De Rubrum files

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in  ,      2 years ago     739 Views     Leave your thoughts  

Kijk eens naar Ieper op vandaag. Waar is het water nu? Aan de noordoostkant zien we het kanaal en de Ieperlee, aan de zuidwestkant de ‘Verdronken Weiden’. De komst van het water in 260-270 was een (afgezwakte) herhaling van wat er zich al had afgespeeld 1000 à 1500 jaar voordien. Het water 5 à 10 meter hoger. Beeld u dat eens in? Alleen de heuvel, de prairie van Ieper, bleef gespaard van het rijzende water. En er waren twee havengemeenschappen. Briel (Breuil) en de omgeving van het Zaelhof en de Zuudstrate (de latere Rijselstraat), niet toevallig nog steeds met elkaar verbonden met de ondergrondse Ieperlee. Zeker al in 270, kijk maar naar de ‘ille’ namen waar we het al uitgebreid over hebben gehad. Hier leefden beslist al mensen 1000 jaar voor het begin van onze nieuwe tijdsrekening.

De evangeliseringsgolf van de derde eeuw
Met de evangeliseringsgolf vanaf het einde van de 3de eeuw, verschijnen er bidplekken en kapellen, waar er voldoende mensen wonen. De kapel van Chrysolius gewijd aan Maria, wordt gebouwd rond de primitieve haven van Den Briel. De legende laat uitschijnen dat er aan de andere kant van de heuvel een andere bidplaats bestaat die aanvankelijk aan Sint-Maarten opgedragen was. Maar die door een of andere brand uiteindelijk centraal werd heropgebouwd. Pal tussen de Onze-Lieve-Vrouwkapel en de Sint-Pieterskerk die uit de assen van de oude Sint-Maartenskerk zal verrijzen. Feys en Nelis gaan op zoek naar de oorsprong van de legende die gretig door het volk wordt verslonden ieder jaar op de vooravond van Sint-Maarten. Een of andere kanunnik van Sint-Maarten fantaseert het verhaal ergens rond de jaren 1200 en stuurt het op naar zijn abt Guibert van Gembloux. Waar haalt hij zijn mosterd? Op het einde van de 11de eeuw is de macht van de Ieperse kerk over de stad al voelbaar aanwezig. Wereldlijke priesters delen de lakens uit en baseren hun autoriteit op die van bisschop Gerard van Terwaan. De priesters van Voormezele en van Ieper leiden een losbandig leven. Simonie, machtsmisbruik en ontucht staan in schril contrast met de geest van het evangelie. Op 16 juni 1099 wordt de vrome en energieke Jan van Komen (geboren te Waasten) de nieuwe bisschop van Terwaan. Hij schaart zich achter de nieuwe soberheidspolitiek van paus Urbanus II en bisschop Lambert van Atrecht.

Jan van Komen maakt een einde aan de simonie
Hij besluit om de onwaardige priesters in Ieper van hun posities te verjagen. Proost Gerard en zijn priesters laten zich niet zomaar doen en tekenen beroep aan. Bisschop Lambert krijgt het laatste woord om het geschil te beslechten en het duurt een jaar vooraleer de Ieperse priesters nu officieel beschuldigd worden van simonie. Jan van Komen wil de Ieperse kerken plooien naar zijn idee van vroomheid en religiebeleving, maar dat loopt niet zo van een leien dak. Hij wordt opgeroepen om samen te komen met alle priesters van de stad in de kerk van Sint-Maarten. Ze aanvaarden met zijn allen om hun schouders onder de nieuwe kerk te plaatsen. Maar ze willen hun proost Gerard terug in functie. Bisschop Jan van Komen stemt toe, bevestigt Gerard in zijn postje en brengt de rechten en de afhankelijkheden van de Sint-Pieterskerk, daar waar de simonie werd vastgesteld, over naar het nieuwe Sint-Maarten. Hij bepaalt de manier waarop de priesters voortaan hun nieuwe proost dienen te kiezen en ze moeten zich schikken naar de regels van Terwaan. Op die dag begint de echte geschiedenis van de proosdij van Sint-Maarten. De kronieken liegen er niet om: ‘Anno 1101 heeft Joannes den 19den bisschop van Terouaenen alle de priesters om hunne simonie uyt de stad Iper gebannen, stellende in hunne plaetse op het verzoek der gemeente een heylig man van leven die alhier een klooster dede bouwen neffens de kerke van St. Maerten, daer naer nemende eenige medegezellen die onder den regel van den heyligen Augustinus leefden. Soo leerden sij het volk de Christelijke leeringe. Hij wiert daer naer geapprobeert van den paus als artsbisschop van Rheims want alle kerken van Iper dependeerden eertijds onder den bisschop van Terrouaenen en van Rheims.’

