De parochiepriester van Beselare

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       1 month ago     134 Views     Leave your thoughts  

Enkele weken geleden presenteerde ik jullie al een fragment uit het tweede deel van ‘Dagboek van Augustijn’, een Ieperling die de lokale gebeurtenissen vanaf 1562 vrij secuur noteerde. Ik ben begonnen begin september met de bewerking van deel 2 en ik zal vermoedelijk nog wel werk hebben tot eind oktober en misschien wat langer vooraleer mijn nieuwe kroniek het daglicht zal zien.

In dat eerste fragment beschreef ik de afbraak van de kerk van Brielen uit angst voor de verovering van Ieper door de geuzen. Ondertussen is er al veel water door het Iepertje gestroomd en hebben de geuzen al een flinke poot aan de grond in Ieper. Dat is niet naar de zin van de katholiek gezinde Walen. In onderstaand fragment kunnen jullie meebeleven hoe Wervik en Menen ingenomen worden en hoe Geluveld, Beselare, Zonnebeke en de Ieperse buitengebieden de komst van de Walen beleven. Dit alles beschreven vanuit Ieper dat bang afwacht wat er nog verder zal gebeuren. Veel leesplezier. Hier en daar zal deze tekst nog worden aangepast, wat jullie hier lezen is het resultaat na een eerste revisie. Er volgen er nog twee. Maar ik kon niet wachten eens iets te delen met mijn volgers…

…………………..

25 september 1578. De vendels van Simoen en Capelle bieden zich in de vroege morgen aan bij de Mesenpoort. De twee Gentse vendels laat uitschijnen dat ze hier willen vertrekken maar van zodra de nieuwe vendels hun intrede doen, blijkt dat ze helemaal niet van plan waren om hier op te hoepelen. Wie dat wel moet doen, dat zijn al de katholiek gezinden en hun priesters. Terwijl de Gentse wagens al helemaal volgestouwd waren om Ieper achter te laten, blijven ze die zondag lekker staan en blijken er nu plots vier vendels te logeren in de binnenstad. De kloosters worden dat weekend helemaal tot ruïnes herleid, geen mens dat dat geloofd zou hebben en ook de kerk van Sint-Maarten wordt verder geschonden. Het schorem houdt zelfs vendities om hun gestolen kerkschatten te verpatsen. Zaken die zeker 150 pond waard zijn worden hier verpatst voor 11 of 12 gulden. De 29ste september beslissen ze dan toch om te vertrekken. Die Gentenaars toch. Niet zonder een laatste ravage aan te richten. Voor het gasthuis vuren ze voor de lol een stuk artillerie af en schieten ze zo het been af van de arme Johannes Vendeman uit het Nazarethstraatje. De arme man zal de volgende dag overlijden, tegen dan hebben de vendels van kapiteins Simoen & Capelle al de wachtdiensten overgenomen.

De Walen vechten terug en laten zich verrassend genoeg niet doen van de calvinisten. Ik heb het nu over de toestand te lande. Ik heb er de nodige binnenpretjes bij. Daar heeft het geuzencrapuul hier in de stad vermoedelijk geen rekening mee gehouden. 1 oktober 1578, de wilde wingerd aan de vestingsmuur langs de Mesenpoort kleurt al helemaal steenrood. Ook in slechte tijden doet de natuur zijn best om fleurig voor de dag te komen. De katholiek gezinde Walen laten zich inderdaad niet zomaar opzij zetten door onze gehate vrienden, de calvinisten. Vanuit hun stelling in de buurt van Stegers zijn ze plots opgerukt tot aan Wervik, Menen en Waasten. In de vroegte van die eerste oktoberdag, om 4u, slaan ze de slagbomen van Menen aan diggelen en dringen ze er binnen bij het roepen van ‘slaat dood’, een slogan die ze hier en daar trouwens in de praktijk omzetten.

