De ophanging van Hendrik van Caloo

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       4 months ago     199 Views     Leave your thoughts  

…wat vooraf ging …

Robrecht de Vriese de Oude heeft Vlaanderen geregeerd tweeëntwintig jaar want hij is godvruchtiglijk in de heer overleden in het jaar 1093. Hij ligt begraven tot Cassel in de Sint-Pieterskerk onder het koor in de krocht, de heilige Hermenegarde heeft van deze graaf voorzeid dat van hem successievelijk zullen voortkomen al de graven van Vlaanderen, tot de dag van de antechrist, hetgeen totnogtoe zo geschiedt.

Robrecht II, gezeid de Vriese of de Jonge of anderzeids van Jeruzalem, heeft Vlaanderen begonst te regeren in het jaar 1093. Voorts heeft hij over sommige van zijn heerschappijen manschap gedaan aan de keizer van Rome. En over sommige heeft hij manschap gedaan aan Philippus I, de 39ste koning van Frankrijk. Hij heeft in huwelijk gehad vrouw Clemense, dochter van Willem, prins en graaf van Bourgondië en de zuster van Calixtus II de paus van Rome, waarbij hij verwekt en gewonnen heeft Boudewijn VIII gezeid graaf Apken de 16de graaf van Vlaanderen en Willem die jong stierf en hij werd binnen Ieper begraven in de kerk van Sint-Maartens.

Anno 1101 heeft zijn hoogwaardigheid Johannes de 19de bisschop van Terwaan, de wereldlijke priesters die binnen Ieper de kerk van Sint-Maartens waren bijwonende om hun gierigheid en simonie uit de stad gejaagd. Ook werd binnen Ieper de proosdij gesticht door een priester genaamd Gerardus.

Anno 1101 is op ootmoedig verzoek van de burgers van Ieper gedaan aan Johannes, bisschop van Terwaan de twee kerken te weten van de heilige Petrus en Martinus gesteld geweest onder de wijze en godvruchtige regering van een zeer eerwaardige priester Gerardus genaamd. Deze heilige Gerardus uit de rijke inkomsten van deze twee kerken heeft hij een klooster gesticht nevens de kerk van Sint-Maartens in dewelke hij de eerste prelaat of abt is geweest. Hij heeft er met de andere medegezellen zeer godvruchtig geleefd en zich bekwaam gemaakt om de boosaardigheid van de boze mensen door hun exempelen te verteren, welk godvruchtig leven van de Gerardus met zijn medegezellen niet alleen is goedgekeurd geweest van Mannassel, aartsbisschop van Reims, van Robertus graaf van Vlaanderen, van Albaldus abt van Voormezele, van Reginaldus proost van Lo, van Thomas proost van Eversam, van Leopoldus bewindhebber van Ieper, maar zeker ook van de paus Passchalis…..

De monniken van dit klooster van Sint-Maartens hadden vrijdom van accijnzen om jaarlijks in te doen en te verkopen 35 vaten wijn, gerekend vijf kartelen wijn bedragende samen 1362 stopen wijn alle jare. Deze kerk van Sint-Maartens heeft zo’n grote privileges dat niemand onder hun district geen andere kerk mogen bouwen zonder consent van haar overste.

Anno 1101 gaf Robertus graaf van Vlaanderen aan de eerbiedwaardige abt van Sint-Maartens een graafschap, genaamd het graafschap van Sint-Maartens zowel buiten als binnen de stad, beginnende van Zillebeke en het loopt door het Waastenstraatje tot de laatste barriere van de Mesenpoort, en van daar naar de herberg Het Witte Huis, van daar de Tempelpoorte tot bij de Frezenberg en nog verder tot aan de Diksmuidepoort. Maar binnen de stad begrijpt geheel het bisdom met de kerk van Sint-Maartens en het kerkhof en de hele Boezingestrate tot onze vrouwe huizeken, de oostzijde van het Iepergeleet. Het member van Sint-Maartens heeft recht een wet te stellen; schepenen, baljuw, griffier en Aman met privilege van de hertog Jan van Bourgondië.

