De pastoor en zijn knecht

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in  ,      2 years ago     1005 Views     Leave your thoughts  

Doet uwe lachspieren werken!

Daar was ‘n keer een pastor, die had gaarne een knecht in zijn dienst genomen, maar ‘t moest er een zijn die goed van aannemen was.

‘Goed van aannemen?’ zei op zekeren dag een brave jongen uit de streek; ‘dat gaat me!’. En hij naar den paster.

‘Wel, jongen, wilt gij in mijn dienst komen? Zijt gij goed van aannemen?’

‘Redelijk, meneer de pastor’, zei de jongen. ‘Gij moogt tegen mij niet ‘meneer de pastor zeggen, gij moet Meneer de Procuratus zeggen vriend. Dat zulte ge onthouden hé?’

En de pastoor bracht zijn knecht verder in huis, om hem alles aan te wijzen. Zij stonden voor den kachel. ‘Hoe heeten ze dat bij u?’ vroeg de pastoor.

‘Eene stoof’.

‘Neen, dat is een helsche granaat, hoort ge vriend’.

De pastoor hief het deksel op en wees naar het vuur. ‘Hoe noemen ze dat?’

‘Vuur’ zei de jongen.

‘Mis, brave jongen, dat is gloria in excelcis‘.

De hond lag voor de kachel te slapen, en de pastoor vroeg, wat dat was. ‘Dat is een hond’. Neen, ge zijt mis; dat is meneer van Hallegebas.’

Ze kwamen bij de kat. ‘Kat of poes, ge hebt maar te kiezen!’

‘Dat is juffrouwe van Snorregespin, vriend!’

Ze gingen weer wat verder en ze stonden voor de zoldertrap.

‘Hoe noemen ze dat bij u?’ ‘Zoldertrap zou ik meenen.’

‘Dat is verkeer; hier heeten ze dat wenteltoren. Dat is veel beter.’ Op den zolder stond een bed. ‘Een bed’ raadde de jongen.

‘Nog eens mis, dat is mijn krakerdatus‘. Onder het bed stond een paar sloffen.

‘Dat zijn sletsen bij ons’ zei de jongen. ‘Neen, dat zijn mijn advocaten‘.

Ze kwamen aan het kippenhok. ‘Dat is een kiekenkot, dat weet ik genoeg.’

‘Neen, dat is het hemelgetremel!’.

Ze kwamen eindelijk aan een hooischelf. ‘En dat?’ vroeg de pastoor. ‘De schelf’, zei de jongen.

‘Dat is ‘t overvoed, kameraad!’

De pastor peinst in zijn eigen: hij weet al genoeg voor vandaag. We zullen nu gaan slapen en morgen zien wat hij er van onthouden heeft.

‘s Anderendaags, bij ‘t krieken van den dag stond de jongen op, om het vuur aan te steken en de koffie klaar te maken. Maar uit den haard viel opeens een brandend kooltje op Spits, den hond.

Spits stak het op de poes en wilde haar voor de moeite bedanken. Maar daar schoten de twee beestjes in vlam en allebei stoven ze naar buiten, recht naar den hooischelf.

De jongen liep naar den zoldertrap, zette zijne handen aan den mond en riep: ‘Meneer de Procuratus, komt uit uw krakedatus, doe uw advocaten aan en spring van den wenteltoren. Meneer van Hallegebas en Juffrouw van Snorregespin zijn haartjepluk aan ‘t spelen voor de helsche granaat. Zij zijn gevlucht tot op het hemelgetremel en vandaar naar het overvoed en daar staat de boel in gloria in excelcis!

‘Die jongen is goed van aannemen’, zei de pastor.

Uit ‘Gazet van Poperinghe’ van 31 juli 1921 – www.historischekranten.be

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>