De Romeinse tijden van Ieper

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       8 months ago     401 Views     Leave your thoughts  

Wat voorafging lees je hier

Anno 3347 (-658) had een heidense priester binnen Ieper een dochter die wel tien voeten lang was, geweldig dik en vet navenante. Deze was daarbij geweldig schoon van lichaam en had zo grote macht dat zij vier mannen, in elke arm twee, seffens gedragen een half uur ver gedragen heeft. Ze kon op een maaltijd een heel kalf van vier weken oud, met acht pond brood opeten en vier stopen wijn drinken. Zo was zo habijl en snel om te lopen en te springen dat zij menigmaal over de rivier van ‘t Ieperke heeft gesprongen. Ze is uiteindelijk verongelukt tijdens een tornooi met de lans, want zij kreeg onvoorzien een steek in haar linkerborst en is van de wonde gestorven in de ouderdom van 26 jaar. Anno 3438 (-567) werd binnen Ieper opgericht een marmeren pilaar tussen de grote markt en de rivier de Ieperlee. Men meent dat die stond op dezelfde plaats waar nu de hallentoren staat. Men klom rondom naar die pilaar met 24 stenen trappen, op welke pilaar stond een grote koperen kat met twee jongen, die het volk daar kwamen aanbidden en sacrificiën offeren, zowel van mensen als van beesten.

Anno 3610 (-395) kwam uit Engeland omwille van de pest Ronnilia, dochter van een grote prins, met drie staatsjuffrouwen en twaalf edelmannen. Maar komende binnen Ieper werden ze gevangen, de edelmannen werden doodgesmeten en de staatsjuffrouwen geschonden. Maar Ronnilia nam de burgemeester voor haar man, hoewel hij nog drie andere vrouwen had.

Anno 3844 (-161) heeft Ausanorix, koning van Saksen, de oorlog gevoerd tegen de koningen van Belgis met dewelke de stad van Ieper altijd verbonden was. Deze Ausanorix verkreeg veel victories tegen die van Belgis en nam alle omliggende steden vechtenderhand in. Maar komende om Ieper te belegeren, heeft al het volk de welke wapens kon dragen zich teweer gesteld, maar na enige dagen tegenstand moest de stad zich overgeven. Het krijgsvolk van de koning, in de stad gekomende zijnde, zijn contrarie aan het akoord begonnen de stad te plunderen en de vrouwen en de maagden te schenden. Velen werden vermoord en er gebeurden andere moedwilligheden en ze bedorven al de staande vruchten op het platteland.

Anno 3846 (-159) was er alhier een schromelijke pest, zodat er binnen Ieper op één dag 130 mensen stierven, waardoor menigvuldige dode lichamen onbegraven in de straten bleven liggen.

Anno 3848 (-157) was de stad Ieper maar bezet door een weinig krijgsvolk van Ausanorix, de koning van Saksen. Dus al de burgerij, omwille van hun lasten en moeilijkheden ontslagen zijnde, hebben een tumult of oproer gemaakt. Ze zagen hun kans schoon en hebben al het krijgsvolk doodgesmeten en zich wederom begeven onder de subjectie van de koning van Belgis waarvoor zij grote lof behaald hebben.

Anno 3952 (-53) was er doorheen het land een schromelijke hongersnood, zodat de mensen genoodzaakt waren alle onreine ongedierten te eten. Daar zijn in de stad vrouwen geweest die hun gestorven kinderen hebben gebraden en opgegeten, zijnde uitgemergeld van de honger.

Anno 3966 (-39) was er binnen Ieper een befaamde toveres die met haar zuster woonde tegen de rivier het Ieperken, omtrent de noordkant van de stad. Deze twee zusters bezorgden de tempel van Pluto, om die te wassen en op sommige dagen te versieren. Maar, één van de twee, met name Livia, zijnde een toveres en ze won veel geld met aan de jongemannen een poederke te geven, die in de drank gedaan zijnde, de jonge dochters als zotten achter het mansvolk lieten lopen.