Deze jonge Robrecht de Vrieze trok naar het heilig land waar hij met veel admiralen vergaderd zijnde, hielp beklimmen en winnen de stad Jeruzalem waarom hij ook gelijk de oude Robrecht de Vrieze zijn vader, Robrecht van Jeruzalem genaamd is geweest. Van daar weerkerend heeft hij meegebracht het lichaam van Sint-Joris, het zelf vererende aan de kerk van Aquitanië, voorts heeft deze graaf de eerste proost van de Sint-Donaaskerk tot Brugge gemaakt tot eeuwig kanselier van Vlaanderen, hem toelatende te dragen de zegel van de graaf van Vlaanderen. Ten laatste de grave Robrecht komende van Parijs te peerde, is omtrent Dampierre, zijn paard struikelende daar onder gevallen. En na het land van Vlaanderen 18 jaren geregeerd hebbende is hij de derde dag na zijn val gestorven in het jaar 1111. Hij ligt begraven tot Atrecht in het klooster van de heilige Vedastus.

Boudewijn VIII, gezeid graaf Apken heeft Vlaanderen begonst te regeren in het jaar 1111. Voorts heeft hij over sommige van zijn heerschappijen manschap gedaan aan Lodewijk VI gezeid de Dikke, de 40ste koning van Frankrijk. Hij heeft in huwelijk gehad vrouw Agnes, dochter van Alixis de graaf van Bretagne waarbij graaf Apken geen kinderen noch kind verwekt noch gewonnen heeft. De paus van Rome, dit huwelijk verstaan hebbende heeft hun luiden terstond doen scheiden want deze vrouw Agnes was de jongste dochter van de oude Robrecht de Vrieze en moeie van graaf Apken, welke graaf Apken de zoon was van de jonge Robrecht de Vrieze.

Deze graaf Boudewijn voorzeid was een strijdbaar man voerende grote oorlog tegen Hendrik de koning van Engeland, de welke hij in de stad van Rouen zo ingesloten gehouden heeft dat hem de nooddrift ontbrak. Hij was uitnemend in gerechtigheid te doen, want verstaande dat het land en de wegen door moordenaars en straatschenders onveilig waren, waardoor het koopmanschap zeer achterbleef en de vreemdelingen nauwelijks nog naar Vlaanderen durfden komen, heeft hij veel bomen doen vellen en daarvan galgen laten maken. Doorgaans het land gebiedende dat zo veel ongerechtigheid geleden had, dat men ben hem zou komen klagen dat hij aan ieder onderzoek hij wel zou doen blijken.

Mijnheer Hendrik Caloo en zijn medegezellen, omdat ze enige kooplieden vermoord hadden van graaf Apken in het kasteel van Wijnendale dat nog door de oude Robrecht de Vrieze, zijn grootvader gesticht was, zijn opgehangen geweest want hij deed mijnheer Hendrik van Caloo en al zijn medegezellen staan op een hoge tafel, welke daar in de voorzale was en hij gaf hen elk een strop en liet hen aan een grote balk vastmaken. Alsdan wierp graaf Apken de tafel ter aarde en liet henlieden aldus wurgen waaruit vastelijk te bespeuren is dat het voor de opperhoofden geen schande waard en is dat zij straffelijke gerechtigheid zelf zullen uitwerken in zulke gevallen dat men geen scherprechters ter hand en vond. Ja dat zij daartoe verbonden zijn het ambt van scherprechter te bedienen waar het een zaak is dat niemand, zelfs in het wilde, liever als moordenaars in de republiek ongestraft te laten.

Want zoals de apostel zegt; de magistraten, hoogbaljuws, schouten, burgemeesters en alle andere dienaars van de gerechtigheid zouden het zwaard niet dragen zonder reden, noch dit ambt van scherprechter waard zijn en niet te lasteren, gemerkt dat Boudewijn gezeid Apken zo een grote prins van Vlaanderen, en wiens voorouders met koninklijk bloed zijn verzameld geweest, het ambt van scherprechter tot een verheffing van het recht zelfs alhier bediend en uitgewerkt heeft, waaruit volgt dat men al de scherprechters in hun ambten moet aanzien dat zij de uitwerkers zijn van de straffelijke gerechtigheid en de dienaars van de magistraten zijn.

Anno 1112 arriveerde binnen Ieper de graaf Boudewijn gezeid graaf Apken, zo om zijn lofbare strengheid tegen de ongerechtigheid alsom dat hij altijd in het openbaar verscheen met een korte bijl of appe, volgens de manier der koningen van die tijd. Ten laatste werd hij in de oorlog zeer gekwetst en werd hij na een beternis monnik in het klooster van Sint-Bertin tot Sint-Omaars, wezende door de wonde onbekwaam om Vlaanderen wel te regeren. Voorts werd Karel I, gezeid de goede graaf, zoon van Cannut, koning van Denemarken en van vrouw Adelie de oudste dochter van de oude Robrecht de Vrieze en de moeie van graaf Apkens vader was, tot zich ontboden en werd hem tijdens zijn leven het graafschap van Vlaanderen samen met de andere heerschappijen overgezet omdat hij evenwel na de dood van graaf Apken erfgenaam wezen moest.