Het nieuws van de inname van Menen bereikt de grote markt van Ieper rond 9u en zorgt voor grote beroering en natuurlijk de ene crisisvergadering na de andere. Mijn binnenpretjes gloeien van plezier, maar dat mag ik natuurlijk niet laten blijken. Wees er maar zeker van dat ik mijn precieus dagboek op een veilige plek verstop voor al te nieuwsgierige ogen. De officials roepen onze achttien heren op en ook de kapiteins doen mee aan het paniekerig overleg. Er moet dringend orde en discipline komen om te weerstaan aan de eventuele komst van zeker vijftien Waalse vendels. De pachters in de buitenomgeving van Ieper dienen hun schoven koren en hun graan direct op te laden en zo snel mogelijk binnen de stadsmuren van de stad te brengen. Al de woningen die zich binnen een straal van zevenhonderd meter buiten de stadsgordel bevinden zullen moeten verdwijnen. Direct. Nog diezelfde dag en als dat niet gebeurt zal de overheid die zelf in brand steken. Rond 14u wordt het klooster van de augustijnen eigenhandig door de sergeant-majoor in de fik gestoken. Om 16u gaat ook het klooster van Sinte-Clara op in de vlammen, het schoonste godshuis dat er ergens in Vlaanderen te vinden was.

Op 3 oktober concentreren de Walen vijf of zes vendels rond Wervik waar ze blijven liggen. De paarden van mijnheer van Assche trappelen dampend door de hol klinkende straten van Ieper, de ruiters ervan maken zich klaar om op te trekken richting Wervik. Daar brandt de lamp inderdaad. De wachtdiensten zijn ondertussen flink opgevoerd en er gaan maar twee stadspoorten open. De volgende dag blijkt er wel wat meer de branden dan die ene lamp. Al van vroeg in de morgen horen de stedelingen aan de Leie de klokken luiden in de omliggende parochies. Die waren trouwens gisteravond ook al gehoord geweest en rond 5u van de 4de oktober is er in de verte al vuur te zien geweest. Een paar uren later ligt Wervik-stad helemaal in het centrum van de actie.

Maar liefst zes vendels Walen nemen bezit van de binnenstad waarbij het tot hevige gevechten komt. Er vallen aan weerszijden veel doden, zeker tussen de zestig en de zeventig in totaal. Soldaten en burgers proberen zich te verweren tegen de vijand, met of zonder wapens. Opschudding en tumult regeren tot in de kleinste steegjes van Wervik waar ondertussen de poorten zijn dichtgedraaid terwijl het binnenin al uitpuilt van de Walen. Die plaatsen hun artillerie op de muren en aan de toegangspoorten. Veel soldaten, vrienden van Gent, die halsoverkop zijn weggevlucht uit dit brandende Wervik komen in de buitenomgeving weer tot rust en verzamelen zich opnieuw onder hun respectieve vendels. Rond 16u worden er twee van hun zwaargewonde kapiteinen bij ons binnengebracht. De rest van de verfromfraaide manschappen blijft netjes buiten onze stadsmuren. Op diezelfde dag komen we te weten dat Jacob Hessels in Gent werd opgehangen. Raadsheer Hessels werd hier in Ieper eerder op 23 juli opgepakt nadat hij verdacht werd van collaboratie met de Walen.

Zondag 5 oktober 1578. Al van in de vroegte trekt er heel wat volk naar Wervik. Het eerste wat ze er horen zijn de klokken. De Walen zijn er blijkbaar zinnens om eens een fatsoenlijke misviering te houden. God en zijn heiligen zijn weer ‘back in town’. Ik vraag me af of deze vaststelling die zeventig doden van gisteren wel rechtvaardigt. Vechten voor God en vaderland werd hier alleszins letterlijk opgenomen. Spijtig genoeg denken zowel calvinisten als katholieken dat zij te maken hebben met de échte God, terwijl er toch maar één kan bestaan en ze het over dezelfde opperheer hebben. Veel tijd om te filosoferen over deze kwestie is er niet. Hier slaan de trommels schril en helder door de kouwelijke atmosfeer. De soldaten blazen verzamelen en trekken weg uit Ieper.

De Walen zouden nu van plan zijn om Diksmuide in te palmen, dat beweren in elk geval enkele Diksmuidenaars die in allerijl naar Ieper gevlucht zijn op zoek naar hulp en bijstand. Er vertrekken onmiddellijk zestig soldaten om de boterstad te bewaken. Er is daar in elk geval sprake van een algemene mobilisatie. Wie een stok kan vastpakken moet zich aanmelden als verdediger van zijn stad. Op maandag, dinsdag en woensdag blijft de dreiging van de Waalse ‘malcontenten’ hangen boven de Westhoek. Casimir belooft aan Hembyze dat hij extra Duitsers naar hier zal sturen om op te boksen tegen de katholieke vijand, mannen te paard en te voet.

