De Polygone en Den Doel

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       7 months ago     307 Views     Leave your thoughts  

De verovering van ons land door de Fransen in 1794 en de inlijving bij Frankrijk, bracht voor de plattelandsbevolking heel wat onrust en beroering. Het feodaal stelsel dat eeuwenlang alle leven en werken had beheerst, werd afgeschaft. Gedaan dus met adel, ambachtsgilden en oude gebruiken. Gedaan met de nutteloze kloosters, zoals keizer Jozef II van Oostenrijk ze vroeger al genoemd had.

Op 1 september 1796 werden alle godsdienstige congregaties ontbonden. Voorlopig werd nog uitzondering gemaakt voor deze die zich onledig hielden met onderwijs of ziekenverpleging. De Augustijnermonniken van Zonnebeke werden op 4 februari 1797 door de gewapende macht uit hun abdij verdreven. Slechts de persoonlijke bezittingen mochten ze in een pakje mee naar buiten dragen. De volledige inboedel, hoevedieren en voorraden werden samen met de gronden en de gebouwen aangeslagen om publiek verkocht te worden.

Geen jaar later was alles te gelde gemaakt. De grote opkoper van ‘zwart goed’ was een zekere Jean de Laveleye, handelaar te Parijs. Bijna alle vroegere bezittingen van de abdij werden zijn eigendom. In 1804 werd hij aangesteld tot ‘maire’ van Zonnebeke. Hij kwam zich vestigen in de voormalige abtswoning en liet alle overige kloostergebouwen slopen.

De weinig vruchtbare heidevelden en bossen die voordien aan de twee Zonnebeekse abdijen toebehoord hadden, werden niet verkocht. Ze bleven tijdens de Franse overheersing staatsbezit en werden het schuiloord voor de jongelingen die in verzet kwamen tegen de verplichte legerdienst. Om te ontsnappen aan de razzia’s van de Franse gendarmen, zochten vele Vlaamse dienstweigeraars hun toevlucht in de bossen. Van daaruit overvielen ze herhaaldelijk de republikeinse patrouilles, namen hen de wapens af en bevrijdden op 25 en 26 oktober 1798 Zonnebeke en omliggende dorpen. De bestorming van Kortrijk op 27 oktober werd een zware misrekening en velen vielen als slachtoffer. Voor de gevluchte overlevenden waren er nog eens de bossen waar ze met pijn moesten vernemen welke bloedige weerwraak de burgerbevolking te verduren kreeg.

Het schrikbewind nam slechts een eind toen Napoleon in Parijs de macht overnam en in 1801 met de paus een concordaat sloot. Behalve de heropening van de kerken, bleven de meest tergende maatregelen gehandhaafd. Zo onder andere de loting.

Toen Napoleon in 1815 te Waterloo verslagen werd, kwam ons land onder de heerschappij van de Hollandse koning Willem I. Zijn handelswijze werd door de Belgen niet begrepen. Ze kwamen in 1830 in opstand tegen het Hollandse regime en haalden hun slag thuis. Ons land werd het onafhankelijke België.

Inzake de staatseigendommen hadden de Hollanders echter niet stil gezeten. Ze hadden een amortizatiesyndicaat opgericht met de opdracht alle bossen te verkavelen en te verkopen. Voor het domein in Zonnebeke werden de opmetingen gedaan door A. Lernould, inspecteur der bossen, en door P.A. Courtens, boswachter.

De beschrijving vermeldde uitdrukkelijk; ‘Bosch van Zonnebeke’. Het was begroeid met hakhout zoals berken, elzen hazelaars en werven, met hier en daat wat hoogstammige eiken, beuken, abelen,elzen en essen. Het bos strekte zich uit over het grondgebied van Zonnebeke, Geluveld en Zillebeke en had een oppervlakte van 331 hectare. Dit uitgestrekt domein werd verkaveld in 5 grote loten waarvan er 4 aan een nieuwe eigenaar werden toegewezen.

Eén lot, 69 hectare groot, geraakte niet verkocht en bleef eigendom van de staat. De grenzen ervan zijn tot op heden ongewijzigd gebleven. Vermoedelijk was dit veld het minst vruchtbare gedeelte. Het mulle zand en het lage struikgewas behaagde de legeroversten die er een militair oefenterrein inrichtten zodat het veel jaren verboden gebied bleef voor de gewone burger. Behalve op een paar militaire hoogdagen, waarbij de bevolking tot het feestelijk vertoon toegelaten werd, mochten alleen rijkelui, dragers van een jachtvergunning er binnendringen.