Ze kon ‘s avonds een brief aanvaarden en die meer dan honderd mijlen ver overhandigen, en ‘s morgens antwoord brengen. Ze had een klein hondje die zij voor geld diverse liedjes deed zingen. Haar zuster wilde haar op een bepaald tijdstip betrappen om te zien hoe en wanneer ze zo dikwijls wegging. Ze veinsde eens fraai te slapen en als ze gewaar werd dat haar zuster Livia opstond, bemerkte ze dat ze zich moedernaakt ontkleedde, een steen uit de muur haalde en uit de nis haalde ze een zalf tevoorschijn met welke zij zich helemaal bestreek.

En wanneer ze het raam dat over de vaart uitkwam opende, vloog ze het venster uit. De zuster wilde dit eveneens proberen, kleedde zich uit, bestreek zich met de bewuste zalf en ook zij werd seffens uit het raam gesleurd, niet wetende wat er aan het gebeuren was.

Na een bepaalde tijd ontdekte ze dat ze zich in een wel opgestelde zaal bevond waar veel kaarsen brandden. En blijkbaar ook veel heren en onbekende juffrouwen. Ze zag er ook haar zuster die haar welgekomen heette in dit gezelschap. Er stond een wel opgediste tafel en er wel op diverse instrumenten gespeeld. Ze voegde zich bij de anderen en at en dronk lustig mee. Ondertussen werd er lustig gedanst en was er sprake van veel dartelheden en was deze zuster Livia verplicht om er aan mee te doen.

Ze moest zich tegen wil en dank laten mishandelen maar bij het aanbreken van de dageraad verdween alles en de zuster van de gezeide toveres bevond zich plots naakt in een braambos waar ze vol schrik en niet zonder zich aan de bramen te kwetsen zichzelf daar kon bevrijden. Ze ontmoette er een landsman en vroeg hem of hij haar wilde helpen. Vol medelijden bezorgde hij haar kleren. Ze vroeg aan hem in welk land of stad zij tegenwoordig was en ze kreeg voor antwoord dat ze vijf uur ten noorden van Tongeren was, in die tijd de hoofdstad van Brabant, van waar ze niet zonder grote moeite naar Ieper kon terugkeren.

Anno 3973 (-32) bevond men dat alsdan de spijzen van deze landen en vervolgens ook binnen Ieper geheel simpel en slecht waren want de mensen waren vijand van alle lekkernij. Hun spijs bestond alleenelijk te koken zonder kruiden of sausen, zonder enige specerijen, haar potagie bestond uit bonen, erwten, kolen, warmoes. Hun brood was van gerst, van rogge en tarwe. Hun toespijs was kaas, boter, eieren, verse wei, melk, vlees van koeien, ossen en schapen en varkens. Ze dronken niets anders dan rauw water of in de herbergen water met gerst en haver gezoden. En ze waren doorgaans zeer kloek en vroom van lichaam.

Anno 3983 (-22) werd te Nazareth geboren de heilige maagd Maria en moeder van onze heer uit het geslacht van David.

Anno 3984 (-21) werd bij order van de koning van Belgis binnen Ieper onderzoek gedaan van het getal der inwoners en daar werd ondervonden dat er waren 4260 mannen, 1840 jongmans, 6414 vrouwen, 2477 jonge dochters en 4933 kinderen van beide de soorten. Dit onderzoek werd eigenlijk gedaan omdat men vreesde voor een aanstaande oorlog.

Anno 3985 (-20) in het begin van de zomer, kwam binnen Ieper de koning van Belgis met een groot gevolg van edeldom en krijgslieden om de stad te visiteren en van alle het nodige tegen de oorlog te voorzien. Hij werd met alle triomf van de gemeente binnengehaald onder het betonen van vele vreugdetekens.

Anno 3989 (-16) vertoonde zich in de lucht een grote komeet of ster met een steert, in wiens stralen gezien werden een roerende slang met een doodshoofd waar de slang in aan het bijten was. Dit vertoonde zich diverse dagen.

Anno 3995 (-10) heeft het enkele dagen zo geweldig geregend dat niet alleen de straten maar ook de huizen vijf voeten hoog vol water kwamen. Elk meende dat de wereld ging vergaan. Daar waren binnen Ieper diverse kinderen die met hun wiegen door de straten dreven. Men voer langs de straten met bakkerstroggen en elk was genoodzaakt om boven te wonen op kamers of zolders. Meer dan honderd mensen zijn er in de stad alsdan verdronken.

