De overdrachten tussen Ieper en Boezinge

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       1 year ago     497 Views     Leave your thoughts  

Het kanaal van Ieper naar Nieuwpoort bestond reeds, zo niet in de 12de, zeker in de 13de eeuw en was voorzien van overdrachten. Gravin Margareta van Constantinopel liet in 1251 dit kanaal verbeteren. In des betreffend charter heeft ze het over sluizen en sluisdeuren.

Vertrekkend van Ieper tot aan het eerste en oorspronkelijke sas van Boezinge, had het kanaal een verval van 6m30. Dit verval werd opgevangen door een aantal overdrachten. Het stadsarchief van Ieper bevatte onder meer een perkament uit de tweede helft van de 12de eeuw, waarmee het bestaan van die overdrachten kon aangetoond worden. In de stadsrekeningen van 1267 tot 1329 zijn dan ook ontvangsten ingeschreven als opbrengst uit de verpachting van die overdrachten. ‘Tant doivent li overdraghes paijer cascun moys: Lambin de la Kemele por le plus desous overdrach, 24lb 7s. 8d. et potevine. Jakemes Cailliau por persoverdrach 21lb 15s. 4 1/2 d. – Le femme Pirron Scaits por le Scaitsoverdragh 22 lb 3s. et trois poitevines – Carstiens Crudenare por le overdrach dou Briel 18 lb 55d. et potevine’.

Een ruil van landbouwgronden tussen proost Willem van de Sint-Maartenskerk en dito klooster enerzijds en de voogd en schepenen van Ieper anderzijds, werd bekrachtigd op 19 april 1407: ‘ende hier jeghen wy vooghd, scepenen ende raed, over ende in de name als vorseid es, zullen hebben, behouden ende bezitten tewelijcheiden (voor eeuwig), ter vorsteide bouf (behoefte), een sticke lands gheheeten de Morthouc … ligghende buter Boesincpoorte bachten overdraghe.

Het gaat hier zonder twijfel over de Briel-Overdracht. De Morthouc of Moordhoek lag immers ten noorden en ten oosten van de Brieloverdracht. Die naam is overigens ontleend aan de opstand van wevers en volders tussen 1359 en 1361. Op 24 augustus 1361 brachten de opstandelingen een aantal aanhangers van de graaf om het leven.

De Brieloverdracht
De eerste vanaf Ieper lag nabij de voormalige kerk van Onze Lieve Vrouw van Brielen waar ook een los- en laadplaats was gebouwd. Aan die Briel werd in 1312 op de Ieperlee een borstwering geplaatst tegenaan het paradijs; ‘item audit maistre Pierre le Machone pour, en taske, 1 statboem (stootboom) de grès au Briel, encontre le paradis seré (sur) l’Ypre, 165 piés de lonc: 153d (deniers) d’or valent 183 lb 12s.’

In 1370 geeft de Ieperse poorter Lambrecht Boytac aan broeder Guillielmus Frere een krot in pacht, gelegen op de Briel nabij de overdracht. De cijns loopt over 3 jaar opzegbaar en vernieuwbaar, voor een bedrag van 29s. parisis per jaar. Op 15 januari 1370 bevestigen de schepenen Wouter du Puitz en Bartholomeus die overeenkomst.

Na de Briel volgt de Overdracht Sint-Pieter. Ze ontleende haar naam aan de herberg Sint-Pieter aldaar. Dit gehucht aan de Diksmuidsesteenweg is nog altijd gekend als ‘t Sint-Pietertje. Die overdracht werd ook en meestal Scaits, Scats of Schats geheten, naar de pachter Pirron Scaits.

Op 6 juni 1360 hechtten de schepenen van Ieper-Ambacht hun goedkeuring aan een ruil van gronden, ‘ene wisselinghe dat men heet ene laghe, land omme land’, tussen Denijs Scattin, poorter van Ieper en de proost van Sint-Maartens-klooster. Een stuk van het in te ruilen goed lag aan de Scaits-Overdracht: ‘…ende de welcke twalef penne parisis Denijs Scattin over hem ende zyn hoir heeft beset minen here den prost ende den convente te haelne ende the ghecrighene up twee linen merschen, letter min of lettel meer, ligghende onder minen here van Vlaendren binnen den Yperschen ambochte, in de prochie van Boezinghe, bi Scaets overdraghe, tusschen der Ypre ende muns heren sproosts land van Sinte Martins vorseid’.

overdrachten

En uit devotie voor het klooster van Sint-Maarten te Ieper, vermaakte de weduwe van Eustasius den Bets bij akte van 10 maart 138 ‘ten profitte van de vorseiden cloostre, ewelike ende ervelike te besittene, myn hof gheheeten scaets, met tien ende een half ymeten lands….ende huusen ende cateilen daartoe behoorende …. staende ende ligghende beoosten over d’Ypre, bin de prochie van Boesinghe’.

Nabij de ‘Speye’ was de Persoverdracht aangelegd. Ten slotte lag er op de Ieperlee zelf nog een vierde overdracht, op de plaats waar later het eerste sas van Boezinge werd gebouwd.

De overdracht Menten en de blauwe overdracht waren gebouwd in het zijkanaal (de zilinc), dat in 1311 werd gegraven ten oosten van de Ieperlee, vanaf Scaits-overdracht tot in Noordschote. ‘Menten’ lag nabij de huidige spoorwegbrug te Boezinge, tegenover de Buyse-sluis. De blauwe overdracht bevond zich nabij het voornoemde sas.

Uit een charter van 9 februari 1359 betreffende een erfenis van landbouwgronden, blijkt nabij de gekende hoeve ‘t Zwaanhof te Boezinge, een brug heeft gestaan bekend als de ‘Zwanebrigghe’; ‘…dats te weitene achte ymete ene line ende vichtiene roeden lands, lettel min iof lettel meer, tusschen Jehan sWals land vorseid of ene zide, ende Heinrijcs Rugghinvoets sher Pieters zone lande of andre lande van sin Martins in Ypre an d’een zide ende eenen straetkine dat gaet ter Zwanebrigghe waerd of andre zide.’

En op 26 jnuari 1360 verwerft Henricus Reynare twee gemeten meersen uit de nalatenschap van de weduwe van Clays Folkiers, ‘ligghende onder minen here van Vlaendre binnen den Yperschen ambochte, in de prochie van Boesinghe, bewesten der Ypre, jeghen de Zwanebrigghe tusschen den lande dat heet de Havende an deen zide, ende den lande Henric Rugghinvoets an dandre zide.’

Uit ‘De Ieperlee’ van Staf Verheye

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>