De proosdij van Sint-Maarten zal 457 jaar bestaan
Feys en Nelis overlopen de geschiedenis van de proosdij. Het valt op dat er van de religieuze en spirituele werking weinig bekend is. Zowat 4 eeuwen is de proosdij van Sint-Maarten in beeld. Voor alle duidelijkheid: naast de Sint-Maartenskerk is er de hele periode eveneens sprake van een reguliere Sint-Maartensabdij. Een periode die loopt van 1102 tot de stichting van het bisdom van Ieper in 1559 wanneer de kanunniken vervangen zullen worden door seculiere kanunniken. De term ‘seculier’ wijst er op dat de proosdij door het bisdom vermoedelijk onteigend werd van al zijn eigendommen. Die 457 jaar kan grosso modo ingedeeld worden in 5 periodes. De eerste periode loopt tot de dood van graaf Boudewijn van Constantinopel in 1205. Er volgt tussen 1205 en 1279 een schitterende periode wanneer Johanna en Margaretha van Constantinopel aan het roer staan. De proosdij kan stand houden tijdens de turbulente periode van de Dampierres die afloopt in 1383. Ook tijdens het bestuur van de hertogen van Bourgondië (1383-1482) kan Sint-Maarten overeind blijven. De positie en de autoriteit van de proosdij gaan er zienderogen op achteruit tijdens de Oostenrijkse (Habsburgse) periode, die uitmondt in de oprichting van het bisdom Ieper. Zo vangen we aan met de eerste periode. De proosdij sinds haar stichting tot aan de dood van Boudewijn van Constantinopel. Het is de tijd waarin de organisatie haar vaste vorm aanneemt. Ze krijgt de bevoegdheden over een voortdurend uitbreidend territorium terwijl ze meer en meer gaat beschikken over speciale privileges die ze toegestopt krijgt vanuit burgerlijke en kerkelijke hoeken.

De abdijen van Zonnebeke, Eversam en Loo
Op het moment van de stichting, in 1102, is Ieper al een belangrijk centrum. Sinds twee eeuwen heeft de stad zich geruisloos ontwikkeld in de schaduw van een ‘burg’ die in 902 werd gebouwd en versterkt werd in 958 en in 1053. Elke februarimaand wordt er een vrij succesvolle handelsfoor georganiseerd. Twee parochiale kerken, zoals eerder aangegeven die van Sint-Maarten en van Sint-Pieters. Laatstgenoemde zou in 1073 opgericht zijn door Robrecht de Fries. De eerste eeuw verloopt rustig. Geen oorlogen die naam waardig, volop steun van de pausen, de bisschoppen, graven, adel en rijke burgers die de proosdij helpen en steunen waar mogelijk. Misschien hier en daar wat rivaliteit met de Tempeliers die zich in 1126 vestigen te Ieper. Maar na het opdoeken van de orde, is er nooit nog een geestelijke orde geweest die zich kon meten met de Sint-Maartensproosdij.

