De portier van het vagevuur

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       3 months ago     159 Views     Leave your thoughts  

‘In het jaar 1601 woonde op de parochie Koekelare aan de kant van Eernegem een landsman die geboren werd aan de Leie in Ariën waar hij al zijn eigendommen kwijtgespeeld was. Hier leefde hij armoedig. Twee melkkoeien en hele dagen hard werken volstonden maar net om zijn vrouw en kinderen te kunnen onderhouden. Deze man bracht wat melk, kazen, boter en eieren naar het Spaans leger en werd er voor betaald zodat hij zijn pacht en zijn kosten zou kunnen betalen.’ ‘Bij zijn terugkeer ’s avonds rond zeven uur, koos hij een binnenweg via een groot bos om zo ongemerkt zijn thuis te kunnen bereiken. Na een uur stappen viel hij helaas in de handen van zeven vrijbuiters, allemaal gewapend met musketten, springstokken en houwers. Ze leidden hem naar het donkere hart van het bos waar ze hem beroofden van zijn geld. Zes gulden. In zijn beurs vonden ze een paternoster die vastgehecht was aan een loden medaille. Een paapse zaak dus, waarop de boer toegaf dat hij God en moeder Maria vereerde. Iets wat niet naar de zin was van de schelmen die wel in duizend vloeken uitbraken terwijl ze ermee dreigden om de sukkelaar te doden.’

‘Dan hebben ze de boer geblinddoekt en zijn handen vastgebonden, samen met de paternoster en hij werd door een struikgewas van doornen geleid waardoor hij erg gekwetst geraakte. Ze sleepten hem naar een woeste en moerassige plaats waar zijn blinddoek werd afgenomen. “Kijk maar”, zegden ze, “kijk maar goed, dit is hier ons groot kerkhof.” En inderdaad, de boer zag er aan de bomen tien à twaalf personen hangen en overal dode lichamen liggen. De struikrovers vertelden hem spottend dat het allemaal katholieken waren. Een van de booswichten die zich de portier van het vagevuur noemde en zeer schrikkelijk van gezicht was, met lange haren en een lange baard toonde drie geraamten aan de boer. Priesters die ze van de honger hadden laten sterven.’

‘Een andere pochte dat hij twee Spanjaarden op verscheidene plaatsen in hun lichaam verwond had om na te gaan waar ze het meest pijn konden lijden zonder er aan te sterven. Uit wraak omdat diezelfde Spanjaarden zijn grootvader van zeventig jaar en zijn broer van negen jaar levend verbrand hadden omdat ze zogezegd ketters zouden zijn geweest. Iets wat dan nog niet eens waar was. Deze vrijbuiter was niet erg oud en toch beroemde hij er zich op dat hij al vierendertig personen had omgebracht. En spijtig dat hij was dat hij ooit nog eens twee Engelsen had laten gaan omdat ze jong en schoon waren en dat het dan achteraf gebleken was dat ze jezuïeten geworden waren in Douay.’

‘Uiteindelijk vertelden ze de verschrikte boer dat ze hem in leven zouden laten. Op voorwaarde dat hij overal zou rondbazuinen wat ze hier allemaal hadden gedaan. Hun wraak moest bekend worden nu ze van plan waren om naar Oostende te trekken om belegerd te worden. En waar ze mogelijk zelf zouden gedood worden. De duivel zou de mis doen in Oostende riepen ze. Een aanval op hun bastion zou zeker het leven kosten aan zeventigduizend mannen. Daarop werd de boer vrijgelaten, weliswaar nog altijd gebonden aan de handen. Hij doolde nog een hele nacht door het bos en zag nog eens twee dode lichamen, verse lijken.’

‘Bij het aanbreken van de dageraad hoorde hij eindelijk de trommels van Gistel waar hij naar toe stapte. Wanneer hij bij het leger kwam keek men verwonderd omdat hij gebonden was. Zijn ogen en gezicht stonden verbijsterd van vrees en angst. Men heeft hem dan eten en drinken gegeven en iedereen wierp hem wat toe terwijl ze luisterden naar wat hij allemaal te vertellen had.’

‘Er waren veel van dergelijke moordenaars in deze ongelukkige tijden. Ze verscholen zich achter de naam van “soldaten” om hun crapuleuze daden te rechtvaardigen. Ze hielden zich vooral op in de bossen en als ze vreesden om opgejaagd te worden vluchtten ze naar hun waterachtige gronden of hielden zich schuil bij bekenden. Een van die vrijbuiters werd enkele jaren geleden betrapt en gevangen genomen in de kasselrij van Ieper. Een zekere Erasmus, afkomstig van Hazebrouck. De voorbije twaalf à dertien jaar was hij de aanvoerder van een hoop dieven en moordenaars. Hij kon zelfs niet bij benadering zeggen hoeveel mensen ze om het leven hadden gebracht.’

‘Hij had de wrede gewoonte om gevangenen met stokken te laten doodslaan als ze hem niet voldoende konden opbrengen. Tot zijn eigen mannen hem in de steek lieten en hij in de handen van het gerecht viel. De rechters beslisten dat hij met gloeiende tangen in het dikste van zijn armen en benen moest genepen worden en dan tot assen verbrand moest worden. Hij stierf met groot leedwezen over zijn schelmstukken.’

Johannes-Petrus van Male is leeg geschreven. Hij is de godsdienstoorlogen meer dan moe. Een priester die aan het eind van zijn Latijn is. Het is eens wat anders. Het beleg van Oostende is al door zo veel schrijvers beschreven en hij beslist om er een samengevat relaas van te geven. De aanval begint op de 6de juli van 1601. Oostende geeft zich over op 20 september 1604. Terwijl Oranje Sluis verovert komt Oostende in Spaanse handen. De verliezen aan beide kanten worden geschat op honderdzestigduizend levens. Vrij evenwichtig verdeeld onder beide partijen. Een zonder meer hallucinante tol om Vlaanderen weer in zijn vroegere eenheid hersteld te krijgen.

Het zal nog duren tot 9 april 1609 vooraleer de verenigde Staten van de Nederlanden een twaalfjarig bestand zullen afsluiten met Spanje en met aartshertog Albrecht. De vreugde van de ingezetenen is onuitsprekelijk. De mensen kunnen eindelijk adem halen na zo veel jaren van ellende. Gedaan met pest, hongersnood, oorlog, verwoestingen en bloedvergieten. Het krijgsvolk wordt ontslagen. Albrecht laat binnen Brussel een streng plakkaat afkondigen tegen alle oproerige muitmakers, landlopers en andere boeven. Zijn boodschap is duidelijk: ze zullen voor het minste vergrijp uit het land worden gezet.

Op 9 april 1621 eindigt dat twaalfjarig bestand. Aartshertog Albrecht sterft in datzelfde jaar op tweeënzestigjarige leeftijd. Een deugdelijke prins was hij. Zijn bedroefde weduwe Isabella moet het nu zien verder te klaren. Samen met de raad van Vlaanderen natuurlijk. De aanloop naar de Vrede van Munster van 1648 wordt ingezet. De zeventiende eeuw houdt ongetwijfeld tal van verrassingen in petto voor de Vlamingen. Ik vraag me af of het slechtste nu al achter de rug is. Er is in elk geval nog veel werk aan de winkel voor mijn volgende kronieken van de Westhoek!

Dit fragment zal verschijnen in ‘deel 7 van De Kronieken van de Westhoek’ – te verwachten tijdens het voorjaar van 2018 –

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>