Anno 3998 (-7) is binnen Ieper gekomen een schromelijke grote reus van omtrent de twaalf voeten hoog, zijnde een edelman van de stad Trier. Hij was door de koning van Belgis aangesteld als burgemeester van Ieper. Men moest voor hem een groot huis bouwen om aangepast te zijn aan zijn grootte.

Anno 4004 (-1) zijnde juist het jaar voor de geboorte van ons heren Jesu Christi werd omtrent de grote markt een kapel gebouwd ter ere van de godin Venus, waar 24 maagden werden onderhouden om op het einde van het jaar ten huwelijk uit te besteden met een zekere grote som geld voor ieder, waarmee ze een man konden kopen.

Anno 1 is geboren in Betlehem, Juda, uit de allerheiligste maagd Maria, Jezus Christus, onder de regering van de koning Herodes de grote. Niet alleen tot zaligheid van onze burgers van Ieper maar ook voor heel het menselijk geslacht.

Anno 3 heeft de grote reus die in het jaar 3998 als burgemeester van Ieper werd aangesteld, te weten voor Christus’ geboorte, al de heren van de wet ontslagen om reden dat ze verdacht werden van uitheems heimelijk verraad en betrapt te zijn met vijanden. Hun huizen werden door het gemeen geplunderd, de heren werden dood gesmeten. Hun vrouwen, die met veel waren want sommigen hadden er vier of zes enzovoort, werden naakt op ezels gebonden en op alle hoeken van de markt gegeseld en daarna verbannen. Daarna heeft de burgemeester twaalf nieuwe heren in de wet gesteld, te weten Orgetor, Salouistus, Diviacus, Sursax, Galba, Domardus, Paubron, Heyman, Gaudanus, Parianus, Boxxonis en Lelienox, om de gemeente te regeren.

Anno 5 heeft de grote reus, of zoals gezegd de burgemeester op zijn geboortedag, wezende de eerste mei aan de jonkheid van Ieper, zowel de jonge dochters als de jongmans geordonneerd dat ze de hele dag zouden dansen in kringen rond de pilaar waar de koperen kat op stond. Op de trappen van de pilaar werden alle soorten van spijs en drank opgesteld om de dansers te laten eten en alle soorten van speellieden om hen te diverteren. Men meent dat hieruit de costume gekomen is dat nu de jonkheid rondom de meiboom danst.

Anno 9 op de eerste mei werden bij order van de koning van Belgis binnen Ieper de principaalste straten met stenen alleenelijk in het midden gelegd om aanstonds beter te kunnen gaan ten tijde van kwaad weder.

Anno 14 werd de rivier het Ieperken verdiept en verbreed om de rivier bekwaam te maken om met schepen daarop te kunnen varen tot gerief van de inwoners, te weten platte boten die men koggen noemt.

Anno 20 werd binnen Ieper een grote toren gebouwd tussen de twee waterlopen van de rivier ‘t Ieperken. Deze toren diende voor een hoge school waar de priesters van de afgoden die druïdes genoemd werden de jonkheid leerden dat de ziel van de mens niet en sterft maar dat ze verhuist van het ene lichaam in het ander en ook in de loop van de sterren en de planeten en de macht van al de onsterfelijke goden.

Anno 33 ‘s noens ten twaalf uren, zijnde een schone klare dag, is er onvoorzien een schromelijke duisternis opgestaan zo dat de inwoners van Ieper schrik en dood op het gezicht droegen, niets anders menende dat de wereld zou vergaan, welke duisternis geduurd heeft tot drie uur zijnde dezelfde tijd dat Christus onze zaligmaker binnen Jeruzalem op de berg van Calvarie aan de galgenboom van het kruis de dood is gestorven om heel het menselijk geslacht te verlossen uit de klauwen van Satan.