Rond Menen blijft de situatie ook maar broeierig. De boeren en de landmannen uit de omgeving hebben twee vendels jongeren klaargestoomd om de Waalse indringers te gaan bevechten. De bezetters van Menen zijn het daar blijkbaar niet mee eens en vereren de landlieden met een bezoekje. Dat gebeurt op de 10de oktober en van een theekransje is absoluut geen sprake. In de parochie van Lauwe komt het tot een gewelddadige confrontatie die bij beide partijen voor grote verliezen zorgt. De actie van de Walen is het begin van een turbulente week. Ze hanteren daarbij een kwalijke praktijk; die van de brandschatting. De bewoners van de buitenomgeving tussen Ieper en de Leie krijgen de keuze: ofwel het betalen van grote sommen geld ofwel aangevallen en geplunderd worden.

Dat sommeren om te betalen gaat al vanaf de 11de oktober van start. De voorsteden van Ieper krijgen af te rekenen met moedwillige brandstichting. In Ieper zelf wordt er streng gewaakt. We zijn er helemaal niet gerust in. Paltsgraaf Casimir houdt in elk geval woord. Hij duikt op in Kortrijk, aan de leiding van 1.400 ruiters en 1.000 voetknechten. Terwijl de Walen de 13de oktober zowat alle woningen in de buitencirkel van Menen in lichterlaaie zetten. Vele duizenden schoven koren gaan daarbij verloren. Op de 14de oktober is Beselare aan de beurt. De Walen stelen er al de koeien en de schapen en nemen er enkele pachters gevangen. En daarna zijn Zonnebeke en Geluveld aan de beurt. De diefstal van vlees en graan uit de directe omgeving resulteert hier in grote nood. We krijgen daarbij nog te maken met de doortocht van driehonderd soldaten die in het Tieltse verzameld werden en nu op weg zijn naar Waasten. Mannen met kleine hartjes want ze vrezen dat ze daar wel eens in aanvaring zouden kunnen komen met de Walen.

15 oktober 1578. Er worden drie poorten opengezet. De Torhoutpoort, Elverdingepoort en de Mesenpoort. Vannacht hebben de Walen de parochiepriester van Beselare van zijn bed gelicht. Hij heeft het aangedurfd om te preken over de nieuwe religie en dat bekoopt hij nu cash. Terwijl de malcontenten er nu toch zijn, stelen ze al de paarden van de heer van Beselare. De inwoners slaan massaal op de vlucht richting de relatieve veiligheid van Ieper-stad. De eersten onder hen arriveren hier rond de middag. Verschrikt en gehavend en niet goed beseffend waar ze dat allemaal aan verdiend hebben. Onze wethouders zitten met hun eigen besognes. Nogal wat landbouwers uit de buitengebieden van Ieper hebben het verzuimd om hun graan binnen te brengen en nu krijgen ze allen het waarschuwend bezoek van de kapiteins van onze poorters. Met het dringend bevel: koren, haver en vruchten moeten per direct binnengevoerd worden en als dat niet gebeurt zullen de soldaten van Ieper dat met geweld in hun plaats komen weghalen.

Het is een dreigement dat effectief wordt uitgevoerd. Een groep van twaalf soldaten onder het bevel van een sergeant houdt zich de hele dag bezig met het binnenvoeren van ladingen graan van bij de boeren. Ze voeren zo acht transporten uit. En hier in en rond de markt roffelt een trio van trommels met het dringend bevel voor de manschappen die zich alsnog in Ieper bevinden. De heren van de wet eisen dat ze binnen de vier uur de stad verlaten en als dat niet gebeurt dan zullen er lijfstraffen volgen. En zo gebeurt er wel elke dag iets wonderlijks.

De 16de oktober maakt daar geen uitzondering op. De Walen die Menen bezet houden wagen zich al van ‘s morgens aan een uitval op Waasten. En daar liggen nogal wat soldaten van onze zijde maar die bieden niet al te veel weerstand. De malcontenten verschaffen zich via enkele woningen toegang tot het stadje waar ze veel volk vermoorden. Onze soldaten zien dat ze geen kans maken en slaan op de vlucht naar het lokaal kasteel dat ze bezet houden en waar ook enkele Waastenaars zich in veiligheid kunnen brengen.

