De parochie van Stuvinskerke

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       2 years ago     679 Views     Leave your thoughts  

De oudste vermelding van de parochie Stuivekenskerke dagtekent van 1219 ‘parochia de Stuvinskerke, in loco qui Vatha dicitur’. De uitgang ‘kerke’ bewijst dat de parochie ontstond na de kerstening van de streek, dus niet vóór de elfde eeuw.

Van in de oudste tijden vormde de IJzer de grens tussen de bisdommen Doornik en Terwaan. Bij de oprichting van de nieuwe bisdommen (1559) bleef de IJzer de grens tussen de nieuwe bisdommen Brugge en Ieper. Alleen de parochie Stuivekenskerke, hoewel ten westen van de rivier gelegen, behoorde tot het bisdom Doornik, en na 1559 tot het oude bisdom Brugge. Deze toestand schijnt ons niet normaal, zoveel te meer daar Stuivekenskerke bestuurlijk behoorde tot de kasselrij Veurne, die door de IJzer van het Brugse Vrije gescheiden was.

Tot in 1802 had de abt van de Sint-Pietersabdij te Gent het patronaatsrecht. De kerkpatroon was van het begin af de H. Petrus. Op 18 Maart 994 schonk bisschop Radbod van Noyon en Doornik de parochie Vladslo aan de Gentse Sint-Pietersabdij. Deze gift werd in 1111 bevestigd, namelijk de schenking van het ‘altare de Vladslo cum appenditiis suis’. Deze ‘appenditia’ waren de dochterparochiën ontstaan uit de moederparochie Vladslo, namelijk Keiem, Leke, Beerst, Schore en Stuivekenskerke. Tot in 1802 is deze laatste parochie, onder kerkelijk oogpunt, medegegaan met de dekenij Gistel, waartoe Vladslo en al haar filialen behoorden.

Zoals geheel de bevolking van het Westland, namen de inwoners van Stuivekens deel aan de opstand van Kust-Vlaanderen, die bloedig verslagen werd in de slag bij Cassel, op 23 Augustus 1328. Van Stuivekens sneuvelden aldaar 31 inwoners. Hun goed werd verbeurd. Samen bezaten zij 89 gemeten 2 lijnen en 50 roeden. Vijf onder hen waren zonder bezittingen. De rijksten bezaten 16, 12, 8 en 6 gemeten.

Ter Vate, een wijk te Stuivekens, gelegen rond de brug over de IJzer, moet reeds van in de 15e eeuw een zeker belang gehad hebben. De gezellen van Ter Vate voerden in 1469, in de processie te Veurne, een ‘spel van misteriën’ op. De brug over de IJzer was altijd een strategisch punt, zoals de oorlog van 1914 opnieuw getoond heeft. Iedermaal een inval dreigde, moest deze brug bewaakt worden. In 1489, gedurende de onlusten onder Maximiliaan van Oostenrijk, bewaakten de parochianen van Stuivekens de brug van Ter Vate.

Op de gemeente bestaat nu nog het kasteel Vicogne. Het is een grote landbouwuitbating, met kapel en gebouwen, die tot in 1793 behoorde aan de Norbertijnerabdij van Vicoigne, gesticht in 1129 te Raisme, tussen Valenciennes en Saint-Amand-les-Eaux op de Schelde. In 1566 hebben de beeldstormers ook Stuivekens bezocht. In 1569 werden twee personen te Hondschote terechtgesteld, onder meer om gewapenderhand de beelden en de sieraden gebroken te hebben in de parochiekerk van Stuivekens en in de kloosterkerk van Vicogne op dezelfde parochie. De ene was de herbergier Andries de Vos uit Alveringem, de andere de 35-jarige saaiwerker Niklaas van Houtte, geboren van Stuivekens.