Anno 42 was er binnen Ieper een smid met de naam ‘Gaulon’ die, een van zijn huisvrouwen met name Victillia zijne in een grote gramschap tegen haar, met zijn smidhamer doodsloeg en haar lichaam in zijn smidse verbrand, zijn andere twee vrouwen hierover verschrikt zijnde, zijn ze beide met hun kinderen weggelopen buiten de stad. En aldaar in een huizeken alleen gaan wonen en nadat de smid Gaulon lang naar hen gezocht had, heeft hij hen uiteindelijk gevonden en met geweld gedwongen om naar huis terug te keren. Maar de volgende nacht terwijl dat Gaulon sliep, hebben ze hem de hals afgesneden en van gelijke zijn lichaam in de smidse verbrand.

Anno 47 hebben de schaapherders die omtrent de stad Ieper woonden van de burgemeester consent en de plaats verkregen omtrent de poort van Mercurius om een tempel te mogen bouwen ter ere van de god Pan, de god van de herders. De tempel, gebouwd zijnde, zijn al de herders met hun naburige medegezellen processiegewijs naar de tempel gekomen en met alle soorten van herders gespeeld fluiten en andere instrumenten. Ze waren met omtrent de 300 tesamen wanneer ze naar de tempel zijn gekomen, en hebben daar enkele uren voor de afgod gespeeld en gedanst.

Anno 49 heeft de senaat van Rome diverse gidsen of spionnen uitgezonden de sterkten en de gelegenheden van deze landen. Onder andere is binnen Ieper gekomen een Romeinse edele dochter met de naam van Tullia Aurora, gekleed als manspersoon. Ze was zeer wijs want ze kon Latijn, Grieks, Hebreeuws spreken en schrijven. Ze was zeer doortrapt en ze heeft zich binnen Ieper aan een edelman die in de wet zat als stalknecht verhuurd. Dus met haar dikwijls uitrijdende naar de grote stad Belgis in Fanum Mercurius, nu genoemd ….. en in Fanum Martis, nu genoemd ……., als te Terouanen en elders, heeft ze alles pertinent opgeschreven.

Dit ten tijde gebeurd hebbende, kreeg haar meest suspitie dat zij met hem meeging en alles opschreef, heeft hij op zekere tijd terwijl ze bezig was in haar slaapkamer, al haar papieren genomen en die onderzocht. Gevonden het verraad terwijl hij die dag naar de raad moest gaan, heeft hij de geschriften meegenomen om die aan de wet te tonen. Terwijl ze ondertussen op haar kamer ging en ziende dat haar papieren weg waren, kreeg ze achterdocht dat ze betrapt was en wat deed ze?

Ze nam uit de kast van de dienstmeid haar beste kleren, liep heimelijk uit het huis, kleedde zich in het verborgen als een vrouwspersoon gelijk zij was en ging zich als dienstmeid verhuren bij een edele weduwe. Ondertussen, de wet haar papieren doorzocht hebbende, en bevindende dat mijnheer zijn stalknecht wel moest een spion zijn, zonden ze volk om hem te vangen. Maar hem niet vindende ordonneerden ze al de stadsmuren te sluiten. Overal onderzoek gedaan hebbende nadat de poorten gedurende drie dagen dicht geweest waren, stelden ze een grote prijs voor wie haar kon aanbrengen.

Kort daarna werd zij door iemand verklapt dat zij als dienstmeid bij een edele weduwe diende, maar het was tevergeefs. Zij, dit vernemende, liep uit het huis, verkleedde zich opnieuw als manspersoon en ging bij de kapitein van de Belgische ruiters die binnen Ieper in garnizoen lagen en werd er aangenomen voor ruiter. Daaronder zijnde en door haar talent van spreken, werd ze zeer bemind in zoverre dat de dochter van haar kapitein op de ruiter verliefd werd en bij haar vader verzocht om hem als man te hebben.

Die kapitein praamde zijn ruiter om met zijn dochter te trouwen en zo trouwde hij met haar. Maar op de dag van de bruiloft deed hij zijn bruid achteraan op zijn paard zitten en veinsde een toerke te wandelen. Hij reed met haar buiten de stad en verder naar Rome waar zij alles verteld heeft. De bruid werd uitgelachten, beschimpt en bespot en uiteindelijk weggejaagd uit Rome. Na een lange reis is ze binnen Ieper teruggekeerd bij haar vader de kapitein en hem verteld dat die ruiter een Romeinse dochter was en de spion was waar naar gezocht werd.

