De rode zegel van Vlamertinge

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       2 months ago     447 Views     Leave your thoughts  

wat voorafging

In februari 1697 legen de baljuw, schepenen en keurheren van de parochie en heerlijkheid van Vlamertinge, tijdens een vergadering een verklaring af over alle heerlijkheden en lenen, gelegen binnen de grenzen van de parochie. Dit document is belangrijk en wordt hier dan ook volledig weergegeven. Het maakt eveneesn deel uit van de archieven van de Acht Parochies in het rijksarchief te Brugge, nummer 8298.

‘Toestand van de gronden, heerlijkheden en lenen, gelegen in de parochie en de heerlijkheid van Vlamertinge, één van de Acht Parochies van Veurne-Ambacht’:

De parochie en de heerlijkheid van Vlamertinge behoort aan Jan de Cerf, heer van Vlamertinge, Wintershove, enz… De heerlijkheid heeft een hoger, middelbaar en lager gerecht. De oppervlakte bedraagt ongeveer elf gemeten en de heerlijkheid hangt af van de wettelijke kamer van Vlaanderen. Tweeëntwintig achterlenen hangen er van af. Ze kennen aan de heer van Vlamertinge het recht toe van de eigendomsovergang door verkoop e.a. en van de tiende penning van hun waarde boven het leenrecht. De heer Frans Adriaensens is eigenaar van het eerste achterleen dat van de heerlijkheid Vlamertinge afhangt en dat uit een stuk bosgrond bestaat.

Het derde leen, de heerlijkheid van Wintershove, behoort aan de heer Jan de Cerf, met een oppervlakte van elf gemeten, waarvan12 kleine achterlenen afhangen, die eigenaar zijn van verschillende personen.

Het vierde leen behoort toe aan de heer van Vlamertinge en heeft een oppervlakte van negen gemeten, achttien roeden, gelegen in de parochie.

Het vijfde leen, de heerlijkheid Lissewal (of ‘t Hof van Lissewal) heeft een oppervlakte van 22 gemeten en behoort aan de heer Colb…. jonkheer. Hiervan hangen 18 achterlenen af.

Het zesde leen bestaat uit een rente van 4 pond, 14 Prijse schellingen per jaar, die komen van verschillende gemeten te Elverdinge en Vlamertinge. Dit leen is verdwenen en tegenwoordig onbekend.

Het zevende leen bestaat uit de twee derden van een kleine tiende ‘La Ruselette’ genaamd, gelegen in de parochie en toebehorende aan Margriete de Langhe.

Het achtste leen bestaat uit een rente van 7 schellingen 6 Parijse denieren per jaar. Dit leen is verdwenen en thans onbekend.

Het negende leen is 1 gemet en 2 lijnen groot, en gelegen in Vlamertinge en behoort toe aan Simoen Caudron.

Het tiende leen behoort aan Jan Vande Walle en is 100 roeden groot, geleden in Vlamertinge.

Het elfde leen bestaat uit 2 gemeten land, gelegen te Vlamertinge en behoort aan George de Puydt.

Het twaalfde leen, 190 roeden groot en gelegen te Vlamertinge, is verdwenen en thans onbekend.

Het dertiende leen bestaat uit een rente van 16 Parijse denieren per jaar. Ook sit is verdwenen en onbekend.

Het veertiende leen bestaat uit een cijns, 7 ½ gemet groot, gelegen te Vlamertinge en behoort aan Marie-Isabelle Morel, vrouwe van Tangry.

Het vijftiende leen bestaat uit 2 ½ gemet, gelegen te Vlamertinge en eveneens behorende aan Marie-Isabelle Morel, vrouwe van Tangry.

Het zestiende leen, een gemet en 20 roeden, gelegen te Vlamertinge, behoort toe aan Frans van Calloen, jonkheer.

Het zeventiende leen bestaat uit een rente van 7 stuivers per jaar, tegenwoordig verdwenen en onbekend.

Het achttiende leen bestaat uit ½ gemet grond te Vlamertinge, behorende aan Thoma Baelen.

Het negentiende leen, een gemet en 260 roeden groot, te Vlamertinge, behoort toe aan de Jezuïetenorde uit Ieper.