Voortaan zou dit stukje staatseigendom met de naam ‘Polygone’ aangeduid worden. Die naam verscheen voor het eerst op het kadasterplan, gevoegd bij de kadastrale legger van Zonnebeke, publiek gemaakt op 31 augustus 1829. De Hollandse troepen die in Ieper gekazerneerd lagen, hadden dus daar hun oefenveld.

De verkaveling, het aanleggen van rechtlijnige dreven en de drukte tijdens de oefeningen verjogen er het nog resterende grof wild. Vanaf het begin van de 19de eeuw werden er geen vossen noch wolven meer gezien.

Wanneer het Belgisch leger opgericht werd, oefende ook deze jonge recruten in het Polygone-veld. Na de schietoefeningen regende het klachten van boeren die in de nabijheid woonden of werkten en die zich onveilig voelden. Daarom werd een aarden heuvel opgeworpen in de noordoosthoek van het bos. Deze ‘butte’, in de volkstaal ‘den Doel’ geheten, was 90 meter lang en 6 à 7 meter hoog. De aarde werd uitgegraven aan de oostzijde van de aan te leggen heuvel, zodat daar een groeve ontstond, de ‘Doelput’. Die vulde zich met water en bij strenge vorst was er gelegenheid tot glijden en schaatsen. ‘Den Doel’ werd slechts enkele jaren als schietstand gebruikt want weldra werd het terrein bestemd als oefenplein voor ruiters.

doel1

Op 10 december 1847 werd de praktische rijschool vanuit Brussel naar de kazerne in Ieper overgebracht. Het aantal deelnemers aan deze cursus steeg voortdurend en de rijschool werd opgericht. Naar aanleiding van een reorganisatie in 1863 veranderde de school van naam. Ze heette voortaan ‘Cavalerieschool’ waarbij alle leerling-officieren verplicht werden de cursussen te volgen. In 1874 sprak men opnieuw van de rijschool. Van dan af aan was ze toegankelijk voor officieren uit alle regimenten, maar ze moesten hun eigen uniform behouden.

De lessen werden verdeeld over twee jaar. Gedurende het eerste jaar werden de jonge officieren, afkomstig uit de militaire school of uit het kader, in groep verenigd onder de leiding van een officier-onderrichter van de cavalerie. De artillerie-officieren vormden een aparte groep. Het programma omvatte voor allen: dressuur, manege, voltige, hindernissen, springen, paperhunt, hippologie, escadronschool en schermen. Te paard werd uitsluitend het Franse zadel, zonder stijgbeugels, gebruikt.

In het tweede jaar was het voor allen het Engelse zadel met stijgbeugels. De oefeningen van het eerste jaar werden dan verder gezet, maar met meer aandacht voor hoogspringen en de hoge rijschool met volbloeden. De oefeningen werden deels in de kazerne te Ieper en deel in het Polygoneveld gehouden. Daarnaast waren er de wekelijkse dagmarsen te paard, dikwijls Ieper-Veurne en terug.

doel2

Het exercitieveld ‘Polygone van Zonnebeke’ was oorspronkelijk 3,16 hectare groot. Een brede zandige strook midden in het bos en niet afgebakend, ze eindigde op een schietstand in de noordoosthoek. Tussen 1845 en 1860 werd he bos herverdeeld in percelen die allemaal met gewone dennen beplant werden. Nieuwe dreven liepen diagonaal door het domein, namelijk: de Luizeboomvelddreef, Patteeldreef, Bardelenbrug en de Pastoorhoeddreef. Ook de Doelheuvel waar nog slechts zelden schietoefeningen plaats vonden, werd met dennebomen beplant.

De belangrijkste aanpassing kwam in 1874. De oppervlakte van het oefenveld werd vergroot tot 8,32 hectare. In navolging van de Franse rijschool in Saumur, werd een ovale renbaan aangelegd van 450 meter leng en 157 meter breed. Deze werd volledig omheind met houten palen en dwarsstukken. Zware houten poorten sloten de piste af van de Doeldreef die inmiddels een breedte kreeg van 25 meter. Aan weerszijden van de dreef werden rhododendrons geplant die aan het zomers feestgebeuren nog meer kleur gaven.

