De Oostvierschaar van Nieuwkerke en Dranouter

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       2 years ago     607 Views     Leave your thoughts  

Uittreksel uit ‘Histories van Heuvelland’, een uitgave van VVV Heuvelland

De Oostvierschaar van Mevrouw van Mesen in Nieuwkerke en Dranouter

Onze overleden Hubert Masquelin had een bijzondere belangstelling voor het ‘heerlijk’ verleden van Heuvelland. Voor de Franse Revolutie bestond ons grondgebied uit een wirwar van heerlijkheden waarin de ‘heer’ de overheidsrechten uitoefende. Een heerlijkheid bestond doorgaans uit een foncier en rentelanden. Het foncier was de grond doe rechtstreeks voor de heer werd uitgebaat.

Het bevatte het opperhof, waar de heer woonde, en het neerhof met de landerijen die door de lijfeigenen bewerkt werden. Daarnaast woonden in de heerlijkheid halfvrije boeren die, voor het land dat ze gebruikten, aan de heer heerlijke renten verschuldigd waren. De heer bezat ook het justitierecht over de gronden die onder de heerlijkheid ressorteerden. Het is de verdienste geweest van Hubert om alle heerlijkheden van Kemmel en Wulvergem in kaart te brengen.

Van de heerlijkheden in Dranouter had Hubert alleen nog maar losse aantekeningen gemaakt. Hij haalde veel gegevens uit de akten en contracten van Dranouter, die bewaard werden in het archief van de kasselrij leper. Naast gegevens over de heerlijkheid van Dranouter zelf, vinden wc daarin ook vermeldingen van diverse andere heerlijkheden die in Dranouier gelegen waren zoals de Ammanie van Dranouter, de Ammanie san Westouter, Gulden Mote. Grote Steene. Ynghelvert, Keizerrijk, Kleine Steene.Ter Kouter, Oostvierschaar en Rizant.

In Dranouter lagen ook nog stukken van de heerlijkheid van Nieuwkerke en van de heerlijkheid van Houtambacht in Westouter. De archieven van die twee laatste heerlijkheden werden ook door Hubert geraadpleegd. Als eerbetoon aan Hubert geven we hier een beschrijving van de Oostvierschaar die zich uitstrektein de parochies Nieuwkerke en Dranouter.

De Oostvierschaar is een deel van de heerlijkheid ‘Ter Kamer’ van de abdis van Mesen. De heerlijkheid Ter Kamer strekte zich uit over de parochies Dranouter, Nieuwkerke en Belle. Door haar grote uitgestrektheid werd ze opgesplitst in twee rechtsgebieden. Oostvierschaar in Dranouter en Nieuwkerke en Westvierschaar in Dranouter en Belle.

Door de splitsing geraakte de naam Ter Kamer stilaan in onbruik en men sprak naderhand van de heerlijkheid Oost- en Westvierschaar. De Oostvierschaar lag aan de oostkant van Dranouter, op de flank van de Monteberg en strekte zich uit van voor de herberg ‘De Monteberg’, die op het grondgebied van Loker ligt, neerwaarts, alover de Douvebeek, tot in de wijk Zwijnebak in Nieuwkerke.

De Westvierschaar lag aan de westkant van Dranouter en strekte zich grotendeels uit in de Oosthoek van Belle en, met een klein deel, in Dranouter in de omgeving van de Hille en de Verloren Hoek.

De oorsprong van de heerlijkheid Ter Kamer gaat terug tot in de 12de eeuw. In 1180 kreeg de abdis van Mesen van de graaf van Vlaanderen, Filips van de Elzas, ‘terram in Niewkerke et Ballolio cum pertinentus omnibus’.

Voordien was die grond in Nieuwkerke en Belle met afhankelijkheden, door Walter van Vladslo in leen gehouden van de graaf van Vlaanderen. Walter van Vladslo had geen wettige kinderen en had de rechten op zijn nalatenschap door de graaf laten afkopen. Dat gebeurde met de instemming van zijn natuurlijk erfgenaam Gerard van Landas, heer van eine en Esnes, en zijn zoon Arnold.

De graaf gaf die heerlijkheid nu aan de kerk van Mesen met de last om, met de opbrengst ervan, elk jaar het jaargetijde te vieren van hemzelf en van zijn broer Pieter, graaf van Nevers, die in 1176 overleden was.

De kanunniken en de kloosterlingen die de volledige jaarmis zouden uitzitten, moesten elk 12 deniers of een sextier (4,6 liter) wijn krijgen en de vicarissen elk 6 deniers of een halve sextier wijn. Het overschot van de opbrengst moest verdeeld worden in drie delen: een deel voor de abdis, een deel voor de kanunniken en een derde deel voor de zieke kloosterlingen in de ziekenzaal. Het jaargetijde van Filips van de Elzas werd gevierd op 1 juli en dat van Pieter op 19 augustus.

Gerard van Landas, die eine gekregen had, maakte evenwel aanspraak op de volledige nalatenschap van Walter van Vladslo die, naast Vladslo, eine en Ter Kamer, ook de heerlijkheden Saint-Venant, Lillers en Oudenburg bezat. Na veel aandringen bekwam hij in 1181 al die bezittingen met uitzondering nochtans van de heerlijkheid Ter Kamer die de graaf voor eeuwig aan de abdij van Mesen geschonken had.

Waarschijnlijk maakte Gerard van Landas nog verder aanspraak op deze heerlijkheid want in 1182 gaf hij nogmaals zijn goedkeuring aan de schenking van Ter Kamer aan de abdij. De abdis liet die belangrijke gift en andere giften van graaf Filips van de Elzas, bevestigen door de aartsbisschop van Reims, paus Alexander III (1159-1181) en zijn opvolger paus Urbanus III (1185-1187).

Het foncier van de heerlijkheid lag in Niuwkerke, dicht bij de grens met Dranouter en Wulvergem. Het is de huidige hoeve ‘Kamergoed’ op de weg naar Kemmel naar Nieuwkerke, ten zuiden van de Douvebeek, in de wijk Zwijnebak.

In 1812 bedroeg de oppervlakte van dat hof 14 gemeten of 6 hectaren. Het was toen de eigendom van het Koninklijk Gesticht van Mesen, erfopvolger van de abdij. In 1080 was dat hof veel groter en werd het land bewerkt door lijfeigenen. Ze bewerkten de grond voor de heer van Ter Kamer die eertijds op het hof woonde. In 1180 werd de abdis eigenares van het hof en werd het hof dan bewoond door een amman als afgevaardigde van de abdis.

In 1185 werden, op voorstel van Gerard van Mesen, proost van Rijsel, 31 bunders (44 ha) vroonland, die door leijfeigenen rechtstreeks voor de abdis en de kanunniken uitgebaat werden, aan 21 lijfeigenen in erfelijk cijns gegeven.

De lijfeigenen kregen de grond die ze bewerkten nu in erfelijk cijns en waren verplicht er te wonen. Hierdoor werden ze laten of horigen. Dat waren halfvrijen die aan de heerlijkheid verbonden waren. Voor die gronden waren ze jaarlijks, per bunder (1-32-30 ha) land, 1 razier (105kg) koren, 2 razieren (210kg) haver en 4 kapoenen verschuldig. Ook moesten ze de karweien, die ze tot dan als lijfeigenen uitoefenen verder aanhouden voor de abdis.

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>