Anno 50 kwam in deze landen de tijding dat Julius Caesar, keizer van Rome, met een machtig leger afkwam om deze landen onder de subjectie van de Romeinen te brengen waardoor al de omliggende steden met de koning van Belgis samenspannende een groot leger verzamelden om te weerstaan aan Julius Caesar. De stad van Ieper leverde een groot deel gewapende ruiters die zich vervoegden onder een veldoverste van de West-Vlamingen, genaamd mijnheer Comius, de heer van Artois, die het leger van Caesar grote schade heeft aangebracht.

Nota van De Kronieken van de Westhoek: kroniekschrijver Louis Boeteman voert met de naam van Comius voor een eerst een historisch figuur aan die gecheckt kan worden in andere historische werken. Comius of Commius leeft inderdaad in de tijd van Caesar en werpt zich op als leider van de Attrebaten. Ook zijn relatie met Artesië kan bevestigd worden. Boeteman plaatst de timing van Caesar en Comius wel 100 jaar later dan effectief voorgevallen.

Anno 50 werd de grote en machtige stad van Belgis door de Romeinen belegerd, maar voor de aankomst van Julius Caesars leger werd uit Belgis gezonden het getal van 16.000 vrouwen en kinderen die alhier binnen Ieper en elders zijn blijven wonen en getrouwd. Op het laatste van het beleg van Belgis was er aldaar een grote hongersnood dat de vrouwen hun kinderen opaten. Daarom werden voor de derde maal uit Belgis gezonden 8.000 vrouwen en wel zoveel kinderen met een deel krijgsvolk om hun te bewaren onder het beleid van de oudste zoon van de koning Andromadas, met name Flandebertus of Flambertus die daarna geworden is gouverneur van deze landen, dat is van de Leie tot aan de zee en van alle landen die te voren genoemd werden Morinen, zoals hierboven omschreven staat. De gebieden werden door deze Flandebertus Vlaanderen genoemd en zo gebleven.

Nota: De Duitser Sebastian Mûnster plaats in zijn boek (16de eeuw) ‘Cosmographey Oder beschreibung Aller Länder herrschafftenn und fürnemesten’ deze Flandebertus als een tijdsgenoot van de Frank Clodion rond het jaar 450 en dus zeker niet in de periode van de Romeinen.

Flandebertus

Flandebertus2

Anno 50 na dat Julius Caesar de grote en de machtige stad van Belgis had gewonnen en ingenomen, heeft hij dezelfde helemaal verbrand en tot aan de grond vernield. Daarna heeft hij al de andere steden gewonnen en komende naar Ieper, hebben ze de stad aan Julius Caesar met akkoord overgegeven. Als Julius Caesar al de omliggende steden had gewonnen heeft hij voor gouverneur van Vlaanderen gesteld Lelius Aurumeuleris Costa.

Nota: bewuste Costa was in werkelijkheid Lelius Cotta, werd inderdaad baas over de Morinen en leefde in de periode van Julius Caesar.

cotta

Anno 51 heeft de stad van Ieper met al de omliggende steden tegen Julius Caesar gerebelleerd, onder het beleid van de heer Comius, de heer van Atrecht, met al het volk dat wapens dragen kon, de Romeinse soldaten die hier in garnizoen lagen, werden verjaagd of doodgesmeten. Maar daarna tegen Julius Caesar komende, werden zij hem hem verslagen. En na zich overgegeven te hebben werden ze van Caesar in genade ontvangen, behoudens dat ze gijzelaars moesten geven.

Anno 51 eer dat Julius Caesar naar Rome vertrok, heeft hij binnen Ieper en in de omliggende steden een leger van zijn krijgsvolk gelaten tot verzekering tegen alle rebellie.

Anno 52 na het wegreizen van Julius Caesar rees hier binnen Ieper en door geheel het land een zo grote pestillentie dat bijna allen stierven die in het land waren, zodat geheel Vlaanderen geworden is een woonplaats van wilde beesten en serpenten, waarom daarna de keizer Octavius gebood dat men elk een vrijheid zou nemen, zonder tol of lasten te betalen, aan alle volkeren die komen wilden om in het land te wonen, te bouwen en te akkeren, waardoor deze landen wederom begonnen hersteld te worden.

wordt vervolgd ….. lees verder hier

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>