1. Gerard (1102-1118)
Bij de opstart van de proosdij te Ieper, is er al sprake van meerdere gelijkaardige organisaties in de regio. In Zonnebeke, Watten, Loo, Eversam en in Voormezele. Ze werden allemaal gesticht enkele tientallen jaren geleden. De kerkelijke strategie om landerijen en de daarbij gepaard gaande macht in te delen in kerkelijke districten, zeg maar proosdijen, is bijzonder goed voorbereid en uitgevoerd. Rijke burgers en edelen springen op de kar, geven land en eigendommen en denken zo hun eeuwige zielzaligheid te winnen. En natuurlijk is het handig om nu onder het mom van de kerk de scepter te zwaaien over de verschillende abdijen en hun afhankelijkheden. En alles gebeurt onder het goedkeurend oog van de graaf die zo orde en systeem kan brengen doorheen het graafschap.

Hun statuten gaan terug op Augustinus van Hippo
De manier en de vorm van besturen werd tijdens het concilie van Nimes voor zowat heel Europa vastgelegd in 1096. De traditie van de reguliere kanunniken en hun statuten gaan terug tot Augustinus van Hippo (Sint-Augustinus) die leefde tussen 354 en 430. De geestelijken leven in één leefgemeenschap. Hun leven concentreert zich rond bezinning en bidden. En ze slapen in één gemeenschappelijke slaapzaal. Op vaste uren worden psalmen gezongen. Dag en nacht. De rest van hun tijd besteden ze aan misvieringen, lezen en handenarbeid. De kanunniken van Ieper lijken zich vooral bezig te houden met de geestelijke gezondheidszorg van de parochianen die hun zijn toevertrouwd. Prediken, geloofsbelijdenis en zielzorg. Jan van Komen heeft alle voorschriften laten opnemen in de oprichtingsakte van de abdij. De kanunniken lopen gekleed in een wit linnen kleed dat reikt tot op de hielen met daarboven een witte tuniek. Een zwartlinnen mantel bedekt zowat het hele lichaam. Hun kruin is geschoren. Alleen een tonsuur blijft overeind. De bisschop gaat in op de vraag van de Ieperlingen om kanunnik Gerard, afkomstig van de kerk van Sint-Aubert te Cambrai, aan te stellen als de eerst abt van de proosdij. Hij krijgt de kerk van Sint-Maarten en Sint-Pieter ter beschikking. Samen met de tientallen kapellen en afhankelijkheden waarvan een heel reeks in de toekomst zullen uitgroeien tot parochiekerken. Hij krijgt het gezelschap van een aantal monniken. De eerste twee die geciteerd worden zijn Alquier en Willem. Beiden schenken bij hun intrede gronden aan Sint-Maarten. Daarnaast schenken de twee edelen Frumald en Galter grond en landerijen. Ook een terrein dicht bij Upstal wordt aan de abdij geschonken. De schenkingen worden door paus Paschalis II officieel bevestigd op 1 april van het jaar 1103.

De heerlijkheid van Sint-Maarten
De kanunniken krijgen uitgebreide rechten om tienden te innen. Maar persoonlijk mogen ze niets bezitten. Alles is voor de abdij. Ze mogen hun klooster trouwens niet verlaten zonder de toestemming van de abt en van de kloostergemeenschap. Verdere giften blijven niet uit. De belangrijkste schenker is Fromold van Rolleghem, de baljuw van de stad en sterkhouder van de abdij van Zonnebeke. Elbode, Reimbert, zoon van bisschop Jan van Komen en Aleaume de wever geven hun gronden aan de abdij. De terreinen van de abdij worden voorzien van een beschermende afsluiting (sepes) die als het ware een gordel vormt rond het klooster die er trouwens uitziet als een hoeve. Een ‘curtis’. Op 27 februari 1111 krijgen ze een cadeau van formaat. Graaf Robrecht II schenkt hen onder andere de volledige gronden ten westen van het centrum, de Upstal. Het is meer dan zo maar een gift. Hij verleent Sint-Maartens alle autoriteit om recht te spreken over hun eigen gebied zonder dat de graaf, de baljuw van de stad, noch de villicus, de lokale leenheer er iets kunnen aan doen. In 1123 rijst er lokaal protest tegen de verregaande macht van de abdij. Maar Abt Gerard toont zich ongenadig voor zij die protesteren. Gekleed als priester en in het bijzijn van de graaf en van alle hoogwaardigheidsbekleders slaat hij de oppositie in de ban van de kerk. De heerlijkheid van Sint-Maarten is een klerikaal leengebied binnenin de stad van Ieper en vindt zijn oorsprong in gronden die Bertrade nog in het bezit kreeg tijdens het bewind van Karel de Goede. Het gebied beslaat de Boezingestraat, de Houtmarkt, het Astridpark, de kerkomgeving van Sint-Maarten, de graslanden die later de Caestraet zullen vormen en het oude kwartier van de beenhouwers ten westen van de kerk (de latere omgeving van de Slachthuisstraat). Dank zij de inspanningen van Gerard en Jan van Komen kent de stad van Ieper een substantiële groei.