De oude kerk en parochie.
De kerk zelf van Stuivekens moet veel geleden hebben in de Geuzentijd. De toren dagtekende van 1572. De kerk werd vergroot in de 17e eeuw; zij lag in de uiterste zuidhoek van de parochie, op enkele meter van het grondgebied van Kaaskerke. De nieuwe O.L. Vrouwbeuk of noorderbeuk werd in 1643 gebouwd. Hetzelfde jaar werd een nieuwe zilveren vergulde kelk aangekocht en een nieuwe predikstoel. Het doksaal, dat de beuk van het autaar scheidde, werd naar het kerkportaal verschoven. De oude kerktoren van vóór 1915, die enige gelijkenis vertoonde met de nieuwe kerktoren van Nieuwpoort, was een van de kenmerkende torens van de streek van Veurne, gebouwd uit lichtgele baksteen. Aan de basis van de scherpe stenen naald was een blinde gaanderij met vier hoektorentjes. Nevens de toren was een wenteltrap, ook uit baksteen.

Op 29 Juli 1731 visiteerde de deken van Gistel de kerk van Stuivekens. Hij noteerde het volgende. De grote tiendeheffers, die moesten tussenkomen in het onderhoud van het kerkgebouw, waren de abt van Vicoigne, de abdis van Bourbourg en de heer van Wambréchies ten N. van Rijsel. Sedert 1721 was pastoor aldaar Engelbertus Pennaert, geboren te Middelkerke en priester gewijd te Brugge in 1718.

Naast deze jonge pastoor stond een oude koster Guillielmus Ghysdaele, die te graag met de kaart speelde, en die daardoor in de winter het onderwijs van de kinderen verwaarloosde. Het hoogaltaar, toegewijd aan St. Pieter, was onlangs vernieuwd. Het kerkdak was in slechte toestand, het regende binnen. De parochie telde 170 communicanten die hun Paschen hielden. De enige zwarte vlek op de parochie was Gillis Dieusaert uit Merkem, die soms kwam onttoveren. Daar de wet van de kasselrij Veurne hem op de hielen zat, durfde hij slechts gedurende de nacht op de parochie komen.

De Franse tijd kwam ook Stuivekens beproeven. Pastoor J.B. Maes, in 1752 te Brugge geboren, had de eed van trouw aan de republiek geweigerd. Hij verliet zijn parochie en ging te Brugge wonen, waar hij op 19 November 1798 aangehouden werd en over de havenstad Rochefort naar het eiland Oléron verbannen werd. In Februari 1800 werd hij vrijgelaten en hernam zijn bediening te Stuivekens. Na het concordaat van 1801 werd hij pastoor te Waardamme, alwaar hij in 1814 overleed.

Het goed Vicogne.
De bezittingen van de geestelijke instellingen werden als nationaal domein – ‘zwart goed’ in de volksmond – door de republiek verkocht. De abdij Vicoigne alleen bezat op Stuivekens 153 Hectaren, van de 734 Ha. oppervlakte van de gemeente. De hofstede Vicogne, ook genoemd het ‘klooster Vicogne’, had een oppervlakte van 133 1/2 Ha. Het werd op 19 Germinal van het jaar V (9 April 1797) aangekocht door Laurent De Smet, ‘ex-religieux’ te Brugge, voor de som van 280.000 Fr. De pachter van de hofstede was Ange De Graeve. In het bevolkingsregister van Stuivekens van het jaar 1815 wordt de hofstede Vicogne gebruikt door pachter Jan De Grave, 40 jaar oud, die ook de molenaar was van de hierbij gelegen kloostermolen.
Hij had zes kinderen tussen 16 jaar en 3 maand, vijf knechten tussen 33 en 20 jaar en twee meiden van 22 en 16 jaar. Zijn zoon Baptiste, geboren op 13 November 1810, is later eigenaar geworden van dit oude kloostergoed. Hij werd burgemeester en lid van de provincieraad en was aanzien als een der knapste landbouwers van de streek. Daarom werd hij in 1847 benoemd tot ridder in de Leopoldsorde.

Het goed Vicogne was een van de merkwaardigste hofsteden van het Vlaamse land. Het telde in 1868 bij de 500 gemeten (219 Ha), had twintig paarden en 120 koeien. Jaarlijks werd 16.000 (goud) frank uitgegeven voor daglonen. Van de oude gebouwen waren toen nog bewaard: een vroegere kapel, benedenzaal van het woonhuis, en een afzonderlijk gelegen kapel uit de 14e eeuw, gebruikt als paardenstal. In de keuken bevond zich nog een schoorsteen van 1419, alwaar een lam in de balk gesneden was, alsook een wapenschild.