Het twintigste leen, ‘Den Ullebrouck’ genaamd, 4 gemet en 20 roeden groot te Vlamertinge, behoort aan jonkheer Gille Philippe de la Motte. Van dit leen hangen 5 achterlenen af.

Het eenentwintigste leen bestaat uit twee derden van een tiende, genomen in de parochie Vlamertinge, genoemd ‘De Rimpele’ en toebehorend aan de heer Willem Willemet.

Het tweeëntwintigste leen bestaat uit 7 gemeten land, gelegen te Vlamertinge en toebehorend aan de erfgenamen van de weduwe Pierre Metsu.

Verklaring, afgelegd door de baljuw, schepenen en ceurheers van de parochie en heerlijkheid van Vlamertinge, in hun vergadering van 10 februari 1697.

Wapens en zegel

De wapens van de heerlijkheid van Vlamertinge waren in principe dezelfde als deze van de heerlijkheid Elverdinge, namelijk de Leeuw van Vlaanderen, gebroken met een linkerschuinbalk vanaf de keel, omwille van de bastaardafkomst van haar meesters. Later voerde ze een wapen met een kruis van keel in het hoofd beladen met een hoekige dwarsbalk van sabel over alles heen.

Kreet: ‘Elverdinge! Elverdinge!’ Het gebruik verdween echter op het einde van de 16de eeuw. Wat dit onderwerp betreft, vinden we in een document: ‘Estrat des communautez et perticuliers, trouvé dans le district des Huit-paroisses et branches de Furnambacht, qui portent actuellement des armoires’ – eveneens gedateerd op 10 februari 1697. Daarbij krijgen we nog volgende detail mee: ‘De parochie en heerlijkheid van Vlamertinghe, die hoge, middelbare en lage rechtspraak bezit, heeft vroeger wapens gedragen, maar sedert lange jaren heeft de parochie er geen gebruik meer van gemaakt.’

Deze staat is ouder dan het edict van november 1697, waar een zeer nauwkeurig algemeen wapenboek werd aangelegd, met een algemeen repertorium of een openbaar depot van wapens, blazoenen enzoverder. We weten niet juist met welk doel deze staat werd opgemaakt, maar het is zeker dat de wet van de heerlijkheid, uitzonderlijk bijeengebracht op 27 januari 1697, het goed heeft gevonden te verzoeken tot het gebruik van een zegel voor het nut van de parochie.

Dit verzoek werd natuurlijk toegestaan. Wij waren zo gelukkig niet enkel de afdrukken van een zegel te vinden, maar ook een certificaat van echtheid, waarvan de tekst hier volgt: ‘Bailliu, schepenen en ceurheers van Vlamertynhe, tweede der generaliteyt van de acht prochien, in Westvlaenderen, in voldoeninghe van den derden artikel van het reglement additionneel voor het correctiehuys binnen de stede van Ghendt, in daeten 19 jully 1775, verclaeren by desen dat de heerlyckheden desen geseyde prochie heeft hooghe justitie, ende dat sy voorsien syn van den zeghel hier onder, in roode lacke afgedruckt. Inkennisse der waerheydt hebben wy dese gedaen depechêren onder den ordinairen zeghel dese prochie ende heerlyckhede, benevens het handteecken van onsen greffier. Actum, desen derden february 17 sessentseventich.’

Dit teken draagt de wapenen de Cerf-Immeloot (Dit laatste schild gevierendeeld van Laureins de Terdeghem) met de inscriptie ‘Sigl. Paroch. et Toparchae de Vlamertinghe’. In de rekening van het jaar 1769 zijn de uitgaven, gemaakt voor een zegel, ingeschreven; ‘Item, nogh betaeld aen den greffier Bossaert voor ‘t ankoopen ende medebringhen van de stede van Gent den prochie zeghele ende van d’heerlychede, metten roode ende brune lacke daer toe behoorende ten dienste van de prochie, 3 lb. Item, eene looden busse voor de prochie zeghele, 10s.’

In het jaar 1779 werd het zegel overhandigd aan de baljuw, die het had opgeëist in naam van de heer.

Uit ‘Histoire de Vlamertinghe en Flandre’ van Emile Vanden Bussche van 1880, vertaald door Frans Lignel in juli 1983 Vlamertinge in vervlogen dagen – wordt vervolgd –