De bisschop van Terwaan grijpt in
In 1113 staat het duo, bisschop Jan van Komen en abt Gerard, centraal in een akte waarbij de abdij van de Nonnenbossen nieuwe vrijheden krijgt toegewezen en een jaar later zitten ze in Ieper samen met graaf Boudewijn VII om met de voltallige clerus een expeditie tegen Normandië voor te bereiden. Gerard en zijn kanunnik Willem zijn er bij als de graaf in 1116, de gevreesde water- en vuurproef afschaft. In 1118 sterft abt Gerard. Hij wordt begraven in zijn Sint-Maartenskerk en laat een bloeiende en solide organisatie achter.

2. Willem I (1118-1121)
Willem wordt aangesteld als nieuwe abt. Op het moment van zijn aanstelling is het aantal monniken al zodanig gegroeid dat de beschikbare middelen niet meer volstaan om iedereen te voeden. De toestand kan moeilijk op die manier blijven aanslepen. De bisschop van Terwaan grijpt in en transfereert op 14 december van het jaar 1119 het altaar van Reningelst en Boezinge (met inbegrip van de kerk van haar afhankelijkheid Zuidschote) naar de proosdij van Sint-Maarten. Voor een goed begrip betekent de toewijzing van een altaar in die dagen dat de monniken nu de rechten bezitten over de offergaven en de 10% belastingen die de mensen moeten afstaan aan de parochies. Eigenlijk prima vergelijkbaar met de gemeentebelastingen die we op vandaag moeten betalen aan het stadsbestuur. Met dien verstande dat het in de middeleeuwen wel de kerkelijke instanties zijn die weglopen met de centen. De broeders moeten als tegenprestatie er voor zorgen dat ze het woord van Jezus zullen prediken bij hun nieuwe onderdanen in Reningelst en Boezinge.

Bertrade, de weduwe van Elbode verkoopt gronden
3. Hiltfrid (1121-1138)
Willem sterft op 2 december 1121 en wordt opgevolgd door Hiltfrid die (volgens Sanderus) afkomstig is van Artesië. Voor alle zekerheid laat hij nog eens al de bezittingen van zijn proosdij herbevestigen door paus Calixtus II. De pauselijke bulle bevestigt, naast de al bekende eigendommen, op 29 november 1123 ook nog het bezit van aanvullende gronden in Ieper, Boezinge, Berten, Boezegem en Passendale. Gezien de afstand van Ieper naar Berten en Boezegem mag er van uitgegaan worden dat die gronden geschonken werden door toetredende kanunniken die uit die streek afkomstig zijn. Graaf Karel de Goede leeft nog op dat moment. Hij helpt Sint-Maartens om de gronden te kopen van Bertrade, de weduwe van Elbode die zich al in het verleden als weldoener van de abdij heeft gemanifesteerd. Op 6 mei 1124 verleent Karel de Goede eeuwigdurend eigendomsrecht op de gronden. Hij voegt er, op vraag van burggraaf Frumald van Ieper, nog een percentage van de tienden (belastingen) op de heerlijkheid van Swijlande (terre des Porcs) te Marc (Langemark), in de nabijheid van Passendale en Rozebeke, aan toe. Eigenaardig.

