De paruikmaker en de kaboutermannekens

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       5 months ago     161 Views     Leave your thoughts  

Te Brugge woonde een paruikmaker, die met veel gasten werkte. Op een achternoen kwam een heer in de winkel en vroeg de meester of hij hem voor ‘s anderendaags ‘s morgens een paruik kon maken.

,,Neen, mijnheer, dat is volstrekt onmogelijk”, zei de baas, ,,Hm, hm,” bromde de heer “dat is zeer onaangenaam, ik moet op een uitvaart zijn en ik zou toch zo gaarne die paruik hebben, ik betaal u dubbel.” – ,,Ik zou u zeer dankbaar zijn, antwoordde de baas, maar ik kan ze niet gedaan krijgen”.

Een van de gasten hoorde dat, sprong van zijn stoel en zei : ,,Meester, ik zal er een maken, wees gerust en neem maar aan!”

Toen begon de baas te lachen en riep: ,,Nu, dan verstaat gij het beter dan ooit iemand van ons ambacht het verstaan heeft, kom, kom, zet u maar weer op uw stoeltje en doe voort aan uw werk”.

“Och, meester,” zei de heer, ,,laat hem doen, ik betaal u die paruik dubbel en ik geef hem nog een kroon als drinkgeld.”

,,In Gods naam,” lachte de meester, ,,dat zal schoon werk zijn!”

Toen de heer nu weg was, vroeg de gast alles wat hij van doen had en een kamertje waar hij alleen werken kon. De meester stond alles toe en de gast vertrok.

Het was reeds laat in de avond en de knecht kwam noch eten noch drinken. “Men hoort hem gelijk niet meer”, zei de meesteres, ,,ik moet toch eens loeren wat hij uitricht”. Zij ging naar boven, heel stillekens, keek eens door het sleutelgat, maar ze schrok zodanig dat ze de trappen afvloog. ,,Wat is er? Wat is er?” vroeg de meester, maar ze kon niets zeggen dan “Och God, ga zelf zien!” De meester ging maar hij was ook seffens terug en zonk lijk d<?-od op een stoel neer. ,,Wat is er meester?” vroegen de gasten en de meid. ,,Laat mij gerust, en zie zelf!” zei de meester. De gasten liepen naar boven, keken en kwamen heel verslagen weer. ,,Nu wat is er dan?” vroeg de meid. ,,Och,” zei er een, ,,hij ligt en slaapt gerust en honderdduizend kleine mannekens zijn met de paruik bezig, de duivel is er in het spel.”

‘s Anderendaags ‘s morgens kwam onze vent beneden met de schoonste paruik, die ooit te zien was. Hij liep rechtstreeks naar de heer die er zeer tevreden over was, hij ontving betaling en zijn kroon drinkgeld. Toen hij naar huis terugkeerde, riep de meester hem alleen en haalde het boek uit en zei : ,, Vriendje, ge zijt nu zes maanden bij mij, zoveel was ons akkoord, zoveel hebt gij van uw loon ontvangen, daar is de rest en maak nu dat ge gauw uit mijn deur zijt, want ik wil geen duivelskunstenaars bij mij in huis hebben.” – ,,Goed, meester,” antwoordde de gast, ,,gij zult nog op mij denken!”

De heer had intussen zijn pruik opgezet en was er mee in de kerk gegaan. Hij nam daar wijwater en sprengde dit op zijn voorhoofd. Maar op hetzelfde ogenblik viel de paruik in honderdmiljoen haarkens uiteen en hij stond daar met zijn kale kop en werd er nog bij uitgelachen.

Weldra liep dit voorval op alle tongen en geen mens wilde nog een paruik van die meester hebben. Hij werd daardoor zo arm als Job op zijn mesthoop. Hij liet de gast overal zoeken om hem vergiffenis te vragen, maar die vent was voor goed verdwenen.

Uit ‘West-Vlaams Sagenboek’ van 1968 (H. Stalpaert)