De schapenweiden van Lampernisse

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in  ,      1 year ago     523 Views     Leave your thoughts  

Het moeten ongetwijfeld nog vele andere lezers van dit blad, als Dr. J.B. uit Dadizele, met aandachtigheid de uitleg gelezen hebben die de heer Seghers in een vorige Biekorf nopens de hierbovenstaande woorden gegeven heeft.

Eerst en vooral de liefhebbers van taalkunde; zoveel te meer omdat hoogleraar Verdan in zijn middelnederlands woordenboek ten jare 1889 nog drukte wegens ‘Hernisse’: ‘een Vlaams woord waarvan de oorsprong onbekend is en dat in verwante tongvallen niet wordt aangetroffen.’

De heer Seghers meent, mits het oudfries urhêrnesse = ongehoorzaamheid, dat hernisse eigenlijk gehoorzaamheid wil zeggen, en diensvolgens een weide aanduidt die eertijds geen vrijgeweed en was, maar die een bijzondere naam toebehoorde. De dorpsnaam Lampernisse, zegt hij, betekent: Hernisse van een heer die Lampo heet.

Aangezien nu die uitleg, om verschillende reden, onnauwkeurig schijnt, zo weze ’t ons toegelaten te onderzoeken of er geen middel en is om de oorsprong en het bedied dier woorden te achterhalen, zonder daar die alleszins Friese woordgedaante hêra (horen) bij te berde te brengen.

1. Hernisse. Bij hetgene De Bo zegt, wegens de levendigheid van dat woord, zij hier nog dit gevoegd, dat er nu ter tijde weiden zijn te Lo en te Vladslo, in het Diksmuidse, mitsgaders tot Oostkerke, in het Brugse Vrije, die het sprekende volk de ‘hernissen’ noemt.

Hoe kan dat woord worden uitgelegd?

De Vlaamse Wacht, 4de jaar, nummer 1, vermoedt dat hernisse zoveel te zeggen is als ‘gemeene weide’ of vrijgeweed.

Noord en Zuid, in zijn 4de jaar, blz 309, zegt het zo: ‘de uitgang nesse of nisse vindt men in verscheidene Nederlandse plaatsnamen. Men denke aan Hontenisse, Ossenesse en andere. Dat heernisse, gemene weide betekent, of laagland, schorren, die voor het gemeen toegankelijk zijn, is zeer waarschijnlijk. Men vergelijke slechts heerweg, heerbaan en andere. En op blz 247 van dat zelfde jaar staat er inderdaad nesse of nisse is inderdaad schor. Men vergelijke Hontenisse, Bruinisse, ter Nisse, Eemnes en andere plaatsnamen.

Hetgeen ons wel duister schijnt in deze uitleg, dan is het eerste deel van het woord heernisse. Men zegt wel: vergelijk eens heirweg, heirbaan. Maar in deze laatste woorden beduidt heer of heir = leger. Een heirweg is dus eigenlijk een weg voor ’t leger, een legerweg. Daarom is hij gemeenlijk zeer breed. Het is enigszins te verstaan dat heirweg soms gebruikt zou worden in de afgeleide zin van ‘openbare, gemene weg’.

Maar dat gedacht van ‘openbaar, gemeen’, en zit eigenlijk in het eerste deel van dat woord, d,i, in heir, alleen niet, maar in geheel het woord zoals het gaat en staat. Daarom begrijpen we moeilijk hoe dat onze voorouders, om te betekenen dat een nesse, waterleegte of broekland, gemeen of openbaar was, waar heernisse zou tegen gezegd worden.

Wat meer is, bovenvermelde uitleggers schijnen niet te weten dat het woord hernisse in de middeleeuwen niet altijd weide betekende, maar ook dikwijls gebruikt werd in de zin van kudde. Zo vindt men de Latijnse zinsnede: ‘Percutiam pastorem et disprgentur oves gregis’ die op Dietse wijze vertaald werd in ‘Ic sal slaen den herde ende die scaep der hernessen sullen ghestroyt werden.’

