De sage van de rolder

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       5 months ago     157 Views     Leave your thoughts  

Als men vroeger bomen uithakte, liet men de rolders (aarsgat van uitgeroeide boom) in de grond zitten en de armen of de werklieden mochten ze komen uithalen. Zo een uitgegraven rolder mocht men niet schoppen, want met ze uit te halen, haalde men ook hun geest uit de grond en die kon zich wreken op wie de rolder mishandelde.

Te Moerkerke zaten enige mannen in de herberg en vader was er bij en ze spraken over rolders die langs het Leitje waren uitgehaald. Vader zei, dat men die niet mocht schoppen, dat daar kwaad kon van voortkomen. Een paardenknecht, die daar bij zat, lachte vader vierkant uit en met veel grote woorden zei hij van ,,’k zou mij alhier en ‘k zou mij aldaar een keer willen weten wat dat mij zo een rulder zou doen?”

In ‘t naar huis gaan, moest hij langs ‘t Leitje en hij zag daar rolders liggen, die ze hadden uitgedaan. Hij schopte er ene in ‘t water en lachte nog een keer ferm met al de oudewijvenpraat.

Maar als hij thuiskwam en in ‘t paardenstal in zijn koets wilde kruipen, lag de rolder daar al in zijn plaats. ‘s Anderendaags hoorde de boer ‘t gebruikelijk gerucht niet, dat de paardenknecht gewoonlijk maakte als hij de paarden gaf. Hij ging kijken en zag daar zijn paardenknecht stokkestijf voor zijn koets staan en de rulder in de koets. Ze zijn moeten om een geestelijke gaan om hem te belezen en ‘t is maar dan dat hij weer heel tot zichzelf is gekomen:

Uit ‘West-Vlaams Sagenboek’ van 1968 (H. Stalpaert)

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>