De nieuwe parochiekerk (1870).
Het goed Vicogne lag ongeveer in het midden van de gemeente, terwijl de kerk op het uiterste zuidpunt lag, zonder verbinding met de omliggende dorpen. Het kerkgebouw vroeg aanzienlijke herstellingen en de kerkfabriek besloot op 24 Juni 1866 een nieuwe parochiekerk te bouwen bij de kloostermolen van het goed Vicogne. De burgemeester J.B. De Grave schonk de grond voor de nieuwe kerk en de pastorie. Het kerkhof zou blijven bij de oude kerk.

De aanbesteding geraamd op 36.129,75 Fr. voor de kerk en op 9.759,69 Fr. voor de pastorie, gebeurde op 19 November 1867 in de herberg ‘Veurne-Ambacht’ bij de Kloostermolen. Het laagste aanbod werd gedaan door aannemer Pieter Scheirsen uit Pervijze voor 49.900 Fr. De kerk, voltooid in 1870, kreeg alsdan een klok met het opschrift:

Petrus est nomen meum,

Pulsans laudo Deum,

Fugiant fulgura, pestis,

Grando, daemon et ignis.
Fr. Brondel me fudit Brugis A.D.M.D. CCC. LXX. Pastore R.D. Petro Jacobo Louwagie. Praetore J.B. De Grave-De Molder. Laus Deo.

In 1886 stond de nieuwe kerk reeds op het invallen. De muren vertoonden twee brede spleten, daar de grondvesten in de poldergrond verzakten, en waren daarenboven zeer vochtig. De daken waren opengereten en het regende binnen. Sedert vijf jaar waren, bij gebrek aan geldmiddelen, geen onderhoudswerken meer uitgevoerd. Met toelagen van Staat en Provincie kon men in 1892 de herstellingswerken beginnen.

Toen de nieuwe kerk in 1870 in gebruik was genomen, had men de oude kerk afgebroken, maar de toren moest bewaard blijven als karakteristiek monument van de plaatselijke bouwstijl. In 1888 bemerkte de provinciale bouwmeester dat de oude toren, waaraan sedert twintig jaren niet meer gewerkt was, in zeer slechte staat verkeerde. Een deel van het gewelf was ingestort. Het gemeentebestuur stelde voor de oude toren af te breken. Men moest immers onder de toren door rijden om op het kerkhof te komen, er was geen andere toegang. Daardoor ontstond schade. De gemeente besloot een stuk grond aan te kopen bij de nieuwe kerk, om aldaar een nieuw kerkhof aan te leggen.

In 1892 waren nog geen herstellingen uitgevoerd De naald van de oude toren was gekromd en dreigde in te storten. Eindelijk werd de gemeente verplicht de nodige herstellingen uit te voeren. Deze duurden van 19 Juni 1898 tot 10 Januari 1901.

Stuivekens in de frontlinie (1914-18).
Dertien jaar later zou de oorlog het dorp tot de grond toe vernielen.
Op 18 October 1914 was het IJzerfront bezet. De 1e Belgische legerafdeling bezette de stroom tussen de Uniebrug te St. Joris en het midden van de bocht van Tervate. Vandaar tot aan Oud-Stuivekens lag de 4e legerafdeling. De voorposten lagen te Schore, Leke, Keiem en Beerst.

Op 22 October geraakte het Duitse Res. Inf. Reg. 26 over de IJzer te Tervate. Rond het kasteel Vicogne lag ons 1e Reg. Carabiniers dat ‘s middags een tegenaanval ondernam. Een plaat aan de kerkdeur gedenkt de 1300 gevallenen van dit regiment; slechts 100 man keerden terug. Verdere pogingen om de Duitsers te Tervate over de IJzer terug te werpen mislukten. Op 24 October ging het dorp van Stuivekens verloren. Wat er overbleef van het 10e Linie, van de Grenadiers en de Carabiniers, hield nog stand langs de steenweg van Stuivekens naar Oud-Stuivekens. Verder op de dag drongen de Duitsers door tot Oud-Stuivekens, maar zij werden eruit verjaagd door de Belgische en Franse troepen. Hun verdere voorstoten, namelijk te Pervijze en te Diksmuide, werden door de overstroming van de IJzerstreek stilgelegd.