Ieder jaar op een zondag in mei werden er paardenrennen gehouden die een massa kijklustigen lokten. Voor de toeschouwers lag er ten zuiden van de paardenpiste een aardeweg waarlangs op de feestdagen allerlei kraampjes met bier, makrons of belegde broodjes opgesteld stonden.

doel3

Deze wedstrijden werden ingericht door een internationale vereniging van officieren en onderofficieren-ruiters (wisselbeker Saumur) en bestond uit 2 gedeelten; cross-country en jumping. Als bijzonderheid vermelden we dat de ruiters paarden moesten berijden die ze nooit eerder bereden hadden. De paarden werden ter beschikking gesteld door de rijkswacht. Het meer spectaculaire van deze wedrennen zat in de beklimming en de afdaling van de Doel-heuvel. Telkens steigerden of struikelden de paarden en hun berijders tuimelden in het zand of in de drassige Doel-put. Maar de doornatte en bevuilde uniformen schrikten de deelnemers niet af. Integendeel; van jaar tot jaar verhoogde hun aantal. Het ruiterfeest in Zonnebeke verwierf internationale faam!

Na de oefeningen of de wedstrijden op het Polygoneveld keerden de vermoeide en bestofte ruiters niet over de rijksweg Menen-Ieper naar hun kazerne terug. Ze volgden een veldweg vanaf de hoeve ‘Sperregat’, dalend naar de Hanebeek en naar het kruispunt van de Grote Molenstraat en de Waterstraat. Vandaar trokken ze richting Ieper langs het Westhoek-kruispunt waar in 1888 de Westhoekschool gebouwd werd. Op het kruispunt van de Grote Molenstraat en de Frezenbergstraat verrezen later twee cafe’s: ‘De Lanse’ en ‘De Wupzale’ die met elkaar rivaliseerden om de lansiers uit hun wipzadel te lokken.

De Belgische rijschool in Ieper en het oefenveld Polygone zorgden te Zonnebeke voor heel wat vertier. Ook ’s winters toen officieren in het bos en op de omliggende velden kwamen jagen. Achteraf gingen ze hun buit verorberen tijdens een avondfeest in ‘Het Jagershof’ nabij de kerk. Anderen troffen mekaar in ‘Den Hert’ langs de Ieperstraat waar een hondenafrichtingsclub gevestigd was.

Intussen was het bomenbestand in het Polygoneveld sterk veranderd. In 1854 werd door een Belgische wet het boswetboek ingestelld dat het beheer van ‘Waters en Bossen’ regelde. Vooral de talrijke kappingen moesten beperkt worden. Omstreeks 1846 was heel het ‘veld’ bezaaid geworden met gewone dennen, echter zonder voorafgaande grondbewerking. Het bos was verdeeld in ‘stringen’ bij middel van kleine grachten en de delfaarde uit die grachten had men over het dennenzaad gestrooid.

Tussen 1892 en 1904 werden al deze Sylvesterdennen gekapt. Ze waren ongeveer 50 jaar oud. Achteraf werden alle percelen herbeplant met dennen. En het verbod om dit bosgebied te betreden bleef van kracht. De boswachter hield streng de wacht, maar een alziend oog had hij niet. Meer dan eens was het Polygoneveld het trefpunt voor verliefde paartjes die onder het schaduwrijke kreupelhout hun eerste afspraakjes hielden.

Ook de schooljeugd ging er stiekem heen om de ruiters aan het werk te zien of om braambessen te plukken. En voor de stropers of pensjagers was het een gedroomd jachtterrein waar ze hun strikken plaatsten of met de lichtbak op konijntjes wachtten.

Het was te schoon! Het mocht niet blijven duren. De wereldoorlog brak los en veranderde dit natuurparadijs in een woestenij van vuur, modder en bloed. Vier jaar lang werd er gevochten om het bezit van de heuvelrij ten oosten van Ieper; de Ieperboog. Het Polygonebos leek in de ogen van legeraanvoerders het sluitstuk in deze verdedigingsgordel. De prijs die ze ervoor betaalden was hoog. Duizenden mensenlevens en de totale verwoesting van de natuur en van de bodem. Het werden de zwartste bladzijden uit onze geschiedenis.

Fragment uit ‘Den Doel – Zonnebeke’ van André Deseyne

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>