De samenzwering tegen graaf Karel de Goede
De Rubrum files maken geen enkele allusie over en rond de turbulente gebeurtenissen die zich afspelen in januari 1127. Zijn die geschriften zo maar toevallig verdwenen? Of is er ingegrepen om wat volgt te verdoezelen? Op 22 januari wordt er binnen de muren van de Sint-Maartensabdij een samenzwering beraamd om graaf Karel de Goede te vermoorden. De liquidatie wordt effectief uitgevoerd op de 2de maart van het zelfde jaar wanneer de graaf in Brugge wordt vermoord. De Ieperlingen maken de lijdensweg mee van Bertulf, de proost van Sint-Donaas, die als samenzweerder wordt aangeduid. Ieper beleeft de kortstondige periode waarbij hun rijke medeburger Willem van Lo aanspraak maakt op de Vlaamse troon en zijn vergeefse pogingen om Ieper te vrijwaren van de wraak van de Franse koning Willem de Dikke. Na de nodige plunderingen en brandstichtingen in de stad komt Willem van Normandië (Willem Clito) uiteindelijk aan het hoofd van Vlaanderen. Hij wordt wat later opgevolgd door Diederik van de Elzas. Sint-Maartens onderhoudt goede relaties met graaf Diederik. Op 11 augustus 1128 wordt proost Hiltfrid zelf aangewezen als getuige bij een van de grafelijke akten. De goede relatie loont. Diederik van de Elzas schenkt, met de nodige bombarie, de volle eigendom van een behoorlijk stuk grond gelegen in de parochies van Voormezele en Zillebeke. Het gaat over terreinen die tot op dan in erfleen waren van zijn vriend Hugo. Er ontstaat een hevig geschil en de ernst ervan heeft natuurlijk veel te maken met de partij die contesteert tegen de proosdij. De ridders van de Tempel, zijn niet van de minsten. Ze bezitten in het gebied van de Upstal een kapel waarover ze exclusieve autoriteit claimen. De mannen van Sint-Maartens zien dat natuurlijk anders. Upstal is een afhankelijkheid van de proosdij en ze beschouwen de claim van de Tempeliers uiteraard als ongegrond. Het komt tot een rechtzaak die de partijen leidt tot in Reims waar aartsbisschop Rainald, in het bijzijn van veel notoire kerkleiders, beslist dat de Tempelbroeders de kapel van Upstal alleen mogen gebruiken tijdens de week van de Kruisdagen rond hemelvaartsdag.

De eigendommen in Boezegem
Ook Bernard van Clairvaux, de sterke man van de kerk, is aanwezig bij de bekendmaking van die beslissing. De Tempeliers gaan akkoord en het pact wordt ondertekend door Milon, de bisschop van Terwaan en in evenveel woorden bevestigd door de paus en andere topfiguren. Het toont het belang van het lokale dispuut. Abt Hiltfrid sterft op 4 januari 1138.

4. Helmar (1138-1156)
Ook Helmar komt uit Artesië. De eigendommen in Boezegem komen oorspronkelijk van hem. Van zodra hij als nieuwe abt is geïnstalleerd, laat hij de eigendommen van de proosdij nog eens bevestigen door de top van de christelijke kerk. Paus Innocentius II bevestigt op 23 maart 1139 de privileges en de eigendomsrechten van Sint-Maartens. De lijst geeft een gedetailleerd inzicht van de eigendommen. Voor de eerste keer is er sprake van de kerk van Sint-Jacob te Ieper. Er zijn landerijen in Boezinge, Zuidschote en Reningelst. Stukken grond die geschonken werd door Walter, de broer van Herbert, de aartsdiaken van Terwaan. Gronden in Passendale aangebracht door broeder Regnier. Het blijft nu enkele jaren zo goed als stil rond de abdij. Rond 1147 schenken Théodewin en zijn vrouw Mabille een huis gelegen aan de markt van Ieper. In datzelfde jaar komt het altaar van Calonne aan de Leie in handen van de proosdij. De monniken hadden er al een boerderij die dank zij giften van Boudewijn van Calonne gevoelig uitgebreid wordt met vruchtbare landbouwgronden. Helmar overlijdt op 28 april 1156.