Gedurende het verder verloop van de oorlog bleven het dorp Stuivekens, het kasteel Vicogne en de eraan palende hofstede Kloosterhoek, in Duitse handen. Kloosterhoek werd op 11 Maart 1915 door de Belgen veroverd, maar nog dezelfde dag door de Duitsers teruggenomen. Reigersvliet en het dorp Oud-Stuivekens daarentegen bleven in Belgisch bezit.

De militaire geschiedenis van Oud-Stuivekens, dat een zeer gevaarlijke post was, werd volgens persoonlijke herinneringen en volgens de gegevens van de Belgische legerstaf, ‘con amore beschreven door Pater Martial Lekeux O.F.M., onder de oorlog 1914-1918 artillerieofficier, die als waarnemer der artillerie gedurende 16 maanden bijna zonder onderbreking te Oud-Stuivekens verbleef. Zijn boek verhaalt de dood van de oude toren en de teleurgang van het dorp. Na de vernieling van de oude toren lag zijn observatiepost op de hofstede Goemaere, op 50 m. van de torenruïne, maar over de Zwarteloop en dus reeds op het grondgebied van Kaaskerke.

Oud-Stuivekens lag eigenlijk één kilometer vóór de Belgische linie, in het Duitse terrein, maar ervan gescheiden door de overstroming. Op 16 October 1918 verlieten de Duitsers de IJzer. Onze troepen vertrokken vanuit hun stellingen, o.m. van Oud-Stuivekens, om de IJzerdijk te bezetten tussen Diksmuide en Schoorbakke. Alleen Vicogne was nog bezet door enkele Duitsers, die het bevel tot de terugtocht niet ontvangen hadden. Zij gaven zich zonder tegenstand over. Na de oorlog werd de gemeente Stuivekenskerke heropgebouwd. De kerk kreeg als toren een slechte navolging van de vernielde toren van Oud-Stuivekens, die niet werd heropgebouwd. In zijn plaats kreeg Oud-Stuivekens een herinneringskapel (ingehuldigd 6 Sept.
1925), toegewijd aan O.L. Vrouw van Victorie, ter nagedachtenis van de aldaar gesneuvelde soldaten.

De gemeente telt enkele gedenktekens van de oorlog 1914-1918. We vermeldden reeds de koperen gedenkplaat aan de kerkdeur, die herinnert aan de beruchte tegenaanval van de Carabiniers. Op de wijk Tervate staat het Franse gedenksteen, en op Oud-Stuivekens twee gedenkstenen: een van het 5e Lansiers (gevechten om de post Reigersvliet, Maart 1918) en een ander van de Carabiniers-Cyclisten. Nevens de torenruïne aldaar ziet men een van de rode paalstenen van de Touring Club, die de uiterste punten van de Duitse opmars afbakenen. Niet ver van daar is nog een artillerieschuilplaats bewaard.

Nu is Stuivenskerke opnieuw een rustige poldergemeente geworden, waar alleen grote hofsteden te vinden zijn. Zoals in de andere poldergemeenten gaat de bevolking achteruit. De mechanisatie van de landbouw heeft de uitwijking van een aantal landbouwwerklieden voor gevolg gehad.

In 1469 telde de parochie 29 huizen, waaronder vier bewoond door armen. De bevolking steeg van 295 inwoners in 1796 tot 340 (en 61 huizen) in 1815 om haar hoogtepunt te bereiken in 1840 met 392. Tot 400 zielen heeft Stuivekens het nooit gebracht. Van 386 in 1890 daalde het snel naar 349 (en 81 huizen) in 1900 en telde in 1947 nog 282 inwoners d.i. 13 minder dan in 1796.

Jos De Smet in Biekorf deel 56A van 1955