Dat voorbeeld, met nog menige andere, staat in Verdam’s Middelnederlands woordenboek. Het valt moeilijk om vatten, bij aldien het woord hernesse moet afgeleid worden op een van de hoger aangeduide wijzen, hoe dat de zin van kudde daar kan inzitten. Er is echter nog een derde uitleg in datzelfde woordenboek.

In een middeleeuwse oorkonde leest hij: ‘elc voocht sal den onbejaerden kinderen seker maken have ende hoimisse op erve, aldaer si verstroven sijn, of in die naeste prochie.’ Dat woord hoimisse meent bij miszet te zijn voor hoirnisse. Met dat veronderstelde woord hoirnesse voortgaande, zo zegt hij als volgt:

‘Indien het woord hernesse afgeleid was van Frans heir, hoir, erve, erfgenaam en de Germaanse afleidingsuitgang nesse, dan zouden de vormen hernesse en hoirnesse even goed te verklaren zijn. Ook zou men zich dan kunnen bedenken dat hetzelfde woord de betekenis heeft van weiland en kudde (vee): de algemene betekenis zou dat zijn wat iemand door erfenis toekomt.

Hetgeen hoogleraar Verdam bijzonderlijk aangezet heeft om de Franse taal de oorsprong van hernesse te gaan zoeken, het is de mogelijkheid niet van de tweevoudige betekenis van het woord te doen verstaan, maar wel de mogelijkheid van de tweevoudige klank van de wisselwoorden heirnisse en hoirnisse uit te leggen; namelijk door de Franse wisselwoorden heir en hoir = erfgenaam, die alle twee, zegt men, van het Latijn heredem komen en aan twee verschillende Franse gouwspraken toebehoren, zoals rei en roi van het Latijns regem, lei en loi van legem.

Doch die reden, om het Frans hier tussen te brengen, ofschoon dat ze als de bijzonderste geldt, en is niet zeer gewichtig, want zo genomen dat er in die oorkonde inderdaad hoirnisse moet gelezen worden, dan zou dat woord wel (oi = oo) hoornisse zijn, en zoveel betekenen als behoornisse, toebehoornisse, toebehoren. Dat vermoedt, ten andere hoogleraar Verdam zelf, zeggende ‘doch mogelijk is hoirnisse bedoeld in de zin van wat iemand toebehoort, eigendom.’

Zou een vierde uitleg, een van De Bo zelf, niet de eenvoudigste en de ware zijn? Zoals de lezer bij De Bo kan zien, werd ons woord in de vroegste oorkonden dikwijls herdnesse geboekstaafd. Voeg daarbij dat te Lo, in Veurne-Ambacht, het woord herdnesse nog immer bij het volk gebruikt wordt in de zin van ‘weide’. Men spreekt daar van de grote herdnesse en de kleene herdnesse.

Nu, Kiliaen en Meyer o.a., kennen het werkwoord herden = het vee weiden, pascere pecus. Met bij de stam van dit werkwoord, niet bij het zelfstandig naamwoord nesse, zoals hierboven, maar het gekende achtervoegsel nesse of nisse te doen, hebben wij herdnesse in zijn oude vorm hardnisse, net zoals groetenesse ook groetnisse is, van groeten.

Herdnesse kan willen zeggen, ofwel de daad van te herden, van te weiden, ofwel de stede, de vlakte waar een kudde geherd, geweid wordt, te weten weide. Ofwel hetgeen geherd of geweid wordt, te weten kudde. Zo betekent lavenisse de daad van te laven; vangenisse = gevangenhuis; getuigenis = hetgeen getuigd wordt.

De tweevoudige zin van kudde en weide die de oude oorkonden inderdaad aan hernisse of herdnisse geven, kwamen volgens deze laatste uitleg geheel wel overeen met de tweevoudige zin die Grimm en De Bo in hun woordenboeken toekennen, namelijk a) hetgeen gedreven wordt = kudde of b) de weg waar de kudde gedreven wordt.