De tienden van Zuidschote
5. Boudewijn 1 (1156-1167)
Het eerste jaar na zijn aanstelling combineert Boudewijn zijn functie met die van kanunnik te Arras en verblijft hij maar voor twee derden van zijn beschikbare tijd in Sint-Maartens. Jourdain, de burggraaf van Diksmuide kent een eeuwigdurende rente toe van 7 firtons. In 1166 staat Boudewijn, de burggraaf van Ieper de abdij 20% van de tienden van Zuidschote af, op voorwaarde dat de kerk hem jaarlijks een mantel uit schapenvacht zal overhandigen. Die tienden komen eigenlijk van Roger Gange die afziet van zijn rechten. Zijn vrouw Adelise en zijn zonen Giselbert en Gerard stemmen in met de gift. Maar later zullen ze zich bedenken.

6. Karel (1167-1168)
De opvolger van Boudewijn, aanvankelijk priester te Komen, laat in de Rubrum files weinig sporen na tijdens zijn kortstondig leiderschap. Alleen zijn overlijden op 5 februari 1168 staat vermeld.

7. Roger (1168-1174)
Roger maakt, net zoals Boudewijn en Karel, weinig ophef en lawaai. Het meest opmerkelijke stuk uit zijn periode is dat waarbij Filips van de Elzas een kapel laat bouwen in zijn Ieperse residentie het Zaelhof. De graaf wil zeker niet raken aan de autoriteit van de proosdij en schenkt in 1168 de eeuwigdurende rechten die op de kapel rusten aan het genootschap.

Pachthouder Oilard van Elverdinge
Op voorwaarde dat Sint-Maartens een priester zal afvaardigen om dagelijkse misvoeringen te houden in de kapel. De graaf stemt toe om die priester jaarlijks op het feest van Sint-Jan een vergoeding van 100 cent te betalen. Op 21 april 1168 krijgen de monniken de volle eigendom van 3 hectare grond gelegen tussen de kerk en de marktplaats van Elverdinge. De pachthouder is Oilard van Elverdinge die de gronden pacht van Anselmus van Werken die ze op zijn beurt huurt aan Giselbert van Nijvel. Abt Roger krijgt dus inderdaad problemen met de tienden die ze in het bezit hebben gekregen in Zuidschote. De ouders van Roger Gange baseren zich op hun feodale rechten en betwisten de schenking omdat hen hiervoor niet om toelating was gevraagd. Ze bieden de som aan die proost Boudewijn had betaald die niet anders kan dan in te stemmen hiermee. De familie Gange schenkt die tienden nu aan een zeker Thierry van Pilkem, die ze op zijn beurt opnieuw zal afstaan aan Sint-Maartens. In 1170 schenken Gerard Manescin en zijn vrouwe Eve de gebruiksrechten van een hectare grond mits een jaarlijkse tegenprestatie van 2 rasieren en een bussel haver. Alquier en zijn echtgenote Heilewuf sluiten een gelijkaardige deal af met de monniken. Roger sterft in 1174 na een bewind van 7 jaar, 7 maand en 5 dagen.

8. Jean I (1174-1189)
Feys en Nelis ontdekken dat Jean I eigenlijk voordien bekend wordt als deken van de Sint-Maartenskerk te Ieper. De acquisitie van gronden gaat onderverdroten verder. In 1176 schenkt graaf Filips van de Elzas 12 hectare polderland op voorwaarde dat ze na zijn dood jaarlijks een herdenkingsmis zullen celebreren. De registers hebben het er over dat de Ieperse geestelijken in die periode al rijkelijk voorzien zijn van wijn, vlees en vis. Ook de abdij van de Nonnenbossen deelt in de gulle bui van de graaf. Ook zij krijgen 5 hectare polderland die dan achteraf trouwens worden doorverkocht aan de abt. Een jaar later krijgen ze er trouwens nog een jaarlijkse rente van 25 stuivers bovenop om wijn en vlees te kopen ter gelegenheid van het feest van palmzondag.

