorthouck van Watou

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       1 month ago     117 Views     Leave your thoughts  

De Noorthouck van Watou

Deze heerlijkheid behoorde toe aan het stamhuis van Bergen St.-Winoc, dragende de titel van Prins. Te beginnen van 1445 de leden de eretitel van heer van Olhain, een naam die we in het geslacht van Thierry van Dixmude ontmoeten. Charles Bernard, graaf van Belle trouwde in 1706 met Catherine Dubois, gezegd de Fiennes.

Bij akte van overeenkomst, aangegaan voor baljuw en schepenen der parochie en graafschap van Watou, op 14 juni 1743, wordt gemeld dat ‘Prinses de Berghes, vrouw van Watou, heerlichede Noorthouck, dat leen verkocht heeft aan graaf Charle-Philippe-Joseph d’Ideghem. De wetten van Watou geven van deze de volgende omschrijving:

‘La seigneurie de Watou, Noorthouck, apparetenante à monsieur le prince et chanoine de Berghe, à la dame comtesse de Hurse et autres sujetcs d’Espagnie, dont Sa Majesté at donné son droit de confiscation à mesdames de Horne et de Lede, chanones ses ainées au chapitre royale de Ste Woudru à Mons, est relevant de la baronnie de Lilers en Artois, consiste en haute, moyenne et basse justice, le droit deub au seigneur pour les ventes des terres, que les particuliers tananciers et vassaux font les uns avecq les autres consiste en le denier seize des terres vendues; en environ cent mesures de terrres à labeur, herbages et prez, appartenantes au seigneur estant foncier et un sept cent cinquante mesures de terre, prez, bois, etc, appartenant à ses vassaux, en trente un patars de rentes seigneurialles en argent, en deux cent trente deux rasières davoine, en vingt cincq rasières de bled petite mesure par an, en vingt huit ou trente fiefs, qui en révelent consistant en cinquantes mesures, vingt un verges de terres, qui doivent à chacque mort au seigneur un relief de vingt fois sols pars de camerlynck gelt et une année de revenu et à chacque vente le dixième denier avec le relief, laquelle seigneurie avecq tous les dépendances peut valoire la somme de six cent vingt florins par an et payeront pour droit de mutation suivant la coustume dix livres d’Artois’.

De heerlijkheid van Merchem.

Die was slechts nominaal gekend. Ze had geen bestuur, noch bediende in bestendige werkzaamheid. Telkens dat zij een bewerking te verrichten had, werd deze uitgevoerd door de tussenkomst van gevraagde wetsheren van de andere heerlijkheden.

Het graafschap van Watou

Zoals we al hoger omschreven hebben is Karel van Ydeghem eigenaar van de heerlijkheid van Watou geworden door de aankoop van dit leen aan Maria de Sacquespée. Hij trouwde met Maria van Cortewyle, vrouw van Watou, eigenares van de heerlijkheid van deze naam.

Bij keure van koning Philips de 4de op datum van 18 juni 1629 werden zijn eigendommen tot graafschap verheven en hem, met de betiteling van graaf van Watou geschonken. Lang voor zijn verheffing tot deze eretitel werd Karel van Ydeghem in het openbaar als graaf aanzien. Dit blijkt uit de kroniek van Vlamertinghe: ‘1605. Daer kwam te Vlamertinghe opt casteel den grave van Watou en hy logierde by den heere ende plantende daer eenen jonghe linde met eyghe hande voor de nieuwe brugghe van ‘t hof.’

Het graafschap is de voortzetting van deze heerlijkheid die van grote aangelegenheid en gezag was. Ze was betiteld ‘Hof en Heerlijkheid van Watou’. Onder het groot aantal lenen die er afhankelijk van waren, bevonden er zich verscheidene van Lodewijk Cortewyle en drie van Joos Braem, heer van Douvie, ter oorzaak van zijn vrouw, Joanna ‘t Zaedelaers.

Grafbeelden: naar het gebruik van koningen, prinsen en bisschoppen, zijn de afbeeldingen van Karel van Yedeghem, eerste graaf van Watou, en zijn gemalin Maria, vrouw van Cortewyle, na hun dood gebeeldhouwd geweest. Deze beeltenissen werden geplaatst in de kerk van Watou, in een nis die gemaakt was in de muur van het middenkoor aan de noordkant van de kerk, dicht bij het altaar, makende een insprong op het koorgestalte.

Bij een bezoek, ter gelegenheid van het opstellen van deze geschiedenis, vonden we, even als stro en hooi ter schuur vermengd zijn, in een kas van de nieuwe sacristie, de beelden en sieraden opeengestapeld en erg beschadigd.

Van deze beklagenswaardige toestand hebben we verslag gedaan aan de hoge overheden die ons de stellige belofte hebben gedaan alles in de vroegere staat terug te brengen. We ontlenen de beschrijving van dit praalgraf aan de voorstelling ervan gedaan door F. Vandeputte en aan het verslag van Alphons Naert, provinciale bouwopziener.

De beeltenissen van de graaf en de gravin waren gebeeldhouwd in wit marmer. Ze hadden een lengte van ongeveer 1m70. De nis had een volboog gewelf, 1 meter diep, 2,20 m breed en 2,20 m hoog. De graaf droeg het ridder kleedsel, versierd met zijn wapenschild, zijn voeten waren rustend op een leeuw. De gravin was in kostelijk hofgewaad, haar voeten steunden op een jachthond. Het voetstuk was in zwart marmer. Op de voorkant waren twee kolommetjes in rood marmer van Dinant. Alles vertoonde de grootste pracht.

Tijdens de herstellingswerken binnen de kerk, uitgevored te beginnen van 1860, zijn er geen voorzorgen genomen geweest voor de bewaring van het praalgraf. Door deze nalatigheid werd alles zeer beschadigd. Op dat ogenblik werd een ontwerp van herstelling voorgedragen. De kerkfabriek, tijdens haar zitting van 2 juli 1862, toonde zich gunstig om deze uit te voeren, op voorwaarde geen kosten te moeten afdragen. Dit voorstel werd niet aanvaard en zo bleef de zaak achterwege.

Ondertussen werd een tweede sacristie aan de absis van het O.L.V. koor gebouwd. Voor de toegang werd het heel natuurlijk gevonden de nis te benuttigen, die in deur veranderd werd en nog heden altijd een deur is. En zo is heel het praalgraf verdwenen. De beelden, verminkt, werden uit de weg gelegd. In deze ellendige toestand waren ze tijdens ons bezoek.

Van dan af, en dit is te begrijpen, waren de beelden en toebehoren een last geworden. Kortom: ze lagen voortdurend in de weg. Trouwens, welke waarde zou men kunnen hechten aan gekapte beelden, overhoop gelegd in een bak? Wat anders hiermee te doen dan ze bij een gepaste gelegenheid te verkopen!

Deze toestand werd aan het oor van een oudheidkundige liefhebber gebracht. Diesaangaande zullen we alle aanhalingen en vermoedens in de dode hoek laten, maar voor de trouwe opgave van de geschiedenis, zijn we verplicht te melden dat, volgens stukken van de oudheidkundige maatschappij van Brugge de beelden afgestaan werden voor de spotprijs van 150 frank.

Wordt vervolgd ….

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>