De woordgedaante herdnisse zal wel ouder en nauwkeuriger zijn als hernisse zonder d, en bijgevolge deze die men moet in acht nemen, om de naamreden te vinden. Het is waar, het oudste bescheid dat De Bo aanhaalt en waar herdnesse in te lezen staat, is gehaarmerkt: 1343. Maar dat die woordgedaante veel ouder is, blijkt uit het volgende:

In de jaren 1059-1065 heeft Williram, geboortig van Worms of daaromtrent, Salomons Hooglied in het Hoogduits vertaald en uitgelegd. In dat werk staan de Latijnse woorden ne vagari incipiam per greges sodalium tuorum verhoogduitst als volgt: ‘daz ih niet irre nebeginne gên unter den corteron dînero gesellon’, dat betekent dat ik niet zal verdool en gegin mee te gaan onder de kuddedrijver van uw gezellen.

In 1598 wordt deze tekst heruitgegeven als volgt: ‘thaz ich niet irre ne beginne gen under the herdnisse thinere gesellon’. Hier hebben we dus het woord herdnisse met de zin van kudde. Het latijnse woord grez = kudde, dat in het hooglied meermaals terugkeert en dat anderen later vertalen in herdnisse.

In Willirams tijd, had zijn Hoogduitse gouwspraak die men Oostfrankisch noemt, al de Westgermaanse ‘th’ van de beginperiode van de woorden vervangen door de ‘d’ en de West-Germaanse ‘d’ vervangen in ‘t’. De vertaling herdnesse zou dus eigenlijk hertnesse moeten geweest zijn.

Maar hoe kan ik eigenlijk uitleggen dat herdnisse = kudde ook weide betekent? Het woord herdnesland = land voor een kudde, dat, volgens De Bo weide betekent, kan gediend hebben als overgang tot de tweede zin van herdnesse, te weten tot deze van weide of weideland.

Bemerk daarbij dat er errtijd twee worden herde bestonden. In het begin waren ze verschillend van uitgang, maar ze waren nog voor het begin van de middeleeuwen gelijk geworden. Het kan dus gemakkelijk zijn dat onze middeleeuwse voorouders het oud woord herdnisse ook beginnen te verstaan hebben als hetgeen voortgekomen ware van herde = herder, samen met de uitgang -nisse.

Zo werd herdnisse synoniem van herdernisse, herderschap. Herderschap of herdnisse raakt gemakkelijk gebezigd in de zin van ‘land waar een herder zijn bediening uitoefent, weideland.

2.Lampernisse. Het zijn weiden te Dadizele, tot Ardooie, tot Oedelm en misschien elders nog, die de lampernesse heten, bij het volk. Ware het niet wonderlijk dat al die weiden eerst aan iemand toebehoord hadden aan die zekere Lampo en dat Lampernisse overal de weide van Lampo betekende?

We menen dat Lampernisse anders hoeft uitgelegd te worden. Wat we nu ‘lam’ of ‘schaap’ heten, noemde in het Gotisch, Oud-Saksisch, Hoogduits en het Engels nog altijd ‘lamb’. In het Diets van de middeleeuwen vindt men naast lam ook lamb en zlefs lamp. Lampernisse zal dus = lamphernisse zijn, of, als ge wilt, ‘lambhernisse, dat met de b voor de h , lamphernisse, lampernisse worden moet in de uitspraak. En een lampernisse betekent een hernisse voor lammeren, ’t is te zeggen, in de hierbovenvermelde gevallen, schaapweide, schaapwee. Dat zal precies zo zijn met de gekende dorpsnaam Lampernisse of Lampernesse, die het volk geeft aan een gehucht die het volk geeft aan een gehuicht tot West-Nieuwkerke in het Ieperse.

Jan Craeynest in Biekorf van 1891

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>