De parochianen van Leffres
In 1182 komt het altare (de rechten van de pastoor, m.a.w. 1/3 van de tienden + de offerandegelden) van de parochiekerk van Teteghem (bij Duinkerke) vrij. Didier, de bisschop van Terwaan schenkt ze aan de kanunniken van Sint-Maarten. De kapel van Leffrinhoeke (nu Leffrinckoucke, tussen Duinkerke en Bray-Dunes) is nauw verbonden met de kerk van Teteghem. Er bestaat al sinds 1176 een regeling rond die kapel tussen de Vlaamse aartsdiaken Galter en Hugo, de priester van Teteghem. De parochianen van Leffres schenken de priester van hun kapel 4 hectare grond en beloven om hem in augustus van elk jaar te voorzien van 350 korenschoven, de helft tarwe en de helft haver. Daarbij komt nog een betaling van 18 denieren jaarlijkse rente en twee koeien. Het akkoord bepaalt dat indien de koeien sterven, er nieuwe dieren moeten worden gekocht door de parochianen. Er zijn nog meer voordelen voor de pastoor: één volledige dagproductie van kaas en stro. Alle offergelden van de kapel zijn voor de moederkerk in Teteghem. In datzelfde 1182 dat Sint-Maartens de rechten krijgt over de parochies van Teteghem en Leffrinhoeke, slaagt ze er in om voor 106 ponden enkele tiendenrechten te kopen van Belle. De deal wordt afgesloten met Boudewijn van Steenvoorde en zijn vrouw Florentia. Een jaar later koopt de abdij tienden in Meteren. Het is duidelijk dat de invloed van de proosdij van Sint-Maarten op de ruime omgeving rond Ieper geweldige proporties aanneemt. De impact van de proosdij op de stad zelf groeit navenant. Ieper bouwt rond 1180 een ziekenhuis voor de armen. Graaf Filips van de Elzas schenkt grond aan de oostzijde van de markt, daar waar zich anno 2013 het gerechtsgebouw bevindt. Hier wordt op enkele jaren tijd een ziekenhuis voor de armen, het Onze Lieve Vrouwe gasthuis, gebouwd.

Het leprozengesticht bij de Torhoutpoort
De kanunniken van Sint-Maarten zien dat allemaal niet zo graag gebeuren. Die verpleging is geen probleem, maar ze zijn op hun hoede dat hier wel mogelijk missen zullen worden opgedragen. Want aan misvieringen zijn offerandes verbonden en die behoren exclusief toe aan de proosdij. De monniken eisen van aartsbisschop Willem van Reims en van de graaf zelf dat er halt zal toegeroepen worden aan de bouw van een eventuele kapel bij het gasthuis. Willem volgt de proost in zijn redenering en verbiedt het bouwen van een kapel zonder voorafgaande toestemming van de bisschop van Terwaan, met de dreiging van excommunicatie uit de kerk. Ook Filips van de Elzas staat achter die beslissing. Zonder de goedkeuring van de proost mogen zelfs de klokken in het gasthuis niet geluid worden. Het stadsbestuur moet in de naam van de burgers in het jaar 1187 zweren op hun zielenheil dat ze Sint-Maartens zullen respecteren. Didier, de bisschop van Terwaan, zwaait trouwens nog maar eens met de rode kaart van de mogelijke banvloek. Naast het gasthuis op de markt, bezit Ieper ook een leprozengesticht dat zich situeert bij de Torhoutpoort, op zowat 400 meter van de stadsgrachten, waar zich in 1884 het cabaret Calfvaert zal bevinden. Het leprozenhuis bestaat al in 1160 ten tijde van Diederik van de Elzas want die heeft hen in die dagen een rente geschonken die afhangt van de tarweopbrengst te Sint-Winoksbergen. In 1187 is Boudewijn van Belle de burggraaf van Ieper. Vooraleer op kruistocht te vertrekken, schenkt hij het gesticht nog jaarlijks 20 korenmaten tarwe. En van Filips van de Elzas krijgen ze 7 hectare poldergrond te Houthem cadeau. Bij al die transacties staat proost Jean genoteerd als getuige. De proost sterft volgens de Gallia Christiana op het 15de jaar en de 2de week van zijn bewind, op 31 oktober van het jaar 1189. Het is nu aan zijn opvolgers om zijn taak te beëindigen en om de bezittingen van de proosdij te consolideren.

