De twaalf lotdagen

Posted by  ivan.vanherpe@westhoek.net   in       1 year ago     825 Views     Leave your thoughts  

De twaalf lotdagen zijn in het volksgebruik van verre en dichtbij bekend. Soms rekent men op de twaalf dagen vóór kerstdag: dit zijn de ‘jours compteurs’ in Frankrijk; dan weer op de twaalf dagen tussen kerstdag en dertiendag: dit zijn de ‘Zwölften of Losetage’ in Duitsland, de ‘jours des lots’ in Frankrijk.

Men berekent dus: zulk weer op St. Stefaansdag, zulk weer in februari; zulk weer op onnozele kinderendag, zulk weer in april. Ook in Duitsland kent men de ingewikkelde berekening met ‘getijden’ van de dag. En wel als volgt;

Men begint met de waarneming op kerstavond: het weer van deze avond tot middernacht voorspelt het weer van de eerste week van januari; het weer van middernacht tot aan de morgen, van de morgen tot de middag, van de middag tot de avond van kerstdag is een voorafbeelding van het weer in de tweede, derde en vierde week van januari.

Anderen rekenen op ‘vierendelen’ van maanden. Het weer van de avond tot middernacht op eerste kerstdag voorspelt het weer voor de eerste week van februari… Enzoverder tot driekoningen: deze dag, onze dertiendag, beslist over de vooruitzichten van de twaalf voorgaande lotdagen.

Droge drie koningen bevestigen dat de gedane berekeningen juist zullen uitvallen; zijn het natte (regenachtige) driekoningen, dan hebben de waarnemingen geen waarde: de voorspellingen komen niet uit.

De weerprofeten – en opstellers van volksalmanakken – gaan natuurlijk nog verder, en weten uit elke lotdag het goed of slecht uitvallen van gras, graan, fruit en hoenderkweek af te leiden. Zij zorgen echter voor de nodige dekking van hun gezag: de waarnemingen op deze dagen moet men soms in omgekeerde zin opvatten, zo luidt het in de Duitse volksweerkunde.

Een klare lotdag is dan een donkere maand; ‘klare lotdagen, donkere schuren’: donker in dit orakelwoord kan zowel vol als leeg betekenen; mistig weer op de eerste lotdagen belooft welgelukte wintergerst, mist op de laatste lotdagen is een goed teken voor de zomergerst.

Is het weer zelf niet sprekend, dan laat men ajuinschillen spreken, twaalf in een rij, een voor elken lotdag. Men giet er water op, en men voorziet een natte of een droge maand naar gelang dat het water trager of sneller in de overeenstemmende schil doorsijpelt. Ofwel men strooit er zout op: volgens de graad van de aangetrokken vochtigheid op elke schil, voorspelt men een natte of een droge maand.

De lotdagen voeren ons zo op de drempel van de werkplaats waar vader Snoeck en ’t Manneke uit de Mane, in de geur van die eeuwenoude pronostiek, waarmee ze hun weerkundige dagklapper bekokstoofden.

V. in Biekorf. Jaargang 48 van 1947

No Comments

No comments yet. You should be kind and add one!

Leave a Reply

You can use these tags:   <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>