Rond 8u zijn we hier al op de hoogte wat daar aan het gebeuren is. De pelotons met Tieltse vrijwilligers zitten nu plots helemaal verstrikt in de spiraal van geweld. De mannen verweren zich dapper maar lijden grote verliezen. Na de inname van Waasten richten de Walen hun vizieren op het kasteel. Hun poging strandt in de toegangsdreef ernaartoe waar ze veel doden te betreuren krijgen en ze gedwongen worden om zich terug te trekken. Ze koelen hun woede op Waasten zelf die volledig in brand wordt gestoken tot er amper nog enkele smeulende muren rechtop blijven staan. De bewoners van Mesen, Nieuwkerke, Belle en Kemmel zien de bui al hangen en slaan met goed en kinderen op de vlucht. Op de wegen richting Ieper heerst er een drukte vanjewelste.

Het kasteel van Voormezele wordt momenteel bezet gehouden door enkele Ieperlingen. Het nieuws van de verwoesting van Waasten zorgt in Voormezele voor de nodige kopzorgen. De poorters op het kasteel beschikken hier amper over levensmiddelen en munitie. Enkelen onder hen vertrekken haastig naar Ieper tot bij de raad van achttien en de hoogbaljuw. ‘Laat het kasteel achter en steek het in brand’, zo wordt dat mooi gebouw helemaal vernield. De Walen laten ondertussen het verwoeste Waasten achter zich, maken zich meester van twee stukken Ieperse artillerie en vertrekken nu via de markt van Komen richting Wervik. De manschappen die het kasteel van Waasten bezet hielden, verlaten hun schuilplaats en zakken af naar Ieper waar de bewaking nog verder wordt opgedreven. Paltsgraaf Casimir met zijn wijde muil onderneemt ondertussen niets om de Walen aan te pakken terwijl het land in rep en roer staat. Hij en zijn manschappen blijven netjes in het veilig gewaande Kortrijk.

De volgende dagen staan in het teken van de beveiliging van de veestapel in de streek van Veurne-Ambacht. Daarbij verzekeren onze eigen wethouders zich van een aankoop van vijftig ossen die geslacht worden om de stadsvoorraden van Ieper wat aan te vullen. Op 22 oktober zijn de posities nog niet veranderd. Casimir in Kortrijk en de Walen in Menen. Enkele van onze schepenen lanceren het gerucht dat Ieper wel eens extra steun zou kunnen krijgen van de Schotten. Het zou gaan om voetvolk en paardenvolk. De parochies in de Westhoek krijgen allemaal bezoek van onze kapiteins die overal monstering houden op zoek naar jongelingen die de troepen kunnen komen versterken. De Walen blijven de hele tijd erg actief en destructief met hun verderfelijke praktijk van brandschatingen. De overgebleven inwoners van Waasten en vooral die van Roeselare worden voor een verschroeiende keuze gesteld: ze dienen elke week opnieuw vijftig ponden naar Menen te brengen zoniet zullen ze bezoek krijgen. Meneer Ryhove en zijn commissarissen geven de mensen hier de raad om toch maar beter in te gaan op dat verzoek.

Tijdens de nacht van 24 op 25 oktober verstouten enkele Waalse ruiters zich tot bij de poorten van Ieper waar ze een drietal schoten afvuren. Enkele van onze eigen soldaten die de nacht doorbrachten in ‘Selcke Meulen’, worden door hen verrast en gevangen meegeleid. Die 25ste krijgen de kapiteinen de opdracht om in hun respectieve vendels honderd extra goedwillige mannen op te nemen die vier pond per maand zullen ontvangen voor hun prestaties. Dat van die ‘goedwillige’ geloven ze waarschijnlijk zelf terwijl dit een flagrante aanfluiting van de waarheid is. De kapiteinen, elk vergezeld van zijn sergeant-majoor, dringen onbeschoft en gewapend binnen in de burgerwoningen tijdens hun zoektocht naar hun Chinese vrijwilligers.

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>