De bouw van de Brielense OLV-kerk in 1187
9. Hélisée (1189-1205)
Die opvolger heet Hélisée. Hij behoort waarschijnlijk tot de clan weldoeners van de abdij Ter Duinen te Koksijde in 1170, ten tijde van hun abt Walter I van Dikkebus. Er staat weinig neergeschreven over zijn eerste bestuursjaren. De regeling van Teteghem wordt nog eens bevestigd. Vanaf 1196 komt daar verandering in. Het aantal bewoners in de Ieperse buitenwijken zwelt ongelooflijk aan en de beschikbare kerken voldoen blijkbaar niet meer om al dat potentieel klantenbestand op te vangen. In 1187 werd de kapel ‘Sainte-Marie’ van Brielen afgebroken en vervangen door een volwassen kerkgebouw. In 1196 verheft Hélisée de nieuw gebouwde kerk tot de officiële Onze-Lieve-Vrouw parochiekerk. Het gebouw is er gekomen dank zij Gelinus, een dichte medewerker van Filips van de Elzas. Hij schenkt de proosdij een jaarlijkse rente van minstens 100 stuivers en een stuk grasland in de nabijheid van de oude kapel. Bij de inhuldiging van de parochiekerk van Brielen is er heel wat schoon volk aanwezig. De kanunniken van Sint-Maarten verwelkomen Lambert van Terwaan, deken Willem van Ieper, Walter van Poperinge en een meute priesters en diakens uit het omliggende. In 1200 krijgen de broeders van Sint-Maarten nog tienden van Watou toegestopt door Isaak van Vlamertinge.

Arnold, de lobbyman van het Ieperse gasthuis
De schepenen en de burgers zouden niets liever hebben dan dat hun gasthuis op de markt en het leprozengesticht wat verderop autonoom zouden kunnen werken van die van Sint-Maarten. Het wringt duidelijk tussen de burgerlijke en de kerkelijke autoriteiten van de stad. De schepenen proberen op alle mogelijke manieren onderuit te komen aan de jurisdictie van de kanunniken. Maar de geestelijken bieden hevig weerstand tegen de aanspraken van die van Ieper. In augustus 1195 worden ze door paus Celestinus III getrakteerd op twee nieuwe privileges. De bullen bevestigen nog maar een keer het bestaande gewoonterecht van de kerk in de stad en verdedigt de gebruiken om scholen en kapellen te bouwen en te runnen in het castrum van Ieper. Daarbij horen alle officiële misvieringen en het ontvangen van offerandegiften van de parochianen waar het natuurlijk allemaal om te doen is. Er wordt nog maar eens bepaald dat niemand in Ieper missen kan voordragen zonder de toestemming van de proost. De tussenkomst van de paus noodzaakt de schepenen om gesprekken te starten met de geestelijken en te onderhandelen over eventuele uitzonderingen op het algemene reglement. Het gasthuis op de markt heeft een lobbyman, Arnold, die regelmatig op bezoek gaat bij de paus te Rome om er alsnog de permissie probeert te krijgen om misvieringen te organiseren. Maar al zijn pogingen mislukken. Arnold slaagt er wel in om tot priester gewijd te worden en hij gaat in die hoedanigheid naar Terwaan om er te spreken met bisschop Lambert. We spreken over het jaar 1196. Arnold heeft de voorbij jaren volop getracht om de poten van de stoel van Sint-Maartens af te zagen. Nu hij priester geworden is, wil hij het over andere boeg gooien. Hij wil vrede met Hélisée en hij vertelt Lambert dat hij ….

Lees verder op http://www.westhoek.net/P1102001.htm of in Deel 1 van De Kronieken van de Westhoek

Tags

, , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>