De Taartevissers te Boezinge

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       2 months ago     336 Views     Leave your thoughts  

De Taartevissers van onze stad zijn laatstleden naar Boezinge gegaan om aan de uitgeschreven prijskamp deel te nemen. Ze waren met 36 leden met muziek aan ‘t hoofd. In de stoet trokken ze terecht alle aandacht.

Ook haastten de commissieleden zich na de stoet aan te kondigen dat zij de twee eremetalen: eerste voor de luisterlijkste intrede en tweede voor het meeste getal, gingen bekomen. Ja, zelfs enkele minuten voor men aan het vissen ging zegde nen Jan aan de voorzitter van de Taartevissers dat hij deze proficiat wenste, omdat ze twee eremetalen gewonnen hadden.

Jamaar, het was na de prijskamp dat de aap uit de mouw kwam. Het eremetaal voor het grootste getal werd aan een maatschappij van Diksmuide gegeven, die maar 35 leden telde.

Natuurlijk dat de poppen aan het dansen gingen en toen de Taartevissers naar de reden van die rechtmiskenning vroegen, antwoordden de leden van de commissie, die, tussen haakjes gezegd, voorzeker heel fijne vogels moeten zijn, doodeenvoudig dat de Taartevissers hun getuigschrift maar de zondag afgegeven hadden, terwijl de Diksmuidenaren dit luidens het programma al op zaterdag hadden ingezonden.

Nietwaar, dat was een luidsprekende reden! Denk eens: de getuigschriften moesten op zaterdag ingezonden worden! Was dat misschien met het doel aan een maatschappij, lieve kindjes, die met minder leden komt, te laten weten dat zij inderdaad nog enige mannen opscharrelen moet, wil ze het eremetaal niet voor haar neus ziet wegdragen?

Nooit, nee nooit, is het geweten geweest dat men voor een prijskamp het getuigschrift daags ervoor moet inzenden. Dat men zijn bijtreding inzendt, ja, maar een getuigschrift geeft men af als men toekomst, en niet eerder.

Maar onze Taartevissers waren niet alleen die zich over het rechtvaardigheidsgevoel van die Jannen te beklagen hadden. Nee; de vissers van Komen werden van ‘t zelfde laken een broekske gepast.
Esen ging met het eremetaal van verstkomende weg, hoewel de landkaart ons klaar en duidelijk zegt dan Komen ruim 4 kilometer verder van Boezinge af ligt dan Esen. De Komenaars waren nochtans volop in regel en zij zullen eens tonen dat ze haar op hun tanden hebben en hun recht weten te doen gelden.

‘t En zal maar juiste en wel besteed zijn ook. Waarlijk men moet Boezingse Jannen zijn om zullen beestigheden en meesterstreken te begaan. Maar die olijkaards die zo de puntjes op de i’s willen stellen, waarom hebben ze niet eerste het goede voorbeeld gegeven?

Immers; het spreekwoord zegt: ‘woorden wekken maar voorbeelden strekken”. Waarom hebben ze het programma niet gevolg. Zij die het nochtans gebaard hebben? Waarom hebben ze niet op het gesteld uur begonnen en opgehouden? Ja, waarom?

Het is daaruit klaar gebleken dat diezelfde Jannen er bitter weinig van kennen om prijskampen in te richten en te regelen.

Enfin, ‘t zijn Jannen en ‘t zullen Jannen blijven.

Een ding is zeker en ‘t is dat er nog veel water door het Iepertje zal vloeien vooraleer zij de Taartevissers nog aan hun prijskamp zullen zien deelnemen. Dat kan iedereen voelen aan zijn ellebogen.

Een Taartevisser

Uit de krant van 1888 – www.historischekranten.be