Want graaf Apken had geen kinderen noch kind achtergelaten, diesvolgens moest het graafschap van Vlaanderen met de andere heerschappijen aan Karel I, gezeide de Goede die alsdan werd de 17de graaf van Vlaanderen, toekwam, want hij was de allerdichtste erfgenaam omdat hij de oudste zoon was van vrouw Adelie, dewelke de oudste dochter was van de oude Robrecht de Vrieze en omdat er geen mannelijke erfgenaam dichter was. En ook omdat Philippus de jongste zoon van de oude Robrecht de Vrieze en van vrouw Adelie lang van te voren in zijn jonkheid gestorven was. Daarenboven was ook de overleden Willem van Vlaanderen de jongste broer van graaf Apken.

Boudewijn, gezeid graaf Apken, heeft Vlaanderen geregeerd zes jaar en is één jaar monnik geweest. Hij is dan van een geslagenheid, gezeid apoplexie overvallen en overleden in het jaar 1117. Voorts werd hij zelf in het klooster van Sint Bertin tot Sint-Omaars begraven waar hij monnik was geweest.

Carolus I van Denemarken gezeid de Goede heeft Vlaanderen begonst te regeren in het jaar 1116. Voorts heeft hij over sommige van zijn heerschappijen manschap gedaan aan de keizer van Rome en over sommige heeft hij manschap gedaan aan Lodewijk I, gezeid de Dikke, de 40ste koning van Frankrijk. Carolus de Goede heeft in huwelijk gehad vrouw Margriete gravin van Amiens en de dochter van Reynold graaf van Clermont waarbij hij geen kinderen verwekt noch gewonnen heeft.

Carolus de Goede was een zeer kloekmoedige held en heeft zeer moeten oorlogen tegen vrouw Clemence, moeder van Boudewijn, gezeid graaf Apken en weduwe van de jonge Robrecht de Vriese want Carolus de Goede niettegenstaande dat het graafschap van Vlaanderen met de andere heerschappijen hem met recht toekwam, werd tegen haar dank graaf van Vlaanderen, zodat vrouw Clemence liever in het graafschap gesteld had Willem van Ieper en bestaardzoon van Philippus van Vlaanderen, welke Philippus de jongste zoon was van de oude Robrecht de Vriese die in zijn jonkheid overleden was en dat dit de oorzaak was geweest dat Willem van Ieper met een nicht van vrouw Clemence getrouwd had. Om dat voornemen uit te voeren trouwde ze na de dood van de jonge Robrecht de Vriese, haar eerste man, met Godfried de graaf van Leuven, aldus haar tweede man.

En met Boudewijn, de graaf van Henegouwen samenspannende, verwillende tot haar voornemen; Hugo de graaf van Sint-Pol, Hugo de graaf van Boulogne, Wouter de graaf van Hesdin, Thomas de heer van de Condé en heer van Terwaan namen terstond Oudenaarde in welke stad zij deden verbranden. Ze hebben daar ook enige burgers ter dood laten brengen.

Carolus de Goede, hebbende zijn voornaamste edelmannen tot Sint-Omaars samen geroepen, heeft vrouw Clemence teenemaal verslagen innemende de stad van Sint-Pol die zelf verbrandende en verwoestende en daardoor heeft hij van vrouw Clemence bedongen haar de rechten op Diksmuide, Arieën en Sint-Venant te doen afstaan, waarna de vrede gevolgd is. Hij was anderzijds een zo vredige en zachtmoedige held dat hij zich zelf aan de oversten van de kerk onderwierp, hun straffen zachtmoedelijk verdragende, zo wanneer in zijn regering onberispelijk was. Want voor het eerst liet hij zijn ijver tot vrede blijken als hij het vechten verbood, waartoe de inwoners van de Vlaamse zeekusten en de andere niet min en zeer genegen waren, hun diesvolgens verbiedende het gebruik van de schichten om aldus alle twisten te voorkomen.

Wordt vervolgd….

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>